Tagarchief: Odysseus

Narrator – te voet onder het oog van de cycloop


Luxemburg toonde zich de eerste twee dagen van haar liefelijk zijde. Ik wandelde door een sprookjesachtig dal waar ik elfjes en feeën had kunnen ontmoeten. De mensen waren aardige en ik waande mij in een paradijs.

Na deze lieflijke ontmoeting, maakte ik kennis met Luxemburg als trollenland waar hongerige geesten woonden. De derde nacht in Luxemburg onweerde het verschrikkelijk. In het donker leken de flitsen uit het oog van de cycloop [1] te komen. De bliksem verlichtte mijn pad; de donderslagen rolden door de dalen. Ik moest vluchten, maar er was geen uitweg. Ik kon alleen doodsbang verder lopen. Na enkele uren hield het onweer gelukkig op en in een schuilplaats vond ik eindelijk rust. De rest van de nacht hoorde ik het tikken van de regen. Tegen de ochtendschemering hield de regen op.

[2]

De hele omgeving was in een dikke mist gehuld en het was erg koud in het vroege najaar. Deze wereld was nieuw voor mij; ik voelde mij opgesloten in een grijze donkere wereld. Ik zocht een uitweg. Ik zag niemand; ik hoorde niemand. Ik was helemaal alleen in een stille koude wereld. Op mijn baard, mijn wenkbrauwen en oogwimpers kwamen kleine druppels. Mijn kleding was klam van de koude nevel. Deze nacht had de Masaï God Engaï [3] mij niet opnieuw tot leven gebracht. Was dit de straf voor het nachtelijk vuur in het bos [4] dat was aangestoken door onze militie in Kenia waarbij wij vreugde hadden beleefd aan het doden van de dorpelingen die aan het vuur wilden ontsnappen?

[5]

Na een half uur lopen werd het iets lichter; de zon kwam op: eerst heel vaag in de verte, later als een oog door de nevel. Deze wereld was mij vreemd. Ik had het nog steeds erg koud. Later in de omgeving van Amsterdam zou ik zo aan dit weertype gewend raken, dat ik er blindelings mijn weg in kon vinden.

[6]

Aan de linkerkant ging een weg omhoog. Ik moest weg uit deze onderaardse wereld. Zoals Odysseus vastgeklemd onder een ram uit de grot van de cycloop was ontkomen, zo liep ik ingeklemd in de wattendeken de weg omhoog. Langzaam werd het lichter en de grijsheid werd minder. Boven aan de heuvel leken de wolken in de dalen op de vacht van een kudde schapen.

[7]

Over de weg omhoog ontsnapte ik uit die lugubere onderwereld. De zon scheen eindelijk; na een uur lopen was ik weer droog en warm. Luxemburg liet zich weer van haar feeërieke kant zien. Via de hoogvlakte bereikte ik België.


[1] Volgens de Griekse mythologie heeft Zeus zijn bliksem, en Poseidon zijn drietand aan de Cyclopen te danken. Zie voor een korte omschrijving van de avonturen van Odysseus met de cycloop: http://nl.wikipedia.org/wiki/Cycloop

[3] Volgens een Masaï mythe geeft de God Engaï vee aan de mensen en hij brengt de mensen na de dood tot leven en laat de maan iedere dag sterven. Na een zonde waarin een tegenstander dood werd gewenst, liet Engaï de mensen dood gaan en hij bracht de maan iedere nacht weer tot leven. Bron:  http://nl.wikipedia.org/wiki/Masa%C3%AF_(volk)

[4] Zie het laatste deel van boek 1 van de Mahābhārata waarin Arjuna en Kṛṣṇa bij het vuur in het Khandava bos met vreugde pijlen schieten op alles dat het bos verlaat. Bronnen:  http://www.sacred-texts.com/hin/maha/index.htm boek 1 Section CCXXVII en verder; Katz, Ruth Cecily, Arjuna in the Mahābhārata: Where Krishna is, there is victory. Delhi: Molital Banarsidass Publishers, 1990,  p. 71 – 84

[5] Bron afbeelding: http://en.wikipedia.org/wiki/Fog

[6] Bron afbeelding: http://de.wikipedia.org/wiki/Nebel

[7] Bron afbeelding: http://de.wikipedia.org/wiki/Nebel

Advertenties

Inleiding – aanvang van de zoektocht


Nu na het vorige bericht [1] zo ongeveer alles in beeld is, ontstaat de vraag hoe te beginnen.

De verteller van de Mahābhārata door Peter Brook[2] zegt in de openingsscène: “Het begin is altijd in nevelen gehuld, ik weet niet hoe te beginnen”.[1]

Chaos in Orion[3]

“Begin bij jezelf”, krijgt de verteller als advies.

Laten jij en ik beginnen bij het begin – bij jouw geboorte.

Eerst zal ik jou teleurstellen. Dit boek begint niet op jouw geboortedatum waarop jij volgens de burgerlijke stand de baarmoeder hebt verlaten. Ook nemen wij niet als startpunt het tijdstip van jouw conceptie negen maanden eerder. In China en Vietnam ben jij bij het verlaten van de baarmoeder al één jaar oud[4]. Tijdens deze negen maanden in de baarmoeder heb jij ongeveer de hele evolutie doorlopen. Daarna ben jij ontwikkeld van zuigeling, baby, peuter, kleuter, kind, jongeling tot volwassene. Maar deze reis vanaf jouw conceptie tot nu heeft jou nog steeds niet gemaakt tot wie jij bent.

Jouw geboorte ligt bij het begin van alles. Daar begint onze zoektocht naar “Wie ben jij”. Na jouw geboorte is een reis met vele stadia begonnen naar het “hier en nu”. Wij gaan op zoek naar de weg van deze reis die jou vormt tot wat jij bent. Deze zoektocht – met 19 aanlegplaatsen – zal een thuiskeer zijn. Odysseus deed tien jaren over zijn reis van Troje naar huis[5]. Wij doen heel wat langer over onze Odyssee: onze tocht voert van het begin tot nu. Aan het einde zullen wij terugkijken op onze reis. Dan zien wij dat alles in een zucht is volbracht.

In het volgende bericht meer over de 19 aanlegplaatsen.


[1] Zie ook vorig bericht “Voor wie schrijf ik “Wie ben jij”” onder http://wp.me/p1oJh7-3M

[2] DVD Peter Brook, http://nl.wikipedia.org/wiki/Mahabharata – Het ultieme verhaal

[4] Zie: Thich Nhat Hahn, Vorm is leegte, leegte is vorm. Rotterdam: Asoka, 2007 – Pagina 30