Tagarchief: oosten

Inleiding: Twee – Nacht aan het begin van de lente


Jij en ik hebben al enkele jaren geprobeerd om op de eerste dag van de lente het eerste ochtendlicht te zien. Vele generaties voor ons hebben voor ons uitgezien naar het moment dat de zon om precies zes uur boven de evenaar komt. Tot op heden is het ons niet gelukt om dit te beleven, omdat het een keer de hele nacht regende, de andere keer was het mistig, thuis was iemand ziek en ook enkele jaren hadden wij verplichtingen op ons werk.

[1]

Voor jou en mij is dit moment zo belangrijk omdat onze voorouders dit licht nodig hebben voor bepaling van het tijdstip van het jaar. Dit tijdstip diende als een ijkpunt voor onder ander het bepalen van de zaaitijd van graan[2].

Het belang van dit tijdstip voor onze voorouders blijkt wel doordat in alle katholieke kerken het altaar naar het Oosten – het midden van de ramen boven het altaar ontvangt de eerste zonnestraal van zonsopkomst precies bij zonsopgang om 6 uur ’s-ochtends op de eerste lentedag – is geplaatst. De kerkdienst wordt in de richting van dit ochtendlicht – het licht van de wederopstanding (van de natuur) – gehouden.

Tijdens begrafenissen wordt de overledene met de voeten vooruit naar het altaar gedragen, opdat de dode op de dag van de wederopstanding als eerste het ochtendlicht zal zien. Veel graven van verre voorouders hebben ook deze richting[3].

Nu zitten wij op een schiereiland met allemaal water om ons heen. Alleen naar het noorden is er verbinding naar het land. Er is weinig wind en het belooft een koude maar mooie nacht te worden.

Na het avondeten in schemerlicht maken wij ons bij maanlicht klaar voor de nacht:

[4]

“Heb jij mijn zaklamp gezien?”

“Het is volle maan, geen zaklamp nodig.”

“Ik wil de wekker even goed zetten.”

“De wekker staat al op vijf uur.”

“Genoeg tijd om wakker te worden.”

“Ik hoop dat het een heldere nacht en ochtend is. Dan zien wij de zon om zes uur mooi opkomen.”

“We zullen zien.”

“Het wordt een koude nacht.”

“Daar hebben wij een goede slaapzak voor.”

“Ik hoop dat er geen mist is.”

“Wat is er mis met mist en nevel.”

“Het bederft onze zicht op de zonsopgang.”

“Jij wil morgenochtend de zon zien opgaan met vuurwerk en klaroenstoten?”

“Beter dan een in een grijze brij wakker worden. Na zoveel jaren mag dat wel eens. We liggen niet zo vaak aan het begin van de lente in de open lucht.”

“Uit oersoep zijn wij ontstaan, misschien is het wel veel echter om dat morgen te zien.”

“Ik zie liever een mooie zonsopgang waar vele mensen voor ons naar hebben gekeken. De altaren zijn niet voor niets naar het oosten gericht.”

“OK dan maar een mooie herrijzenis morgenochtend. Maar niet getreurd als het anders is.”

“Hoe zullen we gaan liggen, hoofd naar het westen en voeten naar het oosten?”

“Zoals bij een begrafenis met de voeten naar het altaar.”

“Daar moet ik nog niet aan denken. Ik ben nog hard nodig thuis en op mijn werk.”

“Ik wil ook nog niet dood. Maar ik wil graag uniek zijn door exact in de voetsporen van anderen te staan. Wie heeft dit al eens eerder gedaan?”

“Niemand is zo gek als wij.”

“Toch is het mooi om ’s-Nachts naar de hemel te kijken. Als jij snurkt dan zal ik een mooi uitzicht op het heelal hebben. Onze voorouders hebben dat ook gedaan. Morgen hoop ik dit uniek uitgezicht met onze voorouders te delen.”

“Ga jij ook de wederopstanding op de dag des oordeels met jouw voorouders delen?”

“Zie wel. Slaap zacht, droom lekker.”

“Droom der dromen.”


[1] Bron afbeelding: POVRAY – Sunrise JvL

[2] Calvin, William H., De Rivier die tegen de Berg opstroomt – een reis naar de oorsprong van de aarde en de mens. 1992

[3] Afhankelijk van de breedtegraad, zijn graven ook naar het zuiden gericht. Bron nog achterhalen

[4] Bron afbeelding: POVRAY – Moonlight JvL