Tagarchief: Protestanten

Beeldenstorm


Halverwege de middag zitten Carla en Man op een bankje voor Atheneum Boekhandel op het Spui in Amsterdam bij het Lieverdje [1].

Spui_Amsterdam[2]

“Waren wij vanmorgen niet te uitgesproken in ons oordeel over de Reformatie en de schisma’s in de Gereformeerde Kerk in Nederland tijdens en na de Tweede Oorlog?”, vraagt Man aan Carla.

“Op onze zoektocht zijn wij bij intensiteiten en associaties en bij de Reformatie van het Christelijk geloof; het gaat er bij dit onderwerp niet zachtzinnig aan toe.

Tijdens de Reformatie woedde in Holland een Tachtigjarige onafhankelijkheidsoorlog met alle kenmerken van een Godsdienstoorlog. Iedere oorlog is verschrikkelijk – hoewel ik in ieder geval een auteur ken die niet vies is van een goed gevecht [3] – ook een onafhankelijkheidsoorlog en een Godsdienstoorlog. In de eerste helft van de twintigste eeuw is met verzuiling [4] een modus vivendi ontstaan tussen de verschillende geloofsgroeperingen in Nederland. De scheuring in de Gereformeerde Kerk van 1944 is niet met bloedvergieten gepaard gegaan, maar de scheiding was niet minder pijnlijk en onvermijdelijk voor de betrokkenen. Daar is Narrator”, zegt Carla.

“Zullen wij naar het Begijnhof lopen om daar verder te gaan met de Beeldenstorm”, zegt Narrator.

“Vanmiddag heb ik tijdens mijn rustuurtje in het boek “De Profeten” van Abraham Joshua Heschel – dat ik van Man heb geleend – een passage [5] gelezen over de beeldenstorm:

Marc_Chagall_Isaiah[6]

De profeet is een beeldenstormer die alles ter discussie stelt dat ogenschijnlijk heilig is, vereerd wordt en ontzag inboezemt. Een geloof dat als een zekerheid gekoesterd wordt, instituties waaraan een bijzondere heiligheid wordt toegekend – hij stelt ze aan de kaak als schandelijke pretenties.

De profeet weet dat wat de Ene vraagt van de mens, verdraaid kan worden door de religie. Hij weet dat ook de priesters zelf hun eed breken door valse getuigenissen af te leggen, geweld door de vingers te zien , haat te tolereren, tot feestelijkheden op te roepen in plaats van uit te barsten in woede en verontwaardiging over alle wreedheid, bedrog, afgoderij en geweld.

En:

In de beleving van het volk valt religie samen met de tempel, het priesterschap, de wierook. Die vroomheid brandmerkt de profeet als bedrog en illusie. [7]

Deze passages komen uit de beschrijving “Wat voor mens is de profeet”. Naast een “Mens in opstand” [8] is de profeet volgens Heschel een mens met een sensitiviteit voor het kwaad dat zich helder en explosief – liefst een octaaf te hoog – in strengheid en mededogen uit; de profeet wil de apathie van de anderen omzetten in een pathos met een rechtstreeks verbond met de Ene of God in onze taal.

Profeet[9]

Ik denk dat de Protestanten in Holland de teksten van de profeten uit het Oude Testament hebben bestudeerd en daaruit een bevlogenheid hebben verkregen tot het hervinden van een ware geloof uit de begindagen van het Christendom”, zegt Carla.

 “Ik weet zeker dat de Protestanten wisten van de tempelreiniging van Jezus uit het Evangelie van Johannes:

Kort voor het Joodse paasfeest reisde Jezus naar Jeruzalem. Daar zag hij op het tempelplein de veehandelaren de geldwisselaars. Jezus joeg de veehandelaren met hun schapen en runderen de tempel uit, hij smeet het geld van de wisselaars op de grond en gooide hun tafels omver en riep: “Weg ermee! Jullie maken een markt van het huis van mijn Vader!” Zijn leerlingen dachten aan wat er geschreven staat: “De hartstocht voor uw huis zal mij verteren.” Maar de Joden vroegen: “Met welk recht kunt u aantonen dat u dit mag doen?” Jezus antwoordde hen: “Breek deze tempel af en binnen drie dagen zal ik hem laten herrijzen.” De Joden zeiden: “Zesenveertig jaren nam de bouw van deze tempel in beslag en u wilt hem in drie dagen herbouwen?’ Maar Jezus sprak over de tempel van zijn lichaam.[10]

Bij de tempel van zijn lichaam denk ik aan “et incarnatus est [11]uit het Credo.

In de eerste helft van de 16e eeuw waren de kerken devotieplaatsen volpropt met devotievoorwerpen die elk hun groep aanhangers in de plaatselijke bevolking hadden. Een aantal devotievoorwerpen waren relikwieën van heiligen waarop de status en de waarde van kerken was gebaseerd. Bijvoorbeeld: de Sint Pieterbasiliek is gebouwd op de plaats waar volgens de overleveringen de graftombe van Petrus – een van de twaalf discipelen van Jezus en voor de Katholieken de eerste paus – zich binnen de begraafplaats Necropolis bevindt. Tussen 1940 en 1949 werden onder de vloer van de Sint Pieterbasiliek opgravingen verricht waarbij een graftombe met de vermoedelijke beenderen van Petrus werden blootgelegd. Deze claim kan niet wetenschappelijk worden onderbouwd [12].

Met de grote verspreiding van de geletterde informatie door de opkomst van de boekdrukkunst veranderde de altijd sluimerende twijfel over de echtheid van deze relikwieën in een onderbouwde onzekerheid en soms in een bewijs van onechtheid van de oorsprong van deze devotievoorwerpen of devotieplaatsen.

Binnen de Katholieke kerk had de rol van heiligen veel overeenkomsten met de positie van vroegere plaatselijke goden. Doordat de gelovigen zelf de bijbel gingen bestuderen werd de rol van deze heiligen met hun prominente plaats in de lokale kerken ter discussie gesteld.

De tegenkrachten tegen de beeldenstorm kwamen niet alleen van de Katholieke geestelijken maar ook van de (welvarende) individuen en groepen die door donaties een bijdrage hadden gegeven aan de totstandkoming van de afbeeldingen van heiligen en van religieuze gebeurtenissen op schilderijen en in de kerkramen.

In de loop van de 16e eeuw sloeg in een aantal delen van Europa – meestal in gebieden net buiten de rand van het Romeinse rijk van meer dan 1000 jaar geleden – de volksdevotie voor heiligen en voor devotievoorwerpen om naar een regelrechte afkeer van deze vormen van geloof. In 1535 vond er een beeldenstorm plaats in Geneve. Na opruiende preken werd de altaren in de kerk vernield en de kerkramen ingegooid; later werd door jongeren de kerk ontdaan van de overgebleven devotievoorwerpen [13]. Eerder hadden er al een beeldenstorm plaatsgevonden in 1522 te Wittenberg, in 1523 te Zürich, in 1530 te Kopenhagen, in 1534 te Münster; en later in 1537 te Augsburg, in 1559 in Schotland [14].

De Beeldenstorm in 1523 te Zürich was ingang gezet door Ulrich Zwingli – profeet, dictator en voorvechter van zuiverheid van de kerk herleidbaar naar de bijbel en mede op basis van de rede naar Erasmus – die bijna gelijktijdig en in navolging van met Luther in Duitsland een Reformatie opgang bracht in Zürich. Zijn verzet werd ingeleid door sociale misstanden in Zwitserland – waaronder jongeren die militaire dienstplicht als huurling voor vreemde mogendheden moesten verrichten – en door gewijzigde sociale verhoudingen met een opkomende geletterde burgerij en een boerenstand die een grotere onafhankelijkheid wensten ten opzichte van de landvoogden. In 1519 verzette Zwingli zich tegen de aflaten binnen de Katholieke kerk en vanaf 1520 nam hij afstand van de Katholieke  kerk. In 1522 trouwde hij in het geheim met Anna Reinhard – een jonge weduwe met drie kinderen – die bekend stond om haar schoonheid, geloof en trouw aan de Reformatie. Op 2 april 1524 trouwde Zwingli met haar in een openbare kerkdienst; zij kregen tussen 1526 en 1530 nog vier kinderen. Zwingli’s radicale volgelingen maakten gebruik van de situatie in Zürich om in 1523 afbeeldingen en beelden uit de kerken te verwijderen, de liturgie te veranderen en de mis te versoberen. Tegen het einde van 1524 waren de kloosters afgeschaft. Door Zwingli werd de volledige kerkleer en kerkelijke ceremoniën in Zürich onderworpen werden aan het oordeel van de bijbel. Zwingli heeft een verbod op rente en woeker uitgevaardigd. Tegenstanders van Zwingli konden rekenen op een meedogenloze vervolging. Van 1526 tot 1531 werd Zwingli’s vertaling van de Bijbel – de Froschauer Bijbel – gedrukt. Op de donderdag in de Goede Week van 1525 werd de eucharistie voor het eerst gevierd volgens Zwingli’s nieuwe liturgie. De mannen en vrouwen zaten toen aan weerszijden van de kerk langs een lange tafel, waarop brood op houten borden en wijn in houten bekers stonden. Het verschil met het Katholieke Heilige Mis was zeer groot. Voor Zwingli en zijn volgelingen verwijst het brood en de wijn – ook na de consecratie – naar het lichaam en bloed van Christus; wie ter communie gaat, belijdt symbolisch een verbintenis met Christus. Het avondmaal is binnen de liturgie van Zwingli een gedachtenisviering vergelijkbaar met het Joodse Pesach [15]. Hierin wijkt Zwingli principieel af van de Katholieke kerk waarbinnen het brood en de wijn tijdens de consecratie via transsubstantiatie [16] in het lichaam en het bloed van Christus overgaat. Hierin wijkt Zwingli ook principieel af van Luther en Melanchton die geloofden in een vorm van consubstantiatie [17] waarbij Christus tijdens de viering van het avondmaal aanwezig is samen met (of naast) het brood en wijn.

Avondmaal[18]

Zwingli slaagde erin Zürich de oorlog te laten verklaren aan de rooms-katholieke kantons in de hoop om de Reformatie binnen heel Zwitserland uit te verbreiden; hij droomde van een Zwitsers/Duitse alliantie tegen het Heilige Roomse Habsburgse keizerrijk. In oktober 1531 pleegden de Katholieke kantons een gezamenlijke aanval op Zürich. Door de onverwachtheid van de aanval waren de protestanten nauwelijks klaar om zich te verdedigen. Zwingli ging met zwaard en helm voorop in met het Protestantse leger. In Kappel werd het leger van Zürich definitief verslagen en werd de Vrede van Kappel getekend. Zwingli zelf werd in de veldslag gedood, zijn lichaam gevierendeeld, verbrand en zijn as vermengd met mest [19].

Zwingli_gedood[20]

De beeldenstorm die in de nazomer tot oktober 1566 over Noord Frankrijk en de Westelijk Nederlanden raasde, begon op 10 augustus 1566 in Steenvoorde (het huidige Noord Frankrijk) waar de beelden in een klooster werden vernield [21]. In deze drie maanden tijd werden vele kerken geschonden en het interieur vernield. De verscherping van tegenstellingen die mede door deze  beeldenstorm zichtbaar werden, leidden indirect tot het uitbreken van de Tachtigjarige Oorlog en het ontstaan van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden.

Beeldenstorm[22]

In Zeeland is de route van de beeldenstorm enigszins te volgen. Op 22 augustus 1566 werden in Middelburg de eerste kerkgebouwen vernield. De Middelburgers trokken naar Buttinge, Poppendamme, Arnemuiden, het klooster in Aagtekerke, het klooster Zoetendale bij Serooskerke, het klooster Sint-Jan ten Heere onder Domburg. Vanuit Veere en Vlissingen gingen beeldenstormers op weg naar de plattelandsgemeenten en werden de plattelandskerken van Walcheren vernield. De Vlissingers richtten vernielingen aan in Oost-Souburg, West-Souburg, Koudekerke, Biggekerk, Zoutelande en Oud-Vlissingen [23].

Deze beeldenstorm in de Westelijke Nederlanden was een uiting van ongenoegen tegen obsolete sociale verhoudingen binnen de maatschappij en de religie. Tegelijkertijd was de beeldenstorm de startsein van de 80 Jarige Oorlog [24] – een vreselijke en onvermijdelijke opstand tegen de toenmalige Spaanse koning van de Westelijke Nederlanden – en de aanzet tot de eerste moderne Republiek”, zegt Narrator.

“Zullen wij het Begijnhof morgen bezoeken?“, vraagt Carla.

“Goed idee. Dan kunnen wij morgen verder gaan met de beeldenstorm. Ik zou graag een beeldenstorm van 2000 jaar eerder uit de Joodse geschiedenis willen belichten. Ik denk dat die beeldenstorm ook van invloed is geweest op het ontstaan van het Protestantisme. Zullen wij wat drinken bij het café aan de overkant”, zegt Man.


[1] Bij het Lieverdje in Amsterdam ontstond in de jaren zestig de provobeweging. Zie ook:  http://nl.wikipedia.org/wiki/Het_Lieverdje en http://nl.wikipedia.org/wiki/Provo

[3] Zie Introduction in: Creveld, Martin van, The Culture of War. New York: Ballantine Books, 2008

[5] Zie: Heschel, Abraham Joshua, De Profeten, Vught: Skandalon, 2013, p. 38

[6] Afbeelding van Isaiah – een schilderij van Marc Chagall – op de voorzijde van de Nederlandse uitgave van “De Profeten” van Abraham Joshua Heschel.  Bron afbeelding: http://www.wikipaintings.org/en/marc-chagall/prophet-isaiah-1968 (zie “fair use” op deze website)

[7] Zie ook: Jeremia 7:4

[8] Zie ook: Camus, Albert, De Mens in Opstand. Amsterdam: De Bezige Bij, 1974

[9] Schilderij van Benjamin West Isaiah’s Lips Anointed with Fire. Bron afbeelding: http://en.wikipedia.org/wiki/Prophet

[10] Vrij naar: Johannes 2:13-21

[11] Deelstrofe uit het Credo: “Et incarnatus est de Spiritu Sancto (en hij is vlees geworden uit de Heilige Geest)

[13] Bron: Fernández – Armesto, Felipe & Wilson, Derek, Reformatie – Christendom en de wereld 1500 – 2000, Amsterdam: Uitgeverij Anthos, 1997, p.122, 123

[19] Bronnen: Fernández – Armesto, Felipe & Wilson, Derek, Reformatie – Christendom en de wereld 1500 – 2000, Amsterdam: Uitgeverij Anthos, 1997, p. 131, Vries, Theun de, Ketters – Veertien eeuwen ketterij, volksbeweging en kettergericht. Amsterdam: Querido, 1987, p. 575 – 582 en http://nl.wikipedia.org/wiki/Huldrych_Zwingli

[20] Zie vaandel met afbeelding van Maria. Bron afbeelding: http://de.wikipedia.org/wiki/Huldrych_Zwingli

[21] Bron: Noordzij, Huib, Handboek van de Reformatie – De Nederlandse kerkhervorming in de 16e en de 17e eeuw. Utrecht: Uitgeverij Kok, 2012, p. 414

Advertenties

Emo van Bloemhof – globetrotter uit de 13e eeuw


Carla, Man en Narrator zitten voor hun avondmaaltijd in een eetcafé in Amsterdam.

“Het was goed om vanmiddag onze zoektocht voort te zetten in Amsterdam met twee preken in steen. Jij wilde ons vanavond een korte beschrijving geven van Emo”, zegt Man.

“Jouw opmaat tot intensiteiten en associaties was indrukwekkend in bondigheid en veelzijdigheid”, zegt Carla.

“Ik dank jullie voor dit compliment. Het levensverhaal van Emo van Bloemhof – priester, theoloog, geleerde en abt in de 13e eeuw – laat een mooi contrast èn een overeenkomst zien met de veranderingen tijdens de Reformatie in Holland in de 16e eeuw. Zijn levensloop vertoont tegelijkertijd een grote gelijkenis èn een onoverbrugbare breuk met de predikanten, geleerden en protestanten na de Reformatie.

Emo van Bloemhof – in Duitsland bekend als Emo van Wittewierum en in Engeland als Emo van Friesland – is rond 1175 n. Chr. in de buurt van Groningen geboren als zoon binnen een familie die behoorde tot de bovenlaag van de Ommelanden rond Groningen. Deze Ommelanden waren indertijd onderdeel van Friesland, maar de stad Groningen en de gebieden ten westen van de stad hoorden bij het Bisdom van Utrecht; alles ten noorden en oosten van de stad Groningen hoorden bij het Bisdom van Münster [1]. Deze scheiding is ontstaan doordat de gebieden gekerstend door Bonifatius [2] – in de achtste eeuw na Chr. werkend vanuit het Bisdom Utrecht – tot het Bisdom van Utrecht zijn gaan behoren. Bonifatius bekeerde deze gebieden door in het Oudfries in plaats van in het Latijn tot de bewoners te preken. De gebieden die door Liudger [3] – de opvolger van Bonifatius en later eerste bisschop van het Bisdom van Münster – in opdracht van Karel de Grote werden bekeerd, zijn tot het Bisdom van Münster gaan behoren. De scheiding tussen de kerkelijke macht en de wereldse macht waren in die tijd meestal virtueel.

Emo bezocht de school van een Benedictijner klooster in de Ommelanden waarna hij kerkrecht aan de Universiteiten van Parijs studeerde. In 1190 was hij de eerste buitenlandse student aan de Universiteit van Oxford. Vervolgens bezocht hij ook de Universiteit van Orléans in Frankrijk [4]. Wij kunnen alleen vermoeden op welke manier hij de studiereizen heeft gemaakt; waarschijnlijk heeft hij over land te voet gereisd – waarbij hij meestal bij geestelijken of in kloosters heeft overnacht – en een deel van de reis naar Engeland is per boot gemaakt. Tijdens zijn studie heeft hij vooral gebruik gemaakt van het Middeleeuws Kerklatijn, aangevuld met Middeleeuws Engels – het Oudfries was verwant aan het Oudengels – en gebrekkig Frans voor dagelijks contact met de lokale bevolking in Frankrijk.

Na zijn studie werd hij rond 1200 leraar schoolmeester in Noord Groningen en vervolgens pastoor in Huizinge.

Kerk in Huizinge[5]

In 1208 trad Emo toe tot het klooster van zijn neef Emo van Romerswerf. Dit klooster sloot zich in 1209 aan bij de – een kleine honderd jaar eerder gestichte – orde van Premonstratenzer of Norbertijnen [6]. Door een schenking van de kerk van Wierum (Wittewierum) stichtte Emo daar het mannenklooster Bloemhof. De schenking van de kerk – gelegen in de Noordoostelijke Ommelanden – werd teruggedraaid door de Bisschop van Münster, omdat de Bisschop bezorgd was over de sterke opkomst van de verschillende kloosterorden (Norbertijnen, Cisterciënzers) in Friesland en Groningen met een zelfstandig gezag van de kloosterorde buiten de wereldse geestelijke macht. Emo – met zijn kennis van kerkrecht – trotseerde het besluit van de bisschop en reisde in 1211-1212 naar Rome om de beslissing van de bisschop bij Paus Innocentius III ter discussie te stellen.

In 1213 kon het klooster onder de naam Hortus Floridus officieel gesticht worden; hieruit mag worden opgemaakt dat Paus Innocentius III heeft ingestemd met de schenking van de wereldse kerk van Wierum aan het klooster. Abdijkerk Hortus Floridus Wttewierum[7]

In 1219 was Emo getuige van de Marcellusvloed die 36.000 slachtoffers maakte en een hongersnood tot gevolg had [8]. Het klooster is geplaatst op een terp, waarschijnlijk is hierdoor de schade aan het klooster beperkt gebleven; ook in die tijd wisten de rijke boeren en de geestelijken in Noord Groningen waar zij hun boerderijen en kloosters moesten vestigen.

Wij kennen de levensloop van Emo – en daarmee een deel van het leven van de Ommelanden in relatie tot de wereld van de dertiende eeuw na Chr. – zo gedetailleerd, omdat Emo is begonnen met de bewaard gebleven “Kroniek van het klooster Bloemhof te Wittewierum [9].

Het grote verval van de invloed van de kloosterorden in Friesland en Groningen – en ook in Engeland – begon met de opkomst van de Reformatie in 1521 na Chr. Met deze Reformatie werd het gezag, de kennis en de invloed van de kloosters en de kerk met haar eeuwen oude gebruiken en gewoonten getrotseerd, net zoals Emo – met zijn kennis van kerkrecht als geletterd man – drie eeuwen eerder het gezag van de bisschop van Münster had getrotseerd om zijn leven en werk gestalte te kunnen geven in het Klooster Bloemhof.

De onoverbrugbare kloof tussen het denkraam van Emo in de dertiende eeuw en de denkkaders tijdens de Reformatie in de zestiende eeuw blijkt uit de wijze waarop het gelijk aan hun kant wordt gezocht bij verschil van inzicht. Emo heeft in zijn eigengereidheid het gelijk aan zijn zijde gezocht – en waarschijnlijk gekregen – door zijn dispuut met de bisschop van Münster voor te leggen aan Paus Innocentius III.  Om een indruk te geven van de reikwijdte van de wereldse macht van paus Innocentius III: hij heeft de Katharen bestreden; hij excommuniceerde de Engelse koning Jan zonder Land; hij dwong de Franse koning Filips II Augustus zijn vrouw Ingeborg – van wie hij gescheiden was – weer terug te nemen; hij slaagde er in de Duitse keizer Otto IV te laten afzetten [10].

Paus Innocent III[11]

De Protestanten hebben in hun eigengereidheid tijdens de Reformatie vele afwijkende leerstelling verkondigd die ook door vele Katholieken zijn nagezegd. De Protestanten werden niet door hun afwijkende leerstellingen een schisma ingetrokken of geduwd, maar door hun koppig vasthouden aan de afwijkende leerstellingen. De oorzaak van hun scheiding was de weigering van Protestanten om hun woorden terug te nemen “tenzij door de Schrift – die Protestanten zelfstandig binnen de eigen geloofsgemeenschap bestudeerden – en door zuivere rede overtuigd” [12]. Waar Emo en de Bisschop van Münster het oordeel van de Paus en de Katholieke kerk volgden, vertrouwden de Protestanten alleen het oordeel van de Schrift en de eigen zuivere rede.

In de Nederlanden werden de Protestanten door hun koppig vasthouden aan afwijkende kerkelijke leerstellingen in een opstand getrokken of geduwd met Koning Philips II die in koppigheid en vroomheid niet onderdeed voor de Protestanten [13], die zeker zoveel geschilpunten had met de Katholieke kerk, die streed met en tegen de Paus van Rome [14] zoals een goed werelds vorst in die tijd betaamde, maar die zich uiteindelijk plooide binnen de Katholieke leerstellingen en gebruiken.

Mede door de onderling verschillende standpunten in geloofszaken, besloten de Protestanten in Holland onder invloed van de “zuivere rede” – waarbij in Holland de handelsgeest niet uit het oog werd verloren – tot een verstandshuwelijk tussen Kerk en Staat [15]. Uit dit verstandshuwelijk van Kerk en Staat ontstond de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden [16] als eerste Republiek in de wereldgeschiedenis. Morgen bij ons bezoek aan de Oude Kerk meer over de aanzet tot de Reformatie”, zegt Narrator.

“Tijdens jouw beschrijving van het leven van Emo en jouw uitleg van de kloof tussen het referentiekader van Emo voor het effenen van Geloofskwesties met het referentiekader van de Protestanten ruim drie eeuwen later, moest ik denken aan een passage die ik vanmiddag in de boekhandel “Au Bout du Monde” aan de Singel heb gelezen. Vrij weergegeven:

Yunmen [17] – een Chinese zenmeester uit de tiende eeuw na Chr. vraagt aan zijn leerlingen: “Elk en ieder mens belichaamt het stralende licht. Als jij het probeert te zien, dan is het volkomen onzichtbaar. Wat is ieders stralend licht?”

Geen van de aanwezigen antwoordt.

Yunmen antwoordt voor hen: “De hal van de monniken, de kerkruimte, de keuken, en de kloosterpoort”

Yunmen klooster in China[18]

Als toelichting stond bij dit Boeddhistisch vraagstuk: “Het is niet het antwoord van Yunmen persoonlijk, maar elk en ieders licht vormt dit antwoord” en “De gehele mensheid belichaamt het stralende licht” en “Weet dat het stralende licht dat elk en ieder mens belichaamt, elk en ieder mens is dat bestaat” en “Zelf als de kerkruimte, de keuken en de kloosterpoort de voorouders van Buddha zijn, dan kunnen deze niet voorkomen ieder en elk mens te zijn[19]. Vanuit de optiek van Indra’s Net is dit een eenvoudig vraagstuk, maar in het leven van alledag is het lastig om het licht in de ogen van de ander te aanvaarden”, zegt Man.

“In tijden van opstand tegen (vermeend?) onrecht – in de samenleving of bij geloofskwesties – wordt een situatie die eerder als volkomen normaal werd ervaren, nu als een groot onrecht gezien. In de Herfsttij van de Middeleeuwen leefde Holland volgens het ritme van de Katholieke kerk, maar met de opkomst van de boekdrukkunst waardoor geletterde mensen zelfstandig kennis en andere gebruiken gingen bestuderen, paste het gedachteloos volgen van de oude gebruiken en het geloof volgens het beeldverhaal van de toenmalige Katholieke kerk niet meer. Het stralende licht was veranderd tijdens de Reformatie. Is het stralende licht verandert omdat de mensheid is veranderd tijdens de Reformatie? Of is het stralende licht zo veelomvattend dat het ook elk onrecht kan bevatten? Ik denk het laatste, maar het is voor mij moeilijk te aanvaarden”, zegt Carla.

“Is het stralende licht net als de goden gebonden aan de wet van oorzaak en gevolg, of kan het stralende licht zich deels of geheel onttrekken aan deze wet? Misschien wel allebei. Zullen wij nog een biertje drinken voordat wij de rekening vragen?”, zegt Narrator.

“Ik graag een Belgisch Tripel Trappistenbier omdat dit bier het licht zo mooi filtert”, zeg Man.

“Voor mij graag een Gulpener pils als herinnering aan het licht van mijn onbevangen jeugd”, zegt Carla.

“Ik trakteer van de opbrengst van het optreden bij Centraal Station vanmiddag”, zegt Narrator.


[1] Bron: Boer, Dick E.H. de, Emo’s reis – Een historisch culturele ontdekkingsreis door Europa in 1212, Leeuwarden: Uitgeverij Noordboek, 2011, p. 11

[5] Afbeelding van de huidige St. Janskerk uit de dertiende eeuw op de plaats waar de eerdere kerk heeft gestaan waar Emo van Bloemhof in de twaalfde eeuw pastoor was. Bron afbeelding: http://nl.wikipedia.org/wiki/Huizinge

[7] Afbeelding van de voormalige abdijkerk van het klooster Hortus Floridus in Wittewierum rond 1600. Bron afbeelding: http://de.wikipedia.org/wiki/Emo_von_Wittewierum

[9] Deze kroniek is te lezen via de volgende hyperlink: http://www.dmgh.de/de/fs1/object/display/bsb00000886_00464.html

[12] Bron: Fernández – Armesto, Felipe & Wilson, Derek, Reformatie – Christendom en de wereld 1500 – 2000, Amsterdam: Uitgeverij Anthos, 1997, p. 108.

[13] Zie ook: Fernández – Armesto, Felipe & Wilson, Derek, Reformatie – Christendom en de wereld 1500 – 2000, Amsterdam: Uitgeverij Anthos, 1997, p. 98 en Noordzij, Huib, Handboek van de Reformatie – De Nederlandse kerkhervorming in de 16e en de 17e eeuw. Utrecht: Uitgeverij Kok, 2012, p. 18 – 19

[15] Zie ook: en Noordzij, Huib, Handboek van de Reformatie – De Nederlandse kerkhervorming in de 16e en de 17e eeuw. Utrecht: Uitgeverij Kok, 2012, p. 414

[18] Huidige Yunmenklooster in China. Bron afbeelding: http://en.wikipedia.org/wiki/Yunmen_Wenyan

[19] Bron: Tanahashi, Kazuaki ed., Treasury of the true dharma eye – Zen Master Dogen’s Shobo Genzo. Boston: Shambhala, 2012, p. 419 – 420