Tagarchief: Toorn

Intensiteiten en associaties tot besluit


Halverwege de middag zitten Carla, Man en Narrator in het Vondelpark bij Het Blauwe Theehuis [1].

Blauwe Theehuis[2]
“Vanmorgen had ik gemengde gevoelens bij het voorstel om het volgende deel van onze zoektocht te gaan voorbereiden. Aan de ene kant sluit dit voorstel mooi aan op de overweldigende leegte van de virtuele digitale wereld van bits en beeldschermen waarin wij de wereld van alledag in onze eeuw beleven; zo zag ik in de tram naar het park een moeder alle aandacht schenken aan het beeldschermpje van haar mobiele telefoon in plaats van aan haar peuters. Aan de andere kant is naar mijn idee dit deel van onze zoektocht nog niet afgerond. In Florence – bij het vorige deel van onze queeste – hadden wij ons voorgenomen om aandacht te geven aan de schilderkunst in Holland. Daarnaast had ik in gedachte om gevoelens, emoties en de zeven hoofdzonden van Dante tijdens dit deel van onze zoektocht aan de orde te laten komen. Ik weet dat deze onderwerpen afzonderlijk een zoektochten in zichzelf zijn. Misschien kunnen wij deze onderwerpen net als kapitalisme in vogelvlucht behandelen; de ontwikkeling van de schilderkunst kan ik mooi op het kapitalisme laten aansluiten”, zegt Carla.

“Jij hebt gelijk. De overgang is te abrupt, maar de komende dagen is het mooi stabiel zeilweer: een gelegenheid om niet zomaar voorbij te laten gaan”, zegt Man.

“Kun jij de onderwerpen kort samenvatten, dan bekijken wij hoeveel aandacht ervoor nodig is”, zegt Narrator.

“De olieschilderkunst heeft in Holland tijdens en na de Reformatie een grote vlucht genomen, omdat de bewoners hun welstand in privéwoning wilden tonen – aan zichzelf en aan anderen – door afbeeldingen die gestalte wordt gegeven in schilderijen van door de mens – rentmeester Gods – ingerichte landschappen, van rijk gevulde tafels, van uitstallingen van rijkdommen in glaswerk en serviesgoed en uiteraard van afbeeldingen van zichzelf en bekenden in welvarende kleren. Deze schilderijen hebben kenmerken van een wens tot behoud en verkrijging van welstand. Deze manier van kijken heb ik overgenomen uit John Bergers “Ways of seeing” [3]; hij laat van dit vertoon in welstand een treffende voorbeeld zien met het schilderij “Mr. and Mrs. Robert Andrews” van de Engelse schilder Thomas Gainsborough. Veel van de olieschilderijen van Hollandse meesters getuigen van een soortgelijk vertoon van welstand en welvaren van de individuele mens.

Mr and Mrs Rober Andrews[4]
Deze schilderijen moesten naast het vertoon van welstand en welvaren ook altijd een zekere matiging weergeven zoals een goed rentmeester Gods betaamd. In wezen tonen vele schilderijen de uitverkiezing door God in het hier en nu en in het hiernamaals van de eigenaar of van de geportretteerde. In een vogelvlucht is dit de samenvatting van mijn bijdrage over de traditionele olieschilderkunst in Holland binnen intensiteiten associaties. Ik heb hierbij veel meesterwerken tekort gedaan”, zegt Carla.

“Ik heb mij bij het zien van schilderijen van de meeste Hollandse meesters altijd wat ongemakkelijk gevoeld. Jij hebt mijn ongemak treffend samengevat”, zegt Man.

“Als idool in Amsterdam heb ik geen aandacht aan schilderkunst besteed, ik leefde een leven als begeerlijke exotische – on-Hollandse – verschijning. Ik was zelf de stralende uitverkoren ster waartoe iedereen zich aangetrokken voelde en waaromheen het leven draaide. Nadat ik dit leven achter mij had gelaten, ben ik nooit aan bezichtiging van de Hollandse meesters toegekomen. Na onze zeiltocht zal ik enkele musea bezoeken”, zegt Narrator.

“Kun jij de zeven hoofzonden volgens Dante op een zelfde manier vertellen?”, vraagt Man aan Carla.

“OK. Even kort als de olieschilderkunst in Holland.
De zeven hoofdzonden volgens de Katholieke kerk zijn in de vierde eeuw na Christus al door geestelijken al in een systematisch overzicht beschreven. In de zesde eeuw na Christus zijn deze hoofdzonden door paus Gregorius officieel in een lijst vastgelegd, die later door Dante Alighieri in de Divine Commedia zijn verwerkt. Hiernaast kent de Katholieke kerk zeven deugden als tegenpool voor de zeven hoofdzonden.

Hoofdzonden[5]
Hiëronymus Bosch heeft in een schilderij de Zeven Hoofdzonden afgebeeld [6]

Zeven hoofdzonden - Bosch[7]
Ik zal een korte toelichting bij de zeven hoofdzonden geven.

Lust of wellust wordt meestal opgevat in het licht van buitensporig gedachten, wensen of verlangens van seksuele aard. In het vagevuur van Dante worden de zondaars door vlammen gezuiverd van de wellustige/seksuele gedachten en gevoelens. In de hel van Dante worden de zondaars voort geblazen door orkaan-achtige gloeiende winden die overeenkomen met het eigen gebrek aan zelfbeheersing van wellustigheden in het aardse leven. Tijdens onze zoektocht zijn wij lust en wellust nog niet tegengekomen; in de “Duivels van Loudun” van Aldous Huxley [8] komt wellust als hoofdzonde aan de orde: ik denk dat wij deze hoofdzonde tijdens onze zoektocht kunnen overslaan.

Gulzigheid heeft betrekking op enerzijds overdadig eten en op het verbruiken van zaken voorbij het punt van nut. Gulzigheid duidt op verspilling door excessieve energie: een van de valkuilen voor de rentmeester Gods.

Hebzucht/begeerte is net als lust en gulzigheid een zonde van het buitensporige. Hebzucht heeft betrekking op een zeer buitensporig verlangen en het streven naar rijkdom, status en macht voor persoonlijk gewin: een van de valkuilen bij het streven naar succes als voorbode van de genade Gods.

Luiheid is in de loop van de tijd enigszins veranderd van karakter. Eerst werd het gezien als het niet invullen van Gods gaven, talenten en voorbestemming. Nu wordt meer gezien als opzettelijke nalatigheid bijvoorbeeld van de zorgplicht voor de ander, of voor de samenleving. Naar mijn mening houdt luiheid ook de onwil in om kennis te nemen en open te staan voor meningen of religies van anderen ook als deze niet stroken met eigen opvattingen of geloofsovertuiging. Deze vorm van luiheid bestaat uit het mijden van de vraag: “Wat heeft de ander gezien dat ik niet zie?”.

Toorn of woede is de zonde van buitensporige en ongecontroleerde gevoelens van haat en woede. In zijn extreme vorm dient woede zich aan als zelfdestructie. De gevoelens van woede en haat kunnen over vele generaties blijven bestaan. Toorn of woede is de enige zonde die niet meteen egoïstisch behoeft te zijn.

Afgunst is tot op zekere hoogte verwant aan hebzucht: beiden zonden kenmerken zich door een innerlijk onbevredigd verlangen. Afgunst en hebzucht verschillen op twee punten. Ten eerste is hebzucht meestal gekoppeld aan materiële zaken, terwijl afgunst zich kenmerkt door een meer algemeen gemis. Ten tweede ziet afgunst bij zichzelf iets ontbreken dat een ander heeft of lijkt te hebben.

Bijna altijd wordt trots of arrogantie – bijvoorbeeld de mening om als groep of als religie exclusief te behoren tot de uitverkorenen Gods – beschouwd als de meest ernstige hoofdzonde: het wordt gezien als de bron van de andere hoofdzonden. Kenmerkend voor trots of arrogantie zijn het verlangen om meer, belangrijker of aantrekkelijker te zijn dan anderen; hierbij wordt voorbij gegaan aan de goede werk van anderen – in godsdiensten aan de werken van God door middel van andere religies. De zondaar heeft een buitensporige liefde van zijn eigen zelf of voor zijn eigen leefwereld en/of religie. Dante beschreef het als “liefde voor het ego – in godsdiensten: het eigen geloof – verdraaid tot haat en minachting voor de ander”.
Dit is heel beknopt mijn samenvatting van de zeven hoofdzonden”, zegt Carla.

“Weer indrukwekkend in uitgebreidheid en beknoptheid. Bij deze inleiding moet ik met schaamte denken aan mijn vele tekortkomingen en fouten in mijn leven”, zegt Man.

“Mijn meest ernstige hoofdzonden zijn niet voortgekomen uit trots of arrogantie. Afgunst door een algemeen gemis heeft mij in mijn pubertijd aangezet om kind-soldaat te worden met gevolgen die ik nog altijd met mij draag. Mijn leven als idool in Amsterdam is mij komen aanwaaien; gelukkig heb ik er bijtijds afstand van genomen. Misschien is luiheid de oorzaak van mijn jarenlange bestaan aan de randen van de spiegelpaleizen van de geheime diensten; hoewel dit bestaan een invulling van Gods gaven, talenten en voorbestemming was, had ik meer oog moeten hebben voor de zorgplicht voor de ander buiten mijn kleine leefwereld. Mijn leven als bedelmonnik – of Bhikṣu – kent elementen van afgunst in de vorm van een algemeen gemis: ik heb in die tijd geprobeerd om er geen hoofdzonde van te maken”, zegt Narrator.

“Kun jij op een zelfde manier de vele vormen van emoties en gevoelens samenvatten, nadat wij wat hebben gedronken?”, vraagt Man aan Carla.

“Er zijn vele theorieën over emoties en er bestaan verschillende benaderingen om emoties te classificeren [9]. De psychoevolutionaire theory van emoties door Robert Plutchik is interessant omdat deze theorie de volgende tien veronderstellingen [10] heeft:

  1. Het concept van emotie is van toepassing op alle evolutionaire niveaus en is van toepassing op alle dieren waaronder mensen.
  2. Emoties hebben een evolutionaire geschiedenis en hebben verschillende vormen van expressie door hun evolutie binnen verschillende soorten.
  3. Emoties vervullen een rol bij het zich aanpassen van organismen om te overleven wanneer zij worden blootgesteld aan bedreigingen door de omgeving.
  4. Ondanks de verschillende vormen van expressie van emoties in verschillende soorten, zijn er een aantal gemeenschappelijke elementen, of prototype patronen, die kunnen worden geïdentificeerd.
  5. Er is een klein aantal van de fundamentele, primaire of prototype emoties.
  6. Alle andere emoties zijn mengelingen of afgeleiden van de fundamentele emoties; dat wil zeggen ze komen voor als combinaties, mengelingen of samenstellingen van de oorspronkelijke emoties.
  7. Primaire emoties zijn hypothetische constructies of geïdealiseerde staten waarvan de eigenschappen en kenmerken alleen kunnen worden afgeleid uit verschillende soorten bronmateriaal.
  8. Primaire emoties kunnen worden samengesteld in termen van paren van tegenpolen.
  9. Alle emoties variëren in de mate van overeenkomst met elkaar.
  10. Elke emotie bestaan in wisselende intensiteit of niveaus van opwinding.

Onder meer op basis van deze tien vooronderstellingen compileerde Robert Plutchik in 1980 een wiel van emoties die bestond uit de volgende 8 basis – of biologisch primitieve – emoties, en 8 verder ontwikkelde – om de reproductieve fitness van dieren te vergroten, zoals de vlucht of vecht reactie – emoties, die ieder waren ontstaan uit de samenstelling van twee basis emoties.

Basis emotieBasis emotie2[11]

Het wiel van emoties samengesteld door Robert Plutchik ziet er als volgt uit:

Wheel of emotions - Robert Plutchik[11]

Recent is op basis van een brede bestudering van bestaande theorieën van emoties [12], de volgende tabel gecompileerd van tegengestelde basis emoties. Bij het samenstellen van deze tabel zijn onder meer de volgende drie criteria voor emoties gehanteerd: 1) geestelijke ervaringen die een sterk motiverende subjectieve kwaliteit, zoals plezier of pijn hebben; 2) geestelijke ervaringen die een reactie zijn op een bepaalde gebeurtenis of object, dan wel echt of ingebeeld; 3) geestelijke ervaringen die aanzetten tot bepaalde vormen van gedrag. De combinatie van deze criteria onderscheiden emoties van gewaarwordingen, gevoelens en stemmingen [11].

Soort emotie[11]

Deze basisoverzichten van gevoelens en emoties zijn een aardig uitgangspunt voor een verdere verkenning hiervan, maar ik denk dat een vergaande verkenning buiten de reikwijdte van onze zoektocht gaat vallen. Daarbij geeft Robert Plutchik in een van zijn werken [13] aan, dat dichters en schrijvers de nuances van emoties en gevoelens beter vatten en weergeven dan wetenschappers; hij geeft het voorbeeld hoe Emily Dickinson die was opgegroeid in een Calvinistisch gezin [14], haar gevoelens van wanhoop – in mijn ogen de wanhoop over een gescheiden bestaan na Gods uitverkiezing aan het einder der tijden tot besluit van dit leven en het hiernamaals [15] – beschrijft in haar gedicht [16]:

My life closed twice before it’s close
It yet remains to see
If Immortality unveil
A third event in me,

So huge, so hopeless to conceive
As these that twice befell.
Parting is all we know of heaven,
And all we need of hell.

Of door mij vertaald in het Nederlands:

Mijn leven sloot tweemaal tot besluit
Het bevalt nog te bezien
Of Onsterflijkheid ontsluit
een derde mij onvoorzien

Zo groot, zo hopeloos te bevatten
Als dezen die tweemaal gevielen.
Afscheid is al wij weten van hemel,
En al we van hel believen.

Waarschijnlijk geeft dit gedicht ook deels de hoop en wanhoop van het Calvinisme weer met aan het einder der tijden een onvoorstelbare scheiding, die in onvoorstelbaarheid gelijk is aan de scheiding van lucht van water aan het begin der tijden. Is mijn samenvatting over dit onderwerp toereikend?”, zegt Carla.

“Uitgebreid in zijn beknoptheid. Indrukwekkend gebruik van het gedicht van Emily Dickinson tot slot. Jouw toelichting doet mij denken aan het boeddhistisch vraagstuk:

“Wanneer aan het einde der tijden een vuur woedt waarin alles wordt vernietigd, wordt dit dan ook vernietigd?” Een leraar antwoordde: “Vernietigd, want dit gaat met alles ten onder”. Een andere leraar antwoordde: “Niet vernietigd, want dit is identiek aan alles” [4].

Aan het einde van dit deel van onze zoektocht heb ik de indruk dat de Calvinisten in Holland – met hun vele afscheidingen – zijn gaan leven alsof het einde der tijden al is gekomen: al wij weten van hemel is afscheid nemen van naasten die anders denken of geloven, en al wij believen van hel. Het einder der tijden brengt hier geen verandering in”, zegt Narrator.

“Het gedicht van Emily Dickinson geeft voor mij de onvoorstelbaarheid van het einde der tijden treffend weer.
Bij het zien van het wiel van emoties van Robert Plutchik zag ik met blijdschap dat vreugde voorkomt uit het samenstel van de twee emoties optimisme en liefde. Mijn blijdschap komt ook voort uit de gelijkenis in klank met de oeroude werkwoordkern “vṛddha” – die in het Sanskriet “groei, tot wasdom komen/zijn” betekent – met ons woord “vreugde”. Het herleiden van al deze emoties en het onderzoeken van alle samenstellen van emoties in de vele verschijningsvormen gaat onze zoektocht inderdaad te buiten. Zijn er nog meer onderwerpen, die wij op dit deel van onze zoektocht willen onderzoeken?”, zegt Man.

“Intensiteiten en associaties interesseren mij geweldig; ik voel mij ertoe aangetrokken en ik word nog regelmatig verrast door intensiteiten en associaties binnen onze leefwereld, in relatie met de ander en door mijn eigen emoties en gevoelens. De zoektocht hiernaar vergt een volledig mensenleven”, zegt Carla.

“Volgens mij geldt dit voor ieder onderdeel van onze zoektocht”, zegt Man.

“En het gaat eraan voorbij. Zal ik vanavond een eenvoudig maal voor jullie koken in de keuken van Man tot besluit van Intensiteiten en associaties?”, zegt Narrator.

“Dan kunnen wij tijdens de maaltijd afspreken waar wij elkaar morgen treffen om naar mijn zeilboot af te reizen. Ik kan een auto van een vroegere compagnon lenen; hij is een aantal weken met vakantie”, zegt Man.

 

[1] Zie ook: http://nl.wikipedia.org/wiki/Het_Blauwe_Theehuis
[2] Bron afbeelding: http://nl.wikipedia.org/wiki/Vondelpark
[3] Bron: Berger, John, Ways of seeing. London: British Broadcasting Company and Penguin, 1972 p. 106 – 107
[4] Bron afbeelding: http://de.wikipedia.org/wiki/Thomas_Gainsborough
[5] Bron: http://en.wikipedia.org/wiki/Seven_deadly_sins
[6] Zie ook: http://nl.wikipedia.org/wiki/Zeven_Hoofdzonden_(Jheronimus_Bosch_of_navolger)
[7] Bron afbeelding: http://en.wikipedia.org/wiki/Seven_deadly_sins
[8] Zie: Huxley, Aldous, The Devils of Loudun. 1953
[9] Zie ook: http://en.wikipedia.org/wiki/Emotion_classification
[10] Bron: http://en.wikipedia.org/wiki/Robert_Plutchik
[11] Overgenomen van: http://en.wikipedia.org/wiki/Contrasting_and_categorization_of_emotions
[12] Bron: Robinson, D. L. (2009). Brain function, mental experience and personality. The Netherlands Journal of Psychology, 64, 152-167
[13] Zie: Plutchik, Robert, Emotions in the Practice of Psychotherapy: Clinical Implications of Affect Theories. Washington D.C.: American Psychological Association; 1st edition (September 2000), p. 13
[14] Bron: http://www.emilydickinsonmuseum.org/church
[15] Een ander uitleg van dit gedicht gaat uit van het verlies van twee geliefden. Het Christelijk geloof voor de Reformatie impliceert een hereniging aan het einde der tijden. Het commentaar suggereert dat Onsterfelijkheid mogelijk een fictie is en daarmee de hel van de toekomst creëert. Zie: Vendler, Helen, Dickinson – Selected poems and commentaries. Cambridge: The Belknap Press of Harvard University Press, 2010, p. 520 – 521
[16] Franklin, R.W. edited, The Poems of Emily Dickinson – Reading Edition. Cambridge: The Belknap Press of Harvard University Press, 1999, p. 630 – 631
[17] Vrije weergave van de koan Dasui’s “Aeonic Fire” in: Cleary, Thomas, Book of Serenity – One Hundred Zen Dialogues. Bosten: Shambhala, 1998 p. 131 – 136

Advertenties

Vijf gangbare werkelijkheden – feiten en logica 15


“Ik denk dat wij ons gesprek over de paradox binnen het denkraam van de strijder in onszelf te abrupt hebben beëindigd. Hoewel op een eerdere leeftijd en op een ander manier, heb ik al heel jong kennisgemaakt met de euforie van de veroveraar. Als kleuter had ik een sprinkhaan in een luciferdoosje gevangen. Ik voelde een ongekende vreugde; nooit zou ik meer alleen zijn, want altijd zou ik een metgezel in mijn leven hebben. Als ik met het doosje rammelde, dan hoorde ik mijn sprinkhaan. De volgende ochtend was de sprinkhaan dood. Dit was mijn eerste echte verlies; hiermee verloor ik mijn onschuld: hiermee zette mijn verval in. Als ik kijk naar het paleis van de Medici, dan moet ik weer denken aan het luciferdoosje”, zegt Carla.

Feiten en logica 15a.jpg[1]

“Ik heb ergens gelezen dat de familie de Medici – na een korte verbanning uit Florence – in de 15e eeuw de macht achter de schermen wilde uitoefenen en er bewust een bescheiden beeld naar buiten op na wenste te houden. De buitenkant van dit paleis – gebouwd in opdracht van Cosimo de Medice – geeft dit streven weer [2]”, zegt Man

Carla, Man en Narrator betreden het paleis.

“De welgestelden in Florence waren in de 15e eeuw op de hoogte van de periodieke overstromingen van de rivier de Arno, daarom hadden zij hun woonvertrekken op de eerste verdieping. Dit paleis lijkt op de Ark van Noah [3] uit het boek Genesis in het Oude Testament. Van alle rijkdom en van alles van waarde binnen de familie de Medici werd in dit paleis een imago meegenomen. Alles in dit paleis is een miniatuur afspiegeling van en een herinnering aan de veroveringen van de familie in de buitenwereld. Wanneer het tij meezit, dan kan de afspiegeling en de herinnering weer in realiteit worden omgezet. Dit paleis toont de innerlijke wereld van de familie in al haar wensen en met al haar verwachtingen”, zegt Narrator.

feiten en logica 15b.[4]

“In deze zaal Luca Giordano [5] neemt de – binnen het paleis getoonde – aspiratie van de familie goddelijke trekken aan. De schilderingen op het plafond van de zaal komen overeen met de plafondschilderingen in de kerken van deze stad.

feiten en logica 15c.[6]

Door de schilder Luca Giordano wordt de tweede dynastie van de familie de Medici afgebeeld als een spiegelbeeld van de hemel waarin Cosimo de Medici – als de centrale Vader-god – troont boven zijn twee zonen en zijn broer. Hier toont het innerlijk van de heersende “strijder” de ambitie om op zijn minst de Christelijke Goddelijk drie-eenheid te evenaren, zo niet de plaats van God in te nemen”, zegt Man.

feiten en logica 15d.[7]

“Dat is herkenbaar; op het toppunt van zijn kunnen voelt een strijder zich onoverwinnelijk en oppermachtig. De strijder onttrekt zich aan de wereld van de stervelingen; de strijder kan de hele wereld aan. Tegelijkertijd wordt de leefwereld van de strijder ontmenselijkt; de zorg voor de omgeving en de empathie voor levende wezens en mensen verdwijnt. Een staat van euforie – een beleving van uniciteit en almacht, egocentrische gericht op de strijder, zijn makkers en de wereld waarvoor zij staan – ontstaat. Deze staat van euforie is te herkennen bij Arjuna en Kṛṣṇa toen zij met vreugde pijlen schoten op alles dat probeerde te ontsnappen uit het vuur in het Khandava bos, bij jou Narrator toen jij als jonge strijder met een militie in Midden Afrika schoot op alles en iedereen die uit een brandend dorp kwam, en bij Karl Marlantes [8] toen hij tijdens de Vietnamoorlog als luitenant bij de Amerikaanse mariniers door de luchtmacht napalm liet vallen op de jungle met daarin Vietcong-strijders [9]. ” zegt Carla.

feiten en logica 15e.[10]

“”De hel dat zijn de anderen” [11], schrijft Jean-Paul Sartre in een van zijn toneelstukken, misschien ook  omdat de anderen de almacht van de strijder – en daardoor zijn vrijheid – beperken”, zegt Man.

“Jullie geven mijn gevoelens van vreugde en uitgelatenheid tijdens het schieten op alles en iedereen die uit een brandend dorp probeerde te ontsnappen, goed weer. Maar na deze euforie voelde ik een schaamte en een peilloze leegte. In het eerste deel van onze Odyssee naar “Wie ben Jij” [12] – bij de beschrijving van de Peloponnesische oorlog – zagen wij bij de strijdende partijen een voortdurende cyclus van eer/macht – hoogmoed – toorn – wraak [13]. In mijn beleving moeten wij aan deze cyclus na de wraak nog “schaamte en leegte” toevoegen die gelijktijdig tegenpolen vormen met eer en macht. In de tijd van mijn voorvaderen namen de strijders in het oude India de buit van de verovering – meestal gestolen vee binnen de vee-cyclus [14] – mee naar hun thuisdorp. Daar werd de buit tijdens een groot feest met iedereen gedeeld. Het tonen van de verovering aan de wereld was voor de krijgers belangrijker dan de overwinning zelf [15]. Na het feest begon een leegte te ontstaan met een opkomende schaamte over doelloosheid. Met eer/macht als tegenpool voor deze leegte/schaamte ontstond een drang naar nieuwe veroveringen om het innerlijk en uiterlijk ego van de strijders weer te bevestigen en bestendigen. De verovering – of rijkdom in onze tijd – creëert tegelijkertijd een leegte en een gemis aan iets. Rijkdom creëert een gebrek aan rijkdom dat nog niet veroverd is. Deze zaal herinnert de levende strijders binnen de familie de Medici aan de wereldse rijkdom die zij moeten verdedigen en uitbreiden, en aan de rijkdom van het Goddelijke hemelrijk dat zij nog niet bezitten”, zegt Narrator.

“In deze redenering schuilt een waarheid. Na een verovering begint het verval, want er valt iets te verdedigen; de imperator moet altijd meer veroveren om hetgeen hij bezit, veilig te stellen. Daarbij ontstaat uit het bezit van rijkdom de behoefte aan meer en blijvende rijkdom; ook de imperator is onderhevig aan de natuurwet van “rupsje nooit genoeg”. Is er op dit punt een verschil tussen mannen en vrouwen?”, zegt Man.

“Er is een studie naar de rol van vrouwen in Mahābhārata. In de Mahābhārata verwerft een strijder pas onsterfelijke roem op het moment dat vrouwen hem als gevallenen op het slagveld in schrille jammerkreten bewenen en daarbij met rouw zijn leven en mooie verschijningsvorm roemen [16]. De vrouwen van de strijderskaste zetten hun mannen aan tot actie; de strijders zijn geregeld monomane uitvoerders van de wensen van hun vrouwen. Wanneer binnen de Kshatriya kaste alle krijgers zijn overleden, dan gaan de vrouwen naar de Brahmanen om nieuwe krijgers voort te brengen. Vrouwen hebben een eigen rol in het denkraam van de strijder”, zegt Narrator.

“Hebben wij niet allen een rol in het denkraam van de strijder? Wat denken jullie van de Goden en de Bodhisattva?”, vraagt Carla.

“Ook zij, ook wij”, zegt Man.

“Dat is waar. Zullen wij morgen op onze laatste dag in Florence een bezoek brengen aan Palazzo Pitti waarin de familie de Medici haar pracht en praal aan de buitenwereld toont”, zegt Narrator.


[7] The Apotheosis of the Medici: Cosimo III sat central between his two sons and his brother below him, Palazzo Medici-Riccardi Bron afbeelding: http://it.wikipedia.org/wiki/Galleria_di_Luca_Giordano

[8] Bron: Marlantes, Karl, What it is like to go to war. London: Corvus, 2012 p. 40 – 41

[11] In het toneelstuk “Huis clos”. Zie ook: http://nl.wikipedia.org/wiki/Jean-Paul_Sartre

[12] Zie ook: Origo, Jan van, Wie ben jij – een verkenning van ons bestaan – deel 1. Amsterdam: Omnia – Amsterdam Uitgeverij, 2012 p. 200 – 209

[13] Zie: Lendon, J.E., Song of Wrath the Peloponnesian war begins. New York: Basic Books, 2010 p. 9

[14] Zie vee-cyclus in: Origo, Jan van, Wie ben jij – een verkenning van ons bestaan – deel 1. Amsterdam: Omnia – Amsterdam Uitgeverij, 2012

[15] Zie ook een hedendaagse observatie van Hannah Ahrendt in: Keen, David, Useful Enemies – When waging wars is more important than winning them. New Haven and London: Yale University Press, p. 9

[16] Bron: McGrath, Kevin, STR Women in Epic Mahābhārata. Cambridge: Ilex Foundation, 2009, p 25

Narrator – mijn ontstaan


Onvoorstelbaar lang geleden ben ik ontstaan uit het geluid van vallende regendruppels bij het blazen van de wind en het klateren van vallende stenen. Met de regen is het ritme ontstaan, door de wind mijn stem en met de vallende stenen het applaus. Uit het ritme en de wind zijn de verhalen voortgekomen. Uit het applaus ontstaat de waardering met de aandrang om opnieuw de aandacht op te zoeken.

Mijn hele leven vertel ik verhalen over het leven en de dood, over oorlogen, hebzucht, moed en trouw, over liefde, wraak, eer, roem en toorn, ijselijke toorn die ontelbare verschrikkingen bracht.

Sinds ik door Carla Drift uit een droom ben gered waarin ik bijna weggleed naar een andere wereld, vertel ik verhalen voor het verbeteren van discussies en inzichten op de raakvlakken tussen levensbeschouwing, literatuur en religie. Daarmee hoop ik bij te dragen aan vrede, een betere wereld en geluk voor alles en iedereen.  Dit is de samenvatting van de biografie van mijn leven.

In de samenvatting ontbreekt mijn eerste herinnering waarin ik mijn vader hoorde zingen in een taal uit het land waarvandaan hij naar Afrika was vertrokken. Dit gezang klinkt zo vertrouwd alsof ik het al ken vanaf het begin der tijden. Mijn vader heeft mij verteld dat dit gezang in zijn land de īśāvāsya [1] upaniṣad of Isha Upanishad [2] wordt genoemd. Toen ik vier jaar oud was, leerde mijn vader mij de tekst terwijl ik naast hem zat [3].

ॐ पूर्णमदः पूर्णमिदं पूर्णात् पूर्णमुदच्यते।
पूर्णस्य पूर्णमादाय पूर्णमेवावशिष्यते॥
ॐ शांतिः शांतिः शांतिः॥

Ôm, Purnamadah Purnamidam Purnat Purnamudachyate;
Purnasya Purnamadaya Purnameva Vashishyate.
Ôm shanti, shanti, shanti

Ôm, Dat is algeheel. Dit is algeheel. Algeheel komt van algeheel.

Neem algeheel af van algeheel en aldus blijft algeheel.

Ôm vrede, vrede, vrede.

Het gezang van de īśāvāsya upaniṣad kan beluisterd worden via een bijlage bij dit bericht op de website van de uitgeverij www.omnia-amsterdam.nl [4].

Mijn vader is donker als de nacht. Hij is geboren en opgegroeid in een arm Zuidelijk deel van India. Op school heeft hij Sanskriet leren spreken, lezen en schrijven: de taal van de goden in de wereld van de mensen. Al mijn grootvaders en overgrootvaders hebben deze taal gesproken. Als jongvolwassen man is mijn vader naar Kenia in Afrika gereisd om rond te trekken als verhalenverteller en om een beter bestaan te leiden. In dit land heeft hij mijn moeder ontmoet.

Mijn moeder is een trotse vrouw uit de Masaï nomadenstam. Zij kent geen landsgrenzen; al het land is voor iedereen en het vee heeft voedsel en zorg nodig. Als jonge vrouw heeft zij mijn vader ontmoet. Hij was uitgehongerd en zij heeft zich over hem ontfermd. Tussen hen is een liefde ontstaan die ons bestaan overstijgt. Zij zijn samen verder door het leven gegaan; mijn vader is blijven rondtrekken als verteller en mijn moeder geeft verzorging en onderdak wanneer hij langskomt. Hieruit ben ik op aarde gekomen.

Mijn voornaam is Kṛṣṇa [5] omdat ik net als mijn vader donker ben als de nacht met mijn zwarte blauwe huidskleur en omdat ik tijdens de nieuwe maan ben geboren. Mijn ouders hebben hiermee de hoop uitgesproken dat ik net als de maan elke nacht weer levend wordt en niet dood zal gaan als alle mensen [6]. Later in mijn leven heb ik mijn voornaam verandert in Narrator – verteller, want ik wens bij de stervelingen te horen. Mijn familienaam van mijn vaderskant is Nārāyana. Dit betekent in de taal van mijn voorvaderen:  “zoon van de oorspronkelijke man” [7],

[8]

Rond mijn zesde jaar heeft mijn vader mij voor het eerst naar school gebracht. Daar heb ik leren lezen en schrijven. Met lezen ben ik nooit meer opgehouden. Gilgamesh, Ilias, Odyssee, Mahābhārata, Shakespeare, heb ik in de laatste klassen van de school gelezen terwijl de andere jongens buiten krijgertje speelden. Veel van mijn verhalen komen voort uit deze tijd.

[9]

Tot mijn 16de jaar ben ik op school gebleven. Daarna zijn pik donkere bladzijden in mijn leven gekomen.


[1] Īśa betekent in het Sanskriet onder meer “God in de goddelijke hemel”, “iemand met almacht”. “Avāsya” betekent in het Sanskriet “neerzetten”. Hierdoor kan īśāvāsya worden opgevat als beschrijving van God in de goddelijke hemel. Bron: elektronische versie van het woordenboek Monier-Williams – MWDDS V1.5 Beta

[2] Een woordelijke vertaling van de Isha Upanishad is verkrijgbaar via de volgende hyperlink: http://www.arsfloreat.nl/documents/Isa.pdf

[3] Upanishad betekent letterlijk: “Neerzitten bij”. Zie ook: http://nl.wikipedia.org/wiki/Upanishad

[4] De oorsprong van deze mp3 file kan de auteur niet meer achterhalen. Wanneer de eigenaar zich meldt, dan zal de auteur het bericht op dit punt aanpassen aan de wensen van de rechthebbenden.

[5] Kṛṣṇa betekent in het Sanskriet onder meer “zwart”, “blauw zwart”, “de donkere periode van de maancyclus” Bron: elektronische versie van het woordenboek Monier-Williams – MWDDS V1.5 Beta

[6] Volgens een Masaï mythe geeft de God Engaï vee aan de mensen en hij brengt de mensen na de dood tot leven en laat de maan iedere dag sterven. Na een zonde waarin een tegenstander dood werd gewenst, liet Engaï de mensen dood en hij bracht de maan iedere nacht weer tot leven. Bron:  http://nl.wikipedia.org/wiki/Masa%C3%AF_(volk)

[7] Bron: elektronische versie van het woordenboek Monier-Williams – MWDDS V1.5 Beta

[8] Een Masaï vrouw. Bron afbeelding: http://en.wikipedia.org/wiki/Maasai_people

Man Leben – jouw eerste jaren


Wie kann man leben, wenn man nicht sterben will [1]

In het vorige bericht heb jij de geschiedenis van jouw voorouders en ouders – tot het moment dat jij in hun leven kwam – in een vogelvlucht verteld. Geen bestaand mens heeft model gestaan voor een van de hoofdpersonen. Hun namen zouden ook Alleman en Iederman kunnen zijn. Jij gaat nu verder met jouw eerste levensjaren:

“Op de avond waarop ik eind maart 1933 in het leven van mijn ouders kwam, hadden zij besloten om Frankfurt am Main te verlaten. Zij zijn naar Amsterdam verhuisd met achterlating van veel van hun bezittingen. Nooit hebben zij mij dat verteld, maar ik denk dat ik in deze nacht ben ontstaan binnen een cocon van liefde, hoop en vertroosting.

Eerst een schets van de tijd waarin ik ben ontstaan. Duitsland was na de nederlaag in “Een oorlog als geen ander, een oorlog als elkeen” vervallen in een diepe economische crisis met grote werkloosheid. In 1923 was door de herstelbetalingen de hyperinflatie van geld – als vertrouwenwekkend object in het midden – zo groot dat het verdiende salaris aan het einde van de ochtend in een heel brood moest worden omgezet, omdat in de loop van de middag dat geld nog maar enkele boterhammen waard was. Mijn grootouders hebben in die tijd een klein basiskapitaal in harde munt in Nederland en Zwitserland ondergebracht.

[2]

Mijn voorouders en ouders zijn altijd buitenbeentjes geweest in iedere samenleving – ook in Duitsland – met alle gevolgen van dien. In de tweede helft van de jaren 1920 en het begin van de jaren 1930 ontstond in Duitsland een overweldigende dadendrang, hoop en toorn – ijselijke toorn [3].  Autowegen werden aangelegd, industrie leefde op, een enorme drang tot leven ontstond en de soldatenlaarzen werden opnieuw in het vet gezet voor de mars vooruit. “Alles op de pof; wie gaat dat betalen”, zei de oma van Hermann Simon in Heimat – Eine deutsche Chronik [4] na een bezoek aan familie in het Ruhrgebied. De prijs in de toekomst was toen nog onvoorstelbaar [5].

[6]

Om dit onderling vertrouwen in de Duitse samenleving te bestendigen waren een “persoon in het midden”, “objecten in het midden”, “mythes” en “rituelen” [7] nodig. De zondebok in de samenleving was snel gevonden; mijn grootouders en ouders met andere afstammelingen van mijn voorouders werden aangemerkt als collectieve dragers van het kwade. Door het offeren en verwijderen van de zondebok uit de samenleving dacht het Duitse volk van al het kwade verlost te zijn. Het begon met kleine vernielingen en pesterijen, en het ging verder met rookoffers waarin onder andere Synagogen en boeken in brand werden gezet.

 [8]

Toen in maart 1933 het andere bewind in Duitsland alle volmachten had verkregen, besloten mijn ouders te vertrekken: zij wilde niet opgeofferd worden. Mijn grootouders zijn gebleven.

In Amsterdam ben ik begin januari 1934 geboren. Ook in Amsterdam was het crisis. Met het klein basiskapitaal van mijn grootouders uit de jaren 1920, konden mijn ouders een bestaan opbouwen in een wijk die leek op de Rivierenbuurt [9]. Mijn vader ging in de handel. Ik groeide op als een Amsterdamse jongen.

In mei 1940 overspoelde het andere bewind uit Duitsland ook Nederland. Enkele kennissen van mijn ouders pleegden zelfmoord, omdat zij in wanhoop geen andere uitweg meer wisten. Mijn ouders vervolgenden hun leven. In september 1940 ging ik gewoon naar de lagere school. Behalve de “J met gele ster” op mijn kleren, ging het leven gewoon verder tot het einde van 1941. Op een avond voordat ik bij mijn tante ging logeren, hebben mijn ouders mij gezegd dat ik lang weg zou blijven, maar uiteindelijk zou alles goed zou komen.

Bij mijn tante ben ik een nacht gebleven. Via enkele tussenstations ben ik met een nieuwe voor- en achternaam op een boerderij in Zuid – Limburg beland. Mijn officiële naam was van dat moment Hermanus [10] Maria Jacobus [11] Leben; ik was Katholiek gedoopt. Men noemde mij Man – een naam die ook met tegenwind over de velden ver draagt”, zeg jij

“Ik kom ook Zuid Limburg. Ik herkende jouw voornaam “Man” meteen. Er zijn daar zoveel voornamen die ver over de velden dragen. Math van Mattheüs, Wiel van Wilhelmus, Sjeng of Sjang van Johannes, Sjraar van Gerard, Joep van Josef, Pie van Peter, Nant van Ferdinand, Sjoef, Sjier. Bij al deze namen heb ik gezichten”, zeg ik.

“Al deze namen en gezichten draag ik ook met mij mee”, zeg jij.

“En jouw ouders?”, vraag ik.

“Ik draag hen ook altijd met mij mee. Een klein jaar nadat ik mijn ouders voor het laatst heb gezien, is in 1942 mijn zusje geboren met de naam Carla [12]. Dat is het enige dat ik van haar weet. Nog steeds als ik vrouwen zie van haar leeftijd met mijn familietrekken, kijk ik of zij het is. Ik heb eens gelezen: ”Als er ook maar een haarbreedte verschil is, dan zijn hemel en aarde duidelijk gescheiden [13]. Er stond ook bij: “De weg van het hemelrijk is niet moeilijk, deze weg houdt niet van keuzes maken”. Later meer”, zeg jij.

Het volgende bericht gaat over jouw schooltijd in Zuid Limburg.

– “Wie ben jij – Deel 1” – is klaar om te downloaden –

– Zie pagina: “Wie ben jij – Deel 1”


[1] Vertaling: Hoe kan men leven, als men niet wenst te sterven.

[3] Zie ook: “Toorn, ijselijke toorn die ontelbare verschrikkingen bracht” in het bericht van 31 augustus 2001: Een oorlog als geen ander – de hoofdrolspelers

[4] Bron: Reitz, Edgar, Heimat – Eine deutsche Chronik. 1984 Zie ook: http://nl.wikipedia.org/wiki/Heimat_(Edgar_Reitz)

[5] Zie ook: http://en.wikipedia.org/wiki/List_of_wars_and_anthropogenic_disasters_by_death_toll en voor de prijs van de Spaanse griep aan het einde van de Eerste Wereld Oorlog: http://en.wikipedia.org/wiki/1918_flu_pandemic

[7] Zie eerdere berichten met gelijknamige titels.

[8] Foto van brand in de Synagoge in de Börnestraße in Frankfurt am Main tijdens de Kristallnacht op 9 November 1938. Bron afbeelding: http://www.frankfurt.frblog.de/ostend-industrieviertel-mit-juedischen-wurzeln

[9] Voorbeeld van geschiedenis van vluchtelingen uit Duitsland: http://www.zuidelijkewandelweg.nl/tijdtijn/razzia%27s.htm

[10] De naam Hermanus is samengesteld uit “Herr” en “Man”. Mogelijk is het Duitse woord “Herr” verwant met de werkwoord kern “√hṛ” die in het Sanskrit “offeren, aanbieden” en “nemen, wegnemen” betekent. Bron: elektronische versie van het woordenboek Monier-Williams – MWDDS V1.5 Beta. Zie ook de eerste Chorus uit de Cantate 131 van van Johann Sebastian Bach: ”Aus der Tiefe rufe ich, Herr, zu dir. Herr, höre meine Stimme, lass deine Ohren merken auf die Stimme meines Flehens!“. “Man” betekent in het Sanskriet “denken/beschouwen/waarnemen”.

[11] Waarschijnlijk is deze naam nauw verbonden met de werkwoord kern “√śak” dat in het Sanskriet “vaardig, capabel zijn en in staat zijn tot” betekent.

[12] De naam Carla is samengesteld uit ”car” dat in het Sanskriet “bewegen, zwerven” betekent en “la” dat “ondernemen of geven” betekent.

[13] Bron: Wick, Gerry Shishin, The Book of Equanimity – Illuminating Classic Zen Koans. Somerville MA: Wisdom Publications, 2005 – casus 17, p. 54.

Een oorlog als geen ander – de hoofdrolspelers


In het vorige bericht heeft uw verteller een kort intermezzo geschreven over het zelfbeeld van strijders in oorlog en geweld. Hierbij heeft uw verteller een inkijkje gegeven in de deelname van de filosoof Socrates aan de Peloponnesische oorlog in Griekenland.

Nu zal uw verteller een inkijkje geven in de hoofdrolspelers tijdens de Peloponnesische oorlog.

Een boek over deze oorlog begint met het gedicht:

Toorn, ijselijke toorn die ontelbare verschrikkingen aan de Achaeans bracht,

en dappere zielen van veel helden naar Hades zond

en hun lichamen veranderde in prooi voor een hond

en voor zwermen vogels, en de wil van jou – Deus/God – werd volbracht [1].

Wie ben jij die deze verschrikkingen bracht? Wie ben jij die deze oorlog als geen ander wilde? Wie ben jij die de verschrikkingen van broedermoorden, roof, eerroof en slavernij aan jouw buren toebracht en die de lichamen van jouw naasten als prooi voor honden en zwermen vogels achterliet. Wie ben jij die deze moorden wilde? Wie ben jij die de voortdurende cyclus van eer/macht – hoogmoed – toorn – wraak [2] wil laten bestaan? Volbrengen de hond en de vogels ook jouw wil; hebben zij een goddelijke natuur [3]?

Waarin verschil jij van Krishna [4] – de wagenmenner – die Arjuna [5] in de Bhagavad Gita – een klein en oud deel van de Mahābhārata – aanzet tot het betreden van het strijdperk waarin families, leraren en leerlingen tegenover elkaar staan in het spanningsveld tussen enerzijds de wereldorde en plicht [6] en anderzijds het menselijk handelen [7] [8].

Uw verteller weet de antwoorden niet, maar stelt wel de vragen. Wie de wereld kent, spreek!

De belangrijkste spelers in de Peloponnesische oorlog zijn Sparta en Athene met hun respectievelijke bondgenoten. Maar de invloed van Perzië was nog steeds groot. Wie zijn zij?

Tussen 490 v. Chr. tot 479 v. Chr. heeft Perzië – een dictatuur met “volgzame” lokale satrapen – geprobeerd Griekenland bij het Perzische rijk in te lijven. In 449 v Chr. heeft Perzië de Griekse stadstaten in Klein Azië erkend. Perzië heeft Griekenland niet rechtstreeks meer aangevallen, maar zij heeft als eerste hoofdrolspeler de Griekse stadstaten met veel succes tegen elkaar uitgespeeld. Daarnaast heeft de herinnering aan de oorlogshandelingen tijdens de Perzische oorlogen nog veel invloed gehad op de gebeurtenissen tijdens de Peloponnesische oorlog .

De tweede hoofdrolspeler is de militaristische en oligarchische stadstaat Sparta gelegen in het midden van de Peloponnesos in Griekenland. In deze stadstaat was strijdvaardigheid van de vrije mannen van imminent belang. Al voor de geboorte van een kind werden er voorbereidingen getroffen om de beste genen te laten samenkomen voor uitmuntend nakomelingschap. Een gehuwde vrouw had een zekere mate van vrijheid om de beste man uit te kiezen voor het verwekken van haar kinderen: oudere echtgenoten stonden hun vrouw toe kinderen te verwekken met jongere fitte mannen [9]. Bij de geboorte was de gezondheid bepalend voor het levenslot van de baby. Vanaf 6 jarige leeftijd werden jongens en meisjes rigoureus getraind: de jongens als strijders en de meisje voor gezondheid. Mannen en vrouwen leefden grotendeels gescheiden van elkaar. Spartanen stamden af van de originele inwoners van de stad. Naast Spartanen woonden rondom Sparta de vrije Perioikoi die soms als hopliten met de Spartanen meevochten in de strijd. In en rondom Sparta waren veruit de meeste bewoners Heloten die als dienaren/slaven voor alle arbeid buiten oorlogsvoering moesten zorgen. De Heloten waren de oorspronkelijke bewoners van de streek die door de Spartanen waren verslagen in de strijd en dus de Spartanen als slaven hadden te dienen. Maar altijd voelden de Spartanen de dreiging van een opstand van de Heloten; zij deden er alles aan om deze opstand te voorkomen. De Spartanen werden zeer gevreesd in de strijd: zij hadden de naam om nooit op te geven. Misschien werd deze standvastigheid nog verstrekt door de constante dreiging van een opstand van de Heloten na een eventuele vlucht van Spartanen. De Spartanen waren zeer (bij)gelovig; zij gingen pas ten strijde als alle religieuze verplichtingen waren voldaan en de voortekenen gunstig waren. Hierdoor moesten bondgenoten geregeld lang wachten op de steun van de Spartanen. Tijdens de Slag bij Sphacteria – in het zuid-westen van de Peloponnesos gaven een groep van 292 strijders waaronder 120 jonge Spartanen zich over aan de Atheners. Deze overgave schokte de Griekse wereld [10], want Spartanen gaven zich nooit over. De schok voor Sparta was nog groter, want naast een enorm gezichtsverlies omvatten deze jonge Spartanen een groot deel van de  toekomstige generatie. Athene heeft deze gevangenen als gijzelaars in Athene vastgehouden waarna Sparta gedurende de gijzeling is gestopt met het platbranden van het koren op de akkers in de buurt van Athene. Na hun vrijlating zijn deze gevangenen in Sparta nooit meer echt voor vol aangezien.

[11]

De derde hoofdrolspeler is het – in extreme vorm – democratische Athene gelegen aan de Egeïsche zee in Griekenland. Athene was aan het begin van de Peloponnesische oorlog puissant rijk geworden met het exploiteren van zilvermijnen en met handel. Deze rijkdom veroorzaakte enerzijds bij de stadstaat Sparta een onbehagen over de hegemonie en anderzijds bij Athene de wens om als gelijke erkend te worden. Deze spanning is een van de aanleidingen voor de oorlog.

Ongeveer 50 jaar eerder werd Athene geleid door koningen en tirannen. Tijdens de Peloponnesische oorlog was Athene een democratie van haar vrije inwoners. Maar het merendeel van de bevolking was niet vrij en nam dus niet actief deel aan de democratie. Deze democratie betekende in praktijk vaak imperialisme voor de bondgenoten van Athene. De belangrijke beslissingen werden in Athene genomen tijdens bijeenkomsten van de vrij mensen. Zij namen het besluit en zij wezen een uitvoerder aan. Deze uitvoerder moest verslag uitbrengen aan de vrije mensen. Bij mislukkingen konden de eigendommen van de uitvoerder worden geconfisqueerd en hij en zijn familie droegen de gevolgen waaronder verbanning en/of de doodstraf voor de uitvoerder. Tijdens de oorlog namen de vrije mensen besluiten over het lot van gevangenen en van ingenomen steden. Geregeld werden zeer wrede beslissingen genomen: aan het einde van de oorlog werden enkele veroverde steden van voormalige bondgenoten volledig vernietigd en de inwoners gedeporteerd of gedood nadat deze steden hadden gekozen voor neutraliteit – de oorlogsinspanningen vergden een te grote bijdrage of Athene legde te hoge heffingen op – of waren overlopen naar het ander kamp. Deze besluiten gingen volledig in tegen de wensen van de generaals die de steden hadden veroverd. Wandaden van de democratie verwijderde Athene van andere bondgenoten: vandaag jij – morgen ik.

Athene bezat een oorlogsvloot die oppermachtig was. Athene en haar havenplaats Piraeus waren omgeven met voor de tijd onneembare muren. Hierdoor konden de havenplaats en Athene ongehinderd met elkaar in verbinding staan.

[12]

De rijkdom van Athene werd getoond in de bouwwerken op de Acropolis. Aan het begin van de oorlog bezat Athene een zilver voorraad die voldoende was voor minstens tien jaar oorlogsvoering inclusief voeding voor haar inwoners. Op basis van de rijkdom heeft de oude staatsman Pericles de tactiek voor de eerste periode van deze oorlog uitgewerkt. Met instemming van de vrije mannen in de stad besloot hij dat Athene op het land de strijd zou vermijden: Athene trok zich terug achter haar muren en zij vertrouwde op haar vloot voor oorlogsvoering en voor de veilige toelevering van alle noodzakelijke middelen. Graan werd uit Egypte en het Zwarte Zee gebied aangeleverd. De Spartanen met bondgenoten mochten tijdens de oogsttijd rustig de velden rondom Athene plunderen; dit zou Athene niet schaden. Maar de boeren uit de omgeving die zich tijdens de plunderingen binnen de muren van Athene hadden terug getrokken, moesten handenwringend toekijken hoe hun oogst werd geplunderd of vernietigd. Later volgde een verdere vernedering: olijfbomen – waarmee zij nauw waren verbonden en die ook hun voorouders van oogst hadden voorzien – werden gerooid.

Deze stelselmatige vernederingen zorgden ervoor dat de stadstaat Athene binnen de muren overbevolkt was. Een plaag – die kwam uit Egypte? en leek op mazelen of tyfus? – vaagde een derde van de inwoners van Athene weg. Dit is verhoudingsgewijze een groter aantal doden dan de Spaanse griep die aan het einde van de eerste wereldoorlog meer slachtoffers maakte dan alle slachtvelden samen.

[13]

Er is nog een bijzondere speler: Alcibiades. Hij vervulde achtereenvolgens een leidende rol bij alle drie de hoofdrolspelers. Socrates zou Alcibiades het leven hebben gered tijdens de slag bij Potidaea. Alcibiades was onder meer promotor en een van de drie aanvoerders van Athene bij het avontuur op Sicilië. Toen dat avontuur op een catastrofe uitliep, vluchtte hij naar Sparta waar hij na verloop van tijd een belangrijke adviseur werd en Athene veel schade berokkende. Na onder meer een relatie met de vrouw van een Spartaanse koning moest hij daar vluchten. Hij ging naar Perzië waar hij een adviseur van een satraap werd. Vandaar moest hij weer vluchten en hij ging terug naar Athene voor hulp tijdens zeeslagen. Na een fout van een van zijn medewerkers moest hij Athene weer verlaten. Tussendoor werd hij nog Olympisch kampioen wagenrennen. Na zijn tweede vlucht uit Athene werd hij in Klein Azië in opdracht van een Perzisch satraap en op voorspraak van enkele Atheners vermoord [14].

  [15]

Alle vormen van openbaar bestuur liggen besloten in deze oorlog. Alle verschrikkingen komen hierin voor. Alle motieven voor oorlog zijn aan de orde. Het is een oorlog als geen ander, een oorlog als elkeen.

Het volgende bericht gaat over de roeiregatta bij Athene op weg naar Sicilië, het noodlot aldaar en de gevolgen hiervan.


[1] Vrije vertaling van: Lendon, J.E., Song of Wrath – the Peloponnesian war begins. New York: Basic Books, 2010 p. V

[2] Zie: Lendon, J.E., Song of Wrath – the Peloponnesian war begins. New York: Basic Books, 2010 p. 9

[3] Volgens het Boeddhisme bezit alles de Boeddha natuur. Een leerling vraagt de Zen meester Chao-Chou of een hond – in China een laag wezen – de Boeddha natuur bezit. Chao-chou antwoordt: “Mu”. Dit betekent “nee, leeg, niets”. Chao-Chou heeft ook “ja” gezegd tegen andere leerlingen. Deze koan vraagt een direct en volledig inzicht in deze vraag. Zie ondermeer  Yamada Kôun Roshi, Gateless Gate (Mumonkan) casus 1 en Wick, Gerry Shishin, The Book of Equanimity – Illuminating Classic Zen Koans. Somerville MA: Wisdom Publications, 2005 p. 57 voor een nadere toelichting op deze koan.

[4] In het Sanskriet betekent Krishna “zwart” of “donker”. Deze naam is samengesteld uit “kr” dat maken, doen of handelen betekent en “ish” dat “heersen, God” betekent waarbij de klank overeenkomt met het Duitse woord “Ich”. Krishna betekent ook “Handelen Gods”.

[5] Arjuna is een van de vijf broers die allen met één vrouw Draupadi – de mooiste en invloedrijkste vrouw van haar tijd – in polyandrie samenleven. De vijf broers strijden voor hun rechtmatige deel van het koninkrijk en voor het herstel van de eer van Draupadi en van de wereldorde. De naam Arjuna betekent onder meer “wit, helder”; in de naam is ook “arh” te herkennen dat “waardig, in staat tot” betekent.

[6] Vrije vertaling van Dharmakshetra dat is samengesteld uit Dharma – letterlijk: plaatsen van voortdurende zelf/Zelf, en “kshetra” – letterlijk: veld.

[7] Vrije vertaling van Kurukshetra dat is samengesteld uit Kuru – een vervoeging van “kr” dat maken, doen of handelen betekent, en “kshetra” – letterlijk: veld.

[8] Uit de openingsverzen van de Bhagavad Gita. Zie ook: http://en.wikipedia.org/wiki/Bhagavad_Gita

[9] Bronnen: http://en.wikipedia.org/wiki/Women_in_Ancient_Sparta onder “marriage” en Hughes, Bettany, Helen of Troy – Goddess, Princess, Whore. New York: Alfred A. Knopf, 2005

[10] Kagan, Donald, The Peloponnesian War – Athens and Sparta in savage Conflict 431 -404 BC. London: Harper and Collins Publishers, 2003 p. 152

[11] Waarschijnlijk een afbeelding van Leonidas, een koning van Sparta in de tijd van de Perzische oorlog. Bron afbeelding: http://uk.ask.com/wiki/Spartan_Army