Tagarchief: Oost Berlijn

Narrator – Een man zonder toekomst


Opmerking: Dit bericht is een studie in vertrouwen en verraad; de personen en situaties in dit bericht zijn fictief.

Na mijn aandeel in de activiteiten van Raaf in Oost Berlijn, heb ik hem in een klein jaar tijd nog een aantal keren in verschillende plaatsen in Europa ontmoet. Raaf was bezig om zijn functie over te dragen aan zijn opvolger – een verre neef, die zich als voorbereiding op zijn nieuwe taak verdiepte in de geschiedenis van deze Britse geheime dienst. Zijn neef wilde Vos graag ontmoeten en ik werd hierbij gevraagd om met mijn opvallend uiterlijk als persoon in het midden op te treden.

Het leven van Vos was ingrijpend gewijzigd sinds ik hem de laatste keer net na de val van de Berlijnse muur in het Hoofdkantoor van de Oost Duitse geheime dienst had gezien. In die tijd vormde hij met twee afdelingshoofden de dienstleiding sinds de politieke leider van deze dienst twee dagen voor de val van de muur was afgetreden. De dag nadat in januari 1990 de bevolking van Berlijn het hoofdgebouw was binnengevallen, had Vos zijn ontslag ingediend. Dit ontslag was geweigerd waarna Vos onopvallend is aangebleven totdat Oost Duitsland op 3 oktober 1990 [1] formeel ophield te bestaan.

Na de zomervakantie in 1990 ontmoette ik Raaf in Amsterdam. Hij zag er grauw en terneergeslagen uit. Na de eerste begroeting vertelde hij een droef bericht. De vrouw en dochter van Vos waren in januari 1990 naar Beieren in West Duitsland verhuisd om met hulp van het nalatenschap van Beer – de vader van de vrouw van Vos – in Augsburg een nieuw bestaan op te gaan bouwen. De familie van Beer hielp hierbij.  Door het noodlot kwamen de vrouw en dochter van Vos in de zomer van 1990 om het leven bij een ernstig verkeersongeval in de buurt van München. Raaf toonde mij foto’s van een gelukkig weerzien met hun familie in Beieren. Weer viel het mij op dat de dochter van Vos sprekend op Raaf leek.

Autoongeluk[2]

In het najaar van 1990 stuurde Raaf mij vanuit London een brief met het verzoek om op een zaterdagmiddag in oktober 1990 op een bepaalde tijd het Pension Arensberg aan de Stubenring in Wenen te verlaten en daarna op zoek te gaan naar een gelegenheid voor een gesprek tussen Vos en de neef van Raaf. Op het vastgestelde tijdstip verliet ik het Pension en ik liep in de richting van de Donau. Als snel herkende ik Vos die aan de overkant voor het Oostenrijkse Ministerie wandelde. Bij de volgende stoplichten stak hij de weg over. Ik liep een blokje om via de Wiesingerstraβe en de Biberstraβe naar de Österreichische Postsparkasse[3] – ontworpen door Otto Wagner – aan de Georg Coch-Platz.

Postsparkasse[4]

Ik bewonderde de façade van dit gebouw uit 1906 en ik zag uit mijn ooghoeken dat ik door Vos en door een andere man werd gevolgd. Ik draaide mij om en ik wandelde rustig in de richting van de adelaar aan de voorgevel van het voormalige Ministerie van Oorlog van Oostenrijk.

Ministerie van oorlog[5]

Bij de Stubenring bewonderde ik nog een keer de gevel van de Postsparkasse en ik zag dat de twee mannen mij nog volgden. Daarna liep ik in de richting van het Museum voor Kunst en Industrie. Bij de ingang van Café Prückel aarzelde ik even, zodat ik het plein kon overzien. Alles zag er normaal uit: dus ik ging naar binnen en nam een vrije tafel aan het raam. De andere man volgde mij en hij stelde zich aan mij voor als de neef van Raaf. Hij vroeg of er aan mijn tafel een stoel voor hem vrij was. Na ongeveer 10 minuten kwam Vos binnen en hij begroette mij met verbazing op zijn gezicht. Ik nodigde hem uit om bij ons te komen zitten.

koffiehuis wenen[6]

Vos en de neef van Raaf raakten met elkaar in gesprek. De neef had veel vragen over de Tweede Wereldoorlog waarbij een aantal familieleden en vrienden van Raaf in Nederland en België aan het einde van 1943 en in het voorjaar van 1944 waren opgepakt door de Duitsers; velen van hen hadden de oorlog niet overleefd. Tijdens het gesprek kreeg ik de indruk dat zij – zonder het zelf te weten – met opzet in handen van de Duitsers waren gevallen opdat zij tijdens de verhoren misleidende informatie zouden verschaffen. De neef van Raaf wilde weten op welke wijze Raaf hierbij betrokken was geweest. Vos nam tijdens het gesprek als toenmalig jonge Duitse communist alle verantwoording op zich voor het offer van de vele naasten van Raaf om de Duitsers te laten geloven dat de invasie aan het einde van het voorjaar 1944 tussen bij Calais en Oostende zou gaan plaatsvinden. Vos legde uit op welke manier hij de informatie over de droppings van de Engelse geheime agenten aan Beer had doorgegeven. Raaf’s opvolger was niet volledig overtuigd en wilde graag meer informatie over deze periode krijgen. Na het gesprek wist ik bijna zeker dat de werkelijke gebeurtenissen uit die tijd vele pik duistere bladzijden over Raaf bevatten.

Vos wilde geen informatie kwijt over de koude oorlog: hij zei dat alles over die periode was terug te vinden in de archieven van de Oost Duitse geheime dienst. Ik zag dat hij bezorgd was over dagvaardingen voor rechtszaken over zijn rol binnen deze geheime dienst; op dat moment wilde geen Europees land hem onderdak geven. Enkele jaren later is hij voor zijn activiteiten in de koude oorlog veroordeeld tot een gevangenisstraf die in hoger beroep is vernietigd.

Na ruim een uur nam de neef van Raaf afscheid van Vos, waarbij zij een vervolg afspraak maakten. Hierna condoleerde ik Vos met het verlies van zijn vrouw en dochter. Bij het afrekenen vroeg Vos aan mij om samen met hem naar de Stephansdom te lopen. Tijdens deze wandeling vertelde hij de achtergrond van het ontstaan van zijn huwelijk met de dochter van Beer.

Zijn vrouw was voor en tijdens de oorlog heimelijk verliefd op Raaf. Na de oorlog kwam Vos te weten dat hij sinds hun studietijd voor de oorlog in München de onbereikbare platonische liefde van Raaf was. Op een nacht net na de oorlog – voordat Raaf weer in de buurt van Londen zou gaan wonen – vertelde Raaf aan de dochter van Beer dat hij niet van haar zou kunnen gaan houden, omdat hij van mannen hield. Een paar weken na deze nacht bleek de dochter van Beer in verwachting te zijn van hun dochter. Vos wist sinds zijn jongensjaren dat hij door een klein lichamelijk gebrek geen kinderen zou kunnen krijgen. Na het vertrek van Raaf is Vos binnen een maand met zijn vrouw in het huwelijk getreden. Als doortastende Duitse vrouw wilde zijn vrouw na haar keuze voor Vos niets meer met Raaf te maken hebben: zij hebben elkaar nooit meer ontmoet. Om Raaf op de hoogte te houden gaf Vos hem af en toe enkele foto’s van zijn gezin.

Bij het ingaan van de Rotenturmstraβe vertelde Vos dat na de val van de muur zijn vrouw en dochter in Augsburg een huis hadden gekocht waar ook hij zou gaan wonen wanneer zijn rol binnen de Oost Duitse geheime dienst ten einde was; deze hoop was vervlogen. Voor de Stephansdom namen wij afscheid. Vos liep langzaam weg. Ik keek of hij gevolgd werd. Toen hij de hoek naar de Goldschmiedgasse omging keek ik naar de ingang van de dom als teken dat alles in orde was.

Stephansdom[7]

Dit was de laatste keer dat ik Vos zag.


[2] Deze foto is volgens het kentekenbord van de Brandweerauto in de deelstaat Sleeswijk-Holstein in Duitsland genomen. Bron afbeelding: http://de.wikipedia.org/wiki/Stra%C3%9Fenverkehrsunfall

[6] De getoonde foto is van een latere datum. Bron afbeelding: http://de.wikipedia.org/wiki/Caf%C3%A9_Pr%C3%BCckel

Advertenties

Narrator – Een man zonder gezicht


Opmerking: Dit bericht is een studie in vertrouwen en verraad; de personen en situaties in dit bericht zijn fictief [1].

Mijn belangrijkste aandeel in het werk van Raaf begon op 9 november 1989 om 8 uur ’s-avonds. Wij waren in West Duitsland in de buurt van Bonn. Op het acht uur nieuws werden de beelden getoond van de woordvoerder van de Oost Duitse regering die antwoordde op een vraag van journalisten wanneer het vrije reizen voor Oost Duitse inwoners mogelijk zou worden, na enig dralen met: “Nu meteen”.

Berlijn 1989[2]

Dit was voor Raaf het signaal om vliegtickets voor ons naar West Berlijn te boeken. Die avond hadden wij mijn nieuwe rol voor enkele weken geoefend. Door mijn jaar met mijn geliefde in Zweden en Noorwegen kon ik vlekkeloos Amerikaans – met een Oostkust accent uit de omgeving van Washington – spreken.

De volgende ochtend vlogen Raaf in de rol van hoge medewerker van een Duits Ministerie van Justitie en ik als hoge Amerikaanse ambtenaar naar West Berlijn. Het was mijn eerste keer in een vliegtuig. Tijdens de vlucht keek ik met verbazing naar het schijnlandschap dat door de wolken werd gevormd. Deze ijle wereld herinnerde mij aan de fjorden in Noorwegen en aan de zich steeds herhalende wolken tijdens de dagtocht met mijn Amerikaanse geliefde over de Hardangervidda [3]. Woonden wij nu samen in dit droomlandschap?

Wolken van boven[4]

Na aankomst op het vliegveld Tempelhof in Berlijn gingen wij naar het Kaufhaus des Westens om aanvullende kleren voor ons werk in Oost Berlijn te kopen.

Die avond gingen Raaf en ik via een net opengestelde grenspost naar Oost Berlijn samen met Oost Duitsers die een middag voor het eerst na ruim 28 jaren naar West Berlijn waren gekomen. Wij namen twee kamers in een hotel in de buurt van Unter den Linden.

De volgende ochtend gingen wij naar het hoofdkantoor van de Oost Duitse geheime dienst in het stadsdeel Lichtenberg. Daar stelden wij ons voor als vertegenwoordigers van Duitse en Amerikaanse overheidsdiensten die wilden toezien dat de archieven niet in verkeerde handen vielen. Wij werden ontvangen door drie afdelingshoofden die de leiding hadden gekregen na het aftreden van de politieke leider enkele dagen daarvoor. Een van de afdelingshoofden leek sprekend op de zeeman uit Rostock die Raaf enkele jaren eerder in Nyhavn in Kopenhagen had ontmoet. Ik begreep dat het Vos was.

Vos[5]

Na een ochtend vergaderen was besloten dat wij de archieven onder toeziend oog van de afdelingshoofden in kaart mochten brengen. Raaf en Vos zouden de gedetailleerde inventarisatie verrichten en een ander afdelingshoofd en ik hielden toezicht als neutrale partij. Aan mij werd het kantoor van de vorige politieke leider van deze dienst als werkruimte ter beschikking gesteld.

Die middag werd het algemeen overzicht van de archieven in het hoofdgebouwen en de bijgebouwen in de buurt opgesteld. De volgende vier weken werkten Raaf en Vos aan de gedetailleerde inventarisatie. Ik stelde veel lastige en pijnlijke vragen over de regionale deel archieven: de antwoorden bestudeerde ik in deze weken.

Aan het einde van het onderzoek waren de rapporten in vijfvoud opgemaakt; een rapport voor ieder afdelingshoofd en een rapport voor Raaf en voor mij. Alles was ruim voor Kerstmis gereed. Tijdens de periode van Kerstinkopen hebben Raaf en ik onder andere namen West Berlijn per vliegtuig richting Frankfurt verlaten.

Later ging ik vermoeden dat Raaf en Vos de archieven zoveel mogelijk in hun voordeel hadden aangepast – de pagina’s die het licht niet konden verdragen waren verdwenen of vervangen door onschuldige documenten. Vos en Raaf hadden deze operatie uitstekend voorbereid.

Toen in januari 1990 de bevolking van Berlijn het gebouw van deze dienst binnenviel, waren de archieven van Raaf en Vos dankzij hun trouwe samenwerking binnen de grenzen van de wet volledig op orde. Tijdens later onderzoek heeft niemand onrechtmatigheden in hun handelen kunnen aantreffen.

Berlijn 1990[6]

Een jaar later heb ik Vos nog een maal in Wenen ontmoet.


[1] Hoewel de titel van deze blog overeenkomt met: Wolf, Markus, Man without a Face – The Autobiography of Communism’s greatest Spymaster. New York: Random House, 1997, is er geen enkel verband tussen enerzijds de auteur en de inhoud van deze autobiografie en anderzijds Raaf, Vos en Narrator en hun fictieve daden. Deze schrijver van deze blog heeft geen enkele aanwijzing en wetenschap van het aanpassen, schonen en verduisteren van informatie uit Oost Duitse archieven.

[4] Bron afbeelding: http://en.wikipedia.org/wiki/Cloud