Tagarchief: Middeleeuwse Scholastiek

Wie ben jij: Intensiteiten en associaties


Weerzien in Amsterdam: twee preken in steen

“Het plein voor het Centraal Station is een goede plaats om Narrator weer te begroeten na zijn reis uit Florence [1]. Ik hoor zijn specifieke ritme in de bongo’s van de jazz-band die daar in de verte Nature Boy [2] van Eden Ahbez [3] speelt”, zegt Man.

“Ik hoor het, Narrator heeft ons gezien; hij verandert zijn ritme”, zegt Carla.

Carla en Man luisteren naar de zangeres:

Er was een man [4]

Een opmerkelijk betoverende man

Men zegt hij zwierf heel ver,

Heel ver, over land en zee

 

Een beetje bedeesd met droeve ogen

Maar wijs, zo wereldwijs.

 

En dan een dag, een magisch dag

Kruiste hij mijn weg, en terwijl hij sprak

Over vele dingen, priesters [5] en koningen.

Zei deze man tot mij:

 

“De grootste gave die jij ooit leert

Is de immense gave van goedheid”

“De tekst van Nature Boy is voor ons aangepast”, zegt Man.

Na het spelen van dit nummer pakt Narrator zijn bongo’s in. Hij neemt afscheid van zijn medemuzikanten en komt Narrator bij Carla en Man staan.

“Prachtig lied. Bedankt voor jouw kaart. Waarom heb jij ons hier uitgenodigd als beginpunt voor de verkenning van “Intensiteiten en associaties” bij de tweede gangbare werkelijkheid op onze Odyssee naar  “Wie ben jij”?” vraagt Man aan Narrator.

Amsterdam_Sint_Nicolaas_Kerk[6]

“In de Gouden Eeuw aan het begin van de Reformatie legden op deze plaats de kleinere zeeschepen aan die uit verre landen beladen met koopwaar terugkeerden. In de 19e eeuw is op deze plaats het Centraal Station in Amsterdam gebouwd. Voor de Reformatie waren er overal in de stad uitingen van het Christelijk geloof te zien. Nu zien wij van hieruit nog slechts twee bakens van Christelijk geloof. In de verte in het Centrum van Amsterdam is de toren van de Oude Kerk [7] die tot de Alteratie [8] – waarbij het Katholieke bestuur in Amsterdam werd afgezet – de Sint-Nicolaaskerk werd genoemd naar Sint-Nicolaas die onder meer de patroon van de zeelieden is. Hier vlakbij aan de waterkant zien wij de Rooms Katholieke Basiliek van de Heilige Nicolaas [9] die aan het einde van de 19e eeuw als derde Sint-Nicolaaskerk werd gebouwd; de tweede Sint-Nicolaaskerk is een schuilkerk aan de Oudezijds Voorburgwal, die nu bekend is onder de naam “Ons Lieve Heer op Solder” [10].

Amsterdam_Onze_Lieve_Heer_Op_Zolder[11]

Ik stel voor om als inleiding op “Intensiteiten en associaties” vanmiddag de Basiliek van de Heilige Nicolaas te bezoeken en daarna de Ronde Lutherse kerk aan de Singel voor twee preken in steen die zijn voortgekomen uit de Reformatie. De Oude Kerk in het Centrum kunnen wij morgen bezichtigen om de aanzet tot de Reformatie te beschouwen”, zegt Narrator.

“De Basiliek van de Heilige Nicolaas heeft een Christelijk kruis als plattegrond zoals veel traditionele Katholieke kerken; maar een echte kerktoren ontbreekt en de kerk is ingepast in het stratenplan in plaats van gericht op het oosten”, zegt Man.

“Ik wilde jullie de koepel van de basiliek tonen, want het plafond laat de enorme verandering zien die de Reformatie ook binnen de Rooms Katholieke kerk in Holland heeft teweeg gebracht. Zullen wij naar binnen gaan?”, vraagt Narrator.

Carla, Man en Narrator lopen naar de Basiliek en gaan naar binnen.

“Het plafond van de koepel toont geen geschilderde samenvatting van het Katholieke geloof geordend naar de Middeleeuwse Scholastiek met een Goddelijke drie-eenheid, een wereldbeeld en een hemel. Deze koepel toont alleen de afbeeldingen van de vier evangelisten van het Nieuwe Testament en daarmee een verwijzing naar het Woord van God waarin de Zoon van God naar de aarde is gezonden voor het heil van de gelovigen. Volgens de schildering van deze koepel vormen de vier evangelisten de verbinding tot het Goddelijke licht. De verwijzing naar het Woord van God – dat de toeschouwer na de opkomst van de boekdrukkunst zelfstandig tot zich kon nemen – heeft in deze schildering van de koepel de plaats ingenomen van het beeldverhaal in de koepels van de kerken in Florence. Deze verandering in de beschildering van de kerkkoepel met de afbeelding van het zelf/Zelf volgens de Middeleeuwse Scholastiek in de Florentijnse kerken naar de afbeelding in deze koepel van tussenpersonen die verwijzen naar het licht van de Ander – de onzichtbare God –, toont overeenkomsten met de derde revolutie in de wetenschappelijke ontwikkeling [12] met een verwijzing naar de onbevangen en waardevrije weergave van het licht van de Ander – in dit geval de Goddelijke drie-eenheid”, zegt Narrator.

“Ook in deze Basiliek komt het licht van boven. Met het licht als hoop voor de opstanding toont de koepel zelf de voortdurende opstanding. “Et lux perpetua luceat eis – en laat eeuwig licht op hen schijnen [13]”, zegt Man.

“Op wie schijnt het eeuwig licht? Laten wij deze vraag rusten tot later op onze zoektocht. In Holland ben ik een vrouw uit het Zuiden, in Florence ben ik een vrouw uit het Noorden. Hoewel ik deze koepel ook overdadig vind, voel ik mij in deze kerk meer thuis dan in de overdadige kerken in Zuid Europa”, zegt Carla.

“Goede vraag met vele antwoorden waar hard om gestreden is. Zovelen dachten het Goddelijk licht exclusief in pacht te hebben waarbij andere lichtpunten met vuur en zwaard uitgedoofd moesten worden. Zullen wij naar de Ronde Lutherse kerk aan de Singel gaan om de invloed van de Reformatie op het Protestantisme te zien”, zegt Narrator.

Amsterdam_Koepel_Nicolaas_Kerk[14]

Terwijl Carla, Man en Narrator naar van Prins Hendrikkade naar de Singel lopen, vraagt Narrator aan Man: “Met welk Boeddhistisch vraagstuk ben jij nu bezig?”.

“Met een – op het eerste gezicht – heel eenvoudig vraagstuk met de metafoor van Indra’s Net in gedachten:

Vraag: “Wanneer ontstaan en verdwijnen onophoudelijk doorgaan, wat dan?”

Antwoord: “Wiens ontstaan en verdwijnen?”

 

En een deel van het bijbehorende vers:

Scheiden van verstrengelde ranken

ontstaan en verdwijnen in overvloed – wat is het? [15]

Dit vraagstuk is zeer goed van toepassing op de Reformatie gedurende de 80 jarige oorlog in Holland; wiens ontstaan en verdwijnen vond plaats tijdens deze Reformatie. Wat is “Het” scheiden van de verstrengelde ranken – ontstaan en verdwijnen in overvloed – van het Christelijk geloof in Holland? Ik weet het niet; “Mysterium est magnum, quod nos procul dubio transcendit” of “Het Mysterie is groot, dat ons zonder twijfel overstijgt” [16]“, zegt Man.

“Leven bestaat uit veranderen, maar wanneer alles voortdurend verandert, dan blijft verandering als vaste constante. Hiermee hebben wij meteen de contradictio in deze redenering – en in dit uitgangspunt – vermeld”, zegt Carla.

“Ik ben daar niet zo zeker van. Het commentaar bij dit vraagstuk stelt: “De constante beweger is niet waar te nemen” en: “Als jij – het Goddelijke licht? – daarmee instemt, dan ben jij de zintuigen nog niet ontstegen, maar als jij er niet mee instemt dan ben jij gebonden aan leven en dood[17]. Dit is een lastig vraagstuk; dit lijkt op het dilemma van het ware geloof en de directe relatie met God waarmee de gelovigen in Holland tijdens en na de Reformatie voortdurend hebben geworsteld. Daar zien wij de Ronde Lutherse Kerk als een burcht in de vorm van een donjon. De Lutheranen was het niet toegestaan om een kerk met een toren in Amsterdam te bouwen”, zegt Narrator.

Amsterdam_Ronde_Lutherse_Kerk[18]

“Deze Lutherse kerk doet mij denken aan een kerkelijk gezang dat ik op het Gymnasium in Rotterdam heb geleerd: “Een vaste burcht is onze God. Een toevlucht voor de zijnen” en “De vijand rukt vast aan met opgestoken vaan”. Tegen het einde van het gezang komt de strofe: “Gods woord houdt stand in eeuwigheid en zal geen duimbreed wijken”. Laten wij dit toevluchtsoord betreden”, zegt Man.

 

“De plattegrond van de kerk laat zien dat de kerkgangers als gemeente in een kring hun aandacht gericht hebben op de voorganger van de dienst: ook deze menselijke gemeenten heeft een voorganger nodig als persoon in het midden om het onderlinge vertrouwen te vestigen en te bestendigen. De kerk kent geen afbeeldingen, ook geen afbeelding van een Christelijk kruis in de plattegrond.

Plattegrond Ronde Lutherse Kerk Amsterdam

[19]

 

In deze kerk zijn de rituelen en de preek in beelden overgegaan in de preek van Gods woord. In deze kerk zingt geen koor op de achtergrond, maar de gemeente zingt uit volle borst. De uitingen van geloof zijn van afbeeldingen, verwijzingen, associaties en personen in het midden als bemiddelaar voor een relatie met God overgegaan in een verinnerlijking van Gods woord en het gezamenlijk aanheffen van liederen, In deze kerk is het van belang om binnen Gods burcht met uitverkorenen een directe relatie met God te hebben, waarbij de voorganger de gemeenschappelijke relatie met God verwoordt”, zegt Narrator.

 

“Deze Ronde Lutherse Kerk toont mij een burcht – een schuilplaats en een besloten samenkomst – voor de getrouwen en een afwijzen van en angst voor ongelovigen en andersdenkenden. De Basiliek van de Heilige Nicolaas verwijst mij ook via de Evangelisten naar Gods woord, maar is afstandelijker in de verwijzing naar God en opener als Christelijk baken voor buitenstaanders. Dit laatste kan te maken hebben met mijn Katholieke opvoeding in Zuid Limburg”, zegt Carla.

 

“Vanavond wil ik jullie een korte beschrijving geven van de 13e eeuwse abt Emo van Bloemhof  als contrast met de Reformatie tijdens de 16e Eeuw in Holland”, zegt Narrator.


[1] Zie ook: Origo, Jan van, “Wie ben jij – Een verkenning van ons bestaan, Vijf gangbare werkelijkheden – Feiten en logica”, Amsterdam: Omnia – Amsterdam Uitgeverij, 2013, p. 165

[2] Zie ook: http://en.wikipedia.org/wiki/Nature_Boy. John Coltrane heeft met zijn kwartet een uitvoering van dit lied op LP gezet. Een recente (onrechtmatige?) opname van dit lied is te beluisteren via de volgende hyperlink: http://soundcloud.com/lennart-ginman/nature-boy-live-recording-eiv

[4] In het Sanskriet – de taal van de goden in de wereld van mensen – betekent “man” onder andere “denken, geloven en waarnemen”.

[5] In het woord priester zijn de woordkernen “pŗ”, “ish” en “tr” te herkennen die in het Sanskriet respectievelijk “in staat tot, beschermen of levend houden”, “God of Hoogste Geest” en “oversteken, overbrengen” betekenen.

[12] Zie voor een beschrijving van deze derde revolutie in de wetenschappelijke ontwikkeling: Origo, Jan van, “Wie ben jij – Een verkenning van ons bestaan, Vijf gangbare werkelijkheden – Feiten en logica”, Amsterdam: Omnia – Amsterdam Uitgeverij, 2013, p. 50 en 51.

[13] Strofe uit de Rooms Katholieke requiem mis. Zie ook: http://en.wikipedia.org/wiki/Music_for_the_Requiem_Mass#Communion

[15] Zie: Cleary, Thomas, Book of Serenity – One Hundred Zen Dialogues. Bosten: Shambhala, 1998, p. 183 – 186

[16] Uit encycliek de Ecclesia de Eucharista van Paus Johannes Paulus II. In het woord “Eucharista” zijn te herkennen “Eu” dat in het Grieks “goed” betekent, “car” uitgesproken als “char” dat in het Sanskriet “bewegen” betekent en “īś”uitgesproken als “ish” dat in het Sanskriet “in staat tot” en “het opperste wezen/ziel” betekent. Zie ook: Origo, Jan van, Wie ben jij – een verkenning van ons bestaan – deel 1. Amsterdam: Omnia – Amsterdam Uitgeverij, 2012 p. 166 en Origo, Jan van, “Wie ben jij – Een verkenning van ons bestaan, Vijf gangbare werkelijkheden – Feiten en logica”, Amsterdam: Omnia – Amsterdam Uitgeverij, 2013, p. 127

[17] Zie: Cleary, Thomas, Book of Serenity – One Hundred Zen Dialogues. Bosten: Shambhala, 1998, p. 183

[19] Bron afbeelding: Google afbeeldingen uit: Jaarboek Monumentenzorg 1990, Zwolle: Waanders Uitgevers, 1990

Advertenties

Vijf gangbare werkelijkheden – feiten en logica 5


Carla, Man en Narrator zitten in het restaurant voor hun diner. Zij hebben hun drankjes en menukaart gekregen.

“Proost, op de voortgang van onze zoektocht. Zijn jullie tevreden tot nu toe”, zegt Man.

“Deels. De eenheid – en ook de binding tussen de ander met het alomvattende – is goed aan bod gekomen, maar de ander als entiteit blijft onderbelicht. Misschien kunnen wij daar meer aandacht aan geven”, zegt Narrator.

“Misschien heb ik tot nu toe teveel nadruk gelegd op het “Ene Alomvattende”. Dat komt waarschijnlijk door mijn levensloop met veel gedwongen scheidingen. De laatste jaren ben ik veel – mogelijk teveel – aandacht gaan geven aan de binding tussen alle gebeurtenissen in mijn leven. Wat vindt jij Carla”, zegt Man.

“Tijdens mijn inleiding tot de geordende chaos zal ik meer aandacht besteden aan de ander; bij een overzicht van de ontwikkeling binnen de wetenschap in een vogelvlucht is dat nodig. Vullen jullie mij aan vanuit jullie achtergrond en denkkader. Maar laten wij eerst onze maaltijd bestellen”, zegt Carla.

Carla, Man en Narrator maken hun keuze uit het menu en bestellen hun avondmaal.

“Er kan op vele manieren een overzicht worden gegeven van de ontwikkeling van de wetenschap – die in onze tijd is gecumuleerd in een geordende chaos. Er zijn vele boeken met uitstekende inleidingen over het ontstaan van logica, wiskunde, natuurkunde, sterrenkunde en andere wetenschappen. Mijn inleiding is persoonlijk en is zeker vatbaar voor kritiek; een kenmerk van wetenschap volgens Popper en Kuhn [1]. Ik denk dat wetenschap is begonnen toen mensen duiding zijn gaan geven aan hun leefomgeving opdat zij hun overlevingskansen kunnen vergroten door grip te krijgen op omstandigheden en tastbare zaken [2]. Waarschijnlijk hebben mensen in eerste instantie deze duiding proberen te geven door middel van rituelen zoals jagerverzamelaars zich binnen rituelen identificeren met hun prooi [3], herders-volkeren via de vee-cyclus [4] en via de verering van het gouden kalf in het Oude Testament hun kudden wilde bestendigen en vergroten, en landbouwers via tijdsbepaling met bijbehorende rituelen in het jaar het moment voor het zaaien en oogsten vastlegden. Tegelijkertijd met duiding hebben mensen ook magische krachten toegekend aan rituelen waardoor rituelen de gewenste omstandigheden konden bewerkstelligen. Deze creatieve daad van zinneming en zinneming [5] door middel van rituelen was een eerste revolutie in de wetenschappelijke ontwikkeling van mensen; restanten van deze revolutie zien wij vandaag nog steeds in het gedrag en rituelen binnen onze samenleving, bijvoorbeeld bij wendingen in het persoonlijke en openbare leven en bij jaarfeesten.

feiten en logica 51[6]

De tweede revolutie in de wetenschappelijk ontwikkeling van mensheid bestond uit een verschuiving van de aandacht van het verkrijgen van gewenste omstandigheden of zaken door middel van het verrichten van rituelen naar een begrip – en onderzoek – van het leven van de mens op aarde; het zelf/Zelf werd onderwerp van onderzoek. In de Westerse wereld werd een tijdelijk samenhangend hoogtepunt bereikt binnen de Middeleeuwse Scholastiek, die met de filosofie – in die tijd direct verbonden met de theologie – de gehele menselijk leefwereld volkomen verklaarde en duiding gaf; het leven stond in dienst van God, diens schepping en het hiernamaals bij voorkeur in de hemel of in de hel bij een slecht leven. In India rond 600 v. Chr. mondde deze aandacht uit in de Upanishads met de nadruk op het “Zelf/Ene” als eenheid [7] en het leven was onderwerp van meditatie.

feiten en logica 52[8]

De derde revolutie in de wetenschappelijk ontwikkeling van de mensheid bestond uit de verschuiving van het centrale “Zelf/Ene” – of God binnen de Middeleeuwse Scholastiek waarin alles op de een of andere wijze rechtstreeks mee in verbinding stond – naar een zelfbewustzijn van het individu en naar “de ander” die bestaat uit de andere mensen, de omgeving, de omstandigheden en de tastbare zaken. In de Westerse wereld werd wetenschap – en later de filosofie – van de Godsdienst gescheiden opdat het wetenschappelijke onderzoek zich onbevangen, (waarde-)vrij van dogma’s en gericht op feiten en logica kon ontwikkelen. In de Renaissance stelde de mens de wetenschap in eerste instantie voor als een uurwerk waarin de onderlinge raderen en beweging ontdekt moesten worden, waaruit vervolgens de leefomgeving en de loop der dingen verklaard konden worden [9]. Vervolgens probeerde wetenschappers wiskundige vergelijkingen voor alles te achterhalen [10]. De eerste ontwikkelingen waren zo indrukwekkend dat de mensheid deze vergelijkingen uit de klassieke mechanica [11] nog steeds gebruikt om ruimtevaartuigen uiterst nauwkeurig te besturen.

feiten en logica 53[12]

Daarna werd de kennis over het oplossen van wiskundige vergelijkingen een belemmerende factor: een aantal lineaire (differentiaal-) vergelijkingen waren verhoudingsgewijze eenvoudig op te lossen. De wetenschap probeerde de leefomgeving onder ideale omstandigheden (zonder wrijving, tegenwind waarbij al het onbekende was samengevat in constanten) te beschrijven in lineaire vergelijkingen waarvan de oplossing bekend was, net alsof onze leefwereld alleen bestaat uit gecultiveerde Franse tuinen.

feiten en logica 54[13]

Tot ruim honderd jaar geleden was de ontwikkeling van de wetenschap zo veelbelovend dat alleen nog enkele kleine onvolkomenheden – zoals de vraag hoe de zwaartekracht wordt overgedragen en de vraag of licht bestaat uit deeltjes of uit golven – oplossing behoefden. De eerste scheuren in deze verwachting ontstonden nadat bleek dat licht tegelijkertijd bestond uit deeltje èn uit lichtgolven, dat binnen de kwantummechanica de snelheid en de plaats van deeltjes niet tegelijkertijd nauwkeurig bepaald konden worden, en dat uitkomsten binnen de relativiteitstheorie afhankelijk waren van de wijze van waarnemen.

Deze scheuren groeiden uit met de constatering dat onze dagelijkse leefomgeving voor een belangrijk deel bestaat uit niet-lineaire differentiaalvergelijkingen die niet oplosbaar zijn en vaak alleen benaderd kunnen worden. Bovendien bleken zelfs eenvoudige modellen – zoals het drielichamenprobleem [14] in de ruimte – uiterst complex en alleen in bijzondere eenvoudige omstandigheden oplosbaar. Daarnaast vertoonden eenvoudige modellen – zoals een dubbele staafslinger [15] – een chaotisch karakter waarbij de uitkomsten in de loop van de tijd enorm konden verschillen bij minieme verschillen in de begintoestand.

Ik zie dat onze maaltijd wordt geserveerd. Later ga ik verder”, zegt Carla.

“Bij het aanhoren van jouw inleiding valt het mij op dat de Mahābhārata een vergelijkbare revolutie ten opzichte van Upanishads – die zich richten op het Ene/Alomvattende – heeft veroorzaakt. In de Mahābhārata wordt de aandacht verlegd naar de ander/zelf in relatie tot de Ene/Zelf, waarin niets kan worden begrepen losstaand van de rest. Het Zelf is een wezen in relatie met zichzelf en op het zelfde moment is het Zelf een wezen ten opzicht van de ander en hiermee wordt het eigen leven verbonden met het leven van de ander [16]. De wijze waarop deze aandacht in de Mahābhārata wordt verlegd, is meer gericht op uitleg en beschrijven van het leven en minder gericht op beheersing en grip of de leefomgeving”, zegt Narrator.

“Bij jouw inleiding moet ik denken aan de titel van een dichtbundel van Rutger Kopland:

Wie wat vindt,

heeft slecht gezocht. [17]

en aan een uitspraak van Prof. Dr. W. Luijpen in zijn colleges aan de Technische Universiteit in Delft:

Bewijzen is dwingend doen kennen dat een ander door de knieën gaat.

Misschien iets om over na te denken bij het vervolg van onze zoektocht”, zegt Man.

“Interessante gedachten; op het dwingend doen bewijzen kom ik terug bij het denkraam van de strijder, maar laten wij eerst van onze maaltijd genieten”, zegt Carla.

“Eet smakelijk”, zeggen Man en Narrator vervolgens.


[1] Zie ook: Nārāyana, Narrator, Carla Drift – Een Buitenbeentje, Een Biografie. Omnia – Amsterdam Uitgeverij, 2012, p. 34

[2] Zie ook: Origo, Jan van, Wie ben jij – Een verkenning van ons bestaan – 1. Omnia – Amsterdam Uitgeverij, 2012, p. 103. Zie ook: Calvin, William H., De Rivier die tegen de Berg opstroomt – een reis naar de oorsprong van de aarde en de mens. Amsterdam: Bert Bakker, 1992

[3] Zie ook: Eliade, Mircea, A History of Religious Ideas, Volume I, Chicago: The University of Chicago Press, 1982, p. 5 en Origo, Jan van, Wie ben jij – Een verkenning van ons bestaan – 1. Omnia – Amsterdam Uitgeverij, 2012, p. 111 – 112

[4] Origo, Jan van, Wie ben jij – Een verkenning van ons bestaan – 1. Omnia – Amsterdam Uitgeverij, 2012, p. 33 – 34 en 94 – 95

[5] Zie ook voor de “creatieve daad van zinneming en zinneming”: Merleau-Ponty, Maurice, Fenomenologie van de waarneming. Amsterdam: Boom, 2009

[6] Bron afbeelding: http://nl.wikipedia.org/wiki/Gouden_kalf_

(Hebreeuwse_Bijbel)

[9] Zie ook: Stewart, Ian, Does God Play Dice? London: Penguin Books, 1992², p. 5 – 8

[10] Zie ook: Stewart, Ian, Does God Play Dice? London: Penguin Books, 1992², p. 18 – 33

[16] Bron: Badrinath, Chaturvedi, The Mahābhārata – An Inquiry in the human Condition. New Delhi: Orient Longman Private Limited, 2006, p. 530

[17] Bron: Kopland, Rutger, Verzamelde gedichten. Amsterdam: Uitgeverij G.A. van Oorschot, 2010, p. 103

Vijf gangbare werkelijkheden – feiten en logica 4


“Mag ik – voordat jij ons meer gaat vertellen over de georganiseerde chaos en het denkraam van de strijder – terugkomen op onze discussie van gisteravond?”, vraagt Man aan Carla.

“Dat is goed, het is beter om een onderwerp af te ronden”, zegt Carla.

“Gisteravond las ik in de bundel van Boeddhistisch vraagstukken (een recente uitgave van de bundel die Narrator van zijn Amerikaanse vriend als afscheidscadeau had ontvangen) de passage “Alle voelende wezens hebben een actief bewustzijn, grenzeloos en vaag zonder fundament ter ondersteuning”. Als voorbeeld wordt genoemd:

Wanneer een monnik voorbijkomt en hij wordt aangesproken met “Hé, jij”, dan zal deze monnik meteen zijn hoofd naar de spreker draaien. Wanneer deze monnik vervolgens aarzelt bij de tweede vraag “Wie ben jij?”, dan heeft deze monnik een actief bewustzijn, grenzeloos en vaag zonder fundament ter ondersteuning”.

Deze fundamentele staat van onwetendheid is – volgens dit vraagstuk – de onveranderlijke kennis van alle boeddha’s. Het vers bij dit vraagstuk luidt:

Een roep en men draait haar/zijn hoofd – Ken jij de zelf/Zelf of niet?

Vagelijk, als de maan [1] door de klimop, een wassende maan op dat moment.

Het kind van de rijkdom, zodra zij/hij valt

Op de grenzeloze weg van behoeften, heeft veel zorgen. [2]

feiten en logica 41.jpg[3]

Bij het lezen van dit vraagstuk en vers moest ik denken aan onze laatste discussie over onder andere God als “een ander, een vreemde”, die is gescheiden van “het onuitsprekelijke”, “de opperste verbazing”, “de ultieme vraag die woorden te boven gaat”. Waren God, de mensen en alles om ons heen voor de scheiding [4] in deze fundamentele staat van onwetendheid, zoals een gezond menselijk lichaam zonder kwalen ook een samenhangend geheel vormt zonder afzonderlijke onderdelen?  Hadden zij een fundament ter ondersteuning en welk fundament was dit, of was het ontbreken van een fundament de bron van een actief bewustzijn, grenzeloos en vaag? Ik weet het antwoord op deze vragen niet. En – na de val, na de scheiding – waaruit komt de grenzeloze weg van behoeften met vele zorgen voort? Heschel vervolgt zijn essay “Man is not alone” [5] met de onderwerpen: “geloof”, “één God”, “aan het geloof voorbij”, “streven naar eenheid”, en “gewone daden zijn avonturen”. Zou Heschel de strofe “Een roep en men draait haar/zijn hoofd” uit het Boeddhistische vraagstuk hebben gezien in de categorie “gewone daden zijn avonturen”? Ik denk het wel; maar zou hij uiteindelijke “Een roep” en “men draait haar/zijn hoofd” als “een” of als “gescheiden” hebben gezien? Ik zie het vagelijk als een wassende maan door de klimop”, zegt Man.   

“Bij de passage “grenzeloos en vaag zonder fundament ter ondersteuning” uit het Boeddhistisch vraagstuk denk ik aan “śūnya” – dat “leeg” betekent – uit de Hart Sūtra [6] waarin “vorm gelijk is aan leegte zoals leegte gelijk is aan vorm”; in leegte is geen Dharma – of wereldorde of plicht. Nu nodig ik jullie uit om de Cappelle Medicee [7] in de Basilica van San Lorenzo [8] te bezoeken. Deze kapel gelegen achter de Basiliek is een symbolisch mausoleum als praalgraf voor een deel van de familie van de Medici. Deze familie was een “kind van de rijkdom in de Renaissance dat zodra zij viel op de grenzeloze weg van behoeften, veel zorgen heeft gekend”. Het mausoleum geeft in mijn ogen de immensheid en verkilling van de zorgen van deze familie prachtig weer”, zegt Narrator.

Carla, Man en Narrator bezoeken de Cappelle Medicee.

feiten en logica 42.png[9]

Weer buiten vervolgen zij hun discussie op een bank op het Piazza di Madonna degli Aldobrandini.

“Alles in de Cappelle Medicee is erop gericht om afstand te scheppen tot de toeschouwer. Ik verwacht dat in het verleden alleen genodigden door de familie werden toegelaten tot dit symbolisch praalgraf. Ik denk dat dit mausoleum tot doel had om het nageslacht van de Medici eraan te herinneren waaraan zij hun rijkdom te danken hadden en om bezoekers te tonen welke “kinderen van rijkdom” hier herdacht worden. Bij ieder graf in het mausoleum heb ik mij afgevraagd “Wie ben jij?” en “Ken jij de zelf/Zelf of niet?”. Ik denk “Vagelijk, als de maan door de klimop”, maar de overvloed aan de vele soorten van “klimop” zal het zicht op de maan niet bevorderen”, zegt Man.

“Zullen wij nu Basilica van San Lorenzo bezoeken? De buitenkant is gesloten, maar ook bij deze basiliek wordt de pracht binnen getoond”, zegt Narrator.

feiten en logica 43[10]

feiten en logica 44 [11]

“Ik ben blij dat wij de discussie hebben voortgezet, want hierdoor – en zeker na het bezoek aan de basiliek – ontstaat een mooie opstapje naar het ontstaan van een scheiding tussen wetenschap en religie in de Renaissance. De overgang in stijl van de koorkoepel naar het plafond van de hoofd- en zijbeuken toont de wens om de wetenschap gebaseerd op Middeleeuwse Scholastiek te gaan veranderen in een ordelijke wetenschap die alles keurig verklaard wanneer wij de grondbeginselen maar juist kennen en toepassen. Mag ik de volgende keer hierop verder gaan, want ik moet nu rusten?”, zegt Carla.

feiten en logica 45[12]

“Graag”, zeg Man.

“Tijdens het avondeten?”, zegt Narrator.

“Dat is goed”, zegt Carla.


[1] Zie ook: Drift, Carla, Man Leben – Een Leven, Een Biografie. Omnia – Amsterdam Uitgeverij, 2012, p. 71 – 72

[2] Vrije weergave van een deel van het vraagstuk “Guishan’s Active Consiousness” uit: Cleary, Thomas, Book of Serenity – One Hundred Zen Dialogues. Bosten: Shambhala, 1998 p. 163 – 166.

[4] Zie ook: De parabel van Adam en Eva verstoten uit het paradijs na de zondeval in Hoofdstuk 3 van Genesis in het Oude Testament.

[5] Zie: Heschel, Abraham Joshua, Man is not alone – A Philosophy of Religion. New York: Farrar, Straus and Giroux, 1951. Zie ook: http://nl.wikipedia.org/wiki/Abraham_Joshua_Heschel. In “The Long Discourses of the Buddha. Massachusetts: Wisdom Publications, 1995 p. 38-39” worden 32 verblijfplaatsen genoemd voor voelende wezens; waarvan 22 verblijfplaatsen voor Goden. Zijn binnen dit denkraam Goden ook “kinderen van rijkdom”?

[6] Zie: Leben, Man, Narrator – Een Weg. Amsterdam: Omnia – Amsterdam Uitgeverij, 2013, p. 110 – 112