Tagarchief: Normandië

Man Leben – op weg 3


Geschichte, mit denen man leben muβ

Jij vervolgt het korte verslag van jouw leven met de aankomst in Dachau na een pelgrimstocht van twee maanden:

“Begin september 1983 ben ik vertrokken van de boerderij van mijn peettante in Zuid Limburg. Zij had mij deze pelgrimstocht aangeraden om invulling te geven aan de wens van mijn tante die mij na mijn 21st verjaardag had gevraagd om de traditionele Joodse dodenherdenking voor mijn ouders te verrichten, wanneer ik daartoe in staat zou zijn. Mijn moeder was in 1944 in Dachau overleden en begraven. Tijdens Allerzielen op 2 november hoopte ik het graf van mijn moeder te bezoeken zoals gebruikelijk is volgens de Katholiek gewoonte in Zuid Limburg.

Op mijn tocht had ik de wind [1] en de maan [2] leren kennen en ik was hen gaan vereenzelvigen met de “Hij” en “zijn” in het Joodse gebed Kaddish [3]. Hierdoor had ik pas vanaf eind september 1983 iedere dag een jaar lang dit gebed gezegd voor mijn vader, moeder, tante en peetoom.

Als landloper, maar als luxe landloper kwam ik eind oktober 1983 in Dachau aan; mijn gezondheid was nog steeds uitstekend en mijn uitrusting comfortabel. Ook met het snelle invallen van de duisternis aan het einde van de middag leerde ik leven door een klein vuurtje te maken in een oud conservenblik.

Een dag later – op een wat stormachtige dag – heb ik het kamp bezocht. De beelden van de kampen zijn bekend. Bronnen melden dat in de kampen bij Dachau volgens de administratie ruim 206.000 gevangenen hebben gezeten waarvan 31,951 gevangen zijn overleden aan ondervoeding, uitputting en ziekte [4]. Ter vergelijking: op de oorlogsbegraafplaatsen bij Omaha Beach in Normandië en bij Henri Chapelle aan de Noordrand van de Ardennen liggen 7000 en 8000 gesneuvelde soldaten begraven: peilloos leed.

Tijdens mijn bezoek zag ik waarover mijn tante hier tegen mij nooit over heeft kunnen en willen praten. Ik begreep ook waarom ze aan haar wens zo uitdrukkelijk toevoegde: “Wanneer jij daar toe in staat bent”. Later, veel later, heb ik mijn gevoel tijdens het bezoek onder woorden kunnen brengen.

Versteend en verstild

Van binnen en van buiten

De Wind speelt Haar zang.

Bij het invallen van de schemering verliet ik het kamp. Buiten zong ik neuriënd de aria uit Cantate 82 “Ich habe genug” van Johann Sebastian Bach:

Schlummert ein, ihr matten Augen,
Fallet sanft und selig zu!
Welt, ich bleibe nicht mehr hier,
Hab ich doch kein Teil an dir,
Das der Seele könnte taugen.
Hier muss ich das Elend bauen,
Aber dort, dort werd ich schauen
Süßen Friede, stille Ruh.

Deze Cantate had Johann Sebastian Bach geschreven voor 2 februari, Maria Lichtmis of “Purificatio Mariae” [5] – de reiniging van Maria – 40 dagen na Kerstmis. Toepasselijk: ik zong de reiniging van en voor mijn moeder, haar gedachtenis zij een zegen voor hier – in onze wereld – en voor daar – in het hiernamaals [6]. Voor mij zijn deze twee werelden van Haar altijd een en dezelfde geweest.

De volgende dag kwam ik terug om te kijken of het graf van mijn moeder er goed verzorgd bij lag. Ik had een plat rond steentje meegenomen: dit steentje heb ik op haar graf gelegd.

[7]

Daarna ben ik langs de Katholieke kapel, de Christelijke verzoeningskerk en de Joodse gedenkruimte gelopen. Geen van de ruimten was voor mij uitnodigend om te betreden.

[7]

[9]

[10]

[11]

In Ulm had ik het studie model voor het continuüm gezien dat het gehele universum omvat in al Haar eenvoud en beperking. Binnenkant en buitenkant wisselen continu. Deze verzoeningsruimte geeft beschutting en neemt tegelijkertijd alles uit het universum ademend in zich op in geborgenheid en ontvankelijkheid. Mijn moeder, haar gedachtenis zij een zegen – voor hier en voor daar.

[12]

Op 2 November – de dag van Allerzielen – ben ik in de loop van de middag naar het graf van mijn moeder gegaan. Het steentje was verdwenen. Dat kon ik begrijpen, anders zou er een berg van steentjes ontstaan. Bij haar graf heb ik het gebed van Kaddish gezegd.

Tegen het vallen van de duisternis ben ik verder gegaan. De gevoelens bij mijn vertrek heb ik later gelezen in de Zen koan: “Ieder van U heeft Uw eigen licht. Als jij het wil zien, dan is het niet mogelijk. De duisternis is donker, donker. Nu, wat is Uw/Jouw licht? …… Het antwoord is: De ruimte van het Universum, de weg.” [13]

Landlopers zijn niet welkom in Dachau. Ik ben weer verder getrokken. De winter viel in. Het graf van mijn vader heb ik 10 jaar later in 1993 bezocht: toen was ik daar toe in staat. Eerst heb ik een aantal jaren in kloosters gewoond”, zeg jij.

Het volgende bericht gaat over jouw kloosterjaren.


[1] Zie bericht “Man Leben – op weg” van 14 oktober 2011.

[2] Zie bericht “Man Leben – op weg 2” van 17 oktober 2011.

[4] De bronnen melden variërende aantallen. De aantallen in dit bericht komen uit: http://www.dachau.nl/het_kamp/historisch/index.html en http://en.wikipedia.org/wiki/Dachau_concentration_camp

[6] Zie ook: Wieseltier, Leon, Kaddisj. Amsterdam: De Bezige Bij, 1999, p. 11

[12] Model for the continuous study of the workshop of Tomas Maldonado. Bron afbeelding:  http://en.wikipedia.org/wiki/Ulm_School_of_Design

[13] Vrije weergave van Yunmen’s light – casus 86 uit de Hekiganroku. Zie ook: Aitken, Robert, The Mind of Clover – Essays in Zen Buddhist Ethics. New York: North Point Press, 2000⁸. pag. 62. Opmerking: Volgens de bronnen is het antwoord in deze koan: “De opslagruimte, de poort/weg”. De Engelse versie voor “opslagruimte” is “storeroom” of “kitchen storage”; hier is dit begrip weergegeven als “de ruimte van het Universum” met verwijzing naar “Deine Seele ist die ganze Welt” – zie ook: Hesse Herman, Siddhartha. Frankfurt am Main: Suhrkamp Verlag: 1989 p. 10. De Engelse versie voor “poort/weg” is “gate en gateway”; in het Sankriet betekent “gate” onder andere “gaande, en de locativus voor gaan”.

Advertenties

Intermezzo: herdenking van gevallenen


Uw verteller heeft vandaag de eerste hoofdpersoon ontmoet. De tweede hoofdpersoon is nog steeds niet volledig herstelt. Waarschijnlijk zijn zij pas over ongeveer twee weken in staat de reis te hervatten. Uw verteller mag deze intermezzo nog even voortzetten.

De eerste hoofdpersoon is met zijn familie enkele weken op vakantie geweest in Bretagne in Frankrijk. Hij bereidt zich voor op het tweede deel van de Odyssee naar “Wie ben jij – een verkenning van ons bestaan”. Dit tweede deel is een verkenning van de vijf gangbare werkelijkheden. Zijn medereiziger en hij zullen hierbij de aanlegplaatsen aandoen van de wetenschap, het gevoelsleven, de leegte, de verandering, de tijd, en de onderlinge verbondenheid. Zij zullen de zin en waanzin van alledag ontmoeten. Zij zullen de schoonheid en afschuw van ons dagelijks leven ondergaan. Het vervolg van de Odyssee is vergelijkbaar met de inspanningen en verschrikkingen van de scheiding van lucht en aarde. Het wordt een verkenning naar ons dagelijkse zijn. Na deze zoektocht zullen zij beiden een ander mens zijn: de verkenning betekent een afscheid van wie zij nu zijn.

De eerste hoofdpersoon weet nog niet goed waar te beginnen. Hij heeft hetzelfde advies ontvangen dat de verteller van de Mahābhārata – door Peter Brook [1] – heeft gekregen bij het aanvang van die zoektocht: “Begin bij jezelf”.

Tijdens de vakantie heeft de eerste hoofdpersoon de stranden in Normandië bezocht waar in juni 1944 op D-day de landing van de geallieerde troepen heeft plaatsgevonden. Naast Omaha Beach bij Colleville-sur-Mer ligt een begraafplaats van ongeveer 7000 gesneuvelde Amerikaanse soldaten.

[2]

In het herdenkingsgebouw bij deze begraafplaats is op de benedenverdieping achter een glazen wand een geweer met helm – in plaats van een kruis – als herdenking aan een gevallen soldaat in de grond geplaatst.

[3]

Na het zien van het geweer met helm voor de gevallen soldaat, valt de eerste hoofdpersoon bij het lopen over de begraafplaats de gelijkenis op tussen het geweer en de kruisbeelden. Op veel begraafplaatsen staan kruisbeelden als grafstenen voor overleden Christenen.

 [4]

Het Christelijk geloof is niet zonder slag of stoot verspreid binnen de Westerse wereld. Tot ongeveer 320 jaar na Christus zijn de Christenen vaak vervolgd om hun geloof. Nadat de Romeinse keizer Constantijn het Christelijk geloof heeft erkend als staatsgeloof en zijn persoonlijk geloof, is het Christelijk geloof veranderd van een geloof dat vervolgd wordt in een geloof dat zelf is over gegaan tot vervolging van anders denkenden [5]. Hierbij is het gebruik van geweld niet geschuwd. De overeenkomst tussen het zwaard en het kruis als symbool voor het Christelijk geloof is markant. De eerste hoofdpersoon is de overeenkomst opgevallen tussen het geweer in de grond als gedenkteken/symbool voor de soldaat die is gevallen voor zijn vaderland en het kruis – met een zekere gelijkenis met een zwaard dat in de grond is geplaatst – als gedenkteken/symbool voor een overleden gelovige.

Tijdens zijn vakantie heeft de eerste hoofdpersoon het boek “The last Amateurs” gelezen over de voorbereiding van de roeiwedstrijd tussen de universiteitsploegen van Cambridge en Oxford.

[6]

Het volgende intermezzo gaat over amateurs.


[1] DVD Peter Brook, http://nl.wikipedia.org/wiki/Mahabharata – Het ultieme verhaal

[5] Bron: Norwich, John Julius, The Popes, A History, London: Chatto & Windos, 2011 p. 17

[6] Cover van:  Rond, Mark de, The last Amateurs, Cambridge: Icon Books, 2008