Tagarchief: Mythe

Narrator – terug op aarde


Het vuur in het bos [1] heeft de hele nacht gebrand. De volgende ochtend smeulde het nog steeds; pas in de middag doofde het vuur. De nachtelijke moordpartij aan de rand van het bos leverde niets op. De geur van het verbrandde bos mengde zich met de geur van dode lichamen en de aasvliegen waren overal.

Aan het begin van de volgende maanloze nacht verliet ik de militie. Ik liep de hele nacht; ik volgde de bestemming [2] van mijn roepnaam Kṛṣṇa [3] – in deze maanloze nacht ontsnapte ik levend uit de hel en ik ontliep de dood van Engaï [4]. Later hoorde ik dat enkele maanden later de militie was uitgemoord door het leger van het land. Net voor het eerste zonlicht heb ik mijn uniform en wapen weggedaan.

[5]

De volgende dag ruilde ik enkele bezittingen uit de militie tegen kleren. In ruim een week trok ik naar mijn moeders weidegrond [6]. Via informatie van bekenden vond ik haar tijdelijke verblijfplaats.

[7]

Zij zag mij al van afstand en mijn jongere broers en zussen kwamen op mij afgerend. Mijn moeder keek zielsgelukkig totdat zij mijn ogen zag – donker en koud als de nacht. Zij zag in mijn gezicht het vuur in het bos, mijn bewegingen weerspiegelden de hongerige geesten en aan mijn lichaam rook zij de hel. Ik kreeg te eten en ik kon blijven slapen, maar de volgende morgen stuurde zij mij weg met de woorden: “Van de wereld heb jij genomen, aan de wereld moet jij teruggeven. Daarna ben jij welkom als gast.”

Te voet ben ik naar de hoofdstad gegaan. Aan de rand van de stad kon ik tegen kost en inwoning hulpdocent zijn op een school. Tijdens de lesuren hielp ik de leerlingen bij de opdrachten en buiten schooltijd ging ik naar de bibliotheek om te studeren. Mijn Engels en Sanskriet verbeterden enorm en ik leerde en oefende de belangrijke epische verhalen zodat ik – net als mijn vader – verhalenverteller kon zijn.

[8]

In de stad ontmoette ik de mooiste mannen op wie ik heimelijk verliefd werd. Na een jaar leerde ik mijn eerste liefde kennen – zo gewoon, zo vanzelf, zo geborgen. Zijn naam was Arjen; ik noemde hem Arjuna [9]. Zijn ouders waren voor hun werk uit Nederland naar Nairobi verhuisd . Naar buiten waren wij vrienden, heimelijk waren wij geliefden. Zijn huid was veel lichter; hij studeerde aan de universiteit. Ik hielp hem met Sanskriet; hij hielp mij met Engels, Frans en Duits.

Twee jaren laten zijn wij naar mijn moeder gegaan. Zij begroette mij als haar verloren zoon. Al mijn broers en zussen waren blij om ons te zien. Enkele dagen later kwam mijn vader langs en wij waren gelukkig.

Mijn moeder zag meteen dat Arjen en ik meer dan alleen vriendschap hadden. Om mij te beschermen tegen de overweldigende krachten die een liefde tussen jongemannen in haar land opriepen, stuurde zijn mij weg naar een stad in een ver land waar mannen van mannen mogen houden. Zo overbrugde [10] zij het dilemma tussen haar wereldorde en plicht en het menselijk handelen [11]. Zij noemde de naam van de stad: Amsterdam. Enkele dagen later ben ik vertrokken. Ik heb mijn ouders nooit meer bezocht, maar zij vergezellen mij overal waar ik ga.


[1] Zie voor het vuur in het Khandava bos: http://www.sacred-texts.com/hin/maha/index.htm boek 1 Section CCXXVII en verder; Katz, Ruth Cecily, Arjuna in the Mahābhārata: Where Krishna is, there is victory. Delhi: Molital Banarsidass Publishers, 1990,  p. 71 – 84

[2] In het Sanskriet betekent nāmadheya naast “naam” of “titel” ook “bestemming”. Bron: Maurer, Walter Harding, The Sanskrit Language, An Introductory Grammar and Reader. London: Routledge Curson, 2004 Deel II p. 771

[3] Kṛṣṇa betekent in het Sanskriet onder meer “zwart”, “blauw zwart”, “de donkere periode van de maancyclus” Bron: elektronische versie van het woordenboek Monier-Williams – MWDDS V1.5 Beta

[4] Volgens een Masaï mythe geeft de God Engaï vee aan de mensen en hij brengt de mensen na de dood tot leven en laat de maan iedere dag sterven. Na een zonde waarin een tegenstander dood werd gewenst, liet Engaï de mensen sterven en hij bracht de maan iedere nacht weer tot leven. Bron:  http://nl.wikipedia.org/wiki/Masa%C3%AF_(volk)

[5] Bron afbeelding: http://ki.wikipedia.org/wiki/File:Sunrise_over_Mount_Kenya.jpg

[6] In het Sanskriet betekent “nama” “weidegrond” (voor een nomadenvolk is dit een vorm van bestemming). Bron: elektronische versie van het woordenboek Monier-Williams – MWDDS V1.5 Beta

[8] Bron afbeelding: http://en.wikipedia.org/wiki/Kenya

[9] Arjuna is een van de hoofdpersonen in de Mahābhārata. Hij is een van de vijf broers die allen met een vrouw Draupadi – de mooiste en invloedrijkste vrouw van haar tijd – in polyandrie samenleven. De vijf broers strijden voor hun rechtmatig deel van het koninkrijk, voor het herstel van de eer van Draupadi en voor behoud van de wereldorde. De naam Arjuna betekent onder meer “wit, helder”; in de naam is ook “arh” te herkennen dat “waardig, in staat tot” betekent.

[10] In het Sanskriet is een woord voor overbruggen: “yuj” dat ook “verbinden, voorbereiden, bevelen” betekent.

[11] Krishna [4] – de wagenmenner – zet in de Bhagavad Gita – een klein en oud deel van de Mahābhārata – Arjuna aan tot het betreden van het strijdperk waarin families, leraren en leerlingen tegenover elkaar staan in het spanningsveld tussen enerzijds de wereldorde en plicht (Dharmakshetra) en anderzijds het menselijk handelen (Kurukshetra). Dharmakshetra is samengesteld uit Dharma “plaatsen van voortdurende zelf/Zelf”, en “kshetra” – letterlijk: veld. Kurukshetra is samengesteld uit Kuru – een vervoeging van “kr” dat “maken, doen of handelen” betekent en “kshetra” – letterlijk: veld.

Advertenties

Carla Drift – Veranderingen en Conflicten


Mijn verhuizingen naar Delft en naar Amsterdam zorgden voor veel veranderingen. Mijn leefwereld veranderde en mijn familiebanden en vriendschappen namen andere vormen aan. Ik leerde veel nieuwe mensen kennen en wij leefden met elkaar op afstand of nabij afhankelijk van de omstandigheden.

De veranderingen die ik met de verhuizingen beleefde, waren de normale veranderingen die een mens doormaakt als zij/hij volwassen wordt. Met enkele vriendinnen en vrienden uit mijn schooltijd in Zuid-Limburg heb ik nog steeds contact. Mijn lagere schoolvriend is gelukkig getrouwd met zijn heimelijke liefde en zij hebben al kinderen – ik ben dol op hen. Ik houd hen op de hoogte van de algemeenheden in mijn leven en af en toe als wij elkaar ontmoeten maken wij plezier of hebben wij gesprekken over de ontwikkelingen in ons leven. Met enkele vrienden uit Delft heb ik nog contact. Wij zien elkaar af en toe.

[1]

Volgens mijn vrienden uit Delft is de grote liefde in mijn leven in de fase van knipperlicht relaties – ik hou hem doelbewust op afstand. Na het einde van onze liefde, heb ik de aandacht van alle andere verliefde mannen op een afstand gehouden. In Delft zijn de vrouwelijke studenten in de technische studies schaars: ik zou veel aandacht kunnen krijgen, maar dat was niet eerlijk tegen hen en tegen mezelf – op dit punt was ik duidelijk. Wel stond ik open voor alleen vriendschap of leuke contacten. Ik had een aantal vrienden die een sluimerende liefde voor mij voelden. In Amsterdam was de verhouding man – vrouw in balans. Ineens was er veel minder aandacht van jonge mannen; ik vond dat wel zo rustig in de gestolde tijd.

Met mijn familie heb ik altijd een goede band gehouden. Mijn twee jongere zussen hebben – in mijn ogen vrij vroeg – een goede levenspartner gevonden; zij zijn gelukkig getrouwd en zij hebben nu een aantal kinderen. Wel kibbelen wij nog steeds als de drie zussen. Met mijn moeder is de onderlinge waardering gegroeid en de emotionele afstand gebleven. Met mijn vader kan ik heel goed opschieten, wij gaan samen regelmatig naar musea of op stedenreis in Nederland of in het buitenland.

Met niemand heb ik gesproken over de gestolde tijd. Sommigen van mijn naasten gaven mij extra aandacht. Goed bedoeld, maar het had geen invloed op de intensiteit en kilte; de tijd bleef eindeloos als altijd. Mijn vader voelde wel dat er iets was – hij dacht aan verdriet over het verlies van mijn geliefde. Hij zei troostend en ook pijnlijk voor mij: “Jij ben altijd bijzonder geweest. In verdriet ben jij ook bijzonder. Gelukkig vlucht jij niet in iets onmogelijks”.

[2]

Indertijd in Amsterdam zag ik mijn gevoelsleven als een groeistuip naar volwassenheid – pas later heeft het een naam gekregen [3]. Ik was mij uiterst bewust dat veranderingen in de levens van mensen onherroepelijk waren, het verleden en het heden werden gestold als in glas. Het heden verandert voortdurend – meestal soepel en vloeiend – om daarna te verstarren. Af en toe ontstaan conflicten die vaak met een sisser aflopen – vroegere ruzies met mijn zussen duurden meestal niet lang. Potentiële bronnen van conflicten binnen de samenleving of tussen samenlevingen worden door politiek besluitvorming, wet- en regelgeving of door verdragen gekanaliseerd.

[4]

Soms escaleert het conflict en ontstaat er een richtingenstrijd – Amsterdam heeft op dit punt een traditie op te houden met demonstraties, rellen, kraken en bezettingen van gebouwen. Ook deze conflicten eindigen vaak met gesneuveld glas, enkele arrestaties en af en toe een paar gewonden. In de privésfeer kan er serviesgoed sneuvelen en er worden enkele onhandige klappen tussen naasten uitgewisseld. Andersoortige conflicten worden via rechtspraak beslecht. De stoom moet soms van de intermenselijke en/of maatschappelijke ketel worden afgeblazen.
[5]

[6]

Sommige conflicten ontsporen en verworden tot naargeestige en rancuneuze aangelegenheden. Zij kunnen ontaarden in moordpartijen en burgeroorlogen binnen een samenleving of tot veldslagen en oorlogen tussen samenlevingen. Deze ontsporingen zijn omgeven met allerlei mythen en riten zodat de oorzaken, de misdaden en de gevolgen van het conflict een begrijpbare plaats krijgen in een samenleving. De gevolgen zijn altijd peilloos leed voor de partijen. Het leed wordt voor de overwinnaar soms verzacht door de buit en het recht om de geschiedenis naar eigen inzicht bij te stellen. De gevolgen voor de verliezer kunnen beperkt blijven tot een leven onder een ander regime, maar kunnen ook resulteren in vernietiging van elke vorm van cultuur, in verlies van de eer van mannen en vrouwen en zelfs in volledige uitroeiing.

[7]

Een bijzondere vorm van conflictbestrijding binnen een samenleving is het zoeken van een zondebok. Mensen of groepen met een andere afkomst, uiterlijk, cultuur, mening en/of religie zijn eenvoudig te stigmatiseren. Door het verwijderen van de zondebok uit het openbare leven of uit de samenleving denkt een samenleving dat de oorspronkelijke spanning en/of het conflict ook is verdwenen.

[8]

Binnen mijn studie menswetenschappen ging ik mij interesseren in het verloop van veranderingen en vooral in de oorzaken waardoor sommige veranderingen zo ernstig kunnen ontsporen. In de natuur zijn dergelijke mechanismen te zien bij mierenvolkeren die van een vreedzaam bestaan kunnen veranderen in oorlogsvolkeren. Deze volkeren kunnen ook gaan trekken waarbij een kaal spoor achterblijft.

Ik richtte mij op de omstandigheden waaronder kleine en grote conflicten gaan ontsporen, op de handelingen van mensen en leiders van volkeren die de ontsporingen veroorzaken of die bijdragen aan deze ontsporing, op het verloop van de ontsporingen en op de gevolgen van de ontsporingen.

In het laatste jaar van mijn studie menswetenschappen in Amsterdam ging ik mij verdiepen in de intensiteiten, de kilte en de gestolde tijd van conflicten, geweld, veldslagen, oorlogen en volkerenmoord. Ik probeerde te achterhalen waardoor de extreme vormen van verandering werden veroorzaakt. Ook onderzocht ik hoe de verschrikkingen konden worden voorkomen.

[1] Bron afbeelding: http://en.wikipedia.org/wiki/Friendship
[2] Bron afbeelding: http://it.wikipedia.org/wiki/Introversione
[3] Zie ook: Kuiper, P.C., Ver Heen. ’s-Gravenhage: SDU Drukkerij, 1988
[4] Bron afbeelding: http://en.wikipedia.org/wiki/Politics
[5] Bron afbeelding: http://fr.wikipedia.org/wiki/Tribunal
[6] Bron afbeelding: http://en.wikipedia.org/wiki/Riot
[7] Bron afbeelding: http://en.wikipedia.org/wiki/War
[8] Bron afbeelding: http://en.wikipedia.org/wiki/Scapegoating

Filosofie achter “Wie ben jij – Een verkenning van ons bestaan” – Deel 1


“Wie ben jij – Een verkenning van ons bestaan – 1” begint met een achttal inleidende berichten waarin de achtergrond, het kader en de reikwijdte van de zoektocht worden geschetst. De zoektocht is beschreven in de vorm van een queeste, een hedendaagse mythe en een Odyssee die in een thuiskomst gaat eindigen.

In deel 1 van de beschrijving van de zoektocht komen de eerste drie hoofdstukken (van de 17 hoofdstukken) aan de orde. Daarna volgt tot besluit een intermezzo voordat de hoofdpersonen in deel 2 de zoektocht in wereld van alledag gaan vervolgen. In deel 3 van de verkenning overstijgen de hoofdpersonen de alledaagse wereld. Aan het einde van de Odyssee – in nul – volgt de thuiskeer.

In hoofdstuk 1 van deze Odyssee beleven de hoofdpersonen volkomen de filosofische stroming van het Monisme [1]. Binnen de metafysica beargumenteert het Monisme dat de verscheidenheid van bestaande dingen of entiteiten terug te brengen zijn tot één substantie of realiteit waardoor het fundamentele karakter van het universum één samenhangende eenheid vormt.

In de Oosterse wijsbegeerte komt het Monisme in verschillende gedaanten terug in de Upanishads, het Hinduïsme, het Taoïsme en het Boeddhisme. Het Christendom kent op vele plaatsen directe en indirecte verwijzingen naar het Monisme. In de westerse samenleving na de industriële revolutie heeft Schopenhauer [2] zich met zijn studie van de Upanishads [3]  – waaronder de īśāvāsya [4] (of Isha) Upaniṣhad [5] – en van het Boeddhisme verdiept in het Monisme.

[6]

Francis Herbert Bradley [7] heeft studie gemaakt van het Monisme in onder meer zijn essay ‘On Truth and Coherence’ uit 1909.

[8]

Aan het einde van hoofdstuk 1 wordt Indra’s net [9] uit de Avatamsaka Sutra [10] als overgang naar het Atomisme – en tevens als synthese tussen het Monisme en het Atomisme – beschreven. Volgens de Avatamsaka Sutra hebben de stofdeeltjes uit het net van Indra gevoelens en behoeften. Zij kennen woede, vreugde en kennis en onkunde. Zij kunnen ook alles binnen hun reikwijdte gelukkig maken. Het net van Indra kan gezond zijn en ziek zijn [11]. Het net van Indra wordt door de hoofdpersonen in verschillende dimensies bezien aan de hand van een 10 minuten durende film “Powers of Ten” van Ray en Charles Eames uit 1968 (en opnieuw uitgebracht in 1977) [12].

In hoofdstuk 2 van de zoektocht naar “Wie ben jij” doorleven de hoofdpersonen het Atomisme [13]. Zij zijn tezamen met hun omgeving na de oorspronkelijke eerste scheiding van Hemel en Aarde in onnoemelijk veel deeltjes uit elkaar gevallen totdat de allerkleinste deeltjes zijn bereikt. De atoomfysica is de vorige eeuw uitgebreid bestudeerd door vele natuurkundigen: deze studie heeft geresulteerd in veel kennis en nog veel meer vragen [14]. In de filosofie zijn Bertrand Russell [15] en Ludwig Wittgenstein [16] in zijn jong volwassen leven [17] aanhangers van het logisch atomisme geweest.

[18]

[19]

In hoofdstuk 3 van de queeste naar “Wie ben jij” wordt bezien op welke wijze het onderling vertrouwen wordt gevestigd en bestendigd. Hiervoor worden de “persoon in het midden” en verschillende “objecten in het midden”  waaronder de kerk, bezinningsruimten, het offer, het Lam Gods, de Duif, het Woord  en de “Geest in het midden” bezien.

Als voorbereiding op het leven van alledag hebben de hoofdpersonen een beknopte studie gemaakt van de vijf skanda’s die volgens het Boeddhisme alles geven wat zij nodig hebben voor hun geestelijke ontwikkeling. In een terugblik bij hun thuiskeer zullen de hoofdpersonen bezien of deze bewering – en alle andere ervaringen – zinvol en betekenisvol zijn.

In dit intermezzo bezien zij het eigenbeeld van roeiers dat afhangt van de resultaten van het roeien,  en vervolgens de gevolgen van de waanzin van oorlog aan de hand van de Peloponnesische Oorlog in Griekenland 2500 jaar geleden.

Tot slot wordt door een van de hoofdpersonen aan de hand van de openingszin uit het Johannes Evangelie in het Nieuwe Testament vertaald in het Sanskriet door de eeuwige wind de binding met het Monisme – waarin ook God en de Goden zijn opgenomen – hervonden.

Een zucht van de wind

In het ruisen van de bomen

Licht Jouw stem weer op” [20]


[3] Upanishad betekent letterlijk: “neerzitten naast”. Zie ook: http://en.wikipedia.org/wiki/Upanishads

[5] Een woordelijke vertaling van de Isha Upanishad is verkrijgbaar via de volgende hyperlink: http://www.arsfloreat.nl/documents/Isa.pdf

[11] Zie ook: Cleary, Thomas, The Flower Ornament Scripture, a Translation of the Avatamsaka Sutra. Boston: Shambhala, 1993, p. 363.

[12] De film “Powers of Ten” is te zien via de hyperlink: http://www.powersof10.com/film

[14] Brian Greene heeft toegankelijke boeken geschreven over de atoomfysica, relativiteitstheorie en kwantummechanica. Zie ook: http://en.wikipedia.org/wiki/Brian_Greene

[17] Zie ook: Sluga, Hans, Wittgenstein. Oxford: Wiley – Blackwell, 2011

[19] Bron afbeelding: http://en.wikipedia.org/wiki/Ludwig_Wittgenstein (fair use of small image)

[20] Mozes zag en hoorde – de stem van – God in de brandende braamstruik. Zie Oude Testament, Exodus 3:2

“Wie ben jij – Deel 1” klaar voor download


Het eindconcept voor “Wie ben jij – Deel 1” is gereed voor downloaden.

Hieronder vindt U een bundeling van alle berichten van februari – september 2011 over de hoofdstukken 1, 2 en 3 van de zoektocht naar “Wie ben jij” .

De komende twee delen van “Wie ben jij” zullen de hoofdstukken 5, 7 en 0 van deze zoektocht gaan omvatten.

De volgende verbeteringen moeten nog in dit laatste concept voor Deel 1 worden aangebracht:

  • Lay-out van het voor-, zij-  en achterblad
  • Index aanbrengen
  • Tekst voor de tweede keer redigeren
  • Alle afbeeldingen nogmaals op evt. auteursrecht nalopen
  • Uitgeverij vermelden
  • ISBN nummer aanbrengen

Het eerste bestand “Small” bevat de afbeeldingen in lage resolutie en omvat 7 MB.

2011-09-14-Wie ben jij – Deel 1 -Small

Het tweede bestand “Big” bevat de afbeeldingen in hoge resolutie en omvat 47 MB.

2011-09-14-Wie ben jij – Deel 1 – Big

De bestanden kunnen worden gedownload en opgeslagen opgeslagen op de eigen computer door met de rechtermuisknop op het bestand te klikken en dan het bestand op te slaan onder documenten of downloads.

Het bestand bevat 247 pagina’s: printen voor eigen gebruik en voor educatieve doeleinden is toegestaan.

Dit werk is gelicenseerd onder een Creative Commons Naamsvermelding-NietCommercieel-GelijkDelen 3.0 Unported licentie – zie pagina 245 van het document.

Photos, images, renderings and quotations in the text may be copyrighted by third parties.

Inleiding: Drie – Object in het midden – deel 1


Op onze vorige aanlegplaats “Twee” zijn eerst de lucht en de aarde gescheiden, waarna alles uiteen is gevallen in ontelbaar veel kleine delen. Daarna is een eerste ordening ontstaan, waarbij door zin geven en zin nemen een eerste creatief proces op gang is gekomen.

Mensen geven duiding aan hun leefomgeving, opdat zij hun overlevingskansen kunnen vergroten door grip te krijgen op tastbare zaken en omstandigheden. Daarnaast heeft deze duiding vormen aangenomen van verhalen en mythen waardoor kennis en vaardigheden uit andere tijden en omstandigheden binnen de leefwereld van mensen verankerd blijft. Religie en rituelen brengen het onkenbare en ongrijpbare binnen de reikwijdte van mensen; door het verrichten van herkenbare handelingen proberen wij het onkenbare en ongrijpbare binnen onze leefwereld te duiden.

De Trito mythe en de vee-cyclus hebben jij en ik gezien om het ontstaan van de wereld voor mensen in Proto-Indo-Europese wereld te verklaren. De vee-cyclus geeft met een ritueel de basis voor vertrouwen tussen goden, priesters, mensen en categorieën mensen. In het vorige bericht hebben jij en ik de rol van “personen in het midden” – of priesters en koningen – gezien die als bruggenbouwer optreden tussen de wereld van de mensen en de wereld van de goden (of de volkomen eenheid). Nu gaan jij en ik een inkijk nemen in de “objecten in het midden” die de goden (of de volkomen eenheid) in de mensenwereld vertegenwoordigen.

Vee is in de wereld van onze voorouders een metafoor voor onderling vertrouwen. In onze samenleving heeft geld de rol van vee overgenomen. Ook in vroegere samenlevingen hebben objecten de plaats van levende wezens ingenomen om als metafoor voor onderling vertrouwen te dienen. Speciale schelpen, sieraden en kostbare gebruiksvoorwerpen zijn daar voorbeelden van.

Een aantal objecten zijn uitgestegen boven de rol van metafoor voor onderling vertrouwen. Deze objecten zijn van metafoor veranderd in de tastbare werkelijkheid van het object zelf. Het vaandel[1] van een Romeins legioen was de entiteit van het volledige legioen. Als het vaandel verloren gaat, dan vergaat het legioen ook ten onder. De drie legioenen die onder leiding van Varus met hun vaandels verloren zijn gegaan in het Teutoburgerwoud, zijn nooit vervangen[2].

[3]

Afbeeldingen van goden zijn door mensen als echte Goden aanbeden. In het Oude Testament heeft Mozes er alles aan gedaan om Jahweh – zonder afbeelding – als enige God bij het Joodse volk erkend te krijgen. Nadat hij van Jahweh de tafels met de tien geboden heeft ontvangen – waaronder de eerste twee geboden: “Ik ben de eeuwige uw God en Gij zult geen andere goden voor mijn aangezicht hebben” – en weer bij zijn volk terug komt, ziet hij dat zij een gouden kalf aanbidden. Het Joodse volk is Jahweh volkomen vergeten en ziet het gouden kalf als “object in het midden” dat de plaats van god heeft ingenomen.

[4]

Woedend gooit Mozes de tafels met de tien geboden in stukken. Hierna moet hij weer de berg op om nieuwe tafels van het verbond van Jahweh te ontvangen. Deze nieuwe tafels met de tien geboden worden in de ark van het verbond mee gedragen en later in de heilige ruimte van de tempel in Jeruzalem bewaard. Sinds die tijd wordt Jahweh aanwezig geacht boven de ark in de leegte tussen de toppen van de vleugels van de twee engelen[5].

 [6]

Tijdens het bestaan van de ark wordt Jahweh geacht aanwezig tussen de vleugels van de twee engelen. De ark van het verbond is waarschijnlijk verloren gegaan bij een van de verwoestingen van de tempel in Jeruzalem. Is de beeltenis van Jahweh hiermee ook vervlogen, opdat Jahweh nu alom tegenwoordig is?


[1]Zie ook: Goldsworthy, Adrian, In the Name of Rome – The Men who won the Roman Empire. London: Phoenix, 2004

[2] Zie ook: Wells, Peter S. The Battle that stopped Rome. New York: W. W. Norton & Company, 2004

[5] Bron: Oude Testament; boeken Exodus 25:22 en Numeri 7:89

Inleiding: Drie – Persoon in het midden


Tijdens onze derde rustplaats op onze Odyssee hebben jij en ik eerst de Trito mythe en de vee-cyclus ontmoet. Deze mythen – voorzien van rituelen – zijn een eerste vorm van herstel van vertrouwen tussen de goden, priesters, mensen en categorieën mensen onderling. Vee is hier een metafoor voor onderling vertrouwen; een rol die geld in onze samenleving heeft overgenomen.

Na de eerste allesomvattende scheiding tussen aarde en lucht is alles in ontelbaar veel delen uiteengevallen. Hierna is een eerste ordening ontstaan, waarna er een begin is gemaakt met een creatief proces door een eerste duiding geven en een eerste zin te ontlenen aan de eerste ordening.

Jij en ik blijven gescheiden van het volkomen al en een, dat waarschijnlijk verdwenen is bij de scheiding van aarde en lucht. Of is het volkomen al en een op de achtergrond nog steeds aanwezig? Wij weten het niet, maar wij gaan dit op onze Odyssee onderzoeken.

Bij de Trito mythe over het ontstaan van de wereld hebben jij en ik al kennis gemaakt met de goden: Manu schept met hulp van de goden uit de delen van Twin de wereld. In deze mythe zijn de Goden voor Manu noodzakelijk om de wereld te scheppen. Wie zijn deze goden? Jij en ik weten het niet. Zijn er meer goden of is er slechts een god? Wij weten het niet; elke samenleving heeft hier verschillende antwoorden op gegeven. Is er een wereld mogelijk zonder goden? Wij weten het niet. Zijn de goden onderdeel van het volkomen al en een? Wij weten het niet. Maar jij en ik gaan het later op onze Odyssee onderzoeken. Laten wij voorlopig aanvaarden dat de goden aanwezig zijn. Voorlopig zijn zij noodzakelijk om de wereld te scheppen en te onderhouden.

Na het ontstaan van de wereld geven de luchtgoden vee aan Trito. Na hulp van de stormgoden bij zijn avonturen met de driekoppige slang, offert hij vee aan de luchtgoden om het wederzijdse vertrouwen te herstellen en te bestendigen.

[1]

Tijdens de vee-cyclus offeren priesters vee aan de goden om het vertrouwen tussen goden, priesters, mensen en categorieën mensen onderling te herstellen en te bestendigen.

Volgens deze eerste mythen zien jij en ik dat in de Proto-Indo-Europese wereld de goden noodzakelijk zijn om de wereld te laten ontstaan en te onderhouden. Het vertrouwen en de hulp van de goden is voor deze mensen van levensbelang. Hoe de mensen in deze de Proto-Indo-Europese wereld in het dagelijks leven tegen de goden aankijken, weten wij niet. Wel zijn er in deze samenleving al spoedig mensen opgestaan die de verbindingen tussen de leefwereld van de mensen en de goden tot stand brengen en in stand houden.

De voorlopers van de mensen die niet meer in staat zijn te leven zonder een verbinding tussen mensen en goden, zijn wij in de beide mythen al tegen gekomen.

De priesters [6] krijgen een rol om door rituelen en rookoffers de verbinding tussen de luchtgoden, de wereld en de mensen te vestigen en te onderhouden. Deze verbinding is van het allergrootste belang om het ritme van het leven en de voortgang van het leven in stand te houden. Ook geeft deze verbinding die in stand wordt gehouden door de priesters, in de voor-wetenschappelijke tijd een eerste antwoord op de vragen waar de mensheid vandaan komt, waartoe zij op de aarde zijn en welke toekomst hen wacht. In de katholieke kerk verwerft de paus een rol van pontifex maximus – of de grote bruggenbouwer – tussen hemel en aarde. In deze kerk is de paus – als eerste onder zijn gelijken – de “persoon in het midden” die de verbinding tussen hemel en aarde en/of tussen God en de mensheid te onderhoudt.

[2]

De krijgers – en na verloop van tijd hun voormannen in de vorm van keizer, koning of generaal – verkrijgen de rol om door veroveringen en krijgshandelingen (met bijbehorende rituelen en gebruiken) de ordening in de samenleving te vestigen en te bestendigen. Later als vertegenwoordiger van de goden reguleren zij de gang van zaken in de samenleving op aarde. Voor de aardse zaken gaan zij steeds nadrukkelijker als vertegenwoordiger van de goden optreden. In deze vorm zijn zij een “persoon in het midden” geworden tussen het volkomen al en een aan de ene kant en de samenleving en de mens aan de andere kant. Zonder deze persoon in het midden houdt volgens deze denkwijze de samenleving op te bestaan: Romeinse legioensoldaten vervallen in wanhoop – hun volledige bestaan op aarde valt weg – als een generaal van een legioen dreigt het legioen aan zijn lot over te laten [3].

[4]

De ordening tussen priesters en krijgers – of tussen kerk en staat – is meestal aan spanningen onderhevig. De hiërarchie tussen beide rollen heeft geregeld gewisseld. Soms is er een balans opgetreden doordat de paus de keizer kroont opdat de profane rol van de keizer door een ritueel van de pontifex maximus een sacrale erkenning verwerft, waarbij tegelijkertijd de rol van de paus – als bruggenbouwer tussen hemel en aarde – wordt bestendigd.

[5]

Het volgende bericht gaat over “het object in het midden”.


[1] Bron afbeelding: POVRAY – Clouds JvL

[2] Paus Gregorius I

[3] Zie ook: Goldsworthy, Adrian, In the Name of Rome (2003)

[4] Karel de Grote

[5] Kroning tot keizer van Karel de Grote door paus Leo III

[6] In het Sanskriet betekent √pṛ: “in staat zijn, te voorschijn brengen”; Ish: “heersen, god”; en √tṛ: “oversteken”

Inleiding: Drie – Dubio transcendit


Jij en ik zijn bij onze derde rustplaats op onze Odyssee aangekomen. Het wordt tijd dat wij een eerste duiding gaan geven – en een eerste zin ontlenen[1] – aan het complexe universum om ons heen. Door het zin geven en het zin ontlenen aan de dingen om ons heen begint zich een gericht creatief proces te ontwikkelen. Voor het allergrootste deel vindt dat proces van creatie en herscheppen plaats buiten onze waarneming [2]. Dit onzichtbare creatieve proces gaat haar eigen weg. Wij kunnen alleen vertrouwen hebben in de goede loop van de veranderingen der dingen die buiten ons bereik liggen.

De uiterst kleine fractie van het creatie- en veranderproces waar jij en ik wel zicht op hebben, proberen wij in ons voordeel te wijzigen. Dit voordeel denken wij nodig te hebben om de kansen op ons overleven te vergroten. Hierin zijn wij zelfzuchtig. Later zullen jij en ik nog bij de complexe vormen van ethiek stil staan. Nu beginnen wij bij het begin van bewuste creativiteit en ons oordeel hierover.

Onze zelfzuchtigheid is vaak openlijk en in onze samenleving sociaal geaccepteerd. Wij jagen en verzamelen, wij doen aan landbouw en veeteelt, wij werken in fabrieken of op kantoor, of wij heersen volgens onderlinge overeenkomsten over anderen. Bij al deze handelingen kunnen terecht vraagtekens gezet worden: later komen wij daar nog op terug. Maar soms is deze zelfzuchtigheid onaanvaardbaar en wordt er door geweld of door rechtspraak het recht van de sterkste verkregen.

In specifieke gevallen wordt onze zelfzuchtigheid gecamoufleerd door passende beelden bij in beginsel niet acceptabele handelingen te plaatsen. Rondom oorlogen en het veroveren van land hangen allerlei mythes en rituelen[3].

In een specifiek geval wordt het getal drie ook gebruikt om met een mythe de roof van vee te rechtvaardigen: het betreft de Trito mythe gevolgde door de mythe van de vee-cyclus. [4] [5].

In de Proto-Indo-Europese wereld wordt door de Trito-mythe het ontstaan van de wereld geduid.

De tweeling Manu – verwant aan ons woord “man”[6] – en Twin reizen door het heelal vergezeld van een koe. De twee broers besluiten op zeker moment de wereld te maken. Hiertoe moet Twin worden geofferd. Uit de delen van Twin schept Manu met hulp van de goden de afzonderlijke delen van de wereld. Hierdoor werd Manu de eerste priester [7] en ook de uitvinder van dit eerste rituele offer waardoor de wereld werd geschapen.

Toen de wereld klaar was, gaven de lucht-goden vee aan de “derde man” Trito genaamd. Maar het vee werd op listige wijze gestolen door een driekoppige slang. Met behulp van de stormgoden doodde Trito de slang en bevrijdde het vee. Een deel van het vee werd aan de priesters gegeven voor een rookoffer aan de luchtgoden. Door deze daad werd Trito [8] de eerste krijger. Hij herstelde de welvaart van de mensen en zijn gift van vee aan de goden zorgde ervoor dat de cyclus van giften tussen goden en mensen werd voortgezet.

De tweede mythe – de vee cyclus [9] – is een voortzetting van de Trito mythe. In de vee-cyclus geeft God [10] vee aan de boeren die op hun beurt het vee verzorgen en de kudde vermeerderen. Vreemde mannen stelen het vee. De krijgers roven het veer weer terug en geven een deel van het vee aan de priesters voor rookoffers aan God die op zijn beurt als dank voor de offers weer vee aan de boeren geeft.

Het roven van vee heeft door beide mythes een centrale plaats in deze cultuur verkregen. Het wordt een essentiële handeling om bezit te verwerven. Met het verkrijgen van vee door roof heeft de krijger een ruilmiddel verkregen om een of meer vrouwen te verwerven [11]. In Proto-Indo-Europese wereld vertegenwoordigen vrouwen het enige bezit dat echt van waarde is [12]. Alleen door bezit van het hoog gewaardeerde ruilmiddel – vee – kan een krijger pas vrouwen verkrijgen voor nakomelingschap.

Daarnaast verschaft de vee-cyclus een ritueel voor onderling basis vertrouwen – Credo (ik geloof) – tussen goden, priesters, mensen en categorieën mensen onderling. Vee is hier een metafoor voor onderling vertrouwen, een rol die geld in onze samenleving heeft overgenomen.

In de volgende berichten gaan jij en ik de “persoon in het midden”, het “object in het midden” en de “geest in het midden” ontmoeten.

[13]


[1] Zie Merleau-Ponty, Maurice, Phénoménologie de la Perception

[2] Zie ook: Eames-Charles&Ray, Powers of Ten (1977) en het bericht hierover.

[3] Zie ook: Keegan, John, A History of Warfare (2004); Goldsworthy, Adrian, In the Name of Rome (2003); Crefeld, Martin van, The Culture of War (2008).

[4] Zie Anthony, David W., The horse, the Wheel and Language (2007), p. 134

[5] See: Mallory, J.P., In Search of the Indo-Europeans, p. 137

[6] √man: betekent “denken” in het Sankriet; “manu” betekent “intelligent, wijs, gedacht”. Mogelijk wijst deze naam al op een scheiding van geest en materie die vergelijkbaar is met lucht en aarde.

[7] In het Sanskriet betekent √pṛ: “in staat zijn, te voorschijn brengen”; Ish: “heersen, god”; en √tṛ: “oversteken”

[8] kshatriya; betekent krijger in het Sanskriet.

[9] Zie: Mallory, J.P., In Search of the Indo-Europeans, p. 138

[10] “go” betekent “vee” en “da” betekent “geven”

[11] Zie Anthony, David W., The horse, the wheel and Language (2007), p. 239

[12] Zie: McGrath, Kevin, STR women in Epic Mahâbhârata. Cambridge: Ilex Foundation, 2009 p. 9 – 15

[13] Bron afbeelding: Povray – Float Cloud JvL