Tagarchief: Prof. Dr. W. Luijpen

Windstilte


Het wordt al bijna donker; de wind is gaan liggen. Een klein half uur geleden heeft Man de zeilen gestreken en zijn Carla, Man en Narrator op de buitenboord naar hun volgende aanlegplaats bij Terschelling richting Vlieland gevaren. Met het invallen van de duisternis laat Man de boot droogvallen en brengt het anker aan zodat zij bij het volgende hoogtij niet zullen wegdrijven. Man steekt de gaslantaarns in de kajuit en op het achterdek aan en zij maken de boot en de slaapplaatsen gereed voor de nacht. Daarna pakt Narrator borden, bestek, brood en beleg voor een eenvoudige avondmaal. Carla haalt een fles rode wijn uit haar bagage voor bij de maaltijd, ontkurkt deze en schenkt drie glazen in. Zij ruiken aan de wijn.

“Goede wijn uit een goed jaar; de geur gaat mooi samen met deze rustig avond in een zilte omgeving”, zegt Narrator.

“Mmm, de wijn past ook goed bij de oude kaas. Dank voor deze wijn”, zegt Man tegen Carla.
“Rode wijn leek mij goed te passen bij deze mooie avond met de lichtjes op de eilanden in de verte. Ik ben blij dat jullie mijn gebaar waarderen”, zegt Carla.

“Terwijl jij de wijn uit jouw weekendtas pakte, zag ik dat jij twee boeken van Martin Heidegger [1] hebt meegenomen; ik herkende een Nederlandse versie van “Sein und Seit” [2] – ik heb begrepen dat dit het belangrijkste werk van Heidegger is – en de titel van het andere boek kon ik niet thuisbrengen. Professor Luijpen benoemde tijdens zijn colleges filosofie aan de Technische Universiteit in Delft – die jij en ik eind jaren 70 samen hebben bijgewoond – “verwikkeld in de wereld zijn”: één van de kernthema’s uit het werk van Martin Heidegger. Ben jij het werk van Heidegger aan het bestuderen”, vraagt Man aan het begin van de maaltijd aan Carla.

“”Zijn en tijd” heb ik tijdens mijn studietijd in Amsterdam gelezen om kennis te nemen van de zienswijze van Heidegger op de mens verwikkeld in de wereld. Ik kon mij herinneren dat Heidegger in dit boek ook aandacht had besteed aan ”heel-zijn” of in onze woorden aan het “Alomvattende Eén”, maar hij had hieraan uit onvermogen weinig aandacht besteed omdat “heel-zijn” naar zijn mening per definitie onbenaderbaar is.

Martin Heidegger[3]
Het tweede boek met werk van Martin Heidegger – dat meer dan tien jaar na zijn dood is verschenen en in Engelse vertaling met de titel “Contributions to Philosophy (from Enowning)” – heb ik enkele maanden geleden in de uitverkoop bij boekhandel Broese in Utrecht gekocht. Ik heb dit tweede boek gekocht omdat Heidegger in dit werk voortgaat op “heel-zijn” – of Alomvattend Eén zijn – waar hij in “Sein und Seit” uit onvermogen is blijven steken”, zegt Carla.
“Kun jij ons na het eten samenvatten wat Martin Heidegger over “heel-zijn” heeft geschreven. Ik kan daarna als opmaat naar de Hart Sutra de inleidende passage van Thich Nhat Hanh bij zijn commentaar of de Hart Sutra [4] – met de titel “Vorm is leegte, leegte is vorm” – vertellen?”, vraagt Narrator.

“Bij het koffiedrinken na de maaltijd zal ik zeggen wat mij bij het vluchtig doornemen van beide boeken is opgevallen en bijgebleven. Trouwens jij hebt heerlijke overjarige Goudse kaas meegenomen die uitstekend smaakt bij het bruinbrood en de wijn”, zegt Carla.
“Die heb ik gistermiddag gekregen van een oude vriend met een kaaswinkel nadat ik hem had helpen schoonmaken. Hij vond deze overjarige kaas – als gestold en geconserveerd leven – goed passen bij deze boottocht op dit deel “leegte” van onze Odyssee. En hij heeft gelijk”, zegt Narrator.

“Zal ik al koffie zetten of willen jullie nog even genieten van de wijn?”, vraagt Man.

“Laten wij in deze rust zonder zuchtje wind nog even nagenieten van de kaas en wijn”, zegt Carla.

Na een kwartier trekt Carla warmere kleren aan, Narrator ruimt de maaltijd af en Man kookt water voor de koffie en giet het water door de koffiefilter. Daarna geeft Man ieder een mok met koffie.

“Lekker om weer wat op te warmen met deze koffie. Zal ik nu mijn samenvatting – of beter mijn indrukken – van het werk van Martin Heidegger geven?”, zegt Carla.

“Dat is goed. Belangrijke werken laten veel indrukken na met daarop weer veel verschillende interpretaties. Ik heb begrepen dat het werk van Heidegger ook negatieve reactie heeft uitgelokt”, zegt Man.

“Dat klopt. Enerzijds door de positie die Heidegger heeft ingenomen bij de opkomst van – en tijdens – het Nazi-regime en anderzijds door zijn overvloedig, afstandelijk – en tegelijkertijd precies taalgebruik op de vierkante millimeter met een afstandelijk engagement – over ons “zijn” in verschillende facetten. Zijn critici voelden zich niet allerminst verbonden met Heideggers positieve houding ten opzichte van het Nazi-regime en daarbij koesterden zij een ander engagement dan Heideggers afstandelijk beschouwend engagement dat volgens hen buiten het leven van alledag was geplaatst. Het is interessant om te weten dat Heidegger zijn boek “Sein und Zeit” in een berghut ver verwijderd van de stadse wereld heeft geschreven”, zegt Carla.

Chalet[5]

“Het is gemakkelijk om achteraf kritiek te hebben op de houding die mensen hebben voor of tijdens een bepaald regime. Het andere regime in Duitsland heeft het wel heel bont gemaakt, maar bijna alle regimes en religies hebben pikdonkere bladzijden in hun geschiedenis: “Die van ulieden zonder zonde is, werpe eerst den steen op hem” [6]. En, wij zijn nu op onze zoektocht ook verwijderd van de alledaagse stadse wereld: soms is dat nodig voor contemplatie”, zegt Man.

“Jij bent mild in jouw oordeel. Mijn herinneringen aan “Seit und Zeit” van Heidegger zijn gekleurd door de rest van mijn leven en door onze zoektocht; ik heb dit werk ruim 30 jaar geleden voor het laatst gelezen. In mijn herinneringen onderscheidde Heidegger verschillende vormen van “zijn”. Het in de wereld zijn – “in-zijn of Insein in het Duits” – is ons menselijk grondvest voor “er-zijn of Dasein in het Duits”: het is het menselijk grondvest voor het zijn dat ikzelf ben [7]. Een mens is niet alleen op aarde: wij zijn bij (of Mitsein in het Duits) met de ander of met de dingen (Mitdasein in het Duits) om ons heen. Wij zijn bewust en kennend in de wereld [8] met de ander of met de dingen; dit kennen is verbonden met “in de wereld zijn – of Insein in het Duits” [9]. Het “er-zijn of Dasein” krijgt in mijn hoedanigheid als mens gestalte en vorm in de context van “in de wereld zijn” in verhouding tot de ander of tot de dingen: hierdoor is “er-zijn of Dasein” mijn zijn [10]. Deze afzonderlijke manieren van “er-zijn – of Dasein” zijn mij met de metafoor van Indra’s Net [11] in het achterhoofd volkomen duidelijk. Daarbij verkent Martin Heidegger in dit deel van “Sein und Seit” het verlies van zijn onder meer door de dood; binnen de metafoor van Indra’s Net speelt dit verlies van zijn geen rol, omdat het “zijn” binnen Indra’s Net ongrijpbaar veranderend aanwezig is in iedere parel dat het gehele parelspel weerspiegelt, in het gehele parelspel en in de leegte van het parelspel. Door zijn veranderlijkheid, ongrijpbaarheid en alom aanwezigheid in iedere parel, in het gehele parelspel en in de leegte is het verlies van het “zijn” pas een probleem wanneer Indra’s Net stolt in de tijd en de verandering ophoudt, de leegte verdwijnt en het parelspel stil staat – vergelijkbaar met een voortdurende duisternis waarin de lichtjes en vuurtorens aan de horizon voor altijd stilkomen te staan – en/of het licht (leven) verdwijnt binnen het parelspel.

Voor zover ik weet, geeft Martin Heidegger in zijn werk “Sein und Seit” een zeer beperkt antwoord op de vraag “Wie ben jij”: jij en ik zijn er (“er-zijn” of “Dasein” in het Duits) in wederkerige relatie tot elkaar (Mitsein) en tot de dingen om ons heen (Mitdasein) verwikkeld in de wereld (Insein).

In de tweede helft van “Sein und Seit” stelt Martin Heidegger “heel-zijn (of “ursprünglichen Ganzheit” in het Duits) aan de orde; hij komt tot de conclusie dat “heel-zijn” per definitie het einde betekent van andere vormen van “zijn” in de wereld: want als er “zijn” als onderscheidenlijk zijnde is, dan heeft het “heel-zijn” niet bereikt [12]. Maar zodra het “heel-zijn” is bereikt, dan slaat de winst om in een algeheel verlies van in de wereld zijn. Als zijnde wordt “heel-zijn” nooit meer ervaarbaar volgens Martin Heidegger [13].

Tijdens ons verblijf op de eerste aanlegplaats van onze zoektocht bij het Alomvattende Eén hebben wij ervaren dat het Alomvattende Eén zich niet in woorden die bestemd zijn om te onderscheiden, laat vastleggen.

Martin Heidegger blijft niet lang bij “heel-zijn” stilstaan, misschien omdat hij met Ludwig Wittgenstein concludeert dat “Wovon man nicht sprechen kann, darüber muß man schweigen” [14]. Hij gaat verder met onderwerpen als tijdelijkheid, alledaagsheid en geschiedmatigheid. Dit is mijn herinnering aan “Sein und Seit”, zegt Carla.

“Indrukwekkende en goed te volgen samenvatting van een boek dat door velen als ontoegankelijk wordt gezien. Waarschijnlijk had Martin Heidegger – met zijn Rooms Katholieke achtergrond – moeite met het Alomvattende Eén, omdat binnen het “heel-zijn” ook de scheiding van de mens met Katholieke Goddelijke Drie-eenheid [15] en daarmee het bestaan van God en van de mens wordt opgeheven en het bestaan van de mens valt volkomen samen met het bestaan van God. Vasthouden aan het denkraam van “heel-zijn” was zeker een brug te ver voor Martin Heidegger in zijn tijd”, zegt Man.

Lam Gods[16]

“Bij jouw inleiding valt het mij op dat Martin Heidegger zo dicht bij onze zoektocht staat en er – als een vogel in de vlucht – steeds net lang scheert zonder er aan te raken. Misschien ligt het aan de beperkingen van de taal, misschien ook wel aan de beperkingen van het menselijke inzicht. De Hart Sutra komt net even dichter bij het Alomvattende Eén zonder de wereld van alledag te verlaten. Ik hoop dat nog tijdens onze boottocht te mogen tonen. Hoe gaat Martin Heidegger voort op “heel-zijn” – of Alomvattend Eén zijn – in zijn latere werk?”, zegt Narrator.

“In Contributions to Philosophy (from Enowning) – verschenen na zijn dood – maakt Martin Heidegger een onderscheid tussen het gewone “zijn of being” in de zin van alledag, en “Zijn of be-ing” in de zin van het Alomvattende Eén. Bezien vanuit afzonderlijke mensen en/of levende wezens, is het “Zijn” geen mens of levend wezen. Doordat “Zijn” geen “zijn” is – dus geen mens en/of levend wezen –, is “Zijn” volgens onze gebruikelijke denkwijze “het niets”. Ik weet niet of “het niets” van Martin Heidegger samenvalt met ons begrip “leegte” [17].

Hij vervolgt met de stelling dat “Zijn” de basis is van het “Alomvattende” (of “Da” in het Duits), en dat “zijn” de basis is van onze leefwereld van alledag waarin wij verwikkeld zijn [18]. Het “Zijn” overstijgt de mensen en/of de dingen niet, maar gaat het onderscheid tussen “zijn” verwikkeld in de wereld en “Zijn” te boven en gaat hiermee tegelijkertijd voorbij een mogelijkheid tot een overstijgen van het “zijn” en “Zijn” [19]. Via het “Alomvattende zijn” (of Da-sein in het Duits) is de mens opgenomen in de wereld van alledag (of Dasein in het Duits). Het “Zijn” vormt de basis voor ons verwikkeld zijn in de wereld [20]. Door het zijn van alledag afzonderlijk (“zijn”) te benoemen met het Alomvattende Eén (“Zijn”) en tegelijkertijd beiden met elkaar te laten samenvallen, probeert Martin Heidegger in zijn later werk het “er-zijn” (of Dasein) te binden in het “heel-zijn” (of “ursprünglichen Ganzheit”).

De denktrant van Martin Heidegger om deze binding tot stand te brengen komt overeen met de wijze waarop één en nul wederkerig tot elkaar in relatie staan: zonder “nul” (of leegte) kan er geen één (of Alomvattend Eén) bestaan, omdat er zonder “nul” geen plaats is voor “één”, en zonder één is “nul” (of leegte) volkomen leeg van alles en zonder betekenis en waarde”, zegt Carla.

“Jouw uitleg van Martin Heideggers “zijn in de wereld van alledag ” samen met “Zijn in het Alomvattende Eén” toont overeenkomsten met de uitleg hiervan in sommige Boeddhistische boeken waarin het “Grote Zijn” wordt onderscheiden van het “gewone (menselijke) zijn in het alledaagse leven”.

Persoonlijk vind ik dit onderscheid gekunsteld, want het leven van alledag is volkomen opgenomen in het “Alomvattende Eén”: elk onderscheid tussen beiden, vormt meteen het eerste schisma in het “Alomvattende Eén” waardoor het ophoudt te bestaan. Hetzelfde geldt voor “leegte” en “inhoud”: beiden vormen elkaar in de ruimte van het “Alomvattende Eén”. Om de ruimte van “leegte” en “inhoud” te tonen binnen het “Alomvattende Eén”, heb ik jullie uitgenodigd voor deze boottocht op de Wadden”, zegt Man.

“Het zal lastig zijn jouw uitleg van “heel-zijn” en “er-zijn” in het werk van Martin Heidegger te verbeteren. Martin Heidegger was een man van zijn tijd waarin “wel” en “niet”, “nul” en “één en daarna alle andere getallen te beginnen met twee” duidelijk van elkaar zijn gescheiden; het overstijgen van deze vormen van onderscheid en vervolgens het voorbij gaan aan iedere vorm van overstijgen, beschouw ik als een geweldige intellectuele prestatie van Martin Heidegger in zijn tijd. In het “Alomvattende Eén” is het werk van Martin Heidegger te vergelijken met een lichtstipje aan de horizon, zoals het lichtje van één van huizen in de ruimte van de donkere verte. In mijn denkraam is het lichtje van één van huizen tegelijkertijd samenvallend met de donkere verte één en Alomvattend Eén. Mijn laatste zin kan het onuitsprekelijk wonder hiervan niet volledig weergeven. Thich Nhat Hanh slaagt er volgens mij beter in om dit wonder weer te geven in de inleiding bij zijn commentaar of de Hart Sutra [21]. Zal ik hier verder mee gaan, of is er meer discussie nodig bij het werk van Martin Heidegger”, zegt Narrator.
Aarde uit de ruimte bij nacht[22]

“Het werk van Martin Heidegger vraagt zeker om meer discussie: de bibliotheek over zijn werk geschreven, is bij lange na niet voldoende. Maar wij hebben vanavond geen tijd meer voor een verdere verdieping van dit werk”, zegt Carla.

“Mooie beeldspraak: het lichtje van één van de huizen. Het onderzoeken van dit lichtje met al het vernuft en wijsheid van de mensheid gaat voorbij aan de kern die Martin Heidegger – denk ik – in zijn werk heeft proberen te duiden. Ik ben benieuwd naar de inleiding van Thich Nhat Hahn”, zegt Man.

“Zen meester Thich Nhat Hahn begint zijn commentaar op de Hart Sutra met het hoofdstuk “Inter-zijn” dat volgens mij verder gaat dan “in wederkerige relatie tot elkaar zijn” (of “Mitsein”) bij Martin Heidegger, omdat de onderlinge verwevenheid volledig is en omdat bij “inter-zijn” de begrenzingen van de manifestaties (fenomenen) op zijn best diffuus en meestal alleen artificieel/imaginair – als een illusie – zijn.

Waddenzee[23]
Het hoofdstuk “inter-zijn” begint met het gezichtspunt van een dichter die duidelijk ziet dat er een wolk drijft in het papier waarop het gedicht wordt geschreven; en de zon schijnt ook in het papier. Zonder zon is er geen regen, zonder regen kunnen de bomen niet groeien en zonder bomen is er geen papier voor het schrijven van het gedicht. Ook de houthakker van de boom, de papiermaker enz. kijken mee vanaf het vel papier, zonder hen geen vel papier voor het gedicht. En hun ouders en voorouders kijken mee vanuit het vel, want zonder hen zouden de houthakker, papiermaker enz. niet bestaan. Kijken wij verder dan zitten wijzelf – de lezer en schrijver met al hun dierbaren, met al onze cultuur en beschaving – ook in het vel papier; zonder hen geen toekomstige dichtbundel en geen latere lezers van het gedicht. Je kunt “niets” aanwijzen dat niet op de een of andere manier met het vel papier is verbonden. Alles – of “heel-zijn” (of “Ganzheit” in het Duits) van Martin Heidegger – co-existeert met dit vel papier. Volgens Thich Nhat Hahn kun je niet zomaar in je eentje zijn; of je het wilt of niet, je moet wel co-existeren of “inter-zijn” met alles om je heen: het vel papier wordt gevormd door louter “niet-papier” mensen en dingen.

Vel papier[24]

Carla – speciaal voor jou – Thich Nhat Hahn geeft een interessante invulling aan het probleem van de oorsprong. Stel nu dat je de regen, zonneschijn, of houthakker wil terugvoeren tot hun oorsprong H₂O, de zon of de voorouders van de houthakker, is het papier van deze dichter dan nog mogelijk? Thich Nhat Hahn stelt dat het papier van de dichter niet zal kunnen bestaan: hoe dun het velletje ook is, het gehele universum zit erin.

De Hart Sutra gaat nog een stap verder dan:

  • Martin Heidegger die stelt dat “heel-zijn” per definitie het “niets” of leeg is omdat er niets te onderscheiden is, en dat anderzijds ons zijn verwikkeld in de wereld vol is van “in-zijn”, “met-zijn” en “er-zijn” en
  • Thich Nhat Hahn die in het hoofdstuk “inter-zijn” van zijn commentaar op de Hart Sutra terecht aangeeft dat een eenvoudig vel papier hoofdzakelijk bestaat uit “niet-papier” mensen en dingen,

want de Hart Sutra stelt dat alle dingen leeg zijn. Later tijdens deze boottocht hoop ik met behulp van de uitspraken in de Hart Sutra het onderwerp “leegte” verder te mogen verkennen”, zegt Narrator.

“De uitleg van “inter-zijn” heeft veel kenmerken van de metafoor van Indra’s Net en misschien valt “inter-zijn” – zoals bedoeld door Thich Nhat Hahn – wel samen met deze metafoor. De aanvulling die jij benoemt, op het probleem van de oorsprong is slechts een deel van de problemen die ik hiermee heb: later op onze zoektocht misschien meer. Ik begin het koud te krijgen; zullen wij ons klaarmaken voor de nacht?”, zegt Carla.

“Goed idee; ik heb vannacht in de auto te weinig geslapen”, zegt Man.

“Dan houd ik de wacht. Het wordt al wat mistig: liggen wij bij hoogtij vannacht buiten iedere vaarroute?”, vraagt Narrator.

“De boot ligt hier stabiel en uit iedere vaarroute. In geval van nood mag jij mij wakker maken”, zegt Man.

[1] Zie: http://nl.wikipedia.org/wiki/Martin_Heidegger
[2] Zie: http://nl.wikipedia.org/wiki/Zijn_en_Tijd
[3] Bron afbeelding: http://de.wikipedia.org/wiki/Martin_Heidegger
[4] Zie: Thich Nhat Hahn, Vorm is leegte, leegte is vorm. Rotterdam: Asoka, 2007, p. 15, 16
[5] Chalet waar Martin Heidegger Sein und Zeit heeft geschreven. Bron afbeelding en zie ook: http://en.wikipedia.org/wiki/Martin_Heidegger
[6] Zie: Het Nieuwe Testament, Johannes 8:7
[7] Zie: Heidegger, Martin, Zijn en Tijd. Nijmegen: Uitgeverij Sun, 2013, p. 80
[8] Zie: Heidegger, Martin, Zijn en Tijd. Nijmegen: Uitgeverij Sun, 2013, p. 88
[9] Zie: Heidegger, Martin, Zijn en Tijd. Nijmegen: Uitgeverij Sun, 2013, p. 89
[10] Zie: Heidegger, Martin, Zijn en Tijd. Nijmegen: Uitgeverij Sun, 2013, p. 67
[11] Zie: Origo, Jan van, Wie ben jij – een verkenning van ons bestaan – deel 1. Amsterdam: Omnia – Amsterdam Uitgeverij, 2012, p. 66 – 68
[12] Zie: Heidegger, Martin, Zijn en Tijd. Nijmegen: Uitgeverij Sun, 2013, p. 302
[13] Zie: Heidegger, Martin, Zijn en Tijd. Nijmegen: Uitgeverij Sun, 2013, p. 302
[14] Zie: Wittgenstein, Ludwig, Tractatus Logico-Philosophicus. Amsterdam: Athenaeum-
Polak & Van Gennip, 1976 p. 152
[15] Zie: Origo, Jan van, Wie ben jij – een verkenning van ons bestaan – deel 1. Amsterdam: Omnia – Amsterdam Uitgeverij, 2012, p. 147 – 162
[16] Bron afbeelding: deel van http://www.bertsgeschiedenissite.nl/middeleeuwen/eeuw15/jan_van_eyck.htm
[17] Zie: Heidegger, Martin, Contributions to Philosophy (from Enowning). Bloomington: Indiana University Press, 1999, p. 173
[18] Zie: Heidegger, Martin, Contributions to Philosophy (from Enowning). Bloomington: Indiana University Press, 1999, p. 174
[19] Zie: Heidegger, Martin, Contributions to Philosophy (from Enowning). Bloomington: Indiana University Press, 1999, p. 177
[20] Zie: Heidegger, Martin, Contributions to Philosophy (from Enowning). Bloomington: Indiana University Press, 1999, p. 177
[21] Zie: Thich Nhat Hahn, Vorm is leegte, leegte is vorm. Rotterdam: Asoka, 2007, p. 15
[22] Bron afbeelding: http://de.wikipedia.org/wiki/Nacht
[23] Bron afbeelding: Kwelder zone http://de.wikipedia.org/wiki/Wattenmeer_(Nordsee)
[24] Bron afbeelding: http://nl.wikipedia.org/wiki/Papier

Advertenties

Vijf gangbare werkelijkheden – feiten en logica 7


Carla, Man en Narrator hebben het Baptisterium San Giovanni van binnen bekeken en staan nu buiten voor de gesloten oostelijk deur van het Baptisterium.

“Dit is volgens Michelangelo de “Porta del Paradiso” of de poort tot het paradijs. Op het bovenste paneel in de linker deur zijn “Adam en Eva in het paradijs”, “de zondeval” en “de verdrijving uit het paradijs” afgebeeld. Het paradijs en de zondeval zijn een mooie metafoor voor de menselijke illusie van de paradijselijke mogelijkheid tot een alomvattende kennis van de georganiseerde chaos. Nadat Gödel met twee onvolledigheidsstellingen van de appel der wijsheid had gegeten – waarna de illusie van alwetendheid van “feiten en logica” fundamenteel voor altijd onbereikbaar werd – wist de natuurwetenschappelijke wereld dat de mensheid voorgoed geen toegang had tot het paradijs van alwetendheid.

feiten en logica 71[1]

Het is volkomen terecht dat de “Porta del Paradiso” gesloten is en er een hek voorstaat”, zegt Carla.

feiten en logica 72[2]

“Ik heb in mijn stadsgids gelezen dat beide deuren een kopie zijn van de originele deuren die door de tand des tijds en door de overstroming van de rivier Arno [3] op 6 november 1966 ernstig beschadigd waren. Door deze overstroming werden enkele panelen uit de Porta del Paradiso gerukt [4]. Volgens mij is de overstroming van de rivier Arno ook een manifestatie van de georganiseerde chaos”, zeg Man.

feiten en logica 73[5]

“Zeker. De rivier is in 1333 en in 1557 n. Chr. tot een bijna gelijke hoogte buiten de oevers getreden. Misschien is dit de reden dat de woonverblijven in de Florentijnse paleizen zich op de eerste verdieping bevinden.

[6]

OLYMPUS DIGITAL CAMERA[7]

Deze overstroming is een uitgesproken voorbeeld van de georganiseerde chaos. Met redelijke zekerheid kan worden gesteld dat eens in de paar honderd jaar zich een soortgelijke overstroming in Florence kan voordoen, net zoals binnen zekere grenzen alle andere waterstanden in de rivier zich op een bepaald moment met een bepaalde kans kunnen manifesteren – dit is het geordende karakter van de georganiseerde chaos. Maar niemand kan met zekerheid voorspellen op welke dag zich in de toekomst een soortgelijke overstroming als in 1333, 1557 en 1966 n. Chr. zal gaan voordoen – dit is het chaotische karakter van de georganiseerde chaos”, zegt Carla.

“Mooi voorbeeld. Gisteren zocht ik meer informatie over Gödel. Ik las Gödels ontologisch bewijs van God. Ik heb een afdruk van dit bewijs voor jullie meegenomen”, zegt Narrator. feiten en logica 76[8]

“Ik heb zelden een eerste definitie zonder vraagtekens kunnen accepteren. Tijdens mijn studietijd vroeg ik altijd aan docenten waar de eerste definitie op gebaseerd was. Steeds konden docenten in eerste instantie een beperkt antwoord op mijn vraag geven, maar bij doorvragen kwam het antwoord altijd neer op de platitude: “Wij moeten toch ergens vanuit gaan”. Dit antwoord bleef voor mij onbevredigend, eigenlijk vroeg ik steeds naar het “Waarom” terwijl docenten op zijn best een antwoord konden geven op de vraag “Hoe – binnen een bepaalde context”. Terugkijkend is mijn wisseling van studie van Technische Natuurkunde naar het onderwerp Menswetenschappen te herleiden op het feit dat Technische Natuurkunde geen antwoorden beschikbaar had op de vraag waarom feiten en logica zich op een bepaalde wijze aan ons manifesteren. Terugkomend op de eerste definitie binnen Gödels ontologisch bewijs: waarom heeft een Goddelijke verschijning alleen positieve eigenschappen en geen negatieve eigenschappen of imaginaire eigenschappen – zoals imaginaire getallen in de elektrotechniek [9]? Op basis van het ontbreken van een antwoord op mijn laatste vraag èn op basis van Gödels eerste onvolkomenheidsstelling, kan Gödels ontologisch bewijs geen volledig systeem – of volledige beschrijving van een Goddelijke gedaante bevatten. In het geval Gödels ontologisch bewijs wel een volledige systeem zou bevatten – en dat is naar mijn mening niet het geval – dan kan de consistentie van de axioma’s niet vanuit het eigen systeem bewezen worden volgens Gödels tweede onvolkomenheidsstelling. Voor de volledigheid zeg ik dat mijn beweringen zijn gebaseerd op natuurwetenschappelijk logica – en niet op religieuze beginselen [10]. Volgens mij is Gödels ontologische bewijs een eerste logische vingeroefening van Gödel op het terrein van de religie en niet meer dan dat”, zegt Carla.

“Volgens mij heb jij gelijk”, zegt Narrator.

“Klinkt overtuigend. Ik zou tijdens de lunch graag jullie mening willen horen over de feiten en logica van de kijk op God zoals beschreven door Abraham Joshua Heschel in “God zoekt de mens[11] en van de twee aspecten van “Een” bewustzijn in het “Commentary on the Awakening of Faith” door Fa-Tsang [12]”, zegt Man.

“Dit sluit mooi aan bij Gödels ontologisch bewijs. Mijn inleiding op het denkraam van de strijder kan nog wel even wachten. Zullen wij een plaats zoeken voor onze lunch?”, zegt Carla.

“Ik weet een leuke plaats aan de Piazza di Santa Croche”, zegt Narrator.


[9] Berekeningen van elektronische schakelingen worden aanmerkelijk vereenvoudigd door gebruik van hulpgetallen of  imaginaire getallen met een reële waarde die gelijk is aan nul. Zie ook: http://en.wikipedia.org/wiki/Imaginary_number

[10] Zie ook de kanttekening van Prof. Dr. W. Luijpen over de reikwijdte van Natuurwetenschap in relatie tot religie in het bericht “Vijf gangbare werkelijkheden – feiten en logica 6”

[11] Zie ook: Heschel, Abraham Joshua, God zoekt de mens – Een filosofie van het jodendom. Amsterdam: Uitgeverij Abraxas Amsterdam, 2011 (4e geheel herziene druk).

[12] Zie ook: Vorenkamp, Dirck, An English Translation of Fa-Tsang’s Commentary on the Awakening of Faith. New York: The Edwin Mellen Press. 2004

Vijf gangbare werkelijkheden – feiten en logica 6


De volgende ochtend drinken Carla, Man en Narrator koffie op een terras voor het Baptisterium San Giovanni [1] tegenover de Dom van Florence.

801px-Baptistry_Florence_Apr_2008[2]

“Ik heb vanmorgen over jouw inleiding tot de ontwikkeling van de wetenschap nagedacht. Het is een indrukwekkende samenvatting in beknoptheid en in diepgang. Op een punt zou ik een aanvulling wensen; volgens mij is de menselijke wetenschap veel eerder begonnen dan bij de zingeving en zinneming binnen rituelen om de overlevingskansen te vergroten. Ik denk dat de menselijke wetenschap begonnen is bij de eerste bewuste zinneming en zingeving aan geluid, gevoel, in de liefde, bij het opvoeden van kinderen. Ben jij het daar mee eens?”, vraagt Narrator aan Carla.

“Volkomen. Daarnaast ben ik ook voorbij gegaan aan het verschil tussen atomisme [3] – waarin alle feiten gebaseerd zijn op de kleinst mogelijke basiselementen, particularisme [4] – waarin feiten en logica dienen om het eigen belang te bevorderen boven (en zo nodig ten koste van) belangen van anderen, pluralisme [5] – waarin verschillende stelsels van feiten en logica naast elkaar bestaan binnen een evenwicht, en holisme [6] – waarin feiten en logica een samenhangend geheel vormen. Op particularisme hoop ik verder in te kunnen gaan bij een inleiding over het denkraam van de strijder. Ook ben ik voorbij gegaan aan de vele verkeerde voorstellingen van feiten en aan de drogredeneringen binnen een bepaald belang. Zal ik nu verder gaan met de geordende chaos – zowel gefragmenteerd als universeel?”, zegt Carla.

“Ik ben benieuwd naar jouw opmerking “gefragmenteerd en universeel”. Gisteravond heb ik in een andere context een tekst gelezen over de samenhang van beide onderwerpen”, zegt Man.

“Vul mij aan waar jullie dat nodig vinden. Eigenlijk van het begin van de wetenschap hebben mensen een orde in de chaos proberen te scheppen meestal door de werkelijkheid als een ideaal te bezien. Zaken die niet passen binnen het ideale denkkader – zoals wrijving, luchtweerstand en onwelgevallige godsdiensten en gebruiken –, werden als niet relevant zijnde buiten beschouwen gelaten, of werden te vuur en te zwaard bestreden zoals tijdens godsdienstoorlogen. Tegen het einde van de derde wetenschappelijke revolutie dachten natuurwetenschappers dat nog enkele hindernissen binnen de basiselementen van wetenschappelijke kennis – zoals kennis over de overdracht van de zwaartekracht en over de aard van licht – overwonnen moesten worden, voordat het paradijs van de alwetendheid betreden kon worden waarbinnen door de toepassing van de basiselementen alles kenbaar en verklaarbaar zou zijn. De Oostelijke deuren van het Baptisterium – of Porta del Paradiso [7] – zijn een mooie metafoor voor deze denkwereld.

feiten en logica 62[8]

Met kennis van deze panelen en de ontsluiting tot het onderlinge verband van deze panelen dachten wetenschappers de ontsluiting tot de paradijselijke alwetendheid te verkrijgen.

feiten en logica 63[9]

De geordende chaos – gefragmenteerd en universeel – verhinderde de toegang tot de paradijselijke alwetendheid met daarbinnen eenduidige herhaalbare voorspelbaarheid van feiten in onze leefwereld.

Met “geordende chaos” bedoel ik dat binnen bepaalde grenzen ieder mogelijk feit een bepaalde kans heeft om zich op een bepaald moment te manifesteren. Als voorbeeld neem ik een grazende koe in een afgebakende weide met net voldoende voedsel voor de koe: de koe graast binnen bepaalde grenzen (de weide en de rand die de koe met haar mond nog net kan bereiken); iedere graspol in de wei heeft een bepaalde kans om op een bepaald moment gegeten te worden; een voorbijvliegende vlinder kan het grazen van de koe veranderen waarna de koe een ander graaspatroon gaat hanteren; dit ander graaspatroon heeft op de lange tijd geen invloed op de algehele begrazing van de totale weide, maar het maakt een enorm verschil voor de levensduur van enkele graspollen in de nabijheid van de koe [10].

Met “gefragmenteerd en universeel” probeer ik aan te geven dat de gefragmenteerde geordende chaos zich manifesteert binnen een bepaalde omgeving – zoals de afgebakende weide voor de koe en zoals de sprinkhaan in een luciferdoosje [11] – en dat de universele geordende chaos zich afspeelt binnen het totale universum. “Gefragmenteerd en universeel” verhouding zich tot elkaar als de wolken, golven en oceaan tot het universele geordende samenspel en chaos binnen het totale universum. De wolken, golven en de oceaan zijn verschijningsvormen van de universeel geordende chaos, zoals het weer – met op korte termijn een goede voorspelbaarheid tot 4 dagen, en met een goede voorspelbaarheid over de lange termijn – ook een verschijningsvorm is van de universeel geordende chaos in de ruimte.

feiten en logica 64[12]

Met “eenduidige herhaalbare voorspelbaarheid van feiten” bedoel ik dat het verloop van feiten een zelfde uitkomst heeft bij een identieke uitgangspositie. In het leven van alledag bestaat er zelden een identieke uitgangspositie, dus een “eenduidige herhaalbare voorspelbaarheid van feiten” doet zich zelden voor. Wel zijn er vele uitgangsposities met soortgelijk kenmerken: deze situaties tonen geregeld een soortgelijke voorspelbaarheid van feiten, maar bij minieme verschillen in de uitgangsposities kan het verloop van de feiten een geordend chaotisch gedrag laten zien onder bepaalde omstandigheden.

Onder ideale omstandigheden begrenst de constante van Heisenberg [13] binnen de kwantummechanica [14] de nauwkeurigheid van de bepaling van de uitgangspositie en van de waarneming.

In 1931 heeft Gödel het formele bewijs van de twee onvolledigheidsstellingen [15] gepubliceerd [16]:

  • Als een systeem – bijvoorbeeld een systeem (of sprinkhaan) in een lucifersdoosje – consistent is, dan kan het systeem niet volledig zijn.
  • De consistentie van de axioma’s kan niet vanuit het eigen systeem bewezen worden.

De combinatie van de “geordende chaos”, de “beperking van waarnemingen binnen de kwantummechanica” en “waarnemingen die – binnen de relativiteitstheorie – afhankelijk zijn van de wijze van waarnemen” beperken de “eenduidige herhaalbare voorspelbaarheid van feiten”. De consistentie van logica wordt door de tweede onvolledigheidsstellingen van Gödel begrensd.

Door beide beperkingen was de ambitie van de derde revolutie in de wetenschap om onze leefomgeving eenduidig te kennen en beschrijven fundamenteel vastgelopen. Een deel van de logica nam afstand van de georganiseerde chaos van alledag: deze intuïtionistische [17] logica concentreerde zich verder op symbolen die voortkomen uit creatieve menselijk zingeving en zinneming. Een ander deel van de logica verbond aan de symbolen vooronderstellingen van de werkelijkheid als uitbreiding van de intuïtionistische logica – deze uitbreiding werd ook wel superintuïtionistische  logica genoemd. Klassieke logica was binnen de superintuïtionistische logica het sterkst samenhangende stelsel, waarmee de superintuïtionistische logica werd gezien als tussenliggend – of intermediair [18]  – tussen klassieke en intuïtionistische  logica. Via een omweg binnen een ander kader – symbolen komen in de plaats van rituelen – wordt hiermee nogmaals de impact van de eerste revolutie in de wetenschappelijk ontwikkeling van mensheid aangetoond.

Dit is mijn inleiding tot de georganiseerde chaos; ik hoop dat jullie mij hebben kunnen volgen”, zegt Carla.

“Indrukwekkend in alle opzichten. Als ik het goed begrijp kan de samenhang binnen een holistisch systeem niet vanuit het eigen systeem bewezen worden volgens de tweede onvolledigheidsstelling van Gödel. Dit houdt in dat de samenhang van het “Ene Alomvattende” niet vanuit zichzelf aangetoond kan worden”, zegt Man.

“Dat klopt binnen het denkkader van Gödel. Ik moet hieraan toevoegen dat Gödel zijn onvolledigheidsstellingen op een wiskundige wijze heeft bewezen met behulp van symbolen die niet noodzakelijkerwijze een duiding hebben binnen onze dagelijkse leefwereld.  Sommige natuurwetenschappers erkennen alleen symbolen en ideale omstandigheden als zuivere wetenschap. Eind jaren zeventig heeft Prof. Dr. W. Luijpen – hoogleraar wetenschapsfilosofie aan de Technische Hogeschool in Delft – tijdens hoorcolleges hierbij de volgende kanttekening geplaatst: “Uitsluitend symbolen en ideale natuurwetenschappelijke omstandigheden als wetenschappelijke werkelijkheid erkennen is een religieuze vaststelling. Religie is niet het vakterrein van natuurwetenschappers: deze erkenning is vooralsnog geen wetenschappelijke vaststelling”. In het verlengde van Popper en Kuhn sluit ik niet uit dat buiten de wiskunde – met haar wereld van symbolen – de twee onvolledigheidsstellingen van Gödel in bepaalde omstandigheden niet van toepassing blijken te zijn”, zegt Carla.

“Boeiende gedachten. Laten wij het Baptisterium San Giovanni van binnen gaan bezichtigen. Ik stel voor om later op jouw inleiding terug te komen”, zegt Narrator.

“Dat is goed”, zeggen Carla en Man.


[10] Bron metafoor: Stewart, Ian, Does God Play Dice? London: Penguin Books, 1992², p. 132

[11] Zie ook: Nārāyana, Narrator, Carla Drift – Een Buitenbeentje, Een Biografie. Omnia – Amsterdam Uitgeverij, 2012, p. 15 en p. 151 – 156

[15] Zie ook: Nārāyana, Narrator, Carla Drift – Een Buitenbeentje, Een Biografie. Omnia – Amsterdam Uitgeverij, 2012, p. 154

[16] Zie ook: http://en.wikipedia.org/wiki/Kurt_G%C3%B6del

Vijf gangbare werkelijkheden – feiten en logica 5


Carla, Man en Narrator zitten in het restaurant voor hun diner. Zij hebben hun drankjes en menukaart gekregen.

“Proost, op de voortgang van onze zoektocht. Zijn jullie tevreden tot nu toe”, zegt Man.

“Deels. De eenheid – en ook de binding tussen de ander met het alomvattende – is goed aan bod gekomen, maar de ander als entiteit blijft onderbelicht. Misschien kunnen wij daar meer aandacht aan geven”, zegt Narrator.

“Misschien heb ik tot nu toe teveel nadruk gelegd op het “Ene Alomvattende”. Dat komt waarschijnlijk door mijn levensloop met veel gedwongen scheidingen. De laatste jaren ben ik veel – mogelijk teveel – aandacht gaan geven aan de binding tussen alle gebeurtenissen in mijn leven. Wat vindt jij Carla”, zegt Man.

“Tijdens mijn inleiding tot de geordende chaos zal ik meer aandacht besteden aan de ander; bij een overzicht van de ontwikkeling binnen de wetenschap in een vogelvlucht is dat nodig. Vullen jullie mij aan vanuit jullie achtergrond en denkkader. Maar laten wij eerst onze maaltijd bestellen”, zegt Carla.

Carla, Man en Narrator maken hun keuze uit het menu en bestellen hun avondmaal.

“Er kan op vele manieren een overzicht worden gegeven van de ontwikkeling van de wetenschap – die in onze tijd is gecumuleerd in een geordende chaos. Er zijn vele boeken met uitstekende inleidingen over het ontstaan van logica, wiskunde, natuurkunde, sterrenkunde en andere wetenschappen. Mijn inleiding is persoonlijk en is zeker vatbaar voor kritiek; een kenmerk van wetenschap volgens Popper en Kuhn [1]. Ik denk dat wetenschap is begonnen toen mensen duiding zijn gaan geven aan hun leefomgeving opdat zij hun overlevingskansen kunnen vergroten door grip te krijgen op omstandigheden en tastbare zaken [2]. Waarschijnlijk hebben mensen in eerste instantie deze duiding proberen te geven door middel van rituelen zoals jagerverzamelaars zich binnen rituelen identificeren met hun prooi [3], herders-volkeren via de vee-cyclus [4] en via de verering van het gouden kalf in het Oude Testament hun kudden wilde bestendigen en vergroten, en landbouwers via tijdsbepaling met bijbehorende rituelen in het jaar het moment voor het zaaien en oogsten vastlegden. Tegelijkertijd met duiding hebben mensen ook magische krachten toegekend aan rituelen waardoor rituelen de gewenste omstandigheden konden bewerkstelligen. Deze creatieve daad van zinneming en zinneming [5] door middel van rituelen was een eerste revolutie in de wetenschappelijke ontwikkeling van mensen; restanten van deze revolutie zien wij vandaag nog steeds in het gedrag en rituelen binnen onze samenleving, bijvoorbeeld bij wendingen in het persoonlijke en openbare leven en bij jaarfeesten.

feiten en logica 51[6]

De tweede revolutie in de wetenschappelijk ontwikkeling van mensheid bestond uit een verschuiving van de aandacht van het verkrijgen van gewenste omstandigheden of zaken door middel van het verrichten van rituelen naar een begrip – en onderzoek – van het leven van de mens op aarde; het zelf/Zelf werd onderwerp van onderzoek. In de Westerse wereld werd een tijdelijk samenhangend hoogtepunt bereikt binnen de Middeleeuwse Scholastiek, die met de filosofie – in die tijd direct verbonden met de theologie – de gehele menselijk leefwereld volkomen verklaarde en duiding gaf; het leven stond in dienst van God, diens schepping en het hiernamaals bij voorkeur in de hemel of in de hel bij een slecht leven. In India rond 600 v. Chr. mondde deze aandacht uit in de Upanishads met de nadruk op het “Zelf/Ene” als eenheid [7] en het leven was onderwerp van meditatie.

feiten en logica 52[8]

De derde revolutie in de wetenschappelijk ontwikkeling van de mensheid bestond uit de verschuiving van het centrale “Zelf/Ene” – of God binnen de Middeleeuwse Scholastiek waarin alles op de een of andere wijze rechtstreeks mee in verbinding stond – naar een zelfbewustzijn van het individu en naar “de ander” die bestaat uit de andere mensen, de omgeving, de omstandigheden en de tastbare zaken. In de Westerse wereld werd wetenschap – en later de filosofie – van de Godsdienst gescheiden opdat het wetenschappelijke onderzoek zich onbevangen, (waarde-)vrij van dogma’s en gericht op feiten en logica kon ontwikkelen. In de Renaissance stelde de mens de wetenschap in eerste instantie voor als een uurwerk waarin de onderlinge raderen en beweging ontdekt moesten worden, waaruit vervolgens de leefomgeving en de loop der dingen verklaard konden worden [9]. Vervolgens probeerde wetenschappers wiskundige vergelijkingen voor alles te achterhalen [10]. De eerste ontwikkelingen waren zo indrukwekkend dat de mensheid deze vergelijkingen uit de klassieke mechanica [11] nog steeds gebruikt om ruimtevaartuigen uiterst nauwkeurig te besturen.

feiten en logica 53[12]

Daarna werd de kennis over het oplossen van wiskundige vergelijkingen een belemmerende factor: een aantal lineaire (differentiaal-) vergelijkingen waren verhoudingsgewijze eenvoudig op te lossen. De wetenschap probeerde de leefomgeving onder ideale omstandigheden (zonder wrijving, tegenwind waarbij al het onbekende was samengevat in constanten) te beschrijven in lineaire vergelijkingen waarvan de oplossing bekend was, net alsof onze leefwereld alleen bestaat uit gecultiveerde Franse tuinen.

feiten en logica 54[13]

Tot ruim honderd jaar geleden was de ontwikkeling van de wetenschap zo veelbelovend dat alleen nog enkele kleine onvolkomenheden – zoals de vraag hoe de zwaartekracht wordt overgedragen en de vraag of licht bestaat uit deeltjes of uit golven – oplossing behoefden. De eerste scheuren in deze verwachting ontstonden nadat bleek dat licht tegelijkertijd bestond uit deeltje èn uit lichtgolven, dat binnen de kwantummechanica de snelheid en de plaats van deeltjes niet tegelijkertijd nauwkeurig bepaald konden worden, en dat uitkomsten binnen de relativiteitstheorie afhankelijk waren van de wijze van waarnemen.

Deze scheuren groeiden uit met de constatering dat onze dagelijkse leefomgeving voor een belangrijk deel bestaat uit niet-lineaire differentiaalvergelijkingen die niet oplosbaar zijn en vaak alleen benaderd kunnen worden. Bovendien bleken zelfs eenvoudige modellen – zoals het drielichamenprobleem [14] in de ruimte – uiterst complex en alleen in bijzondere eenvoudige omstandigheden oplosbaar. Daarnaast vertoonden eenvoudige modellen – zoals een dubbele staafslinger [15] – een chaotisch karakter waarbij de uitkomsten in de loop van de tijd enorm konden verschillen bij minieme verschillen in de begintoestand.

Ik zie dat onze maaltijd wordt geserveerd. Later ga ik verder”, zegt Carla.

“Bij het aanhoren van jouw inleiding valt het mij op dat de Mahābhārata een vergelijkbare revolutie ten opzichte van Upanishads – die zich richten op het Ene/Alomvattende – heeft veroorzaakt. In de Mahābhārata wordt de aandacht verlegd naar de ander/zelf in relatie tot de Ene/Zelf, waarin niets kan worden begrepen losstaand van de rest. Het Zelf is een wezen in relatie met zichzelf en op het zelfde moment is het Zelf een wezen ten opzicht van de ander en hiermee wordt het eigen leven verbonden met het leven van de ander [16]. De wijze waarop deze aandacht in de Mahābhārata wordt verlegd, is meer gericht op uitleg en beschrijven van het leven en minder gericht op beheersing en grip of de leefomgeving”, zegt Narrator.

“Bij jouw inleiding moet ik denken aan de titel van een dichtbundel van Rutger Kopland:

Wie wat vindt,

heeft slecht gezocht. [17]

en aan een uitspraak van Prof. Dr. W. Luijpen in zijn colleges aan de Technische Universiteit in Delft:

Bewijzen is dwingend doen kennen dat een ander door de knieën gaat.

Misschien iets om over na te denken bij het vervolg van onze zoektocht”, zegt Man.

“Interessante gedachten; op het dwingend doen bewijzen kom ik terug bij het denkraam van de strijder, maar laten wij eerst van onze maaltijd genieten”, zegt Carla.

“Eet smakelijk”, zeggen Man en Narrator vervolgens.


[1] Zie ook: Nārāyana, Narrator, Carla Drift – Een Buitenbeentje, Een Biografie. Omnia – Amsterdam Uitgeverij, 2012, p. 34

[2] Zie ook: Origo, Jan van, Wie ben jij – Een verkenning van ons bestaan – 1. Omnia – Amsterdam Uitgeverij, 2012, p. 103. Zie ook: Calvin, William H., De Rivier die tegen de Berg opstroomt – een reis naar de oorsprong van de aarde en de mens. Amsterdam: Bert Bakker, 1992

[3] Zie ook: Eliade, Mircea, A History of Religious Ideas, Volume I, Chicago: The University of Chicago Press, 1982, p. 5 en Origo, Jan van, Wie ben jij – Een verkenning van ons bestaan – 1. Omnia – Amsterdam Uitgeverij, 2012, p. 111 – 112

[4] Origo, Jan van, Wie ben jij – Een verkenning van ons bestaan – 1. Omnia – Amsterdam Uitgeverij, 2012, p. 33 – 34 en 94 – 95

[5] Zie ook voor de “creatieve daad van zinneming en zinneming”: Merleau-Ponty, Maurice, Fenomenologie van de waarneming. Amsterdam: Boom, 2009

[6] Bron afbeelding: http://nl.wikipedia.org/wiki/Gouden_kalf_

(Hebreeuwse_Bijbel)

[9] Zie ook: Stewart, Ian, Does God Play Dice? London: Penguin Books, 1992², p. 5 – 8

[10] Zie ook: Stewart, Ian, Does God Play Dice? London: Penguin Books, 1992², p. 18 – 33

[16] Bron: Badrinath, Chaturvedi, The Mahābhārata – An Inquiry in the human Condition. New Delhi: Orient Longman Private Limited, 2006, p. 530

[17] Bron: Kopland, Rutger, Verzamelde gedichten. Amsterdam: Uitgeverij G.A. van Oorschot, 2010, p. 103

Carla Drift – Gedrag 2


Mensen accepteren tot een zekere hoogte verschillen in gedrag en in omgang met elkaar. Deze acceptatie wordt bepaald door onderlinge verhoudingen binnen een wereldbeeld dat een duiding geeft aan de gelijkenis en aan de verschillen tussen mensen. Dit wereldbeeld geeft ook duiding aan de overeenkomsten en verschillen tussen groepen mensen. Priesters en leiders hebben een andere plaats en andere gewoonten in de samenleving dan handarbeiders. Binnen een stabiele samenleving met een eensluidend wereldbeeld ervaart ieder individu en iedere groep mensen zijn plaats als noodzakelijk en passend binnen een hogere orde. De onderlinge verschillen hebben vaak een duiding en een hoger doel in een voorbestemde wereldorde. In een stabiele samenleving ervaart ieder mens haar/zijn plaats en haar/zijn levensloop met alle veranderingen als volkomen normaal – hoe buitenissig en absurd de situatie in de ogen van buitenstaanders ook mag lijken.

In Afrika zitten mannen gerust de hele dag in de schaduw – in de westerse wereld werken de mensen bijna de hele dag om een half uur in de zon te zitten. In Europa duurt een wandeling naar een volgend dorp een klein uur – in Afrika duurt een wandeling met dezelfde afstand ruim een halve dag omdat onderweg ook alle sociale contacten worden onderhouden.

[1]

In de westerse – moderne geïndustrialiseerde – wereld leven veel paren samen in een klein gezin dat bestaat uit twee partners en enkele kinderen. De kinderen blijven in huis wonen totdat zij oud genoeg zijn om zelfstandig in hun levensonderhoud te kunnen voorzien.

Volgens het Westerse ideaal komt het huwelijk voort uit een romantische liefdesrelatie die na enkele jaren overgaat in een huwelijk waarin na een jaar achtereenvolgens twee tot vier kinderen worden geboren. Nadat de kinderen zelf via een romantische liefdesrelatie in een goed huwelijk zijn beland, leven de twee partners tot hoge ouderdom gelukkig en tevreden samen. Dit klein gezin is redelijk mobiel om mee te verhuizen met de mogelijkheden die de arbeidsmarkt kan bieden.

[2]

De werkelijkheid is vaak anders dan het ideaal. Eerst verkennen jonge mensen de wereld van het aangaan van liefdesrelaties; zij hebben een aantal los/vaste relaties. Na deze oriëntatie volgt veelal een keuze van een partner voor een langdurige liefdesrelatie. Deze romantische zoektocht kost naast geluk, hoop en verwachtingen ook teleurstellingen, verdriet en hoofdbrekens; veel literatuur en films op dit gebied geven een samenvatting van deze strubbelingen. De ontluikende liefde krijgt – met wat geluk en doorzettingsvermogen – vorm in de belofte op een  langdurige samenlevingsvorm. Na verloop van een aantal seizoenen besluiten de partners de langdurige relatie te bestendigen in een huwelijk of samenlevingsovereenkomst. In praktijk lopen ongeveer 36 % van de huwelijken uit op een scheiding [3]. Het leven van alledag is niet maakbaar volgens het gangbare ideaal. Binnen het klein gezin is de verplaatsing van arbeid naar een ander deel van het land een spanningsvolle gebeurtenis: wie van beide partners moet haar/zijn ambitie op de arbeidsmarkt herzien. Een huwelijks– of samenlevingsovereenkomst heeft naast elementen van een liefdesrelatie ook de kenmerken van een zakelijke overeenkomst.

Ruim een halve eeuw geleden leefden in de Westerse – agrarische – wereld veel mensen samen in een grootfamilie [4] waarbij kinderen, ouders met vaak broers en zussen en grootouders langdurig onder een dak leefden. Een aantal mensen stierven in hetzelfde bed waarin zij geboren werden.

[5]

In deze grootfamilie was de eer, het aanzien van de familie en het voortbestaan van de boerderij van groot belang voor het aangaan van goede langdurige levensrelaties. Wanneer dit aanzien was beschadigd, dan werd het voor potentiële huwelijkskandidaten uit de grootfamilie onmogelijk om juiste levenspartners te vinden. Een huwelijksovereenkomst was naast een samenlevingsovereenkomst vooral een zakelijke overeenkomst voor de grootfamilie. Nieuwe leden traden toe tot de grootfamilie met een voorschot op hun erfenis en andere leden verlieten het huis van de grootfamilie met huwelijksgeschenken om het leven in een andere familie vorm te kunnen geven. Huwelijken werden in deze samenlevingsvorm vaak gearrangeerd – kinderen werden uitgehuwelijkt.

In sommige agrarische gebieden kregen huwbare dochters in een bijgebouw van de boerderij de mogelijkheid om in verwachting te raken. Na de zichtbare zwangerschap volgde meteen het huwelijk. Deze boerengemeenschap wilde het voortbestaan van de boerderij niet op het spel zetten door  huwelijken zonder nakomelingen. Het Christelijk geloof heeft deze oeroude manier van huwelijksovereenkomsten met een vergrote zekerheid op nakomelingschap niet kunnen uitbannen.

De lokale samenleving hield dit aanzien van de grootfamilie nauwlettend in de gaten: er werd alles aan gedaan om de “biologie tussen mensen” in bedwang te houden. Jonge huwbare vrouwen werden voortdurend gechaperonneerd door naaste familie. Rond 1950 werden in het Katholieke Zuid Limburg pension- en hotelkamers aan het begin van de nacht nog door de lokale politie gecontroleerd op ongewenste buitenhuwelijkse activiteiten. In november 1961 werd in het Protestantse Staphorst nog een volksgericht gehouden waarbij een man en vrouw op de mestwagen door het dorp zijn gereden om hun te schande te zetten voor een buitenechtelijke relatie [6] .

Aan het einde van de jaren 60 kreeg een sluimerend gevoel van onbehagen in de samenleving – mede door een toegenomen welvaart en door de beschikbaarheid van voorbehoedsmiddelen – vorm in vrijere omgangsvormen tussen mannen en vrouwen. Jonge mensen voelden zich jong, alternatief en zij wilden het leven en hun seksualiteit openlijker verkennen. Daarnaast zorgde de tweede feministische golf ervoor dat de verhoudingen tussen mannen en vrouwen ter discussie werd gesteld. Jonge mensen kregen een grote mate van vrijheid om seksuele en levensrelaties aan te gaan. De nieuwe mogelijkheden zorgden ook voor grotere onzekerheden – de samenleving raakte op drift [7].

In onze samenleving blijven de meeste getrouwde paren tijdens het huwelijk monogaam. Veel andere samenlevingsvormen kennen een grote mate van monogamie. Wel neemt het aantal buitenechtelijke kinderen in Nederland snel toe: tussen 1985 en 1995 is het percentage buitenechtelijk geboren kinderen gestegen van ruim 8 % naar 16 %. Daarna is het percentage gestegen van 25 % in het jaar 2000, 35% in 2005 tot 45 % in 2009. De oorzaak hiervan is waarschijnlijk de afnemende Christelijke moraal en de toegenomen welvaart met een grotere zelfstandigheid van vrouwen [8]. Het lijkt erop dat de sequentiële monogamie – partners zijn monogaam binnen een relatie, maar de relaties wijzigen in de loop der tijd – in onze samenleving toeneemt.

Andere samenlevingen kennen naast monogamie ook polygamie [9] – meer vrouwen met één man – en polyandrie [10] – meer mannen met één vrouw – of mengelingen van beide vormen. In dunbevolkte gebieden of in samenlevingsvormen waar een tekort is ontstaan aan een sekse, kunnen deze andere samenlevingsvormen noodzakelijk zijn voor het voortbestaan van de mensheid. In de Arabische wereld werd veel oorlog gevoerd met een hoge sterfte van de mannelijke populatie; om de bevolkingsaantallen op peil te houden, huwden meer vrouwen met een man – als de man deze vrouwen kon onderhouden. In de Caraïben en rond Miami zitten mannen van een bepaalde klasse zeer langdurig in de gevangenis; vrouwen gaan over tot passanten huwelijken met beschikbare mannen – de vrouw heeft een relatie met een man zolang deze zorgzaam kan zijn voor de vrouw. In dun bevolkte gebieden hebben ook meer mannen een blijvende relatie met één vrouw opdat nakomelingschap en ondersteuning van de vrouw bij het opvoeden van haar kinderen gewaarborgd is.

In gebieden in Afrika en in sommige streken van de Himalaya komt polyandrie voor. Een voorbeeld hiervan is te lezen in de Mahābhārata waar een vrouwelijke hoofdpersoon – Draupadi – is getrouwd met vijf broers – vijf andere hoofdpersonen – nadat de moeder van de vijf broers heeft gezegd dat haar zonen moeten delen wat een van de broers heeft verkregen. De broers leven achtereenvolgens een jaar met hun vrouw waaruit vijf zonen voortkomen [11].

[12]

Een ander voorbeeld van polygamie en polyandrie is te vinden bij de Masaï in Kenia. Vrouwen en mannen leven in een mengvorm van polygamie en polyandrie. Een vrouw trouwt soms met een leeftijdsgroep van mannen. Een man wordt geacht zijn huwelijksbed af te staan aan een gast/ leeftijdsgenoot – alleen de vrouw beslist of zij het bed wil delen met de gast. Alle kinderen van de vrouw zijn ook de kinderen van de echtgenoot [13] .

Bigamie, Polygamie, Polyandrie en huwelijken tussen gelijke seksen zijn in vele landen wettelijk verboden. Vaak heerst er een traditioneel taboe op andere samenlevingsvormen. Veel samenlevingen hebben er alles voor over – inclusief verbanning, hel en verdoemenis – om deze samenlevingsvormen uit te bannen. Worden andere samenlevingsvormen als minderwaardig en onethisch beschouwd om de eigen onzekerheid en om de heimelijke wensen voor verandering te onderdrukken? Of is het makkelijk om andere samenlevingsvormen als een gebrekkige samenleving te beschouwen en hierdoor als minderwaardig te zien [14]? Bij spanning en conflicten is er de wens om dit gebrek en deze minderwaardigheid van de ander aan te tonen. Of zoals Prof. Dr. W. Luijpen in zijn colleges aan de Technische Universiteit in Delft zei: ”Bewijzen is dwingend doen kennen dat een ander door de knieën gaat”. Dit dwingend doen kennen kan overgaan in stigmatisering , het zoeken van zondebokken in onze naasten. Bij verder oplopende spanning ontstaat een gewapend conflict met bijbehorende moordpartijen. Is het accepteren van andere manieren van samenleven – en acceptatie van de onzekerheid en spanningen over onze eigen samenlevingsvorm – geen betere oplossing?

 

[1] Bron afbeelding: http://commons.wikimedia.org/wiki/File:Mt_Uluguru_and_Sisal_plantations.jpg

[2] Bron afbeelding: http://en.wikipedia.org/wiki/File:Old_marriage_at_Plac_Kaszubski.jpg

[3]  De Katholieke kerk kent drie gronden voor echtscheiding: overlijden van een van de partners, “niet voltrokken zijn van het huwelijk” en langdurige afwezigheid van één partner zonder zicht op terugkomst. Zie ook: http://en.wikipedia.org/wiki/Divorce

[4] Bron afbeelding:  http://en.wikipedia.org/wiki/Extended_family

[5]  Bron afbeelding: http://en.wikipedia.org/wiki/File:FamiliaOjeda.JPG

[6] Bron: Nieuwblad van het Noorden, 13 november 1961 – pagina 1.

[7] Zie ook: Drift, Carla, Man Leben – Een Leven, Een Biografie. Amsterdam: Omnia – Amsterdam Uitgeverij, 2012, p. 44 – 47.

[8] Bron: http://nl.wikipedia.org/wiki/Buitenechtelijk_kind

[9] Zie ook: http://nl.wikipedia.org/wiki/Polygamie

[10] Zie ook: http://en.wikipedia.org/wiki/Polyandry

[11] Zie ook: http://en.wikipedia.org/wiki/Mahabharata

[12] Bron afbeelding: http://en.wikipedia.org/wiki/File:2716_PandavaDraupadifk.jpg.jpg

[13] Zie ook: http://en.wikipedia.org/wiki/Maasai_people

[14] Zie ook: Agar, Michael, Language Shock – Understanding the Culture of Conversation. New York: Perennial, 1994, 2002, p. 23, 37