Tagarchief: polder

Narrator – naar de omgekeerde wereld


Voordat ik in de omgekeerde wereld van Holland aankwam, moest ik door de Ardennen in België lopen en met een boot in Nederland door Limburg en Brabant varen. In het begin van de tocht was het mooi lieflijk herfstweer in de Ardennen. De bladeren aan de bomen werden bruin en geel; het landschap toonde de laatste warmte van het jaar. De avonden werden kort en de nachten waren kouder; ik moest snel een warme verblijfsplaats vinden want de winter kwam gauw. Gelukkig verliepen de nachten rustig en ik sliep goed want ik had onderweg een goede slaapzak bemachtigd.

Het pad van de GR 5 door de Ardennen was makkelijk en lieflijk. De eerste tijd liep ik door de natuur; bij boerderijen kreeg ik bijna altijd een maaltijd in ruil voor een verhaal. Na enkele dagen kwam ik in een dichter bewoonde omgeving.  Stavelot was het eerste stadje dat ik in België bezocht; ik verwonderde mij over de rijkdom van de abdij.

[1]

Voor een kleine stad met ruim 6000 inwoners heeft Stavelot een indrukwekkend mooi centrum, met veel statige huizen.

[2]

De nacht na het bezoek aan Stavelot was er een kort heftig onweer. De donder rolde door de dalen, maar dit onweer duurde niet lang en het klaarde snel weer op. Van Stavelot liep ik via de GR 5 naar Spa, een voormalige badplaats en kuuroord in de Ardennen. Ik was onder de indruk van de rijkdom in deze streek.

[3]

Net buiten Spa heb ik in de open lucht overnacht; mijn hotel had de sterrenhemel als dak en mijn kamer omvatte het universum.

[4]

De volgende ochtend was het druilerig weer. In de miezer, regen afgewisseld met enkele opklaringen liep ik in enkele dagen naar de Maas bij Visé.

[5]

Daar ontmoette ik een eigenaar van een boot die wegens ziekte hulp nodig had tijdens de tocht naar Amsterdam. Zo voer ik in guur herfstweer langs Maastricht, Roermond, Venlo, Nijmegen, Utrecht naar Amsterdam. Ik reisde droog en comfortabel met een kost en inwoning.

In Brabant, Utrecht en Holland was ik verwonderd over het water dat in een kanaal hoger lag dan het land en de huizen in de polder. In Utrecht en Holland was ik verbaasd over de weidsheid en de platheid van het land. Dit was een omgekeerde wereld van alles wat ik eerder in mijn leven had ontmoet.

[6]

In de haven van Amsterdam nam ik afscheid van de schipper. In het centrum van de stad zag ik vreemde, markante mensen. Sommigen leken op kabouters en zo noemden zij zich ook. Alles was anders; de jongeren speelden de baas over de ouderen. De muziek was anders en de mensen wilden swingen, maar deze stijve mensen konden dat niet. Met geestverruimende middelen maakten jonge mensen de wereld kleurrijker dan de grijze omgeving er uitzag. Soms ging het mis met de geestverruiming. Enkele inwoners in deze omgekeerde wereld dachten te kunnen vliegen – hoogmoed kwam voor de val. De eerste dagen ontmoette ik enkele minnaars in deze stad waar mannen van mannen mogen houden – het tijdelijke feest dat ruim 10 jaar van mijn leven besloeg, begon ….

Advertenties

Carla Drift – jaren van bloei


De Lentezon scheen

Gul en overvloedig neer;

Haar glimlach voor ons

Van een omgeving waar “ja” alles kon betekenen afhankelijk van de omstandigheden – van een regelrecht “nee” tot een “ja” van Molly Bloom in Ulysses van James Joyce – verhuisde ik naar een land waar “ja en nee” de wereld volkomen in tweeën deelde. Het was een land dat onvoorstelbaar plat was en waar iedere groepering zijn eigen geloof baseerde op een bepaalde passage uit de Bijbel. Alleen het water was alomtegenwoordig. Water was voor alles en iedereen gelijk en iedereen streed daar dan ook tegen. Het was altijd pompen of natte voeten – veel vloeren van woningen langs het kanaal liggen ruim beneden het waterpeil in het kanaal.

[1]

Later heb ik begrepen dat het pompen erg nauw luistert. Bij teveel pompen klinkt de bodem van de polder in en zakt de bodem van de polder onherroepelijk verder naar beneden. Er moet steeds voldoende water in de slootjes en in de bodem van de polder blijven.

In dit land ging ik wonen, studeren, en ik ontmoette er mijn grote liefde – in deze volgorde.

Zo vlak als de polders waren, zo vlak waren toen in mijn ogen ook de manieren van de inwoners van dat land. Uit gastvrijheid werd ik bij een verjaardagsfeest uitgenodigd op de koffie – een klein stukje appeltaart voor iedere bezoeker en bij het aanbieden van een tweede biertje later op de avond zei iedereen: “Het is tijd om weer eens op te stappen”. Daar zat ik met mijn tweede biertje dat ik maar snel opdronk. Bij feesten in Zuid Limburg werden 24 vlaaien afgebakken voor het bezoek – men keek niet op enkele stukken vruchtenvlaai meer of minder voor iedere gast.

Mijn kamer was vlak bij een burgerroeivereniging in Delft. Ik ging bij de vereniging op bezoek: de vereniging zag wat in mij en ik vond de vereniging aantrekkelijk. Mijn drie jaren in Delft ben ik er blijven wedstrijdroeien.

[2]

In deze directe omgeving ging ik studeren: het sloot mooi aan bij de rechtlijnigheid van wiskunde en natuurkunde. Later bleken deze vakken en de inwoners van Holland wat minder rechtlijnig te zijn.

Mijn studie was nog altijd even makkelijk als op het gymnasium. Veel schijnzekerheden vielen tijdens mijn studie weg. Ik mocht bij een practicum een versterker bouwen; er waren teveel onbekende variabelen in de beschikbare formules om een eenduidige oplossing te verkrijgen. De oplossing hiervoor bestond uit het aannemen van enkele instelstroompjes – gebaseerd op ervaring of gerommel van alledag – en als het niet voldeed werd het instelstroompje wat aangepast.

Het bepalen van de uitkomsten van proeven bestond uit het vele keren meten waarna statistisch de uitkomst met een betrouwbaarheidsinterval werd berekend – ook gerommel van alledag, maar gestructureerd en reproduceerbaar gerommel binnen een statistisch betrouwbaarheidsinterval.

[3]

Bij wetenschapsfilosofie vernamen wij van Popper en Kuhn met falsificatie [4] als criterium voor wetenschap: een idee of model was pas wetenschap als het idee of model bevattelijk was – en openstond – voor andere ideeën/modellen die een kans hadden het eerste idee te weerleggen. Ideeën en modellen die niet bevattelijk waren voor weerlegging, vielen in de categorie dogma’s of religie.

Tijdens de colleges maatschappijleer maakt ik kennis met een hiërarchie van behoeften beschreven door Abraham Maslow [5]. Volgens dit model had ik een begin gemaakte met zelfverwezenlijking met een levensgroot gat bij liefde – daar had ik tot dan verstoppertje gespeeld met mijn gevoelens.

De colleges maatschappijleer over de “Milgram” [6] en “Stanford Gevangenis” [7] experimenten vergrootten mijn zorg en onbehagen dat was ontstaan bij het lezen van het oeuvre van Jef Geeraerts en van Erich Fromm. Een zeer aanmerkelijk deel van de mensheid liet zich – vaak door omstandigheden – wel erg makkelijk meesleuren in laaghartig, volgzaam en zelfs verwerpelijk gedrag. In mijn laatste jaar in Delft maakte ik kennis met de kwader trouw en de theorie van de blik van Sartre [8]. Door deze zienswijze werden mensen in hun vrije handelen ernstig belemmerd werden. Volgens de kwader trouw verwordt de mens tot een instrumenteel ding door op de betreffende mens een stempel te plakken: een vrij mens met alle mogelijkheden wordt uitsluitend door zijn rol als bijvoorbeeld kelner gereduceerd tot een beperkt instrumenteel dienend ding. Een soortgelijk mechanisme speelt bij de theorie van de blik waardoor in een oogopslag een vrij mens met alle mogelijkheden kan worden gereduceerd tot een laaghartig wezen. Een mens kijkt door een sleutelgat van een kamer, een tweede mens ziet dit: door de blik van deze tweede persoon wordt de eerste mens teruggebracht tot een laaghartige gluurder.

Deze colleges wetenschapsfilosofie en maatschappijleer hebben mijn hele verdere leven beïnvloed. Later zal ik hierdoor in Amsterdam mijn studie in een hele andere richting voortzetten.

Eerst volg ik drie jaren mijn technische natuurwetenschappelijke studie met onder meer de onderwerpen: elektromagnetische velden, thermodynamica, vloeistofleer, relativiteitstheorie, kwantummechanica en wiskunde over matrices en vectorvelden.

Uiteraard bleef ik bibliotheken bezoeken. De algemene bibliotheek voor literatuur, algemene ontwikkeling en ontspanning en de technische bibliotheek voor verdieping op natuurwetenschappelijk terrein.

Maar in het tweede semester van mijn eerste jaar kwam ook en vooral de liefde in mijn leven.