Tagarchief: Scheherazade

Narrator – weg van huis


Net als mijn vader vertrok ik uit mijn geboorteland naar een ander continent om een beter bestaan te gaan leiden. Ik wilde niet rond te trekken in Europa maar ik had besloten om in Amsterdam – een stad waar mannen van mannen mogen houden – te gaan wonen. Dit voornemen is uiteindelijk precies omgekeerd uitgekomen.

Via de ouders van Arjen – door mij Arjuna genaamd – heb ik reispapieren en een visum voor Nederland gekregen. Mijn roepnaam Kṛṣṇa heb ik in Kenia achtergelaten. Hiermee hoopte ik afstand te nemen van zwarte bladzijden in mijn leven waarin ik in de hel bij de hongerige geesten had geleefd. Dit is niet gelukt: in mijn dromen en in mijn verhalen zijn deze bladzijden nog lang teruggekeerd.

[1]

Voor mijn paspoort heb ik als voornaam Narrator [2] vermeld; ik wilde net als mijn vader voor het publiek de rol van verhalenverteller in het levensverhaal vertolken. Als eerbetoon aan mijn vader heb ik de achternaam Nārāyana [3] opgegeven.

Aan het einde van het schooljaar nam ik afscheid van de school. Ik zei vaarwel tegen Arjen en zijn ouders en ik heb hen bedankt voor alle hulp. Een van de docenten op school kende een chauffeur die regelmatig via Nakuru en Lodwar naar Jūbā in Zuid Soedan reed. Daar heeft de chauffeur mij in contact gebracht met een collega die naar Khartoum – de hoofdstad van Soedan [4] – reed. In Khartoum kon ik verder mee naar Wadi Halfa, net voor de grens met Egypte.

Mijn ervaring en instinct als soldaat waren nog bruikbaar bij een wegversperring. Met nog een bocht te gaan zag de chauffeur in de verte een controle op de weg net voor een stadje. Mijn aanwezigheid kon de chauffeur niet verantwoorden. In de bocht kon ik uit de vrachtwagen glippen. Via een omweg door het struikgewas kwam ik in het stadje aan. Daar het ik de chauffeur weer ontmoet om verder te reizen.

Bij Wadi Halfa kon ik voor kost en inwoning helpen op een toeristenboot die over het Victoriameer naar het noorden voer. Bij Abu Simbil bezocht ik de tempel van Ramses II. Hier zag ik afbeeldingen van heersers uit verloren tijden die zich in hun overmoed als afgoden lieten vereren. Op mijn reis langs de Nijl ben ik nog meer vormen van hoogmoed – als stofrestjes in het universum – tegengekomen. Op school had ik van de zuster het eerste gebod volgens de Katholieke indeling geleerd: “Gij zult geen afgoden vereren, maar Mij alleen aanbidden en boven alles beminnen”. Deze “Mij” is voor mij altijd de sterrennacht en de maan gebleven. Deze beeltenissen van afgoden konden niet tippen aan de aanblik van de nachtelijke hemel bij nieuwe maan.

[5]

In Egypte reisde ik met verschillende boten de Nijl af. Onderweg zag ik op afstand verschillende piramides – voor mij wijzers naar de sterrennacht en de maan.

[6]

Bij de Nijldelta kon ik meevaren met een boot naar Alexandrië. In de bibliotheek van Alexandrië las ik alle verhalen van Scheherazade – de vertelster van de verhalen uit “Duizend en één nacht”. Zij werd iedere nacht – zoals de maan door de God Engaï [7] in de Masaï mythe – weer tot leven gewekt.

Vanuit Alexandrië heb ik Afrika verlaten. Zoals mijn vader nooit meer is teruggekeerd naar India, zo ben ik nooit meer in Afrika terug geweest. Mijn moeder was niet in staat om naar Amsterdam te komen, want zij kon haar kudde niet achterlaten. Mijn vader durfde ik niet te vragen, want ik was bang dat hij nooit meer naar mijn moeder zou teruggaan: dat kon ik haar niet aandoen.


[3] Nārāyana betekent in het Sanskriet: “zoon van de oorspronkelijke man” Bron: elektronische versie van het woordenboek Monier-Williams – MWDDS V1.5 Beta

[4] In het Sanskriet betekent “Su” onder meer “suprematie, goed, excellent, mooi, makkelijk” en “Dān” betekent “zijn, recht maken”.

[7] Volgens een Masaï mythe geeft de God Engaï vee aan de mensen en hij brengt de mensen na de dood tot leven en laat de maan iedere dag sterven. Na een zonde waarin een tegenstander dood werd gewenst, liet Engaï de mensen dood gaan en hij bracht de maan iedere nacht weer tot leven. Bron:  http://nl.wikipedia.org/wiki/Masa%C3%AF_(volk)

Advertenties

Carla Drift – Veranderingen en Conflicten 2


Mijn laatste studiejaar in Amsterdam kende een schitterende lente, een lente als geen ander. De gestolde tijd kwam in beweging. Nooit heb ik de bloemen en de bloesem mooier gezien. De natuur rook naar leven.

Een lente als geen ander[1]

Het leven straalde en ik straalde terug. Alles om mij heen was nog even intens als in de drie jaren als drie eeuwen, maar de ijselijke verkilling ontdooide en de verstijving verdween in de warmte van de lentezon. Ik zweefde in een gouden gloed.  “Leven is een voortdurend sterven van het nu” – de zin uit de gestolde tijd – veranderde in:

Voor de natuur is
scheppen en voltooien één
en dezelfde daad

Zon schijnt in een kloof[2]

In de zomer en de herfst werd mijn leven normaal. Nog steeds mis ik de intensiteit en de eindeloosheid van het hier en nu.

Mijn eindscriptie voor mijn studie menswetenschappen had als onderwerp “Voorkomen van excessen bij veranderingen en conflicten”. Het eerste deel behandelde de omstandigheden waaronder excessen zich bij voorkeur manifesteren; het tweede deel beschreef de factoren die een dempende werking hebben op het ontstaan van uitwassen.

Bijna alle veranderingen gaan stilzwijgend voorbij. Deze stille veranderingen zijn als een ademhaling, het knipperen van de ogen of het draaien van het hoofd. De aanleiding kan zijn het lezen van de krant, het zien van een foto of het horen van een verhaal. Daarna is de wereld anders dan voorheen. Dit soort verandering is even natuurlijk als het leven.

Het onderwerp van mijn scriptie richtte zich op veranderingen die met spanningen zijn omgeven. In dit bericht volgen enkele aspecten uit mijn studie.

Ik had bij het onderzoek voor mijn eindscriptie gekozen voor zeven verschillende invalshoeken bij het bezien van veranderingen.

De eerste invalshoek had betrekking op de reikwijdte van de verandering. De reikwijdte van de (direct aanwijsbare) gevolgen van de verandering – en de spanningen die hiermee gepaard gaan – kunnen bij mensen variëren tussen een individu, een familie, een leefgemeenschap, een stad, een land, een continent, de wereld, of het heelal.

De tweede invalshoek bezag de intensiteit, de kracht en hevigheid van de veranderingen. De hevigheid en intensiteit kan variëren van een kleine rimpeling in het bestaan tot een alles volledig overweldigende verandering.

De derde invalshoek was de tijdsduur waarbinnen de verandering zich voltrok. De tijdsduur kan variëren van een schok als bij een inslag van een grote meteoor of de explosie van de vulkaan op het eiland Krakatau in 1883 [3]; de gevolgen van deze explosies en inslagen zijn vele jaren later nog merkbaar en kunnen samenlevingen wegvagen. Andere veranderingen hebben een lange aanlooptijd zoals het ontstaan van de Tweede Wereldoorlog of de introductie van lees- en schrijfvaardigheid in de Westerse samenleving.

De vierde invalshoek bezag spanningen veroorzaakt door veranderingen van menselijke behoeften. Hierbij maakte ik gebruik van de hiërarchie van behoeften van Maslow [4] waarbij de vijfde hiërarchie door mij was opgedeeld in drie afzonderlijke hiërarchieën: behoefte aan kennis, behoefte aan religie en behoefte aan zelfverwezenlijking. De behoefte piramide van Maslow is een model voor ordening van menselijke behoeften oplopend van Zelfbehoud tot Zelfverwezenlijking. Onze Odyssee naar “Wie ben jij” is een zoektocht naar deze Zelf in al haar eindigheid en onmetelijkheid – wij komen dit model van Maslow op een aantal aanlegplaatsen van onze Odyssee tegen. Spanningen kunnen zich manifesteren bij overgangen van een hiërarchie naar de andere hiërarchie – menselijke groei gaat vaak met schokken gepaard. Ook treden spanningen op bij regressie van de behoeften door gewijzigde omstandigheden zoals hongersnood, onzekerheid, verharde omstandigheden, aantasting van de eer en/of belemmering van meningsuitingen, creativiteit, religie en/of zelfactualisatie.

Hierarchie van behoeften volgens Maslow [4]

De vijfde invalshoek bezag het stadium van de ontwikkeling van de samenleving. Een jager-verzamelaars samenleving heeft in het algemeen minder middelen voor extreem geweld dan een hoog ontwikkelde agrarische/industriële samenleving met een enorm reservoir aan surplus in mensen, voeding, middelen en kennis.

De zesde invalshoek had betrekking op de mate van sociale stratificatie binnen een samenleving [5]. Bij een extreem gestratificeerde samenleving is de rol van de absolute heerser – bijvoorbeeld een farao of zonnekoning – zeer bepalend. Bij een oligarchie zijn groepsdynamisch proces binnen de kleine heersende klasse bepalend. Een niet gestratificeerde samenleving heeft een eigen – voor mensen ogenschijnlijk chaotische – dynamiek. Bij nadere analyse heeft deze samenleving een dynamiek die vaak in enkele parameters kan worden weergegeven, maar uitkomsten zijn bij omslagpunten erg afhankelijk van uiterst kleine triviale toevalligheden. Veel mensen voelen zich bij chaotische processen onzeker: snel ontstaat een roep om leiding.

De zevende invalshoek is de wijze waarop met de verandering/spanning wordt omgegaan. Deze zevende invalshoek geeft de reactie weer van individu, groepen en/of samenleving op veranderingen/spanningen. De reactie kan variëren van negeren, meegaan, medeleven tonen, positie kiezen, woede en/of verzet. Deze zevende invalshoek kwam vooral in het tweede deel aan de orde waar ik de factoren onderzocht die een dempende werking hebben op het ontstaan van uitwassen.

Een volledige beschrijving en bestudering van deze zeven invalshoeken was niet mogelijk binnen het kader van mijn eindscriptie. De zeven invalshoeken heb ik in mijn eindscriptie als uitgangspunt genomen om als casus de veranderingen en spanningen te onderzoeken en beschrijven van mannen die alleen hun habitat verdedigen via een eerste groeispurt in de mensheid – door een betere voedselvoorziening – waarbij een mannenoverschot als mannenbroeders tijdelijk rondtrekt op zoek naar zelfbevestiging door veroveringen via een tweede groeispurt – door verdergaande specialisatie in de mensheid – waarbij mannen in rondtrekkende legers van vechten hun beroep maken via een derde groeispurt – door grotere welvaart – waarbij een permanente krijgsmacht zich endemisch nestelt in de samenleving. Hierbij onderzocht ik de gevolgen voor de inrichting van de publieke orde: de krijgsmacht wordt een machtsfactor in de openbare orde die rechtstreekse toegang nodig heeft tot mensen en middelen voor haar bestaan. Ruim 10 jaar na mijn eindscriptie heeft John Keegan een zeer lezenswaardige studie over dit onderwerp geschreven [6].

Vloot van oorlogsschepen [7]

Een jaar geleden heb ik een mooie observatie gelezen over de dempende werking van het woord in “An Iliad – A Story of War” van Alessandro Baricco [8]. Als noot bij zijn vertelling van de Ilias merkt Alessandro op dat onderhuids in de Ilias altijd de wens aanwezig is om te stoppen met vechten. Hij ziet dit verlangen zich in de Ilias manifesteren in dialogen, in overleg en in bijeenkomsten – hij noemt dit de vrouwelijk kant van de Ilias. De debatten en bijeenkomsten – in plaats van gevechten – gaan eindeloos tot vervelens toe door. Dit overleg is volgens Alessandro een manier om het gevecht zo lang mogelijk uit te stellen – het overleg is als een Scheherazade die in leven blijft door het vertellen van verhalen. Het woord is het wapen waarmee de oorlog als in gestolde tijd stil wordt gelegd. Zelfs als de helden discussiëren over de manier van vechten, dan voeren zij het niet uit – op deze manier rekken zij hun leven. De helden zijn gedoemd tot de dood, maar zij zorgen dat het “roken van hun laatste sigaret, dat zij roken met woorden” zo lang mogelijk duurt. Als zij de strijd aangaan, veranderen zij in blinde fanatici met volle toewijding aan hun eer en plicht. Maar eerst: eerst is er een gestolde tijd, vrouwelijk, een tijd van bewust uitstel en terugblikken op een verleden. Een stolling van tijd die enkele overeenkomsten heeft met mijn drie jaren als drie eeuwen.

Via deze observatie van Alessandro Baricco komen wij aan bij de samenhang van de publieke zaak – met het gebruik van het woord, overleg, wetgeving, verdragen en rechtspraak – en oorlog – met haar blind fanatisme, woede, haat, wraak en onpeilbaar leed. Volgens Von Clausewitz [9] is oorlog een voortzetting van politiek met andere middelen. John Keegan heeft hierbij opgemerkt dat het instrument oorlog al veel langer bestaat dan politiek als staatsvorm.

Met deze eindscriptie sloot ik mijn studentenleven in Amsterdam af. In dat najaar betrad ik het leven van alledag.

[1] Bron afbeelding: http://nl.wikipedia.org/wiki/Lente
[2] Bron afbeelding: http://nl.wikipedia.org/wiki/Zonlicht
[3] Zie ook:  http://en.wikipedia.org/wiki/Krakatoa
[4] Bron afbeelding: http://en.wikipedia.org/wiki/Maslow’s_hierarchy_of_needs
[5] Zie ook: http://en.wikipedia.org/wiki/Social_stratification
[6] Zie ook: Keegan, John, A History of Warfare. London: Pimlico – Random House, 2004 en een eerdere studie over de zeemacht: Keegan, John, The Price of Admiralty. London: Penguin Books, 1988
[7] Bron afbeelding: http://en.wikipedia.org/wiki/Military_organization
[8] Bron: Baricco Alessandro, An Iliad. Edinburgh: Canongate, 2007 p. 153 – 154
[9] Zie ook: http://en.wikipedia.org/wiki/Carl_von_Clausewitz