Tagarchief: object in het midden

Inleiding: Drie – Object in het midden – Bezinningsruimten


In de vorige berichten hebben jij en ik verschillende huizen van God bezocht. De gelovigen proberen met de kerken als “object in het midden” uitdrukking te geven aan een wederzijds vertrouwen, dat tussen mensen en God is gevestigd. Dit vertrouwen wordt voortdurend en periodiek door rituelen bestendigd. Daarnaast scheppen de kerken een band tussen mensen onderling waarbij vaak een binding ontstaat en soms een afwijzing de overhand krijgt. Kerken proberen een tijdloos ijkpunt te zijn, van waaruit de leefwereld – lucht/hemel en aarde afzonderlijk en in onderlinge samenhang – wordt ervaren. Ook geven de kerken hoop op een overstijging van het mensenleven door een herrijzenis in een hiernamaals. Wij bezoeken alle kerken die wij op onze Odyssee tegenkomen.

Wij komen ook “objecten in het midden” tegen die ruimte bieden voor bezinning. Door deze bijzondere ruimten wordt de mogelijkheid geschapen voor het overstijgen van de menselijke maat en/of voor het – opnieuw? – ervaren van een volkomen eenheid. Bepaalde plaatsen in het natuurlijke landschap zijn voor dit doel al eeuwen lang gebruikt. Tijdens onze Odyssee hebben wij eerder markeringen van steencirkels, stenen in het landschap en grotten gezien.

Waarschijnlijk zijn de mensen met het betrekken van woonsteden ook bezinningsruimten gaan inrichten die lijken op woonsteden. In het begin zijn de bezinningsruimten meestal in of nabij de woonsteden gevestigd. In de loop der tijd zijn deze eerste bezinningsruimten uitgegroeid tot omvangrijke sacrale gebedsruimten en/of huizen van God. Een aantal van deze plaatsen zijn over gegaan in wereldse bezinningsruimte die wij onder meer in de vorm van musea en kunstwerken tegen komen. Tijdens onze Odyssee bezoeken wij ook bijna alle musea, maar hiervan kunnen wij geen verslag van geven.

Twee bijzondere bezinningsruimten laten wij wel zien. Deze eerste ruimte – de Mark Rothko[1] kapel in Houston uit 1967 – is een raakvlak tussen een gebouw voor religie en een ruimte voor kunst. De buitenkant is een monolithische achthoek voorzien van een kleine ingang. Op het eerste gezicht lijkt het een mausoleum.

 [2]

Wij gaan de kapel binnen. De ruimte straalt een verstilling uit – even monolithisch als de buitenkant. Het licht komt van boven. Inwendig zing ik het eerste Chorus van Cantate 131 van Johann Sebastian Bach:

Aus der Tiefe rufe ich, Herr[3], zu dir.
Herr, höre meine Stimme, lass deine Ohren merken auf die Stimme meines Flehens!“[4]

De vensters naar buiten bestaan uit schilderingen van Mark Rothko uit 1964 – 1967, kort voor zijn dood.

[5]

“De schilderijen geven alle indrukken van de wereld weer. Het lijkt wel of hij – in doorzichtige blauw/zwarte inkt – ieder ooit geschreven en gesproken woord op de panelen heeft willen drukken.”: zeg jij.

“Klopt. Alle glasparels van “Indra’s net” [6] zitten tegelijkertijd in de verf van de schilderijen; zo dicht zijn de kleuren.”: zeg ik.

De breekt de zon door. Op het drieluik licht het bloed van de aarde op in een rode purperen gloed.

[7]

Wij gaan naast een mediterende – Zen? – boeddhist zitten. Als de Boeddhist opstaat, gaan wij naar buiten.

Buiten gekomen zeg jij: “Ik heb eens gelezen: “Een man vraagt aan een hedendaagse vrouwelijke Boeddhistische kluizenaar in China om de kern van het boeddhistische leven op papier te kalligraferen. Zij legt het papier aan de kant. Enkele maanden later ontvangt hij vier woorden per post: welwillendheid, mededogen, vreugde en onthechting. Haar kalligrafie is krachtig en helder als haar geest.”[8] Zijn deze vier woorden ook van toepassing op deze kapel?”

“Ja.”: zeg ik.

“Ik heb eerst getwijfeld over vreugde, totdat de zon doorbrak.”: zeg jij.

In het volgende bericht gaan wij kijken naar het laatste deel van de film “Offret” – of “Het Offer” van Andrei Tarkovsky uit 1986.


[1] Zie voor nadere informatie over Mark Rothko: Hughes, Robert, De Schok van het Nieuwe – Kunst in het Tijdperk van Verandering. Utrecht: Veen, 1991, pagina 318 – 320; en Arnason, H.H., A History of Modern Art. London: Thames and Hudson, 1979, pagina 533 – 534

[3] Mogelijk is het Duitse woord “Herr” verwant met de werkwoord kern “hṛ” die in het Sanskrit “offeren, aanbieden” en “nemen, wegnemen” betekent. Bron: elektronische versie van het woordenboek Monier-Williams – MWDDS V1.5 Beta. Deze beide betekenissen van de werkwoord kern “hr” geven tezamen uitdrukking aan de beide rollen van de krijgers-kaste in de vee-cyclus: zij roven vee en geven een deel van het vee aan de priesters voor offergave aan de goden. Daarnaast heeft een heer ook de twee rollen van het bieden van bescherming enerzijds en het nemen van een deel van de oogst. Waarschijnlijk zijn hier de rol van landheer gaan samenvallen met God. In de belevingswereld van onderdanen zijn koning en God nauw met elkaar verbonden.

[4] Vertaling: “Uit de diepten roep ik, Heer [3], tot jou. Heer, hoor mijn stem, laat jouw oren de stem van mijn twijfel horen!” In het Duits betekent het woord “Flehens” smeekbeden”, maar hier is het woord vertaald met twijfel, omdat bijna iedere smeekbede aan God haar oorsprong in twijfel heeft. Zie hiervoor het boek Job uit het Oude Testament.

[5] http://online.wsj.com/article/SB10001424052748703445904576118063020357484.html

[6] Zie voor “Indra’s net” het bericht “Inleiding: Een – Pantheïsme – Indra’s net” van 8 april 2011.

[8] Bron: Porter, Bill, Road to Heaven – Encounters with Chinese Hermits. Berkeley: Counterpoint, 1993. pagina 109

Advertenties

Inleiding: Drie – Object in het midden – Kerk


In het vorige bericht zijn jij en ik de rol van het huis als “object in het midden” tegen gekomen. De rol van huis is in de loop der tijd gewijzigd van levensomgeving naar woonstede. Deze woonstede in de vorm van een huis wordt door onze voorouders gezien als een veilige thuishaven en als ijkpunt van waaruit de wereld wordt ervaren. Recent zijn mensen zich gaan vereenzelvigen met hun huis: zij geven het huis gestalte en het huis geeft uitdrukking aan wie zij zijn. Onze huidige samenleving verlangt van ons steeds meer dat wij een nationaliteit en een vaste woon- en verblijfplaats hebben. Zonder deze bezittingen worden mensen niet als volwaardige ingezetenen beschouwd.

Nu gaan jij en ik op zoek naar de rol van het huis van God als “object in het midden”. De eerste heilige plaatsen hebben wij al eerder gezien. Heilige stenen zijn wij al tegen gekomen op onze Odyssee. Wij herinneren ons de steencirkels als ontmoetingsplaatsen voor plechtigheden die wij niet meer kennen.

 [1]

Het gouden kalf als afbeelding van een (af-)god kennen wij ook [2]. Over Jahweh die aanwezig is tussen toppen van de engelenvleugels boven de verloren ark van het verbond, hebben wij in het Oude testament gelezen.

Waarschijnlijk hebben de jager-verzamelaars al onderdak gegeven aan Goden. Wij hebben gelezen over rituelen waarin de jagers zich verenigen met hun prooi als boete doening voor het doden van de prooi èn om de unieke bond voor overleven tussen prooi en jager in stand te houden. De rituelen zijn mogelijk op bijzondere plaatsen en tijden verricht. Deze plaatsen kunnen als een voorloper van het huis van God worden gezien. Een volgende stap op weg naar een huis van God zijn grotten waarin vooral veel schilderingen van jacht-taferelen gevonden. Waarschijnlijk hebben deze schilderingen ook een religieuze achtergrond gehad.

De herdersvolkeren zijn voor een deel met hun kudden rondgetrokken. Zij hebben mogelijk ook vaste heilige plaatsen gekend. En zij zullen heilige plaatsen van gevestigde bewoners hebben ontmoet. Hebben zij zich met de goden van de gevestigde bewoners en de jager-verzamelaars vereenzelvigd? Waarschijnlijk niet, maar misschien hebben zij onderdelen van hun geloof toch overgenomen. Als nomaden zullen zij hun heilige voorwerpen hebben meegenomen op de trektochten met kudden. Binnen hun tenten zijn speciale plaatsen ingeruimd voor heiligdommen. Een voorbeeld is de ark van het verbond die de Joden op de trektochten met zich mee dragen en op rustplaatsen in een tent is gezet. Zelfs in de tempel in Jeruzalem blijft de ark voorzien van draagstokken als herinnering aan- en voorbereiding op trektochten.

Bij jou en mij roept de vorm van Islamitische moskeeën beelden op van tijdelijke verblijven – grote tenten met voorposten om de ingang te wijzen – in een woestijn. Deze moskeeën zijn uiteindelijk overgegaan in imposante Godshuizen met voorhoven en bijgebouwen rondom. Een voorbeeld hiervan is de Suleyman moskee in Istanboel.

[3]

Akkerbouwers met vaste velden zijn een vaste woonstede gaan betrekken. Ook de goden hebben een eigen woonstede gekregen. Het erkennen van Godshuis is niet vanzelf gegaan. Bij het bezoek aan de oudste staafkerk in Urnes in Noorwegen, vertelt de gids dat het houtwerk aan de buitenkant van de kerk is bewerkt met veel draak-motieven om de boze geesten buiten te houden. Dat is ook nodig in de lange donkere winters. De Vikingen moeten hun zwaarden buiten bij de deur laten staan. Binnen in de kerk komt er alleen wat licht van boven. In dat licht is boven in de kerk een houten kruisbeeld te zien waar vandaan de verlossing en de toegang tot het hiernamaals moet komen. De priesters in die tijd proberen zo het beeld van het Walhalla – de hal waar de eervol gevallenen in de strijd tot in lengte van dagen eten, drinken en vechten – te veranderen in een verlangen naar verlossing van de zonden en een uitzicht op een Christelijk kijk op het hiernamaals. De blauwe verfkleur lapis lazuli op het houten kruisbeeld uit ongeveer de 12e eeuw na Christus komt volgens de gids uit Afghanistan.

Bij de uitleg van de gids denk ik aan Jalāl al-Dīn – ook bekend als Rumi, die rond dezelfde tijd is geboren in Vaksh in de provincie Balkh in Afghanistan. Waarschijnlijk overstijgt Rumi  het “object in het midden” in zijn contact met Allah: “Mijn ervaring is in het hart van Allah; ziek zal het hart van Allah zijn zonder de ervaring van mij [4]”. Later op onze Odyssee hierover meer.

Nu wij deze staafkerk verlaten zeg jij: “Die lichtopeningen onder het dak doen mij denken aan een uitspraak van Oscar Wild: “We are all in the gutter, but some of us are looking at the stars”.

[5]

“Herinner jij je de eerste stralen van de ochtendzon om 6 uur ’s-morgens op de eerste lentedag? [6]”, vraag ik.

“Altijd als ik een kerk bezoek”, zeg jij.

Het volgende bericht gaat verder over kerken als “object in het midden”.


[1] Bron afbeelding: Marieke Grijpink

[2] Zie het vorige bericht “Inleiding: Drie – Object in het midden – deel 1” op 5 mei 2011

[3] http://www.islamleer.nl/islaam/biografie/geleerdenoverigen/758-kanuni-sultan-suleyman-i

[4] Nicholson, Reynold A., The Mathnawi of Jalálu’ddin Rúmí, Book II. Cambridge: Biddles Ltd, 2001 p. 281

[5] Bron afbeelding: http://www.sacred-destinations.com/norway/urnes-stave-church

[6] Zie het laatste bericht over “Twee” op 25 april 2011