Tagarchief: taal

Carla Drift – Studie menswetenschappen 2


In het verlengde van psychologie en geschiedenis bestudeerde ik ook de geschiedenis van het recht en de gebrekkige rol van taal op het gebied van emoties, cultuur en karakter.

De geschiedenis van het recht bestudeerde ik om meer inzicht te krijgen in de ordening van de samenleving en de verhoudingen tussen individuen onderling. Heel lang geleden was alles privé en groepsrecht. Bij vogels heeft de bewoner van een territorium net even meer te zeggen dan een indringer – meestal druipt de indringer af tenzij de bewoner niet oplet of niet in staat is zijn territorium te verdedigen. De bewoner heeft het territorium nodig om over voldoende voedsel te kunnen beschikken voor de jongen.

[1]

Bij mensen speelt een soortgelijk mechanisme een rol bij de wijze waarop mensen of groepen recht laten gelden op een gebied. Daarnaast hebben mensen gewoonterecht ontwikkeld en gastvrijheid voor bezoekers. Deze gastvrijheid is soms vastgelegd in gastrecht [2] – vaak vinden hierbij ruilprocessen plaats met “objecten in het midden” om vertrouwen te bewerkstelligen en bestendigen tussen bewoners en bezoekers.

[3]

Heersers hebben al vroeg door middel van recht willen aantonen wie het voor het zeggen had – de baas [4]  was – in een bepaald gebied. Een van de oudste wetboeken is de codex van Hamurabi [5]. Met de verspreiding van deze Codex in spijkerschrift op zuilen binnen zijn rijk, toonde Hamurabi aan wie zeggenschap had over de gebruiken en de orde binnen zijn heerschap. Deze codex van Hamurabi kende een lange lijst met straffen op overtredingen – de meeste straffen hadden kenmerken van “oog om oog, tand om tand”. Bijna alle straffen waren af te kopen met een “object in het midden” om het vertrouwen weer te herstellen – de straf op het per ongeluk ernstig verwonden van de buurman bij werkzaamheden kon worden afgekocht met overdracht van vee om het onderlinge vertrouwen te herstellen.

 
[6]

Naast het recht tussen mensen onderling, was er ook recht dat was gericht op het algemeen belang. Een deel van dit publieke recht was vastgelegd in verdragen tussen vorsten en heersers onderling. Het verschil tussen deze vorsten en heersers en de hedendaagse warlords is in vele gevallen slechts gradueel. In de mate van wreedheid en machtswellust wordt het verschil getoond; heel soms zijn de heersers en vorsten wijs en gematigd. Deze verdragen begonnen meestal met een overweging dat er vroeger ook al een verbintenis was tussen de ouders of voorouders van de heersers met een bepaalde ordening; na de overweging volgde de verbintenis die verder bouwde op vroegere ordening en tot slot werden strafbepalingen opgenomen voor het niet nakomen van het verdrag. Deze straffen varieerden van oorlogsverklaringen tot volledig uitroeien van bevolkingen.

Een andere vorm van publiekrecht was oorlogsrecht waarin de gebruiken van oorlog en belegeringen waren bepaald. Enkele voorbeelden hiervan. Een stad kon belegering en plundering meestal voorkomen door het overhandigen van een buit tot het moment was aangebroken waarop de stad volledig was omslingeld; daarna was alleen een volledige overgave mogelijk. De plundering van de stad na de overgave of inname duurde een vastgestelde tijd van meestal een paar dagen. Na die tijd werd de buit verdeeld onder de veroveraars; de inwoners van de stad waren na verovering meestal een periode rechteloos – soms vervielen zij tot slavernij.

Naast deze vormen van publiekrecht waren er ook vormen van gemeenschapsrecht – bijvoorbeeld het gebruik van algemene weidegronden. Tegen het einde van mijn studie las ik een studie over oud Iers recht [7]; het is verrassend hoe herkenbaar deze rechtsvorm – met vele vormen van onderlinge zorgplicht – nog steeds is. Veel aandacht werd gegeven aan het in stand houden van het algemeen belang. Recent zijn in de wereld aan het gemeenschapsrecht nog het recht op educatie, ontwikkeling en ontplooiing toegevoegd ter verbetering van de samenleving. In het belang van de gemeenschap zijn straffen zoals “oog om oog” vaak gewijzigd in onder meer educatie en resocialisatie.

Op het gebied van taal bestudeerde ik hoe taal de onderlinge verhoudingen tussen mensen weerspiegelde en hoe de kijk op de wereld in taal wordt weerspiegeld. Later op onze Odyssee komen wij hier voorbeelden van tegen.

Erich Fromm [8] heeft in een van zijn werken gesteld dat wij de taal voor intensiteiten en associaties hebben verloren. Tijdens mijn studie is het mij opgevallen dat onze taal voor emoties, cultuur en karakter ook erg gebrekkig is. In onze hedendaagse samenleving kunnen wij over emoties, liefde , cultuur ons maar gebrekkig uitdrukken. Onderling praten wij hierover niet veel – met mijn grote liefde heb in taal geen goede communicatiemogelijkheid kunnen vinden voor de diepere emoties. Wij hebben altijd veel beter kunnen communiceren door handelingen, bewegingen en lichaamstaal. De belangrijke beslissingen hebben mijn grote liefde en ik altijd intuïtief gemaakt – hierbij was onze onderbuik belangrijker dan onze gedachten. Ik heb eens gelezen dat wanneer Fransen vragen “Comment ça va? ”, dit “ça” betrekking heeft op de onderbuik – een mooie gedachte. Waarschijnlijk communiceren wij op het gebied van emoties, cultuur en karakter wel meer door middel van gedragingen zoals lichaamstaal, handelingen zoals gastvrijheid, openheid en acceptatie enerzijds en negeren, afsluiten en agressie anderzijds. In Holland is zijn de inwoners door middel van de verzuiling tot ongeveer 30 jaar geleden erg goed geweest in het volledig naast elkaar leven van volstrekt verschillende religies. Tegenwoordig wordt negeren bij kinderen gezien als een vorm van pesten – misschien was deze manier van samenleven voor de inwoners van Holland wel een modus vivendi om erger te voorkomen.

In mijn bijbaan hield ik mij bezig met statistiek en correlaties tussen verschillende meetresultaten; vele medewerkers en studenten in de menswetenschappen konden hierbij wel enige hulp gebruiken. Als kleine intellectuele uitdaging volgde ik de ontwikkelingen van populatie mathematica; later heb ik deze kennis bij verschillende studies naar misdrijven tegen de mensheid kunnen gebruiken. Deze intellectuele uitdaging hield ik voor mijzelf – het leek mij verstandig om op dit punt verstoppertje te spelen, want deze vorm van wiskunde viel buiten de menswetenschappen.

Het volgende bericht gaat verder over mijn dagelijks leven in Amsterdam – ook een vorm van verstoppertje spelen.


[4] Man Leben zou hier hebben opmerkt dat “bhâsh” in het Sanskriet “spreken, noemen” betekent.

[7] Zie ook: Kelly, Fergus, A Guide to Early Irish Law. Dublin: Duldalgan Press, 2005 (eerste editie van 1988)

[8] Zie ook: Fromm, Erich, The Forgotten Language. New York: Rinehart & Co, 1951

Advertenties

Inleiding: Een


Inleiding bij het eerste hoofdstuk

Jij en ik beginnen onze zoektocht naar “Wie ben jij” bij het begin van alles. In het begin is er geen onderscheid – en dus geen scheiding – aanwezig tussen jou, mij en alles om ons heen. Alles is volkomen verbonden. Is er dan al verandering? Wij weten het niet. Misschien vervloeit alles voortdurend. Of alles verandert steeds van grootte door periodieke uitzetting en inkrimping.

[1]

Bij een beschrijving van de volledige eenheid hebben woorden en concepten aanmerkelijke beperkingen, omdat zij bedoeld zijn om onderscheid te maken tussen dingen of gebeurtenissen. Woorden en concepten worden ook gebruikt voor het duiden van afzonderlijke dingen. Eén gaat vooraf aan afzonderlijke dingen, dus woorden en concepten zullen een gebrekkige weerspiegeling geven.

Bij de beschrijving van de volkomen eenheid is geprobeerd om een samenhang tussen inhoud en vorm te verkrijgen. Er is gekozen voor een dichtvorm waarbij de toestand van de volledige eenheid wordt weergegeven zonder wezenlijke ontwikkeling. Hierdoor zijn enkele gedichten overgegaan in een “retrograde of “kreeftdicht”, waarbij het gedicht ook van achter naar voren kan worden gelezen zonder wezenlijk aan betekenis in te boeten. Hieronder staat een couplet; twee gedichten zijn te lezen op de pagina “Een” in het menu.

Neemt de wind jou mee                                            Met de lucht over de zee

Vluchtig en vertrouwd                                               Vluchtig en vertrouwd

Met de lucht over de zee                                          Neemt de wind jou mee

De volkomen eenheid is beschreven volgens een menselijke maat, die herkenbaar is voor mensen in een westerse beschaving in een gematigd zeeklimaat. Een Bedoeïen in de Sahara zal een andere afspiegeling geven.

[2]

Een Eskimo zal weer een andere beschrijving maken. Dit verschil van weergave wordt veroorzaakt door de verschillende manifestaties van de volkomen eenheid aan de afzonderlijke levensvormen. In latere hoofdstukken komen wij hier op terug.

Uiteraard is een volledige weergave op zijn plaats, maar dit is voor mensen niet te bevatten en het ontbreekt ons aan mogelijkheden hiertoe. Terecht merk jij op dat in hoofdstuk Eén met het woord “Aldus” – of “Evaṃ”[3] in het Sanskriet” – een juiste afspiegeling van de volkomen eenheid is gegeven; maar een afspiegeling blijft een reflectie.

In het volgende berichten gaan wij verder met het ontstaan van het gedicht “Bloesem”. Daarna bekijken wij de klassieken solipsisme, “het universum is een droombeeld” en pantheïsmen.


[2] Bron van afbeelding: http://www.ondernemen.in/INFO_Woestijn

[3] In Sanskriet bestaat het woord “Evam” uit de werkwoordkern “e” dat “naderen, bereiken, nader komen” en het zelfstandig naamwoord “va” dat “wind, oceaan, water, stroom, gaan” betekent. Bron: electronische versie van het woordenboek Monier-Williams – MWDDS V1.5 Beta

Inleiding – Mythen


Het boek “Wie ben jij” is voor een deel een hedendaagse mythe die verhaalt van een queeste waarin jij en ik op zoek gaan naar wie jij bent.  Deze zoektocht voert ons langs oneindig veel gezichtspunten en werkelijkheden. In het boek geven wij een beperkt aantal werkelijkheden weer die wij tijdens onze Odyssee zijn tegengekomen.

In de Oudheid werden Mythen van generatie op generatie over gedragen om kennis en ervaring over het leven door te geven. Deze Mythen gaan meestal niet over feiten en logica, maar zij verhalen over de oorsprong van ons bestaan, over de zin van het leven, over de relatie van onze voorouders met elkaar, met de goden en tegenover de omgeving, over drijfveren van onze voorouders en over vertrouwen en wantrouwen.

[1]

Waarschijnlijk hebben onze voorouders de feiten en logica die in de mythen worden verteld, niet letterlijk genomen. Maar de intensiteiten en associaties die in de mythen worden weergegeven, zijn voor hen zeer herkenbaar geweest. De voorouders ontlenen veel levenswijsheid aan de mythen om ongrijpbare omstandigheden, psychische omstandigheden en tragische gebeurtenissen te duiden[2]. Wij hebben het actieve gebruik van de taal van intensiteiten en associaties die in de mythen – en in de dromen – wordt gebruikt, voor een deel verloren[3]. In de hoofdstukken vijf en zeven zullen jij en ik onze ervaringen met deze verloren taal tijdens de Odyssee weergeven.

Tijdens onze zoektocht wordt vanuit steeds andere gezichtspunten zin gegeven en zin ontleend aan het leven dat jij, ik, iedereen en alles om ons heen in het verleden, in het heden en in de toekomst leiden. Een aantal van deze uitgangspunten zijn in onze hedendaagse taal niet goed te duiden. Hierdoor maken wij in ons verslag op sommige plaatsen gebruik van poëzie, beeldspraak en mythische vertellingen. Het boek krijgt het karakter van een essay en van een hedendaagse mythe.

Mythen hebben tegenwoordig een bijklank van verhalen die niet waar zijn. Maar ook tegenwoordig creëren wij veel mythen. Geld is een metafoor voor vertrouwen.

[4]

Volgens een hedendaagse mythe verschaft geld een zorgeloos eeuwig gelukkig leven; bank functionarissen en effectenhandelaren waken als half-goden over deze hemel en zij bepalen als poortwachters de toegang hiertoe. De bank crisis is niet alleen een vertrouwenscrisis, maar veroorzaakt vooral een existentiële crisis waarbij de rol van de hedendaagse half-goden en poortwachters ter discussie wordt gesteld.

Ook is sport volgens een hedendaagse mythe een metafoor voor het echte leven. De topsporters zijn rolmodellen die vereerd worden als half-goden en tragische helden aan de hand van de uitkomst van de wedstrijd. Sport coaches en verslaggevers vertonen enige overeenkomst met opperpriesters.

Een andere hedendaagse mythe is eigendom, de rechtspersoon en de staat die een eigen leven leiden naast de alledaagse en universele realiteit. Tijdens onze Odyssee ontmoeten wij ook de oorsprong en de gevolgen van deze mythe.

[5]

In het volgende bericht belichten wij de rol van rituelen.


[1] Bron afbeelding: Dros, Imme, Griekse Mythen. Amsterdam: Querido

[2] Amstrong, Karen, De Kwestie God. Amsterdam: De Bezige Bij, 2009 – pagina 11 – 12

[3] Zie ook: Fromm, Erich, The Forgotten Language. New York: Rinehart & Co, 1951

[4] Bron van afbeelding onduidelijk

[5] Bron van afbeelding: www.freefoto.com