Tagarchief: opstand

Emo van Bloemhof – globetrotter uit de 13e eeuw


Carla, Man en Narrator zitten voor hun avondmaaltijd in een eetcafé in Amsterdam.

“Het was goed om vanmiddag onze zoektocht voort te zetten in Amsterdam met twee preken in steen. Jij wilde ons vanavond een korte beschrijving geven van Emo”, zegt Man.

“Jouw opmaat tot intensiteiten en associaties was indrukwekkend in bondigheid en veelzijdigheid”, zegt Carla.

“Ik dank jullie voor dit compliment. Het levensverhaal van Emo van Bloemhof – priester, theoloog, geleerde en abt in de 13e eeuw – laat een mooi contrast èn een overeenkomst zien met de veranderingen tijdens de Reformatie in Holland in de 16e eeuw. Zijn levensloop vertoont tegelijkertijd een grote gelijkenis èn een onoverbrugbare breuk met de predikanten, geleerden en protestanten na de Reformatie.

Emo van Bloemhof – in Duitsland bekend als Emo van Wittewierum en in Engeland als Emo van Friesland – is rond 1175 n. Chr. in de buurt van Groningen geboren als zoon binnen een familie die behoorde tot de bovenlaag van de Ommelanden rond Groningen. Deze Ommelanden waren indertijd onderdeel van Friesland, maar de stad Groningen en de gebieden ten westen van de stad hoorden bij het Bisdom van Utrecht; alles ten noorden en oosten van de stad Groningen hoorden bij het Bisdom van Münster [1]. Deze scheiding is ontstaan doordat de gebieden gekerstend door Bonifatius [2] – in de achtste eeuw na Chr. werkend vanuit het Bisdom Utrecht – tot het Bisdom van Utrecht zijn gaan behoren. Bonifatius bekeerde deze gebieden door in het Oudfries in plaats van in het Latijn tot de bewoners te preken. De gebieden die door Liudger [3] – de opvolger van Bonifatius en later eerste bisschop van het Bisdom van Münster – in opdracht van Karel de Grote werden bekeerd, zijn tot het Bisdom van Münster gaan behoren. De scheiding tussen de kerkelijke macht en de wereldse macht waren in die tijd meestal virtueel.

Emo bezocht de school van een Benedictijner klooster in de Ommelanden waarna hij kerkrecht aan de Universiteiten van Parijs studeerde. In 1190 was hij de eerste buitenlandse student aan de Universiteit van Oxford. Vervolgens bezocht hij ook de Universiteit van Orléans in Frankrijk [4]. Wij kunnen alleen vermoeden op welke manier hij de studiereizen heeft gemaakt; waarschijnlijk heeft hij over land te voet gereisd – waarbij hij meestal bij geestelijken of in kloosters heeft overnacht – en een deel van de reis naar Engeland is per boot gemaakt. Tijdens zijn studie heeft hij vooral gebruik gemaakt van het Middeleeuws Kerklatijn, aangevuld met Middeleeuws Engels – het Oudfries was verwant aan het Oudengels – en gebrekkig Frans voor dagelijks contact met de lokale bevolking in Frankrijk.

Na zijn studie werd hij rond 1200 leraar schoolmeester in Noord Groningen en vervolgens pastoor in Huizinge.

Kerk in Huizinge[5]

In 1208 trad Emo toe tot het klooster van zijn neef Emo van Romerswerf. Dit klooster sloot zich in 1209 aan bij de – een kleine honderd jaar eerder gestichte – orde van Premonstratenzer of Norbertijnen [6]. Door een schenking van de kerk van Wierum (Wittewierum) stichtte Emo daar het mannenklooster Bloemhof. De schenking van de kerk – gelegen in de Noordoostelijke Ommelanden – werd teruggedraaid door de Bisschop van Münster, omdat de Bisschop bezorgd was over de sterke opkomst van de verschillende kloosterorden (Norbertijnen, Cisterciënzers) in Friesland en Groningen met een zelfstandig gezag van de kloosterorde buiten de wereldse geestelijke macht. Emo – met zijn kennis van kerkrecht – trotseerde het besluit van de bisschop en reisde in 1211-1212 naar Rome om de beslissing van de bisschop bij Paus Innocentius III ter discussie te stellen.

In 1213 kon het klooster onder de naam Hortus Floridus officieel gesticht worden; hieruit mag worden opgemaakt dat Paus Innocentius III heeft ingestemd met de schenking van de wereldse kerk van Wierum aan het klooster. Abdijkerk Hortus Floridus Wttewierum[7]

In 1219 was Emo getuige van de Marcellusvloed die 36.000 slachtoffers maakte en een hongersnood tot gevolg had [8]. Het klooster is geplaatst op een terp, waarschijnlijk is hierdoor de schade aan het klooster beperkt gebleven; ook in die tijd wisten de rijke boeren en de geestelijken in Noord Groningen waar zij hun boerderijen en kloosters moesten vestigen.

Wij kennen de levensloop van Emo – en daarmee een deel van het leven van de Ommelanden in relatie tot de wereld van de dertiende eeuw na Chr. – zo gedetailleerd, omdat Emo is begonnen met de bewaard gebleven “Kroniek van het klooster Bloemhof te Wittewierum [9].

Het grote verval van de invloed van de kloosterorden in Friesland en Groningen – en ook in Engeland – begon met de opkomst van de Reformatie in 1521 na Chr. Met deze Reformatie werd het gezag, de kennis en de invloed van de kloosters en de kerk met haar eeuwen oude gebruiken en gewoonten getrotseerd, net zoals Emo – met zijn kennis van kerkrecht als geletterd man – drie eeuwen eerder het gezag van de bisschop van Münster had getrotseerd om zijn leven en werk gestalte te kunnen geven in het Klooster Bloemhof.

De onoverbrugbare kloof tussen het denkraam van Emo in de dertiende eeuw en de denkkaders tijdens de Reformatie in de zestiende eeuw blijkt uit de wijze waarop het gelijk aan hun kant wordt gezocht bij verschil van inzicht. Emo heeft in zijn eigengereidheid het gelijk aan zijn zijde gezocht – en waarschijnlijk gekregen – door zijn dispuut met de bisschop van Münster voor te leggen aan Paus Innocentius III.  Om een indruk te geven van de reikwijdte van de wereldse macht van paus Innocentius III: hij heeft de Katharen bestreden; hij excommuniceerde de Engelse koning Jan zonder Land; hij dwong de Franse koning Filips II Augustus zijn vrouw Ingeborg – van wie hij gescheiden was – weer terug te nemen; hij slaagde er in de Duitse keizer Otto IV te laten afzetten [10].

Paus Innocent III[11]

De Protestanten hebben in hun eigengereidheid tijdens de Reformatie vele afwijkende leerstelling verkondigd die ook door vele Katholieken zijn nagezegd. De Protestanten werden niet door hun afwijkende leerstellingen een schisma ingetrokken of geduwd, maar door hun koppig vasthouden aan de afwijkende leerstellingen. De oorzaak van hun scheiding was de weigering van Protestanten om hun woorden terug te nemen “tenzij door de Schrift – die Protestanten zelfstandig binnen de eigen geloofsgemeenschap bestudeerden – en door zuivere rede overtuigd” [12]. Waar Emo en de Bisschop van Münster het oordeel van de Paus en de Katholieke kerk volgden, vertrouwden de Protestanten alleen het oordeel van de Schrift en de eigen zuivere rede.

In de Nederlanden werden de Protestanten door hun koppig vasthouden aan afwijkende kerkelijke leerstellingen in een opstand getrokken of geduwd met Koning Philips II die in koppigheid en vroomheid niet onderdeed voor de Protestanten [13], die zeker zoveel geschilpunten had met de Katholieke kerk, die streed met en tegen de Paus van Rome [14] zoals een goed werelds vorst in die tijd betaamde, maar die zich uiteindelijk plooide binnen de Katholieke leerstellingen en gebruiken.

Mede door de onderling verschillende standpunten in geloofszaken, besloten de Protestanten in Holland onder invloed van de “zuivere rede” – waarbij in Holland de handelsgeest niet uit het oog werd verloren – tot een verstandshuwelijk tussen Kerk en Staat [15]. Uit dit verstandshuwelijk van Kerk en Staat ontstond de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden [16] als eerste Republiek in de wereldgeschiedenis. Morgen bij ons bezoek aan de Oude Kerk meer over de aanzet tot de Reformatie”, zegt Narrator.

“Tijdens jouw beschrijving van het leven van Emo en jouw uitleg van de kloof tussen het referentiekader van Emo voor het effenen van Geloofskwesties met het referentiekader van de Protestanten ruim drie eeuwen later, moest ik denken aan een passage die ik vanmiddag in de boekhandel “Au Bout du Monde” aan de Singel heb gelezen. Vrij weergegeven:

Yunmen [17] – een Chinese zenmeester uit de tiende eeuw na Chr. vraagt aan zijn leerlingen: “Elk en ieder mens belichaamt het stralende licht. Als jij het probeert te zien, dan is het volkomen onzichtbaar. Wat is ieders stralend licht?”

Geen van de aanwezigen antwoordt.

Yunmen antwoordt voor hen: “De hal van de monniken, de kerkruimte, de keuken, en de kloosterpoort”

Yunmen klooster in China[18]

Als toelichting stond bij dit Boeddhistisch vraagstuk: “Het is niet het antwoord van Yunmen persoonlijk, maar elk en ieders licht vormt dit antwoord” en “De gehele mensheid belichaamt het stralende licht” en “Weet dat het stralende licht dat elk en ieder mens belichaamt, elk en ieder mens is dat bestaat” en “Zelf als de kerkruimte, de keuken en de kloosterpoort de voorouders van Buddha zijn, dan kunnen deze niet voorkomen ieder en elk mens te zijn[19]. Vanuit de optiek van Indra’s Net is dit een eenvoudig vraagstuk, maar in het leven van alledag is het lastig om het licht in de ogen van de ander te aanvaarden”, zegt Man.

“In tijden van opstand tegen (vermeend?) onrecht – in de samenleving of bij geloofskwesties – wordt een situatie die eerder als volkomen normaal werd ervaren, nu als een groot onrecht gezien. In de Herfsttij van de Middeleeuwen leefde Holland volgens het ritme van de Katholieke kerk, maar met de opkomst van de boekdrukkunst waardoor geletterde mensen zelfstandig kennis en andere gebruiken gingen bestuderen, paste het gedachteloos volgen van de oude gebruiken en het geloof volgens het beeldverhaal van de toenmalige Katholieke kerk niet meer. Het stralende licht was veranderd tijdens de Reformatie. Is het stralende licht verandert omdat de mensheid is veranderd tijdens de Reformatie? Of is het stralende licht zo veelomvattend dat het ook elk onrecht kan bevatten? Ik denk het laatste, maar het is voor mij moeilijk te aanvaarden”, zegt Carla.

“Is het stralende licht net als de goden gebonden aan de wet van oorzaak en gevolg, of kan het stralende licht zich deels of geheel onttrekken aan deze wet? Misschien wel allebei. Zullen wij nog een biertje drinken voordat wij de rekening vragen?”, zegt Narrator.

“Ik graag een Belgisch Tripel Trappistenbier omdat dit bier het licht zo mooi filtert”, zeg Man.

“Voor mij graag een Gulpener pils als herinnering aan het licht van mijn onbevangen jeugd”, zegt Carla.

“Ik trakteer van de opbrengst van het optreden bij Centraal Station vanmiddag”, zegt Narrator.


[1] Bron: Boer, Dick E.H. de, Emo’s reis – Een historisch culturele ontdekkingsreis door Europa in 1212, Leeuwarden: Uitgeverij Noordboek, 2011, p. 11

[5] Afbeelding van de huidige St. Janskerk uit de dertiende eeuw op de plaats waar de eerdere kerk heeft gestaan waar Emo van Bloemhof in de twaalfde eeuw pastoor was. Bron afbeelding: http://nl.wikipedia.org/wiki/Huizinge

[7] Afbeelding van de voormalige abdijkerk van het klooster Hortus Floridus in Wittewierum rond 1600. Bron afbeelding: http://de.wikipedia.org/wiki/Emo_von_Wittewierum

[9] Deze kroniek is te lezen via de volgende hyperlink: http://www.dmgh.de/de/fs1/object/display/bsb00000886_00464.html

[12] Bron: Fernández – Armesto, Felipe & Wilson, Derek, Reformatie – Christendom en de wereld 1500 – 2000, Amsterdam: Uitgeverij Anthos, 1997, p. 108.

[13] Zie ook: Fernández – Armesto, Felipe & Wilson, Derek, Reformatie – Christendom en de wereld 1500 – 2000, Amsterdam: Uitgeverij Anthos, 1997, p. 98 en Noordzij, Huib, Handboek van de Reformatie – De Nederlandse kerkhervorming in de 16e en de 17e eeuw. Utrecht: Uitgeverij Kok, 2012, p. 18 – 19

[15] Zie ook: en Noordzij, Huib, Handboek van de Reformatie – De Nederlandse kerkhervorming in de 16e en de 17e eeuw. Utrecht: Uitgeverij Kok, 2012, p. 414

[18] Huidige Yunmenklooster in China. Bron afbeelding: http://en.wikipedia.org/wiki/Yunmen_Wenyan

[19] Bron: Tanahashi, Kazuaki ed., Treasury of the true dharma eye – Zen Master Dogen’s Shobo Genzo. Boston: Shambhala, 2012, p. 419 – 420

Advertenties

Carla Drift – Gedrag 3


Mensen accepteren tot een zekere hoogte spanning en gevoelens van onrecht of vermeend onrecht. Om de (lieve) vrede te bewaren schikken zij zich naar deze spanning en (vermeende) vernederingen. Voorbeelden hiervan zijn: zij die na een nederlaag hun levensloop volledig zien veranderen, zij die moeten leven binnen een samenleving die hun niet past, zij die overheerst worden door een dictatoriaal regime waarin geen einde lijkt te komen.

Heel lang kunnen mensen deze spanning en onvrede verdragen totdat een breekpunt is bereikt. Ineens ontstaat een omslagpunt waarna er geen weg meer terug is. De mens komt in opstand [1].

[2]

Een situatie die voor het omslagpunt nog draaglijk en te overzien is, wordt ineens volkomen absurd en onverdraagbaar. De sociale remmingen, het normaal rechtsgevoel en de ethische principes worden tijdelijk buiten werking gesteld. Ineens is alles geoorloofd om aan de spanningen en aan de gevoelens van (vermeend) onrecht een einde te maken.

Een primaire vorm van extreme opstand is te zien bij een mens die opeens zeer gewelddadig gaat handelen waarbij alle vormen van sociaal gedrag, rechtsnormen en gangbare ethiek opzij worden gezet. De familie, vrienden, bekenden en samenleving hebben deze geweldsuitbarsting meestal op geen enkele manier zien aankomen. Na afloop van het gewelddadig handelen probeert de gemeenschap het extreem gedrag te verklaren – de uitleg is meestal meer bedoeld om het onderling vertrouwen te herstellen dan dat hiermee de bijzondere geweldsuitbarsting wordt verklaard. Deze primaire vorm van opstand is te vinden in alle tijden en binnen alle samenlevingen. In Indonesië en Maleisië worden deze onverwachtse gewelddaden – waarbij alles dat de opstandeling op zijn weg tegenkomt, zonder voortekenen wordt aangevallen – aangeduid met “amok”. In de Westerse wereld eindigen alle amokmakers, als zij hun daden overleven, in een psychiatrische inrichting waar vaak geen aanwijsbare psychische aandoening te vinden is als oorzaak voor hun moorddadig handelen [3]. In de Westerse samenleving zien wij deze primaire opstand bij een persoon die zonder voortekenen met een vuurwapen gaat schieten op een menigte of binnen een school.

Een andere primaire vorm van extreme opstand is te zien bij een kleine groep mensen die opeens hun spanningen en/of hun (vermeende) onrecht niet meer accepteren. Zij rebelleren tegen hun situatie. Voorbeelden hiervan zijn lynchpartijen tegen individuen of kleine groepen en moordpartijen die aan iedere vorm van rechtspraak, normen en ethiek voorbij gaan. Een voorbeeld hiervan in de Nederlandse geschiedenis is de moord op de gebroeders de Witt door een menigte in Den Haag [4].

Een afgezwakte vorm van opstand zijn rellen bij supporters. Deze supportersrellen zijn van alle tijden. Een voorbeeld van supportersrellen die uiteindelijk uitmonden in een ernstige rebellie, is de Nika opstand [5] in Constantinopel in 532 n.Chr. waarbij 30.000 mensen het leven verloren. Supportersrellen bij paardenwagenrennen kwamen in die tijd veel voor; na deze ongeregeldheden volgden vaak stevige vonnissen tegen opgepakte deelnemers. In januari 532 waren twee veroordeelden ontsnapt en zij hadden onder bescherming van een menigte toevlucht gezocht in het heiligdom van een kerk. De positie van keizer Justinianus was verzwakt door politieke problemen. Hij wilde zijn gezag laten gelden en liet de veroordeelden arresteren. Tijdens de volgende paardenwagenrennen braken ernstige rellen uit in de hippodroom. De keizer besloot om te vluchten, maar keizerin Theodora zei: “Het is niet belangrijk of een vrouw tegen mannen moet zeggen om dapper te zijn. Bij gevaar moet men doen wat men kan. Vluchten is dwaas. Iedereen moet een keer sterven en ik heb besloten als keizerin te sterven” (en niet als vluchteling). Twee generaals besloten met hun Germaanse geharde troepen de opstand neer te slaan. Hiertoe werd een deel van de opstandelingen met geldmunten uit de hippodroom gelokt. De overige 30.000 opstandelingen in de hippodroom werden door de troepen uitgemoord.

[6]

In Istanbul bezoek ik in de Hagia Sophia altijd de standplaats van de keizerin in de vrouwengalerij. Vanuit haar plaats bezie ik het heiligdom en vanaf de begane grond kijk ik naar de vrouwengalerij: “Eens keizerin – altijd keizerin”.

[7]

Ook een hele samenleving aanvaard spanningen en gevoelens van (vermeend) onrecht tot op een zekere hoogte. Tot het omslagpunt wordt de situatie als volkomen normaal en gebruikelijk ervaren. Iedereen heeft een passende plaats totdat er een snelle omslag in de samenleving plaatsvindt. De uiterlijke oorzaak van dit omslagpunt lijkt voor een buitenstaander vaak een onbenullig kwestie.

Aan het einde van de 18e eeuw was het Ancient Regime in Frankrijk financieel, bestuurlijk en intellectueel volledig vermolmd en achterhaald. Het paste volgens een groot deel van de bevolking niet meer bij de veranderingen in de samenleving. Er dreigde een achteruitgang van de lonen en er braken rellen uit. Door onhandig ingrijpen van de overheid liepen de rellen uit de hand en het vertrouwen in de overheid nam verder af. De bestorming van de Bastille door gewapende revolutionairen werd de aanleiding voor een periode waarin sociale remmingen verdwenen en het gevoel voor rechtvaardigheid en ethisch besef nam sterk af. De guillotine verrichtte overuren en revolutionairen werden in zeer korte tijd erger dan het Ancient Regime. De Franse staat begon een bestaan volgens de leuze “Egalité, Fraternité et Liberté”, maar het duurde nog een hele tijd voordat deze leuze verwerkelijkt werd.

[8]

Eerst moest Napoleon nog met het Franse Grande Armee naar Moskou trekken [9] en vervolgens bij Leipzig en Waterloo verslagen worden. Deze revolutie heeft tot gevolg gehad dat naast een spoor van bloed ook het militarisme endemische in onze samenleving werd ingebed en de rationaliteit kreeg vorm onder meer door de meter en de kilogram.

Het volgende bericht gaat verder over mijn persoonlijke leven.


[1] Zie ook: Camus, Albert, De Mens in Opstand. Amsterdam: De Bezige Bij, 1974

[5] Zie ook: http://en.wikipedia.org/wiki/Nika_riots en Cotterell, Arthur, Chariot – From chariot to tank, the astounding rise and fall of the world’s first war machine.” New York: The Overlook Press, 2004, p, 280 – 288

[6] Restanten van de hypodroom in Istanbul. Bron afbeelding: http://en.wikipedia.org/wiki/Nika_riots

[9] Zie ook: Zamoyski, Adam, 1812 – Napoleons fatale veldtocht naar Moskou. Amsterdam: Uitgeverij Balans, 2005