Tagarchief: Mumonkan

Weg van de leegte


Halverwege de middag – wanneer de boot vrijkomt bij het opkomen van het hoogtij – licht Narrator het anker. Carla en Man hijsen de zeilen en met een briesje uit het westen varen zij met de stroom mee terug in de richting van Lauwershaven.

“Waar zullen wij vanavond aanleggen?”, vraagt Narrator aan Man.

“Als het meezit ten zuidoosten van Ameland. Wij kunnen dan morgen aan het einde van de ochtend – ruim voor de opkomst van de weersomslag – terug zijn in de jachthaven bij Lauwersoog”, zegt Man

“Jij bent tijdens het zeilen volkomen thuis op deze boot: het lijkt wel of de boot, de golven, de wind en jij volkomen met elkaar vergroeid zijn. Ik herken dit, want terugkijkend op mijn leven ben ik altijd volkomen thuis in geweest in mijn vier afzonderlijke incarnaties [1]: zij hebben mij altijd gepast zoals het linker oog en de linkerhand samengaan met het rechteroog en de rechterhand. In mijn derde incarnatie als rondtrekkende Bhikṣu in Europa – waarin ik de jaarlijkse trek van de vogels tussen Zuid en Noord Europa volgde – ben ik tijdens mijn omzwervingen volkomen opgegaan in leegte van meditatie. Mijn gevoel voor tijd was verdwenen: ik leefde in een tijdloze oneindigheid. Als ik jou ontspannen en geconcentreerd zie varen, dan ontwaar ik volkomen natuurlijke meditatie in actie: de boot gaat – met hulp van kleine stuurbewegingen en zeilbewegingen – als vanzelf soepel over de golven”, zegt Narrator.
“Voor mij is zeilen een vorm van mediteren; ik zeil al heel lang. Als middelbare scholier wilde ik graag zo snel mogelijk zeilen en zonder snelheidsverlies de boot spectaculair door de golven laten snijden. Nu laat ik de wind en de golven samen met de boot en de zeilen het werk doen; ik stuur alleen af en toe wat bij, net zoals ik tijdens meditaties gedachten die blijven hangen, laten wegdrijven”, zegt Man.

“Het gaat jou erg gemakkelijk af”, zegt Narrator.

“Dat is voor een deel waar, ik moet mijn aandacht erbij houden en mijn gedachten zijn gericht op de koers die wij willen varen en op de ondiepten die wij moeten ontwijken. Mediteren op een kussen is voor mij oneindig veel eenvoudiger”, zegt Man.

“Voor mensen is dit waar. Ik vraag mij of dit voor andere wezens ook zo is. Een Boeddhistische leraar vergelijkt mediteren met het zitten van een kikker [2]. Voor een kikker is zitten een alledaagse bezigheid. Deze leraar zegt vrij vertaald:

”Wanneer jij volkomen jezelf bent, dan zie jij de dingen zoals ze zijn en jij wordt één met jouw omgeving”.

In het leven van alledag zie ik de mensheid veelal met een klein deel van zichzelf bezig zijn. Hierdoor verliezen zij het zicht op de dingen zoals zij zijn – zij verwarren een golf met de oceaan – en vervreemden daarmee van hun omgeving.
Kikker[3]
Voordat wij namiddag wegvoeren, zag ik het hoogtij in golven komen opzetten; bij het zien van het samenspel van golven en schelpen op het wad, ontstond de haiku:

In iedere golf:
niets ontstaat en vergaat;
Schelp in de branding

Misschien komt deze haiku wel voort uit het gedicht “Shell” van de Japanse dichter Shinkichi Takahashi, vrij weergegeven in het Nederlands:

“Niets, niets wordt geboren en sterft”, zegt de schelp steeds weer
Vanuit de diepte van haar leegte.
Haar lichaam meegenomen in het tij
Slaapt zij in het zand, droogt in het zonlicht en baadt in het maanlicht [4].
Niets van doen met de zee of iets anders.
Steeds weer verdwijnt zij in iedere golf [5]

Sinds ik 30 jaar geleden in Stockholm bij het ontluiken van de voorjaarsbloesem afscheid heb genomen van mijn geliefde [6], draag ik dit gedicht met mij mee”, zegt Narrator.

“De haiku en het gedicht geven mijn beleving van uniciteit – in eenheid en uniekheid – tijdens het zeilen goed weer”, zegt Man.

“Bijna altijd wanneer ik bezig ben met slechts één activiteit, ervaar ik dit gevoel van eenheid. Bij het verrichten van verschillende dingen tegelijkertijd – bijvoorbeeld: het snel moeten pakken voor een reis en daarbij ook nog allerlei praktische zaken moeten afhandelen, zoals rekeningen betalen, mensen opbellen, enz., vervliegt mijn ervaring van uniciteit in de kruisdeining bij het verdelen van mijn aandacht”, zegt Carla.

“Nu de boot zo mooi schommelt, ga ik weer slapen. Zouden jullie mij aan het begin van de avond wakker willen maken? Of nee, maak mij wakker wanneer de boot weer is droog gevallen bij laagtij”, zegt Narrator.

Man zeilt met hulp van Carla tot de voorgenomen aanlegplaats. Daar halen Carla en Man de zeilen neer, zij laten het anker vallen en de boot valt droog. Carla wekt Narrator zoals beloofd.

“Jij hebt de lamp al in het keukentje al aangestoken. Zal ik de broodmaaltijd voor vanavond klaarmaken? Wat willen jullie erbij drinken? Ik heb nog een laatste fles rode wijn”, zegt Carla.

“Lekker, volgens mij hebben wij nog genoeg brood en beleg voor vanavond en morgen”, zegt Man.

“Ik zou graag eerst wat water willen drinken, hebben wij daar nog genoeg van?”, vraagt Narrator.

“Nog genoeg voor ruim twee dagen”, zegt Man.

“Voordat ik ging slapen, bedacht ik mij dat ik vanmiddag tijdens ons gesprek tijdens het zeilen het leven van alledag tekort heb gedaan. Een Boeddhistisch vraagstuk gaat in op het grote belang van het leven van alledag. Het vraagstuk gaat als volgt:

Een leerling [7] vraagt aan de leraar: “Wat is de weg (Tao)?”. De leraar antwoordde: “Het leven van alledag [8] is de weg”. De leerling vraagt: “Moet is mij erop richten of niet?”. De leraar antwoordt: “Als je erop richt, dan ga je er tegenin”. De leerling vraagt: “ Als ik mij er niet op richt, hoe kan ik dan weten dat het de weg is?”. De leraar antwoordt: “ De weg kent geen weten of niet-weten. Weten is een illusie, niet-weten is een leeg bewustzijn. Wanneer jij de weg realiseert [9], dan ervaar jij de weg als uitgestrekt en grenzeloos als het oneindig lege firmament. Hoe kan de weg vervat worden in begrippen als goed en verkeerd”. Met dit antwoord werd zijn bewustzijn als de volle maan. [10]

Maan eenMaan twee[11]
En het gedicht bij dit vraagstuk luidt:

Bloemen in de lente, de maan in de herfst,
Een koele bries in de zomer, en sneeuw in de winter;
Als er geen ijdele versluiering in het bewustzijn is,
Dan is dit het goede seizoen.

Naar aanleiding van dit gedicht heb ik de volgende haiku gemaakt:

Ieder jaargetij
Zonder versluieringen
Het goede seizoen

In dit vraagstuk wordt op alle manieren de weg – van de leegte, van het Alomvattende Eén en van het leven van alledag – geduid”, zegt Narrator.

“Dit is een beroemd vraagstuk uit de Mumonkan [12] – in het Engels de “Gateless Gate – de Poortloze poort of de Poort van de Leegte waardoor ieder onderscheid binnen het Alomvattende Eén of het “heel-zijn” van Martin Heidegger wordt opgeheven. Via dit vraagstuk heeft een Boeddhistisch leraar zijn verlichting gerealiseerd: de stem van deze leraar klinkt nog steeds overal in door. Een leerling van deze leraar werd een keer geconfronteerd met een bekende uitspraak van deze leraar, waarop de leerling zei: “Mijn leraar heeft dit nooit gezegd. Wilt u niet roddelen over mijn leraar”. Volgens mij doelt deze leerling op de universele leraar onafscheidelijk opgenomen in Alomvattende Eén waarmee ook zijn vroegere leraar volkomen mee samenvalt [13].

Met het noemen van de “Gateless Gate” bedenk ik mij dat wij zijn aangekomen bij de mantra in de Hart Sūtra. Kun jij de betekenis van deze mantra in het Sanskriet uitleggen”, vraagt Man aan Narrator.

“Lekker de kaas bij het brood. Kun jij mij nu wat wijn inschenken?”, vraagt Narrator aan Carla.

“Graag”, zegt Carla.

“De wijn smaakt prachtig bij de kaas en het brood. Het proeft als een nagerecht op deze korte bootreis.
De Hart Sūtra is een van de weinige sūtra’s met een mantra; hieraan kan worden gezien dat het een latere Boeddhistische sūtra is, want mantra’s zijn pas ruim na het ontstaan van het Boeddhisme in India populair geworden [14].

De mantra luidt als volgt:

tadyathā | gate gate pāragate pārasaṅgate bodhi svāhā

Waarin de afzonderlijke woorden de volgende betekenis hebben:

  • “Tadyathā” is samengesteld uit de woorden:
    • “tad” dat “alzo, dus” betekent,
    • “ya”: dit woord zijn wij al eerder zijn tegenkomen in śūnyatā en het betekent “beweger” en “drijfveer”. Mijn vader zei dat “ya” nauw verbonden is met “√yaj” in de betekenis van “offeren”, “geven voor een hoger – Goddelijk/hemels – doel” (misschien ook wel “Gods gave” in wederkerigheid). Ook vertelde hij mij een keer dat “ya” verbonden is met ons woord “ja” als positieve instemming en bevestiging,
    • “yathā” betekent “op deze manier”,
      Hierdoor heeft “Tadyathā” de betekenis: “aldus”. De letterlijke betekenis is: “Alomvattende Eén” of “heel-zijn” hier en nu in al haar glorie – als “godsgave” in volkomen wederkerigheid.
  • Het woord “gate” heeft voor mij een heel speciale betekenis. Ik heb een jaar van mijn leven met mijn geliefde gewoond in de Prästgatan – de priesterstraat – op het eiland Gamla Stan in Stockholm [15]. In het Sanskriet is “gate” niet alleen een vervoeging van het werkwoord “gam” met de betekenis “gaande”, maar het is ook de “locativus of plaats-vervoeging” van het zelfstandig naamwoord afgeleid van het werkwoord “gaan”. Daarbij heeft “gata” de betekenis van: ”verdwenen, verdwenen uit deze wereld, overleden, dood, vervlogen, komen, voortkomen uit, naderen, aankomen, weten, en overal verspreid” [16].

Prästgatan[17]

  • Het woord “para” komt in het Sanskriet in de volgende drie vormen voor met als betekenis:
    • pāra: oversteken, naar de andere kant, naar de andere oever, wachter, vervullen, doorstaan, beëindigen. Verlichting wordt in het Boeddhisme soms met de metafoor “de andere oever” geduid.
    • parā: weg, vandaan
    • para: hoogste, opperste, oud, afgelegen, vreemd en ook soms best of slechts.
      Hier wordt de eerste vorm en betekenis van het woord gebruikt; mijn vader voegde eraan toe dat bij een van de vormen van het woord para, de andere vormen altijd zachtjes meeklinken,
  • Het woord “sam” betekent: “samen, verbinding, intensheid, volledig, en volledig vernietigen”,
  • Bodhi: perfecte wijsheid, verlichte geest,
  • Svāhā: uitroep, uitroep bij offergave of “amen”.

Meestal wordt deze mantra niet vertaald; vrij weergegeven is de betekenis van de mantra:
Aldus, gaande, gaande, gaande voorbij, alles en iedereen samengaande voorbij, verlichting, amen!

Een commentator [18] heeft geschreven dat de eerste “gate” verwijst naar de diepe innerlijk wens om de weg van de Bodhisattva te betreden, de tweede “gate” verwijst naar het verkrijgen van innerlijke rijpheid en de derde “gate” samen met “pāra” naar een volkomen rijpheid – of waarschijnlijk verlichting.

Ik denk dat iedere vorm van “gate” en ieder woord in deze mantra – net zoals ieder woord dat wij spreken – rechtstreeks en zonder onderscheid verwijst naar het Alomvattende Eén of het “heel-zijn” van Martin Heidegger.

Na de mantra volgen in de lange versie van de Sūtra nog enkele bevestigingen voor de waarheid van de inhoud van de Sūtra en een paar lofuitingen voor de aanwezigen; in de korte versie eindigt de Sūtra met de mantra.

Tijd voor nog een boterham en wat wijn”, zegt Narrator.

“Wat kan ik nog toevoegen aan deze inleiding op de Hart Sūtra? Natuurlijk kan op vele details een levens vullende studie worden gemaakt naar inhoud en naar de invloed van deze sūtra. Maar ik denk dat de grootste uitdaging bestaat uit de integratie van de inhoud van deze sūtra binnen ons leven van alledag. Ik doe mijn best, maar ik wordt vaak meegevoerd door de alledaagse beslommeringen en de waan van de dag”, zegt Man.

“De alledaagse beslommeringen en de waan van de dag zijn onderdeel van ons “heel-zijn”: de beslommeringen en de waan van de dag zijn er ook volkomen in opgenomen en zij vragen uiteraard de nodige aandacht – of beter compassie – om een passende plaats in ons “heel-zijn” te hebben zonder alles te gaan overstralen en te verworden tot een Boeddhistische hel. Deze compassie wordt mooi weergegeven in het Engelse woord “All-encompassing One” voor het “Alomvattende Eén” van ons “heel-zijn””, zegt Narrator.

“Tot nu toe heb ik de inleiding gevolgd zonder noemenswaardige aanvullingen te geven, ook omdat ik kennis wil nemen van deze voor mij nieuwe manier van kijken naar leegte. Nu wij aan het einde van de inleiding zijn gekomen, zie ik dat het samengaan van “heel-zijn” en ons alledaagse leven een goede basis voor ethiek geeft; veel ethische beginselen en uitgangspunten van medemenselijkheid zijn op de een of andere manier op deze brede basis gegrondvest.

Deze basis – statisch en dynamisch – begrijp ik verstandelijk. Maar gevoelsmatig heb ik moeite om veranderingen, vernieuwing en veroudering in ons leven in te passen binnen het samengaan van “heel-zijn” en het dagelijkse leven. Daarbij weet ik niet hoe het wonder van “leven” zich verhoudt tot de samensmelting van “heel-zijn” en de waan van alledag via superpositie. Of in een metafoor: hoe verhoudt het hologram van indrukken – die wij hebben – zich tot het geheel samenspel binnen Indra’s net, en daarbij, waar komt het licht binnen Indra’s net vandaan?”, zegt Carla.

“Het wonder van het ontstaan van leven, het licht en de oorsprong van verandering gaat volgens mij ons bevattingsvermogen te boven, hoewel wij er voortdurend middenin staan: net zoals de vis die als laatste water ontdekt hoewel er volkomen in ondergedompeld. Door er volkomen mee verbonden te zijn, doorleven wij het voortdurend en volkomen”, zegt Narrator.

“Wat denken jullie van mijn voorstel: zullen wij “verandering” – het volgende gangbare werkelijkheid op onze zoektocht naar “Wie ben jij” – laten plaatsvinden op een vakantierondreis in Kenia? Het is mijn wens om in mijn leven een keer naar Afrika te gaan, en ik begrijp dat Carla er nog een keer wil terugkeren. Ik kan de reis en het verblijf eenvoudig uit mijn middelen bekostigen. Narrator, ik begrijp dat jij niet naar Afrika kunt reizen door jouw verleden als kindsoldaat en door jouw vroegere rol binnen de werelden van geheime diensten waar jij beiden nog altijd voor op de vlucht bent: misschien moeten wij dit voorstel vergeten”, zegt Man.

Kenia[19]

“Nee, ik denk dat het een heel goed idee is. Ik zou graag een verslag van deze rondreis door het land van mijn moeder en mijn jeugd willen horen. Tijdens het verslag zal ik de nodige aanvullingen geven. In de tussentijd kan ik voorbereidingen maken voor de eerste twee onderdelen “Ishvara” en “Et incarnatus est” van deel drie van de zoektocht. Deze beide onderdelen van deel drie sluiten goed aan op “leegte” in de vorm van “heel-zijn””, zegt Narrator.

“Ik neem dit aanbod graag aan, maar ik heb aarzelingen bij de afwezigheid van Narrator op deze rondreis”, zegt Carla.

“Op afstand reis ik voortdurend met jullie mee: ik adem met jullie adem en ik kijk met jullie ogen. Wanneer jullie niet gaan, dan zal ik niet de lucht van Afrika inademen en ik zal niet met jullie ogen mijn geboortegrond weerzien. Ik ga met jullie mee binnen de leegte van het “Alomvattende Eén”, zegt Narrator.

“Willen jullie nog een laatste slok wijn van het bodempje uit de fles? Misschien moeten Man en ik invulling geven aan onze wens om Afrika te bezoeken”, zegt Carla.

“Laten wij voordat jullie gaan slapen nog de laatste slok van jouw wijn delen bij mijn brood en kaas. En jullie moeten zeker gaan: ik ben benieuwd naar jullie ervaringen en naar de veranderingen die hebben plaatsgevonden”, zegt Narrator.

“Ja, graag nog een laatste slok van jouw voortreffelijke wijn. Wij zullen morgen bij het eerste daglicht wegvaren. Het lijkt mij goed dat Carla en ik vroeg gaan slapen: wil jij mij wakker maken wanneer jij de wacht wil overdragen?”, vraagt Man aan Narrator.

“Ik houd de hele nacht de wacht; ik maak jullie bij het eerste daglicht wakker, want ik kan bij deze heldere sterrenhemel toch niet slapen”, zegt Narrator.

Niet veel later gaan Carla en Man slapen. De volgende ochtend varen zij terug naar de jachthaven bij Lauwersoog. Daar maken zij de boot gereed voor de overdracht aan de vriend van Man.

Halverwege die middag nemen Carla en Man bij de bushalte afscheid van Narrator.

“Ik verheug mij om mijn vriend in Groningen te zien. Ruim 25 jaar geleden waren wij allebei minnaars met een onstuimig leven in Amsterdam, maar nu zijn wij goede vrienden die beiden een gemoedelijk leven leiden: hij als universitair hoofddocent in Groningen en ik als rondreizende monnik. Onze onderlinge passie is vervlogen maar de wederzijdse bewogenheid is gebleven. Wij zijn blij om elkaar weer te mogen zien, veel van onze vrienden hebben het Aids-tijdperk in Amsterdam niet overleefd. Met hem ontmoet ik weer de overleden gemeenschappelijke vrienden van vroeger. Ik wens jullie de komende weken een mooie rondreis in Afrika. Wanneer jullie terug zijn, nemen wij weer contact op”, zegt Narrator.

“Ik zie uit naar jouw ansichtkaart voor de volgende ontmoeting”, zegt Man.

“Ik laat jou weten wanneer ik op Schiphol terug ben. Daar komt de bus naar Groningen. Doe jouw vriend de groeten van mij”, zegt Carla.

“En ook van mij”, zegt Man.

Na het avondeten is de boot gereed voor de overdracht. Met het ondergaan van de zon rijden Carla en Man naar een pension in de buurt om te overnachten.

Waddenzee[20]

In de loop van de volgende ochtend raast een storm over de Waddenzee en jaagt het water voort.

Leegte van de storm
in het water van de zee
Jaagt de golven voort

 

[1] Zie: Leben, Man, Narrator Nārāyana – Een weg – Een Biografie. Amsterdam: Omnia – Amsterdam Uitgeverij, 2013, p. 202
[2] Bron: Suzuki, Shunryu, Zen Mind, Beginners Mind: Informal Talks on Zen Meditation and Practice. New York: Weatherhill, 1980, p. 80
[3] Bron afbeelding: http://nl.wikipedia.org/wiki/Kikkers
[4] De Maan is in het Boeddhisme geregeld een verwijzing naar religie – of naar het Alomvattende Eén.
[5] Bron: Stryk, Lucien & Ikemoto, Takashi, Zen Poetry. Harmondsworth: Penguin Books Ltd, 1981, p.133
[6] Zie: Leben, Man, Narrator Nārāyana – Een weg – Een Biografie. Amsterdam: Omnia – Amsterdam Uitgeverij, 2013, p. 131 – 135
[7] Deze leerling is de latere leraar Zhaozhou Congshen ook bekent als Joshu de naam waarmee hij in Japan wordt aangeduid. Zie ook: http://en.wikipedia.org/wiki/Zhaozhou_Congshen
[8] Vrije vertaling van “The ordinairy way”
[9] Narrator heeft eerder de volgende toelichting bij het “realiseren” gegeven: “Mijn vader heeft via zijn voorouders de betekenis gehoord van het sleutelwoord “realiseren” dat is samengesteld uit “re”, “al”, “Īśe” [dit is de locativus van Īśa waarbij Īśa in het Sanskriet onder meer “God in de goddelijke hemel”, “iemand met almacht” betekent. De klank van Īśa komt overeen met “ich” – het Duitse persoonlijk voornaamwoord eerste persoon enkelvoud] en “eren”. Hierdoor betekent “realiseren” onder meer “steeds opnieuw”, “alles”, “in haar alomvattendheid”, “eren”. Zie ook: : Leben, Man, Narrator Nārāyana – Een weg – Een Biografie. Amsterdam: Omnia – Amsterdam Uitgeverij, 2013, p. 126
[10] Zie ook: Shibayama, Zenkei, The Gateless Barrier, Zen Comments on the Mumonkan. Boston: Shambhala, 2000, p. 140 – 147; Yamada Kôun Roshi, Gateless Gate (Mumonkan). Tucson: The University of Arizona Press, 1990, 93 – 97; Green, James, The Recorded Sayings of Zen Master Joshu. Boston: Shambhala, 1998, p. 11
[11] Bron afbeelding: http://en.wikipedia.org/wiki/Full_moon
[12] De Mumonkan – in Engels meestal vertaald met Gateless Gate – is een verzameling van 48 Zen Koans die door de monnik Mumon zijn samengesteld in de 13e eeuw na Christus.
The character 無 (wú) has a fairly straightforward meaning: no, not, or without.
However, within Chinese Mahayana Buddhism, the term 無 (wú) is often a synonym for 空 (sunyata). This implies that the 無 (wú) rather than negating the gate (as in “gateless”) is specifying it, and hence refers to the “Gate of Emptiness”.
This is consistent with the Chinese Buddhist notion that the “Gate of Emptiness” 空門 is basically a synonym for Buddhism, or Buddhist practice. 門 (mén) is a very common character meaning door or gate. However, in the Buddhist sense, the term is often used to refer to a particular “aspect” or “method” of the Dharma teachings. Bron: http://en.wikipedia.org/wiki/The_Gateless_Gate
[13] Zie ook: Shibayama, Zenkei, The Gateless Barrier, Zen Comments on the Mumonkan. Boston: Shambhala, 2000, p. 262, midden van de pagina; Yamada Kôun Roshi, Gateless Gate (Mumonkan). Tucson: The University of Arizona Press, 1990, 178, laatste alinea
[14] Bron: Lopez, Donald S. – The Heart Sutra explained Delhi: Sri Satguru Publications, 1990 p. 109
[15] Zie ook: : Leben, Man, Narrator Nārāyana – Een weg – Een Biografie. Amsterdam: Omnia – Amsterdam Uitgeverij, 2013, p. 103 – 133
[16] Bron: electronische versie van het woordenboek Monier-Williams – MWDDS V1.5 Beta
[17] Bron afbeelding: http://sv.wikipedia.org/wiki/Pr%C3%A4stgatan
[18] De naam van deze commentator is Śrimahājana. Bron: Lopez, Donald S. – The Heart Sutra explained Delhi: Sri Satguru Publications, 1990 p. 111
[19] Bron afbeelding: http://en.wikipedia.org/wiki/Maasai_people
[20] Bron afbeelding: http://nl.wikipedia.org/wiki/Waddenzee

Advertenties

Narrator – poort in het noorden 2


Het leven met mijn geliefde – die zijn dienstplicht in het Amerikaanse leger tijdens de oorlog in Vietnam had ontdoken en nog steeds in Europa verbleef hoewel hij na het generaal pardon van president Carter in 1977 weer terug kon keren naar de Verenigde Staten [1] – was in Stockholm even vertrouwd als in Amsterdam en het was tegelijkertijd in alle opzichten anders.

Naast het gouden huis in de oude binnenstad van Stockholm had hij ook de beschikking over een prachtig buitenhuis in de scheren archipel aan de kust. In de weekenden en tijdens vrije dagen gingen wij met een bootje naar dit houten huis op een klein eiland. Wij genoten van de prachtige luchten en ’s-nachts sliepen wij buiten als het weer het toeliet. Ik verbaasde mij over de dagen die steeds langer werden.

[2]

Verschillende vrienden van mijn minnaar speelden in jazz-ensembles. Via hen leerde ik de muziek van de groten in de jazz muziek waarderen; mijn favorieten waren het Miles Davis Quintet [3] en John Coltrane [4] met zijn quartet; zijn LP’s met “Joy“, and “A Love Surpreme” – geschreven tijdens de strijd voor gelijke rechten in Amerika waarbij John Coltrane met deze muziek een spirituele eenheid wilde creëren om daarmee een maatschappelijke veranderingen te bewerkstelligen [5] – draaide ik grijs.

[6]

Tijdens enkele oefensessies speelde ik op percussie met een jazz-ensemble; de leden waren zo onder de indruk van mijn spel dat ik die zomer mee mocht spelen tijdens het Stockholm Jazz Festival [7]. Daarna trad ik regelmatig op met wisselende muzikanten in Stockholm en later in Kopenhagen.

Mijn geliefde had zich in Stockholm verdiept in Boeddhisme en meditatie om zo meer inhoud aan zijn leven te geven. Onder zijn invloed ben ik mij langzaamaan gaan verdiepen in de Boeddhistische en Taoïstische kant van de Oosterse wijsheid.  Hij kon mijn hulp bij het leren doorgronden van bronteksten geschreven in het Sanskriet goed gebruiken. Samen bewandelden wij in Stockholm deze weg: hij volgde de inhoud en ik ondersteunde bij de vorm.

Vrijdag en zaterdag voor de laatste week in Juni maakte ik voor het eerst Midzomerfeest in Scandinavië mee. De nacht duurde in Stockholm maar enkele uren en die zaterdag en zondag lag het hele openbare leven stil. Wij waren bij vrienden uitgenodigd en namen deel aan dit traditionele feest.

Enkele dagen na midzomer zijn mijn minnaar en ik in de Godin op vakantie naar de Noordkaap gegaan. Door het bijna verlaten landschap van Noord Zweden – waar je buurman je beste vriend is, omdat er niemand anders in de omgeving woont – reden wij bij het eeuwige licht.

[8]

Net voor de grens met Noorwegen zagen wij de Lapporten. Mijn geliefde noemde het de Lege Poort [9]. Hij vroeg aan mij wat “leeg” in het Sanskriet was. Hierop antwoordde ik “śūnya” [10] dat verwant is aan het Engelse woord “shunt” [11] waarbij een lage parallelweerstand een kortsluiting van een elektrische stroom veroorzaakt. Daarop begon hij een deel van de Hart Sutra te zingen:

De Hart Sutra is te luisteren op: http://www.youtube.com/watch?v=z0jcx9fnoWc

Of beknopt en vrij weergegeven in het Nederlands:

Vorm is gelijk aan leegte zoals leegte gelijk is aan vorm;

Vorm zelf is leegte en leegte zelf is vorm;

Zo ook gevoel, kennis, dingen en bewustzijn.

Aldus Shariputra, alle Dharmas zijn leeg van kenmerken.

Zij worden niet gemaakt, niet vernietigd, niet bezoedeld en zij zijn niet puur;

en zij worden niet groter noch kleiner.

Daarom in leegte is geen vorm, gevoel, kennis, dingen en geen bewustzijn;

geen ogen, oren, neus, tong, lichaam en geest;

geen gezichtsvermogen, geluid, geur, smaak, tastzin en Dharmas;

Ik zei dat de Lege Poort de toegang tot het Nirvana[12] leek. Hij antwoordde dat de Lege Poort ook leeg was van Nirvana en hij straalde [13] als een god. Mijn geliefde is volmaakt gelukkig blijven stralen tot voorbij de Noordkaap.

[14]


[9] De Mumonkan – in Engels meestal vertaald met Gateless Gate – is een verzameling van 48 Zen Koans door de monnik Mumon samengesteld in de 13e eeuw na Christus.

The character 無 () has a fairly straightforward meaning: no, not, or without. However, within Chinese Mahayana Buddhism, the term 無 () is often a synonym for 空 (sunyata). This implies that the 無 () rather than negating the gate (as in “gateless”) is specifying it, and hence refers to the “Gate of Emptiness”. This is consistent with the Chinese Buddhist notion that the “Gate of Emptiness” 空門 is basically a synonym for Buddhism, or Buddhist practice. 門 (mén) is a very common character meaning door or gate. However, in the Buddhist sense, the term is often used to refer to a particular “aspect” or “method” of the Dharma teachings. Bron: http://en.wikipedia.org/wiki/The_Gateless_Gate

Er zijn vier goed verkrijgbare uitgaven in het Engels:

Aitken, Robert, The Gateless Barrier, The Wu-men Kuan (Mumonkan). New York: North Point Press, 2000

Sekida, Katsuki, Two Zen Classics – Mumonkan & Hekiganroku. New York:Weatherhill, 1977

Shibayama, Zenkei, The Gateless Barrier, Zen Comments on the Mumonkan. Boston: Shambhala, 1974

Yamada Kôun Roshi, Gateless Gate (Mumonkan). Tucson: The University of Arizona Press, 1990

[10] “Empty, void” volgens: elektronische versie van het woordenboek Monier-Williams – MWDDS V1.5 Beta

[11] Volgens Shorter Oxford English Dictionary een natuurlijk of kunstmatig bloedvat om de bloedstroom om te leiden.

[12] “Land zonder bos” volgens: elektronische versie van het woordenboek Monier-Williams – MWDDS V1.5 Beta

[13] Het woord Deva waaruit Deus in het Latijn, Zeus in het Grieks en Dieu in het Frans is ontstaan, is in het Sanskriet verbonden met de werkwoordstam “Div”, dat onder meer “stralen, spelen, vermeerderen” betekent.

Narrator – poort in het noorden


Het werd tijd om mijn masker van een idool af te leggen, want mijn hemel op aarde in de omgekeerde wereld van Amsterdam veranderde langzaamaan in een Boeddhistische hel. Alles en iedereen in mijn omgeving leefde naar mijn luimen. De oud Joodse verwensing “ik wens u veel personeel toe” en de Romeinse wijsheid “macht corrumpeert” [1] gaven de invloed van mijn leven als icoon in Amsterdam op mijn persoonlijkheid goed weer. Mijn bestemming als Narrator Nārāyana [2] lag ergens anders.

Tijdens mijn glorietijd in Amsterdam was ik Nederlands staatsburger geworden met bijbehorend paspoort: ik kon vrij door de wereld reizen met uitzondering van Kenia en enkele landen in Afrika. Na afscheid te hebben genomen van mijn vrienden en minnaars in Holland vertrok ik halverwege het voorjaar naar Zweden. Ik had een open uitnodiging van mijn Amerikaanse minnaar om bij hem in Stockholm te komen wonen.

In mijn Citroën DS zweefde ik over de autowegen in Nederland en Duitsland via Bremen en Hamburg naar Denemarken. Ik dacht dat mijn Godin een snelle auto was, maar op de Duitse autobahn ontmoette ik de echte “raser” of “snelheidsduivels” die zich met een snelheid van 200 km/u voortbewogen. Wilden zij hierdoor het hier en nu zo snel mogelijk ontvluchten?

[3]

In Denemarken bezocht ik Kopenhagen [4] – de stad waar ik na mijn verblijf in Zweden en Noorwegen enkele jaren zou gaan wonen. Mijn verliefdheid straalde nog steeds als een halo om mij heen; binnen enkele uren had ik vrienden ontmoet waar ik kon logeren. Via deze nieuwe vrienden vond ik een jaar later onderdak in deze stad aan het water.

[5]

Na een tussenstop van twee weken nam ik de veerboot Malmö. In Zweden reed ik langs de Zweedse scherenkust [6] naar Stockholm [7]. Na 1500 km rijden naderde ik mijn bestemming, maar voordat ik het eiland Stadsholmen betrad – waar mijn geliefde in een prachtig oud huis binnen de oude binnenstad Gamla Stan [8] woonde – zag ik in de verte het Stadshuis van Stockholm.

[9]

In zijn gouden huis van hoop en dromen in de Prästgatan [10] nam ik voor een klein jaar intrek bij mijn geliefde. Een jaar vol muziek en vreugde, een jaar met een tocht naar de Noordkaap en een terugweg langs de Noorse Fjorden, een jaar van zorgeloosheid en een jaar van afscheid.

[11]

In landen rond de Oostzee eindigen veel namen van straten op “Gatan”, “Gade” of “Gate”. Bij het horen of lezen van dit woord word ik herinnerd aan de lessen Sanskriet van mijn vader. Hij leerde mij dat in het Sanskriet het woord “gate” niet alleen een vervoeging is van het werkwoord met de betekenis “gaande”, maar het is ook de “locativus of plaats-vervoeging” van een zelfstandig naamwoord afgeleid van het werkwoord “gaan”.

Toen ik vele jaren later de volgende parabel [12] over Boeddha las, moest ik terugdenken aan mijn eerste aankomst in de Prästgatan in Stockholm: “Ruim 2500 jaar geleden hield een buitenstaander een huismus in zijn handen verborgen en hij vroeg aan Boeddha “Is de huismus in mijn handen levend of dood?”. Boeddha ging met zijn beide voeten aan weerszijde van de “gate” [13] staan en vroeg: “Zeg mij, sta ik op het punt van vertrekken of binnentreden?”” [14]

Het betreden van de Prästgatan en het huis van mijn geliefde voelde als een aankomst èn een vertrek in mijn leven; de voorjaarszon straalde haar gouden gloed.


[1] Het Romeinse werkwoord “corrumpere” betekent “bederven, verpesten, verwennen”.

[2] Het woord “nama” betekent in het Sanskriet “bestemming” en “Narrator” betekent “verteller”. Hierin zijn de woorden “nara” of “gewone man” en de werkwoordkern “tr – tarati” of “overzetten, kruisen, overstijgen” te herkennen; Nārāyana betekent “zoon van de oorspronkelijke man”. Bron: elektronische versie van het woordenboek Monier-Williams – MWDDS V1.5 Beta

[3] Deze foto is later rond 2005 genomen. Bron afbeelding: http://de.wikipedia.org/wiki/Autobahn

[10] “Präst” betekent “priester” in het Zweeds volgens “Google Vertalen”

[12] Een parabel (van het Griekse παραβολή parabolè dat “vergelijking” betekent — evangelisten gebruikten dit woord in de betekenis van “gelijkenis”) of gelijkenis is een kort verhaal, gewoonlijk gesitueerd in het dagelijks leven, dat dient om een religieus, moreel of filosofisch idee te illustreren. Bron (en zie voor meer informatie): http://nl.wikipedia.org/wiki/Parabel

[13] De Poortloze Poort. Zie ook: Yamada Kôun Roshi, Gateless Gate (Mumonkan). Tucson: The University of Arizona Press, 1990

[14] Zie: Cleary, Thomas, Book of Serenity – One Hundred Zen Dialogues. Bosten: Shambhala, 1998 p. 95 – 96.