Tagarchief: Omaha Beach

Man Leben – Stof van een reis


Wovon man nicht leben kann, darüber muss man schweigen[1]

Jij gaat verder met het verhaal van jouw leven:

“Rond 1990 ben ik na bestudering van Oosterse wijsheid mijn schuldgevoel en schaamte over mijn bestaan goeddeels kwijt geraakt. Kort na elkaar zijn mijn tante en mijn peetmoeder in 1993 overleden. Polen was in die tijd eenvoudig toegankelijk. In mijn leven is de tijd aangebroken om naar Auschwitz te gaan.

De naam Auschwitz is afkomstig van de Poolse plaatsnaam Oświęcim in de buurt van het kamp. Veel Joden die voor de oorlog in Oświęcim leefden, noemden deze plaats Oshpitzin – het Yiddish woord voor gast – omdat deze plaats voor de Tweede Wereldoorlog bekend was om haar gastvrijheid [2].

Als voorbereiding heb ik Shoah [3] van Claude Lanzmann bekeken. Bij het zien van deze documentaire viel op hoe uitgebreid en gedetailleerd de logistiek voor het vervoer en het onderdak van de vele miljoenen mensen moet zijn geweest onder lastige omstandigheden in oorlogstijd. Het waren doelgerichte en verreikende ondernemingen. Veel mensen die tussen 1974 en 1985 werden geïnterviewd, hadden de herinneringen aan de omvang en de reikwijdte – en hun aandeel daarin – verdrongen of bijgesteld. Na doorvragen bleken deze mensen vaak met verlegenheid en schaamte de reikwijdte van de transporten en van het doel van de kampen te kennen. Hun aandeel werd als minuscuul radartje voorgesteld dat alleen het vervullen van een plicht was.

[4]

Ook heb ik de statistieken bekeken. Dachau was een concentratiekamp of een werkkamp waar de gevangenen werden samengebracht om te werken. De meeste doden vielen in deze kampen door zwaar werk, ondervoeding, ziekte en mishandeling. Het kamp Auschwitz II ook wel Auschwitz-Birkenau genoemd, was een vernietigingskamp. Nauwkeurige gegevens zijn niet meer voorhanden, omdat deze aan het einde van de oorlog zijn vernietigd. De meeste schattingen geven aan dat ongeveer 1,3 miljoen mensen naar de kampen bij Auschwitz zijn gedeporteerd. Hiervan zijn ongeveer 1,1 miljoen om het leven gekomen. In Auschwitz II zijn volgens schattingen ruim 900.000 mensen omgekomen waarvan 57 000 Nederlanders – waarschijnlijk was mijn vader een van hen. Na een dagenlange reis per trein werd er bij aankomst in het kamp een selectie gemaakt. Alleen de sterksten werden geselecteerd voor arbeid, de anderen gingen hun dood tegemoet [5]. Het aantal overleden Joden in Auschwitz II is te vergelijken met alle inwoners van Amsterdam inclusief enkele randgemeenten.

[6]

Ongeveer driekwart van de Nederlandse Joden hebben de oorlog niet overleefd. Door de nauwkeurige bevolkingsregisters zijn de Joden eenvoudig achterhaald. De gedeporteerde Joden zijn in de burgerlijke stand als “geëmigreerd” uitgeschreven. In totaal zijn circa 110.000 Joden uit Nederland gedeporteerd, waarvan circa 5.000 de concentratiekampen hebben overleefd. Het aantal overleden Nederlandse Joden is te vergelijken met het volledige inwonersaantal – inclusief bejaarden, zieken en pasgeborenen – van een stad als Delft.

In Europa zijn tijdens de Tweede Wereldoorlog tussen de 5,4 en 6 miljoen Joden overleden door toedoen van het andere bewind [7]. Dit is meer dan 700 keer het aantal gesneuvelde soldaten die begraven liggen op de oorlogskerkhoven bij Omaha Beach bij Colleville-sur-Mer in Normandië of bij Henri Chapelle in België: peilloos leed.

Twee dagen heeft de treinreis naar Oświęcim geduurd. In Oświęcim ben ik in de voetsporen van mijn tante getreden. Ik heb nooit over mijn bezoek aan de kampen bij Auschwitz gesproken: ik kan dat niet en ik wil dat niet. Een week later ben ik leeg van binnen en van buiten weer terug naar Amsterdam gegaan.

Enkele maanden later heb ik drie korte gedichten geschreven:

Het Stof van de Reis

Kan niet worden afgeschud

As van alledag

 

Vervlogen levens

Opgenomen in ons merg

Oneindig moment

 

Alles en ieder

Vormen in de tijdstromen

Levende adem

In de kampen bij Dachau had ik geen verzoening kunnen vinden. De verzoeningsruimten in Dachau waren indertijd voor mij niet uitnodigend om te betreden. In Ulm had ik op mijn reis naar Dachau het studie model voor het continuüm gezien dat het gehele universum omvatte in al Haar eenvoud en beperking. Deze verzoeningsruimte gaf beschutting en nam alles uit het universum ademend in zich op in geborgenheid en ontvankelijkheid.

Na mijn bezoek aan Auschwitz heb ik heb in iedere spiegel gekeken voor hoop en vertroosting. Daarin zag ik mijn verdrietige, droeve, boze, schuldige, berustende ogen. En ook steeds de vragen: “Wie ben jij” en “Hoe ben jij hiermee verbonden en hoe ben jij hiervan gescheiden”. Op onze Odyssee stellen wij dezelfde vragen. In stilstaand water zag ik spiegelingen van de wereld. Met takjes en stenen heb ik deze beelden voor korte tijd verstoord, maar de beelden kwamen terug – guur, koud, onherbergzaam.

[8]

Het gebarsten glas van het Auschwitz Monument in Amsterdam weerspiegelt een deel van mijn gevoelens na het bezoek; persoonlijk zou ik de spiegels heel laten.

[9]

In de loop van de geschiedenis staat Auschwitz niet op zich zelf. Als bij jager/verzamelaars een man de plaats van een andere man bij een vrouw wil innemen, dan kan dat de dood van een van de mannen tot gevolg hebben. Groepen mensen hebben met elkaar gestreden over het recht van grond: dit heeft geregeld geresulteerd in de dood van 10 % van de strijders [10]. Sinds de oudheid is het belegeren van steden en de eventuele inname van steden omgeven met gebruikelijke rituelen en rechten: plunderingen, het doden van mannen en het wegvoeren van vrouwen en kinderen als slaven komen geregeld voor. Sinds de klassieke oudheid is oorlogsvoering met beroepslegers endemisch in onze samenlevingen verankerd geraakt. Met het ontstaan van onze huidige staten, is ook de dienstplicht ingevoerd. Door een nauwkeurige registratie weten de staten altijd waar de jonge mannen en de paarden/voertuigen zijn voor inzet tijdens oorlogsvoering. De gevolgen kennen wij: op de heenweg van Napoleon naar Moskou zijn de meest slachtoffers gevallen, niet tijdens de verschrikkingen op de terugtocht [11]. De gesneuvelde soldaten tijdens de Duits/Franse oorlogen lopen in de miljoenen. De slachtvelden zijn altijd een Armageddon geweest, maar de omvang en duur van de gevechten zijn enorm toegenomen. Daarnaast is het aantal burgerslachtoffers vermeerderd en de slachtingen nemen geregeld elementen van volkerenmoord aan – denk aan stelselmatige moordpartijen in Afrika en in Cambodja.

Maar Auschwitz II en de andere vernietigingskampen onder het andere bewind in Duitsland zijn uitzonderlijk. In 1942 en 1943 toen de veroveringen door de Duitsers moeizamer zijn verlopen en de inspanningen direct voelbaar zijn geworden in Duitsland, is de zondebok snel gevonden en gestigmatiseerd. Het lijkt wel of het andere bewind – met al 10 jaar een leider als “persoon in het midden” voor herstel van het verstoorde vertrouwen –  heeft gedacht dat door het opofferen van de zondebok de problemen zouden verminderen. Deze offergave is uitzonderlijk in omvang, inspanningen en tijdsduur geweest: “De opoffering zijn met wetenschappelijk-systematische, technisch welhaast onberispelijke stijl uitgevoerd. Zonder overhaasting, weldoordacht, geregistreerd en gereglementeerd. De directe daders: niet zelden bruten en ongeletterden, maar dikwijls ook gestudeerden en intellectuelen met een onuitroeibare voorliefde voor literatuur, beeldende kunsten en muziek; velen hunner zijn zorgzame huisvaders geweest” [12].

In de door het andere bewind beheerste gebieden moet alles en iedereen een kleiner of groter aandeel in deze opoffering hebben gehad. De latere inspanningen om dit aandeel te verdringing spreken voor zich [13]. In Shoah [14] van Claude Lanzmann zien wij een afspiegeling van deze inspanningen tot verdringing. Als ik na mijn bezoek aan Auschwitz in de spiegel kijk, zie ik nog steeds een fractie van deze inspanning – over dit beeld kan ik net als mijn tante niet spreken: ik kan dat niet en ik wil dat niet.

Vele jaren later heb ik gelezen dat een groep Amerikaanse Boeddhisten naar Auschwitz is gegaan voor vertroosting van alles en iedereen [15]. Zij hebben uit de lange lijsten namen van overledenen genoemd met geboortejaar en overlijdensjaar. Hiermee wordt de omvang duidelijk: de leeftijd van de overledenen varieert tussen enkele maanden en meer dan 80 jaar.

Mijn reis naar Auschwitz duurde een ademteug, twee weken, meer dan 4500 jaar, van het begin van het heelal tot heden, en van de dag voor gisteren tot de dag na morgen.

In Amsterdam heeft mijn leven van alledag weer zijn beloop genomen. Hierover meer in het volgende bericht”, zeg jij.

Het volgende bericht gaat verder over jouw leven na de reis naar Auschwitz.


[1] Vrije weergave van laatste zin uit: Wittgenstein, Ludwig, Tractatus Logico-Philosophicus. Amsterdam: Athenaeum-Polak & Van Gennip, 1976 p. 152

[2] Bron: Glassman, Bernie, Bearing Witness – A Zen Master’s Lessons in Making Peace. New York: Bell Tower, 1998, p. 4

[10] Bron: Keegan, John, A History of Warfare. London: Pimlico – Random House, 2004

[11] Bron: Zamoyski, Adam, 1812 – Napoleons fatale Veldtocht naar Moskou. Utrecht: Uitgeverij Balans, 2005

[12] Bron: Eerst alinea van de Inleiding uit – Presser, Jacques, Ondergang. De vervolging en verdelging van het Nederlandse Jodendom 1940-1945 (twee delen), Den Haag: Staatsdrukkerij, 1985 – digitale versie.

[13] Onder meer de verschijning van “Presser, Jacques, Ondergang. De vervolging en verdelging van het Nederlandse Jodendom 1940-1945 (twee delen)” in 1965 zorgde voor het bespreekbaar maken van het Nederlands aandeel in deze “offergave”.

[15] Zie “Part I” van: Glassman, Bernie, Bearing Witness – A Zen Master’s Lessons in Making Peace. New York: Bell Tower, 1998

Advertenties

Man Leben – op weg 3


Geschichte, mit denen man leben muβ

Jij vervolgt het korte verslag van jouw leven met de aankomst in Dachau na een pelgrimstocht van twee maanden:

“Begin september 1983 ben ik vertrokken van de boerderij van mijn peettante in Zuid Limburg. Zij had mij deze pelgrimstocht aangeraden om invulling te geven aan de wens van mijn tante die mij na mijn 21st verjaardag had gevraagd om de traditionele Joodse dodenherdenking voor mijn ouders te verrichten, wanneer ik daartoe in staat zou zijn. Mijn moeder was in 1944 in Dachau overleden en begraven. Tijdens Allerzielen op 2 november hoopte ik het graf van mijn moeder te bezoeken zoals gebruikelijk is volgens de Katholiek gewoonte in Zuid Limburg.

Op mijn tocht had ik de wind [1] en de maan [2] leren kennen en ik was hen gaan vereenzelvigen met de “Hij” en “zijn” in het Joodse gebed Kaddish [3]. Hierdoor had ik pas vanaf eind september 1983 iedere dag een jaar lang dit gebed gezegd voor mijn vader, moeder, tante en peetoom.

Als landloper, maar als luxe landloper kwam ik eind oktober 1983 in Dachau aan; mijn gezondheid was nog steeds uitstekend en mijn uitrusting comfortabel. Ook met het snelle invallen van de duisternis aan het einde van de middag leerde ik leven door een klein vuurtje te maken in een oud conservenblik.

Een dag later – op een wat stormachtige dag – heb ik het kamp bezocht. De beelden van de kampen zijn bekend. Bronnen melden dat in de kampen bij Dachau volgens de administratie ruim 206.000 gevangenen hebben gezeten waarvan 31,951 gevangen zijn overleden aan ondervoeding, uitputting en ziekte [4]. Ter vergelijking: op de oorlogsbegraafplaatsen bij Omaha Beach in Normandië en bij Henri Chapelle aan de Noordrand van de Ardennen liggen 7000 en 8000 gesneuvelde soldaten begraven: peilloos leed.

Tijdens mijn bezoek zag ik waarover mijn tante hier tegen mij nooit over heeft kunnen en willen praten. Ik begreep ook waarom ze aan haar wens zo uitdrukkelijk toevoegde: “Wanneer jij daar toe in staat bent”. Later, veel later, heb ik mijn gevoel tijdens het bezoek onder woorden kunnen brengen.

Versteend en verstild

Van binnen en van buiten

De Wind speelt Haar zang.

Bij het invallen van de schemering verliet ik het kamp. Buiten zong ik neuriënd de aria uit Cantate 82 “Ich habe genug” van Johann Sebastian Bach:

Schlummert ein, ihr matten Augen,
Fallet sanft und selig zu!
Welt, ich bleibe nicht mehr hier,
Hab ich doch kein Teil an dir,
Das der Seele könnte taugen.
Hier muss ich das Elend bauen,
Aber dort, dort werd ich schauen
Süßen Friede, stille Ruh.

Deze Cantate had Johann Sebastian Bach geschreven voor 2 februari, Maria Lichtmis of “Purificatio Mariae” [5] – de reiniging van Maria – 40 dagen na Kerstmis. Toepasselijk: ik zong de reiniging van en voor mijn moeder, haar gedachtenis zij een zegen voor hier – in onze wereld – en voor daar – in het hiernamaals [6]. Voor mij zijn deze twee werelden van Haar altijd een en dezelfde geweest.

De volgende dag kwam ik terug om te kijken of het graf van mijn moeder er goed verzorgd bij lag. Ik had een plat rond steentje meegenomen: dit steentje heb ik op haar graf gelegd.

[7]

Daarna ben ik langs de Katholieke kapel, de Christelijke verzoeningskerk en de Joodse gedenkruimte gelopen. Geen van de ruimten was voor mij uitnodigend om te betreden.

[7]

[9]

[10]

[11]

In Ulm had ik het studie model voor het continuüm gezien dat het gehele universum omvat in al Haar eenvoud en beperking. Binnenkant en buitenkant wisselen continu. Deze verzoeningsruimte geeft beschutting en neemt tegelijkertijd alles uit het universum ademend in zich op in geborgenheid en ontvankelijkheid. Mijn moeder, haar gedachtenis zij een zegen – voor hier en voor daar.

[12]

Op 2 November – de dag van Allerzielen – ben ik in de loop van de middag naar het graf van mijn moeder gegaan. Het steentje was verdwenen. Dat kon ik begrijpen, anders zou er een berg van steentjes ontstaan. Bij haar graf heb ik het gebed van Kaddish gezegd.

Tegen het vallen van de duisternis ben ik verder gegaan. De gevoelens bij mijn vertrek heb ik later gelezen in de Zen koan: “Ieder van U heeft Uw eigen licht. Als jij het wil zien, dan is het niet mogelijk. De duisternis is donker, donker. Nu, wat is Uw/Jouw licht? …… Het antwoord is: De ruimte van het Universum, de weg.” [13]

Landlopers zijn niet welkom in Dachau. Ik ben weer verder getrokken. De winter viel in. Het graf van mijn vader heb ik 10 jaar later in 1993 bezocht: toen was ik daar toe in staat. Eerst heb ik een aantal jaren in kloosters gewoond”, zeg jij.

Het volgende bericht gaat over jouw kloosterjaren.


[1] Zie bericht “Man Leben – op weg” van 14 oktober 2011.

[2] Zie bericht “Man Leben – op weg 2” van 17 oktober 2011.

[4] De bronnen melden variërende aantallen. De aantallen in dit bericht komen uit: http://www.dachau.nl/het_kamp/historisch/index.html en http://en.wikipedia.org/wiki/Dachau_concentration_camp

[6] Zie ook: Wieseltier, Leon, Kaddisj. Amsterdam: De Bezige Bij, 1999, p. 11

[12] Model for the continuous study of the workshop of Tomas Maldonado. Bron afbeelding:  http://en.wikipedia.org/wiki/Ulm_School_of_Design

[13] Vrije weergave van Yunmen’s light – casus 86 uit de Hekiganroku. Zie ook: Aitken, Robert, The Mind of Clover – Essays in Zen Buddhist Ethics. New York: North Point Press, 2000⁸. pag. 62. Opmerking: Volgens de bronnen is het antwoord in deze koan: “De opslagruimte, de poort/weg”. De Engelse versie voor “opslagruimte” is “storeroom” of “kitchen storage”; hier is dit begrip weergegeven als “de ruimte van het Universum” met verwijzing naar “Deine Seele ist die ganze Welt” – zie ook: Hesse Herman, Siddhartha. Frankfurt am Main: Suhrkamp Verlag: 1989 p. 10. De Engelse versie voor “poort/weg” is “gate en gateway”; in het Sankriet betekent “gate” onder andere “gaande, en de locativus voor gaan”.

Een oorlog als geen ander – een fatale regatta


In het vorige bericht heeft uw verteller een inkijkje gegeven in de hoofdrolspelers tijdens de Peloponnesische oorlog. Door een voortdurende cyclus van eer/macht – hoogmoed – toorn – wraak brengen Athene, Sparta en hun bondgenoten elkaar ontelbare verschrikkingen toe. Sparta en haar bondgenoten bezaten de militaristische hegemonie op het land en zij verwoestte op gezette tijd de omgeving van Athene. Op hun beurt hadden Athene en haar bondgenoten de maritieme hegemonie over het oostelijke deel van de Middellandse zee. Zij plunderden met hun vloot de kusten van de Peloponnesos. Een vreselijke plaag was uitgebroken binnen de muren van Athene. Deze plaag veroorzaakte meer doden dan alle oorlogshandelingen. Na 10 jaar wederzijdse vernederingen werd in 421 v. Chr. een tijdelijke wapenstilstand van 7 jaar gesloten. Lokale gevechten en wreedheden bleven tijdens deze vrede voortduren.

In 415 v. Chr. begint  Athene aan haar avontuur in Sicilië. Athene heeft enkele bevriende steden op dat eiland. Zij vragen de hulp van Athene bij een conflict met de heersende stad Syracuse op Sicilië. Syracuse is ook een democratie die veel overeenkomsten heeft met de democratie van Athene. Dit zullen wij later nog zien.

Op voorspraak van onder meer Alcibiades besluiten de vrije mannen van Athene een vloot naar Sicilië te zenden met drie uitvoerders waaronder Alcibiades. Athene hoopt zo een grote invloed te krijgen in het Westelijke deel van de Middellandse Zee. Misschien is het mogelijk de stadstaat Athene in zijn geheel te verplaatsen uit het wespennest van Klein Azië naar Sicilië.

De twee roeiboten van de universiteitsploegen van Cambridge en Oxford bemand door de laatste amateurs [1], zijn voor ongeveer 17 minuten – of een dag, of een jaar – heer en meester op de Theems in Londen [2]. De 300 trireme van Athene – deels particuliere [3] oorlogsboten van Athene; per boot aangedreven door 170 roeiers – zijn zo’n 150 jaar heer en meester geweest op de Egeïsche Zee [4]. Het leven van een roeier was zwaar en zeer onzeker: velen konden niet eens zwemmen. Goed roeien was de enige mogelijkheid om de overlevingskansen te vergroten. De hopliten op het land namen achter hun muur van bronzen schilden direct deel aan de gevechten: zij verdreven de tegenstander in een soort rugby scrum en zij gebruikten hun lansen om de tegenstander letsel toe te brengen. De roeiers achter hun dunne muur van hout en leer dreven op zee alleen de snelle lichte roeiboot met stormram aan: de stormram verwoestte de boot van de tegenstander. Roeiers namen alleen indirect deel aan de zeeslag. Zijn het ritme van de boot en de roei haal – met het machtige geluid van “Twwhhsh” – voor de roeiers de echte heer en meester waarvoor zij alle inspanningen verrichten?

  [5]

De roeiers waren vrije mannen uit de lagere klassen. Een keer had Athene een groot gebrek aan roeiers in haar stad: een groot deel van de vloot was weg. Slaven bemanden de boten. De zeeslag werd gewonnen. Athene had als dank deze roeiers erkend als vrije inwoners van haar stad. Oefening in vredestijd was van groot belang om de boot langdurig op een snelheid van 10 knopen te kunnen houden èn om de manoeuvres voor het rammen van boten van de tegenstanders snel en correct uit te voeren.

Uw verteller heeft in een boek [6] gelezen dat de religie van onze voorvaderen is gebaseerd op ervaring, oefening en geloof. Is de religie van de Atheense roeiers en de hedendaagse roeiers ook nog gegrondvest op deze drie uitgangspunten?

In de tweede helft van juni 415 v. Chr. voer de vloot uit. De gehele bevolking van Athene met haar buitenlandse bondgenoten was naar Piraeus gekomen om het schouwspel te zien. Het leek meer op een vertoon van macht en rijkdom voor de Griekse wereld dan op het vertrek van een expeditie leger. Een trompet klonk en de vloot ging van start. De boten waren verwikkeld in een wedstrijd om zo snel mogelijk weg te varen: zij raceten tot aan Aegina. Het leek meer een regatta dan een begin van een ver en hachelijk avontuur [7].

Op Sicilië sloeg onvermogen, pech en het noodlot toe. De belegering van Syracuse mislukte omdat de stad op het land niet afgegrendeld kon worden. Groepen ervaren ruiters van de tegenstanders maakten steeds opnieuw doorgangen. Op het water werd een gevecht aangegaan met te weinig manoeuvreerruimte voor de Atheense boten. Alcibiades ging naar Athene met het verzoek om versterkingen. Toen dit verzoek werd afgewezen, vluchtte hij naar Sparta.

Na gevechten en vernietiging van boten bij het Atheense kamp, stelden de Atheners hun vlucht te lang uit. Toen zij eindelijk over land vertrokken, ontstond er snel een gebrek aan water en voedsel en overal waren er hinderlagen van de vijand. In een vallei werd een beetje troebel water gevonden. Snel kleurde het water rood onder de aanval van de Syracusiërs. Met zeer veel verliezen gaven duizenden Atheners – waaronder veel roeiers zonder wapens – zich over. De gevangenen werden naar Syracuse geleid. De democratie van Syracuse besloot tegen de wil van haar leiders de twee Atheense aanvoerders te doden en de gevangenen op te sluiten in een steengroeve bij het theater dat door Aeschylus zelf was geopend met een opvoering van de “Perzen”.

[8]

Bijna allen werden hier acht maanden gevangen gehouden op een zeer laag rantsoen. Velen stierven in de steengroeve en de overlevenden werden gebrandmerkt als slaven verkocht. Niemand keerde terug naar Athene. Athene verloor door deze expeditie ongeveer 7000 mannen. Dit getal komt redelijk overeen met het aantal gevallen Amerikaanse soldaten dat begraven ligt bij Omaha Beach bij Colleville-sur-Mer. Dit was de prijs voor de dwaasheid en de hoogmoed van Athene. Dit was de prijs voor de volkswil van Syracuse.

[9]

In 413 v. Chr. laaide de oorlog weer op. Athene had een groot gebrek aan goede roeiers. Vele vrije mannen besloten zich aan te melden voor roeier met alle risico’s en ontberingen van dien. Sparta bouwde een vloot op met hulp van Perzië. Nadat de democratie van Athene enkele steden van zich had vervreemd door het begaan van wreedheden, werd zij op haar eigen specialiteit in enkele zeeslagen verslagen. Hiermee eindigde de Peloponnesisch oorlog.

Deze regatta past in “Een oorlog als geen ander, een oorlog als elkeen”. Zoals elke strijd, kent deze strijd alleen verliezers. Athene verloor een deel van haar bevolking en Syracuse verloor haar goede naam. Syracuse heeft doodzonden begaan tegen de kern van het boeddhistische leven volgens een hedendaagse vrouwelijke Boeddhistische kluizenaar in China [10]. Athene en Syracuse hebben voor de ogen van de wereld gezondigd tegen “welwillendheid, mededogen, vreugde en onthechting”.

Ligt deze regatta ook besloten in Indra’s net [11]? Uw verteller denkt van wel. Hij heeft eens gelezen dat het getal van Avogadro zo groot is, dat wij bij iedere adem teug wel een molecuul inademen van Julius Caesar’s uitademing met de laatste woorden: “Et tu, Brute” [12]. Zijn wij op deze manier met iedere adem teug ook verbonden met deze oorlog en met deze regatta? Is hier ook van toepassing: “Mysterium est magnum, quod nos procul dubio transcendit” [13], dat betekent: “Het mysterie is groot, dat ons zonder twijfel overstijgt.”? Uw verteller kent het antwoord niet.

Hiermee eindigt het verslag van het intermezzo dat de eerste hoofdpersoon heeft doorlopen als voorbereiding op het binnengaan van de vijf dagelijkse werkelijkheden. Het volgende bericht geeft een verslag van de voorbereidingen van de tweede hoofdpersoon. Hij heeft een diploma uitreiking van een kleindochter bijgewoond en naar aanleiding naar aanleiding van de ceremonie heeft hij de openingszin van het Johannes Evangelie in het Sanskriet gelezen.


[1] Zie: Rond, Mark de, The last Amateurs, Cambridge: Icon Books, 2008

[2] Zie eerder bericht met de titel “Amateurs”

[3] Zie: Hanson, Victor Davis, A War like no other – How the Athenians an Spartans fought the Peloponnesian War. London: Methuen, 2005 p. 251. Veelal werden de boot, bemanningen en uitrusting betaald door de stadstaat, maar proviand etc. werd betaald door de trierarch – de commandant van de boot. Er waren ook particuliere boten van rijke Grieken: deze boten beschikten over het beste materiaal en de beste roeiers.

[4] Zie: Introduction in Hale, John R., Lords of the Sea – The epic Story of the Athenian Navy and the Birth of Democraty. London: Penguin books, 2009

[6] Zie: Lewis-Williams, David & Pearce, David, Inside the neolitic Mind. London: Thames & Hudson, 2009 p.25

[7] Bron: Kagan, Donald, The Peloponnesian War – Athens and Sparta in savage Conflict 431 -404 BC. London: Harper and Collins Publishers, 2003 p. 264 en Hale, John R., Lords of the Sea – The epic Story of the Athenian Navy and the Birth of Democraty. London: Penguin books, 2009 p. 189

[8] Bron afbeelding: http://en.wikipedia.org/wiki/File:Theatre_at_Syracuse,_Sicily.jpg

[9] Bron afbeelding: http://www.abmc.gov/cemeteries/cemeteries/no.php

[10] Bron: Porter, Bill, Road to Heaven – Encounters with Chinese Hermits. Berkeley: Counterpoint, 1993. pagina 109

[11] Zie eerder bericht: Indra’s net.

[12] Zie ook: http://en.wikipedia.org/wiki/Et_tu,_Brute%3F

[13] Zie de berichten “Drie – Object in het midden – Het Woord” en “Een dag zonder gisteren – een dag zonder morgen? “

Intermezzo: herdenking van gevallenen


Uw verteller heeft vandaag de eerste hoofdpersoon ontmoet. De tweede hoofdpersoon is nog steeds niet volledig herstelt. Waarschijnlijk zijn zij pas over ongeveer twee weken in staat de reis te hervatten. Uw verteller mag deze intermezzo nog even voortzetten.

De eerste hoofdpersoon is met zijn familie enkele weken op vakantie geweest in Bretagne in Frankrijk. Hij bereidt zich voor op het tweede deel van de Odyssee naar “Wie ben jij – een verkenning van ons bestaan”. Dit tweede deel is een verkenning van de vijf gangbare werkelijkheden. Zijn medereiziger en hij zullen hierbij de aanlegplaatsen aandoen van de wetenschap, het gevoelsleven, de leegte, de verandering, de tijd, en de onderlinge verbondenheid. Zij zullen de zin en waanzin van alledag ontmoeten. Zij zullen de schoonheid en afschuw van ons dagelijks leven ondergaan. Het vervolg van de Odyssee is vergelijkbaar met de inspanningen en verschrikkingen van de scheiding van lucht en aarde. Het wordt een verkenning naar ons dagelijkse zijn. Na deze zoektocht zullen zij beiden een ander mens zijn: de verkenning betekent een afscheid van wie zij nu zijn.

De eerste hoofdpersoon weet nog niet goed waar te beginnen. Hij heeft hetzelfde advies ontvangen dat de verteller van de Mahābhārata – door Peter Brook [1] – heeft gekregen bij het aanvang van die zoektocht: “Begin bij jezelf”.

Tijdens de vakantie heeft de eerste hoofdpersoon de stranden in Normandië bezocht waar in juni 1944 op D-day de landing van de geallieerde troepen heeft plaatsgevonden. Naast Omaha Beach bij Colleville-sur-Mer ligt een begraafplaats van ongeveer 7000 gesneuvelde Amerikaanse soldaten.

[2]

In het herdenkingsgebouw bij deze begraafplaats is op de benedenverdieping achter een glazen wand een geweer met helm – in plaats van een kruis – als herdenking aan een gevallen soldaat in de grond geplaatst.

[3]

Na het zien van het geweer met helm voor de gevallen soldaat, valt de eerste hoofdpersoon bij het lopen over de begraafplaats de gelijkenis op tussen het geweer en de kruisbeelden. Op veel begraafplaatsen staan kruisbeelden als grafstenen voor overleden Christenen.

 [4]

Het Christelijk geloof is niet zonder slag of stoot verspreid binnen de Westerse wereld. Tot ongeveer 320 jaar na Christus zijn de Christenen vaak vervolgd om hun geloof. Nadat de Romeinse keizer Constantijn het Christelijk geloof heeft erkend als staatsgeloof en zijn persoonlijk geloof, is het Christelijk geloof veranderd van een geloof dat vervolgd wordt in een geloof dat zelf is over gegaan tot vervolging van anders denkenden [5]. Hierbij is het gebruik van geweld niet geschuwd. De overeenkomst tussen het zwaard en het kruis als symbool voor het Christelijk geloof is markant. De eerste hoofdpersoon is de overeenkomst opgevallen tussen het geweer in de grond als gedenkteken/symbool voor de soldaat die is gevallen voor zijn vaderland en het kruis – met een zekere gelijkenis met een zwaard dat in de grond is geplaatst – als gedenkteken/symbool voor een overleden gelovige.

Tijdens zijn vakantie heeft de eerste hoofdpersoon het boek “The last Amateurs” gelezen over de voorbereiding van de roeiwedstrijd tussen de universiteitsploegen van Cambridge en Oxford.

[6]

Het volgende intermezzo gaat over amateurs.


[1] DVD Peter Brook, http://nl.wikipedia.org/wiki/Mahabharata – Het ultieme verhaal

[5] Bron: Norwich, John Julius, The Popes, A History, London: Chatto & Windos, 2011 p. 17

[6] Cover van:  Rond, Mark de, The last Amateurs, Cambridge: Icon Books, 2008