Tagarchief: Mythe

Inleiding: Een – Pantheïsme – Indra’s net


Op weg naar “Powers of Ten” van Ray and Charles Eames komen jij en ik door een prachtige wereld. Het lijkt een schitterend glaspaleis waar alles als heel kleine glasparels in elkaar en met elkaar weerkaatst. Hieronder laten wij een uitvergroting zien van een heel klein deeltje uit deze wereld.

[1]

Ineens herkennen wij dit glaspaleis uit de beschrijvingen in boeken: dit is “Indra’s Net”[2]. Wij zijn helemaal opgenomen in deze wereld; jij en ik en deze hele wereld worden een en volkomen in elkaar gereflecteerd[3]. Maar wij zijn ook aan de rand van “Eén” gekomen. Hoewel alles met alles reflecterend, beginnen de deeltjes ook los van elkaar te staan. Jij en ik zullen een indruk geven van Indra’s net.

Indra’s net is een oneindig groot net, dat zeer fijn is geweven. Het is doorzichtig – leeg – en vol van oneindig veel doorzichtige en reflecterende glasparels die in elkaar schitteren. Ieder glaspareltje of juweel is oneindig klein en schittert hemels en goddelijk[4] mooi. Deze prachtige wereld lijkt door de schitterende juwelen het summum van pantheïsme. Maar door de complete samenhang van de juwelen overstijgt deze wereld het pantheïsme volkomen.

Eerst een statische beschrijving van het net. De juwelen staan in voortdurende verbinding met elkaar doordat ieder juweel in alle andere juwelen wordt weerspiegeld. Alle andere juwelen worden ook in één juweel gereflecteerd. Het ene juweel vormt het gehele net doordat het hele net in dit ene juweel weerkaatst wordt èn doordat dit ene juweel door alle ander juwelen wordt gezien. Het ene juweel vormt het net èn alle andere juwelen geven vorm aan dit ene juweel.

Nu volgt de betovering: het net gaat bewegen. Als een juweel gaat bewegen gaat het gehele net bewegen en veranderen. Als het gehele net vibreert, dan vibreert het betreffende juweel mee. Doordat iedere juweel afzonderlijk flonkert met de andere juwelen, is verandering een voortdurende volkomenheid. Het gehele net vibreert in en met elkaar. Ieder juweel speelt zijn spel en vormt het net. Alle juwelen spelen hun spel en vormen iedere juweel afzonderlijk. Ieder juweel vormt allen en allen vormen ieder juweel. “Eén” is het gehele net en “Eén” is ook iedere glasparel in het net. Tussen de ene glasparel en het gehele net is nu nog geen onderscheid te maken.

Wij gaan verder door deze prachtige wereld en naderen de aanlegplaats “Twee” op onze Odyssee. Een voorbode van een eerste clustering van de glasparels wordt langzaam duidelijker. Jij en ik en alles om ons heen begint zich te clusteren. De onderstaande afbeelding geeft een schematische en statische weergave. In hoofdstuk twee vertellen wij van de eerste oer scheuring  en de verdere splitsingen die alles als craquelé uiteen laten vallen.

[5]

In het volgende bericht gaan wij – zoals beloofd – kijken naar de 10 minuten durende film van Ray and Charles Eames “Powers of Ten” uit 1968.


[2] Zie ook: Cook, Francis, Hua-Yen Buddhism: The Jewel Net of Indra

[3] Zie ook: Cleary, Thomas, The Flower Ornament Scripture, a Translation of the Avatamsaka Sutra. Boston: Shambhala, 1993 p 363. Volgens de Avatamsaka Sutra hebben de stofdeeltjes uit het net van Indra gevoelens en behoeften. Zij kennen woede, vreugde en kennis en onkunde. Zij kunnen ook alles binnen hun reikwijdte gelukkig maken. Het net van Indra kan gezond en ziek zijn.

[4] Het woord “Deus” voor God is afkomstig van de werkwoord wortel “div”, dat in het Sanskriet “schitteren, vermeerderen, verheugen” betekent. Bron: elektronische versie van het woordenboek Monier-Williams – MWDDS V1.5 Beta.

Inleiding: Rituelen – deel 2


In het vorige bericht hebben wij een eerste inkijk gehad in de rol van rituelen als “rites des passages”. Nu gaan jij en ik een klein inkijkje nemen in de rol van enkele rituelen in ons dagelijks leven. Ook deze rituelen bestaan vaak uit een aantal vaststaande handelingen.

Een van de oudste gedocumenteerde mythe is de vee-cyclus[1]. In de vee-cyclus geeft God[2] vee aan de boeren die op hun beurt het vee verzorgen en de kudde vermeerderen. Vreemde mannen stelen het vee. De krijgers roven het vee weer terug en geven een deel van het vee aan de priesters voor rookoffers aan God die op zijn beurt als dank voor de offers weer vee aan de boeren geeft.

De mythe van de vee-cyclus vertelt over rituelen die de basis vormen voor het onderling vertrouwen tussen goden, priesters, mensen. Vee was toen een metafoor voor onderling vertrouwen, een rol die geld in onze samenleving heeft overgenomen.

Het roven van vee heeft een centrale plaats in deze cultuur. Het is voor krijgers een noodzakelijk handeling om bezit te verwerven. Met het veroveren van vee door diefstal hebben de krijgers een ruilmiddel verkregen om een of meer vrouwen te verwerven[3]. In Proto-Indo-Europese wereld vertegenwoordigen vrouwen het enige bezit dat echt van waarde is[4]. Alleen door bezit van het hoog gewaardeerde ruilmiddel – vee – kan een krijger vrouwen verkrijgen voor nakomelingschap.

Door de mythe van de vee-cyclus is diefstal van vee geoorloofd en gesanctioneerd als daarna de voorgeschreven rituelen worden gevolgd om met de goden en samenleving in het reine te komen.

Volgens een oude zegswijze ligt aan ieder bezit een misdaad ten grondslag. Het verkrijgen van bezit en de overdracht daarvan is nog steeds met veel rituelen omgeven. Zijn de hedendaagse rituelen nodig om de oorspronkelijke misdaden te sanctioneren en een plaats te geven? Als overdenking de volgende tekst uit het Nieuwe Testament: “Hoe moeilijk zullen zij, die rijkdommen[5] bezitten, het Koninkrijk van God betreden! Het is makkelijker voor een kameel om door het oog van een naald te kruipen, dan voor een rijk mens het Koninkrijk van God te betreden[6]“. In hoofdstuk 5 volgt het verslag van onze ervaringen met de omgang van eigendom en de ethiek hierbij.

[7]

[8]

In de hedendaagse samenleving en op de werkvloer worden rituelen steeds herhaald om de onderlinge cohesie te blijven behouden.

 

Eind jaren zeventig tijdens hoorcolleges heeft prof. dr. W. Luijpen – hoogleraar wetenschapsfilosofie aan de Technische Hogeschool in Delft – tijdens een college hierover drie markante uitspraken gedaan.

 

De eerste uitspraak is: ”Wij hebben met elkaar besloten een arbeidsbestaan te leiden. Wij zullen minstens acht uur werken om een kwartier in de zon te kunnen zitten. Wij gaan niet zoals in sommige andere culturen een kwartier werken om acht uur in de zon te zitten.”

Aan deze uitspraak voegen jij en ik ter illustratie de volgende anekdote van de Zuidzee visser toe:

Een Amerikaan zag een man zitten vissen met een hengel.

De Amerikaan gaf als raad: “Jij moet vijf hengels gebruiken”.

“Waarom?”: vroeg de visser.

“Dan kun jij meer vissen vangen en meer geld verdienen”.

“En dan?”: zei de visser.

“Dan kun jij een boot kopen”.

“En dan?”: zei de visser weer.

“Dan kun jij een grotere boot kopen en nog meer geld verdienen”.

“En dan?”: zei de visser weer.

“Dan kun jij zoveel geld verdienen dat jij de hele dag in de zon kunt zitten.”

De visser maakte met een glimlach een armgebaar naar de blauwe lucht en de zon.

 

[9]

 

De tweede uitspraak luidt: “Wij hebben besloten dat onze onderlinge officiële omgang door middel van een rechtsorde zal gaan en onze conflicten zullen door deze rechtsgang geslecht worden. Bij verschil van mening eigenen wij ons niet eigenhandig zaken van anderen toe en wij worden niet handtastelijk, maar deze geschillen regelen wij via een bestaande rechtsorde”.

 

Voorbeelden hiervan zijn al terug te vinden in oud Iers recht. Bijvoorbeeld: een banneling wordt op een bootje de zee opgestuurd[10].

 

De derde uitspraak gaat als volgt: “Wij hebben besloten dat wij in een vader God geloven. Wij geloven niet in een moeder God en onze religie is niet poly- of pantheïstisch. Andere samenlevingen hebben een andere wijze van geloven.”

[11]

De verschillende vormen van religie die wij op onze Odyssee tegen komen, beschrijven wij in de afzonderlijke hoofdstukken.

Na deze uitstap naar mythen en rituelen gaan wij verder met de inleiding op de hoofdstukken.


[1] Zie: Mallory, J.P., In Search of the Indo-Europeans, p. 138

[2] “go” betekent “vee” en “da” betekent “geven”

[3] Zie Anthony, David W., The horse, the wheel and Language (2007), p. 239

[4] Zie McGrath, Kevin, STR women in Epic Mahâbhârata. Cambridge: Ilex Foundation, 2009 p. 9 – 15

[5] Waarschijnlijk wordt hier gewezen op alle rijkdom en bezit in welke vorm dan ook. Als wij allemaal hier en nu van alle rijkdom en bezit afstand doen, dan veroorzaakt dat waarschijnlijk grote problemen. Misschien is een tussenweg beter: laten wij voorlopig goede beheerders zijn van onze rijkdom en bezit.

[6] Zie Bijbel, Nieuwe Testament, Marcus 10:24-25

[7] Bron afbeelding: http://henk50.web-log.nl/onderweg/2009/07/de-kameel-door.html. Na sluitingstijd van de hoofdpoort in Oosterse steden bleef een smalle poort open om nog mensen en dieren ontdaan van bepakking tot de stad toe te laten: deze smalle poort schijn “het oog van de naald” te worden genoemd.

[10] Zie: Kelly, Fergus, A guide to early Irish Law. Dublin: Dundalgan Press, 2005 p.219

Inleiding: Rituelen – deel 1


Naast mythen kennen wij ook rituelen om belangrijke overgangen en veranderingen te duiden en een plaats te geven in ons leven. De rituelen bestaan vaak uit een aantal vaststaande handelingen.

Eerst gaan jij en ik enkele belangrijke “rites des passages” – of de rituelen die belangrijke overgangen duiden – in jouw leven bekijken.

Aan het begin van jouw leven – dus ook aan het begin van alle tijden – ben jij nog één met alles en iedereen om ons heen. Zijn er dan al overgangen en veranderingen? Wij weten het niet. Wij kennen ook geen riten uit deze fase van jouw leven.

Jouw eerste geboorte uit de alomvattende eenheid heeft plaats gehad bij de scheiding van lucht en aarde. Is de eerste scheiding snel en in één zucht verlopen, of langzaam en fluisterend, of in oerknal gevolgd door een flits? Wij weten het niet. Deze scheiding van aarde en lucht is de meest pijnlijke scheuring tot op heden; het boek Genesis uit het Oude Testament spreekt van een scheuring van hemel en aarde. De volgende splitsingen zijn herinneringen van de eerste scheuring. Niet dat deze latere scheuringen niet pijnlijk kunnen zijn, maar de oer scheur is de immense scheiding waaruit de andere splitsingen als craquelé zijn voortgekomen.

[1]

Jouw eerste “rite de passage” heeft tijdens de allereerste geboorte van lucht en aarde plaatsgevonden. Jij bent toen gedoopt in de lucht en in het water van de aarde. De volgende doopsels die jij hebt ondergaan, verbinden jou met jouw voorouders en met de “rite de passage” van deze eerste geboorte.

Na de geboorte ben jij als individu verwikkeld in een samenleving. In hoofdstuk 3 volgt een verslag van deze vorming en verwikkeling; hierbij kijken wij naar de rol van mythen en rituelen.

Rituelen zijn een goede wijze om het onderlinge vertrouwen te laten ontstaan en steeds opnieuw te bestendigen. Door de rituelen wordt het vertrouwen tussen de wereld, de lucht, de aarde, de goden, priesters, mensen en alles om ons heen tijdelijk hersteld. Uit de aard moeten de rituelen periodiek herhaald worden ter bestendiging; zonder herhaling hebben deze “rites des passages” geen blijvende werking.

Hiertoe verrichten monniken, predikanten, priesters en mensen over de hele wereld steeds opnieuw hun meditatie, gebeden, gezangen en rituelen, opdat de onderlinge banden blijven bestaan. Een monnik heeft een keer gezegd dat meditatie van levensbelang is voor de hele wereld, opdat de wereld in stand blijft[2]. Een Gereformeerde organist heeft tijdens een radioprogramma gezegd dat hij de kerkzang het allermooiste ter aarde vindt.

In hoofdstuk 5 brengen wij verslag uit van jouw huwelijk met de wereld. Wij volgen de rituelen van de verbinding met de rede, met het gevoel, met de oneindige mogelijkheden, met de veranderingen en met de onderlinge verbondenheid.

[6]

[7]

Jouw huwelijk met het “al en een” komt in hoofdstuk 7 aan de orde. Wij volgen jouw verbond met:

  • God en de goden in de paragraaf “Ishvara[3]”;
  • De binding tussen lichaam en geest in “Et incarnatus est[4]”;
  • Elk deeltje om ons in “Toon mij een kleine waarheid”;
  • De eeuwigheid/tijd in “Geen tijd, geen verandering”
  • Al ons handelen in deze wereld in “Gij zijt dat”
  • De dood en de eindigheid in “En Dood heeft hier geen verblijf[5]
  • Met dit moment in al haar omvang in “Hier en nu”.

Elk van deze verbintenissen heeft haar “rites des passages”. Hieronder tonen wij twee foto’s van “rites des passages” bij het overstijgen van het ego in onder meer “Geen tijd, geen verandering”.

[8]

[9]

Bij de laatste aanlegplaats zijn jij en ik alle mythe en rituelen overstegen of compleet ondergaan; zij zijn volledig verdampt en geïncarneerd. Het verslag volgt in hoofdstuk nul.

In het volgende bericht gaan wij verder met de rol van rituelen.


[2] Bron nog niet achterhaald

[3] Een filosofisch concept voor God in het Hindoeïsme, zie ook: http://en.wikipedia.org/wiki/Ishvara

[4] « Et incarnatus est de Spiritu Sancto » kan worden vertaald door “En hij is vlees geworden van de heilige geest

[5] Zie ook: Dylan Thomas, And Death shall have no Dominion

[6] Bron afbeelding:

[7] Bron afbeelding: http://thekissklimt.wordpress.com/2009/04/24/the-kiss-brancusi-sculpture/

[8] Bron afbeelding: http://www.flickr.com/photos/grassvalleylarry/238432804/sizes/o/in/photostream/

[9] Bron afbeelding: http://themeditationmind.com/meditation-history/zen-buddhism/

Inleiding – Mythen


Het boek “Wie ben jij” is voor een deel een hedendaagse mythe die verhaalt van een queeste waarin jij en ik op zoek gaan naar wie jij bent.  Deze zoektocht voert ons langs oneindig veel gezichtspunten en werkelijkheden. In het boek geven wij een beperkt aantal werkelijkheden weer die wij tijdens onze Odyssee zijn tegengekomen.

In de Oudheid werden Mythen van generatie op generatie over gedragen om kennis en ervaring over het leven door te geven. Deze Mythen gaan meestal niet over feiten en logica, maar zij verhalen over de oorsprong van ons bestaan, over de zin van het leven, over de relatie van onze voorouders met elkaar, met de goden en tegenover de omgeving, over drijfveren van onze voorouders en over vertrouwen en wantrouwen.

[1]

Waarschijnlijk hebben onze voorouders de feiten en logica die in de mythen worden verteld, niet letterlijk genomen. Maar de intensiteiten en associaties die in de mythen worden weergegeven, zijn voor hen zeer herkenbaar geweest. De voorouders ontlenen veel levenswijsheid aan de mythen om ongrijpbare omstandigheden, psychische omstandigheden en tragische gebeurtenissen te duiden[2]. Wij hebben het actieve gebruik van de taal van intensiteiten en associaties die in de mythen – en in de dromen – wordt gebruikt, voor een deel verloren[3]. In de hoofdstukken vijf en zeven zullen jij en ik onze ervaringen met deze verloren taal tijdens de Odyssee weergeven.

Tijdens onze zoektocht wordt vanuit steeds andere gezichtspunten zin gegeven en zin ontleend aan het leven dat jij, ik, iedereen en alles om ons heen in het verleden, in het heden en in de toekomst leiden. Een aantal van deze uitgangspunten zijn in onze hedendaagse taal niet goed te duiden. Hierdoor maken wij in ons verslag op sommige plaatsen gebruik van poëzie, beeldspraak en mythische vertellingen. Het boek krijgt het karakter van een essay en van een hedendaagse mythe.

Mythen hebben tegenwoordig een bijklank van verhalen die niet waar zijn. Maar ook tegenwoordig creëren wij veel mythen. Geld is een metafoor voor vertrouwen.

[4]

Volgens een hedendaagse mythe verschaft geld een zorgeloos eeuwig gelukkig leven; bank functionarissen en effectenhandelaren waken als half-goden over deze hemel en zij bepalen als poortwachters de toegang hiertoe. De bank crisis is niet alleen een vertrouwenscrisis, maar veroorzaakt vooral een existentiële crisis waarbij de rol van de hedendaagse half-goden en poortwachters ter discussie wordt gesteld.

Ook is sport volgens een hedendaagse mythe een metafoor voor het echte leven. De topsporters zijn rolmodellen die vereerd worden als half-goden en tragische helden aan de hand van de uitkomst van de wedstrijd. Sport coaches en verslaggevers vertonen enige overeenkomst met opperpriesters.

Een andere hedendaagse mythe is eigendom, de rechtspersoon en de staat die een eigen leven leiden naast de alledaagse en universele realiteit. Tijdens onze Odyssee ontmoeten wij ook de oorsprong en de gevolgen van deze mythe.

[5]

In het volgende bericht belichten wij de rol van rituelen.


[1] Bron afbeelding: Dros, Imme, Griekse Mythen. Amsterdam: Querido

[2] Amstrong, Karen, De Kwestie God. Amsterdam: De Bezige Bij, 2009 – pagina 11 – 12

[3] Zie ook: Fromm, Erich, The Forgotten Language. New York: Rinehart & Co, 1951

[4] Bron van afbeelding onduidelijk

[5] Bron van afbeelding: www.freefoto.com