Tagarchief: vee offer

“Wie ben jij – Deel 1” klaar voor download


Het eindconcept voor “Wie ben jij – Deel 1” is gereed voor downloaden.

Hieronder vindt U een bundeling van alle berichten van februari – september 2011 over de hoofdstukken 1, 2 en 3 van de zoektocht naar “Wie ben jij” .

De komende twee delen van “Wie ben jij” zullen de hoofdstukken 5, 7 en 0 van deze zoektocht gaan omvatten.

De volgende verbeteringen moeten nog in dit laatste concept voor Deel 1 worden aangebracht:

  • Lay-out van het voor-, zij-  en achterblad
  • Index aanbrengen
  • Tekst voor de tweede keer redigeren
  • Alle afbeeldingen nogmaals op evt. auteursrecht nalopen
  • Uitgeverij vermelden
  • ISBN nummer aanbrengen

Het eerste bestand “Small” bevat de afbeeldingen in lage resolutie en omvat 7 MB.

2011-09-14-Wie ben jij – Deel 1 -Small

Het tweede bestand “Big” bevat de afbeeldingen in hoge resolutie en omvat 47 MB.

2011-09-14-Wie ben jij – Deel 1 – Big

De bestanden kunnen worden gedownload en opgeslagen opgeslagen op de eigen computer door met de rechtermuisknop op het bestand te klikken en dan het bestand op te slaan onder documenten of downloads.

Het bestand bevat 247 pagina’s: printen voor eigen gebruik en voor educatieve doeleinden is toegestaan.

Dit werk is gelicenseerd onder een Creative Commons Naamsvermelding-NietCommercieel-GelijkDelen 3.0 Unported licentie – zie pagina 245 van het document.

Photos, images, renderings and quotations in the text may be copyrighted by third parties.

Advertenties

Inleiding: Drie – Heilige Geest in het midden – De Duif


In het vorige bericht hebben wij het schilderij het Lam Gods van de gebroeders van Eyck in Gent bezien. Dit schilderij toont het Lam Gods als offergave om de zondelast van de wereld weg te nemen. Jezus Christus, de enige zoon van God de Vader, wordt als Lam Gods weergegeven[1]. Boven het Lam Gods is een duif geschilderd als een stalende zon die de wereld verlicht. Deze duif symboliseert de heilige geest.

Het koor zingt tijdens de mis in B – mineur van Johann Sebastian Bach hoe Jezus Christus door de heilige geest uit Maria is voort gekomen:

”Et incarnatus est de Spiritu Sancto ex Maria virgine et homo factus est”

Later tijdens onze Odyssee zullen jij en ik nog uitgebreid stil staan bij “et incarnatus est”. Tijdens dit bericht gaan wij de duif – de heilige geest – bezien door wie Jezus als zoon van de Vader God uit Maria is ontstaan. Wij bezien hiervoor nog een keer het schilderij het Lam Gods van de gebroeders van Eyck in Gent.

[2]

Volgens de Christelijke theologie zijn God de vader, de zoon en de heilige geest een drie-eenheid [3]. In het schilderij wordt deze drie-eenheid afgebeeld als vader – boven in het midden zittend op een troon als koning-God – met daaronder in een afzonderlijk schilderij de heilige geest als een stralende zon die het licht laat schijnen op de wereld. Uit de heilige geest is voortgekomen het Lam Gods als enige Zoon van de Vader. De heilige geest wordt in dit schilderij afgebeeld als een duif.

[4]

Hoe verhoudt deze goddelijke drie-eenheid zich tot de Joodse God die onzichtbaar aanwezig wordt geacht tussen de toppen van de vleugels van de engelen op de Ark van het Verbond?[5] Zien wij hier verschillende uiterlijke verschijningen van één en dezelfde God – die niet te bevatten is -, maar die verschillende vormen voor de gelovigen aanneemt?

De onzichtbare God die aanwezig wordt geacht tussen de toppen van de vleugels van de duif zoals de Joodse God aanwezig wordt geacht tussen de toppen van de vleugels van de engelen op de Ark van het Verbond?

De zoon van God die als offergave in de vorm van het Lam Gods de zonde van de wereld wegneemt. Is dit een continuering van de offers die lang geleden zijn gebracht als herstelling en bestendiging van vertrouwen binnen de vee-cyclus?[6]

Het Christelijk geloof is via het Romeinse rijk verspreid. Binnen de leefwereld van de Romeinen heeft de vader binnen het gezin een absolute macht over zijn kinderen.[7] De geboorte van een Romein komt pas tot stand doordat de vader na de geboorte van een pasgeborenen een beslissing neemt of en hoe het kind in de samenleving wordt opgenomen. Totdat een kind zelfstandig gaat wonen, heeft de vader een absolute macht over zijn kinderen[8]. In West Europa is de Katholieke kerk de voortzetting van het Romeinse rijk tot op heden. Voor 300 n. Chr. is Jupiter [9] de belangrijke vader God. De kerkgewaden tonen nog altijd enige gelijkenis met de mode van het Laat Westelijk Romeinse rijk [8] en de kerkprovincies volgen in het voormalige rijk nog redelijk de oude Romeinse provincies. Vertoont de vader God gelijkenissen met de machtige positie van de vader over zijn kinderen binnen het Romeinse rijk?

“Het lijkt of binnen de Christelijke theologie het mysterie van de Goddelijk drie-eenheid nodig is om verschillende verschijningsvormen van mysteries uit het verleden te herenigen. Door deze hereniging van de drie-eenheid en het door rituelen (met gebruikelijke offers) onderhouden van deze hereniging wordt het vertrouwen in de wereld binnen het Christelijk geloof in stand gehouden. Door dit vertrouwen en geloof ontstaat voor de gelovigen een uitzicht op een wederopstanding”, zeg jij.

“Jouw uitleg klinkt goed; ik laat het onderzoek naar de juistheid over aan kerk historici [11]. De goddelijke drie-eenheid, de wereld en het gehele universum passen ook volkomen binnen een andere metafoor voor het mysterie van het leven. Binnen Indra’s net passen de drie verschijningsvormen van God uitstekend inclusief de wereld en het gehele universum. Allen zijn binnen deze metafoor glasparels die meer of minder stralen en reflecteren. Door hun onderlinge straling en reflectie vormen zij elkaar en maken het onderlinge net. Binnen deze metafoor is een kerk een gemeenschap die – al dan niet met een gebouw – elkaar door wederzijdse reflectie vanuit een geloof vormen opdat het levenspad wordt doorlopen”, zeg ik.

“Als wij in deze richting verder gaan, dan is de heilige geest de levensweg, het licht, de wind, het water, de lucht en alle stofdeeltjes waar wij uit zijn voortgekomen en waar wij weer naar terugkeren. Het doet mij ook denken aan de opening van de Ishvara upanishad die ongeveer als volgt gaat: “Dat is algeheel. Dit is algeheel. Algeheel komt van algeheel. Neem algeheel af van algeheel en aldus blijft algeheel. Vrede, vrede, vrede.” [10]”, zeg jij.

“Er blijven twee vragen over. Volgens de metafoor van Indra’s net zou geen deeltje verloren mogen gaan. En de tweede vraag komt op omdat ik ergens gelezen heb dat ook de goden zijn gebonden aan de wet van oorzaak en gevolg. Misschien hierover later meer tijdens onze Odyssee”, zeg ik.

Het volgende bericht is een overgang naar de volgende rust plaats “Vijf” en gaat over het “Woord”.


[1] Zie voetnoot 6 bij het bericht “Inleiding: Drie – Object in het midden – Lam Gods” van 3 juni 2011.

[2] Bron afbeelding: http://en.wikipedia.org/wiki/Lamb_of_God

[3] De eerste aanzet tot de Christelijke leerstelling van de drie-eenheid is gegeven tijdens het eerste oecumenische Concilie van Nicea in 325 door de kerkleiders van de grote christelijke centra in  Rome, Alexandrië, Antiochië en Jeruzalem. Dit Concilie wijst het arianisme – waarin de werkwoord-kern “arh” te herkennen is die in het Sanskriet “waardig zijn” of “in staat zijn” betekent – af en verklaart deze zienswijze tot ketterij. Arius, de naamgever van deze christelijke stroming en priester in Alexandrië, heeft verkondigd dat Christus geen goddelijke natuur heeft maar een door God geschapen – weliswaar superieur – mens is en daarom als “Zoon van God” ondergeschikt is aan God de Vader. In antwoord op deze opvatting bepaalt het Concilie van Nicea dat Christus geen halfgod maar God is en in essentie één met de God de Vader. In Nicea wordt de triniteitsleer nog niet volledig uitgewerkt, want over de Heilige Geest, de derde Goddelijke persoon, wordt nog niet gesproken. Dit gebeurt pas tijdens het oecumenisch concilie van Constantinopel in 381 waar de geloofsbelijdenis van Nicea als onveranderlijk wordt vast gesteld met als belangrijkste toevoeging dat de Heilige Geest als derde goddelijke persoon evenveel God was als God de Vader en Christus de Zoon van God. De Heilige Geest, zo zegt de tekst, “voortkomt uit de Vader”. In het Latijn luidend: “qui ex patre procedit”. Bron: http://nl.wikipedia.org/wiki/Geloofsbelijdenis_van_Nicea-Constantinopel

[5] Zie bericht: Inleiding: Drie – Object in het midden – deel 1 van 5 mei 2011.

[6] Zie bericht: Inleiding: Drie – Dubio trancendit van 28 april 2011.

[7] Bron: Histoire de la vie privée. Tome 1: De l’Empire romain à l’an mil.  Red. Ariès, Philippe & Duby, George.

[8] Bron: hoofdstuk 1 van Histoire de la vie privée. Tome 1: De l’Empire romain à l’an mil. 

[9] Het woord Jupiter is samengesteld uit de woorden Deus (of Dieu in het Frans) dat via de werkwoordkern “div” in het Sanskrit “stralen, schijnen vermeerderen” betekent en “ptr” dat vader betekent.

[10] Zie ook: Major B.D. Basu ed., The Upanishads, Volume 1 and 23. New Delhi: Cosmo Publications, 2007

[11] Zie ook: http://nl.wikipedia.org/wiki/Geloofsbelijdenis_van_Nicea-Constantinopel. De Triniteitsleer – met de Heilige Geest als derde Goddelijke persoon – wordt nog niet uitgewerkt in de geloofsbelijdenis zoals vastgesteld tijdens het Concilie van Nicea in 325 n. Chr. Tijdens het concilie van Constantinopel in 381 wordt een aangepaste geloofsbelijdenis vastgesteld, waarin de Heilige Geest als derde goddelijke persoon naast de Vader en de Zoon wordt erkend waarbij de Heilige Geest voortkomt uit de Vader of  “qui ex patre procedit”. De geloofsbelijdenis van Nicea-Constantinopel wordt door alle Christenen aanvaard. In 589 n. Chr. wordt tijdens het Derde Concilie van Toledo in de latijnse tekst “filioque” of “en de zoon” toegevoegd: de Heilige Geest komt volgens de latijnse tekst voort uit de Vader èn de Zoon. Karel de Grote heeft bewerkstelligd dat deze toevoeging door de Duitse kerken in 794 n. Chr.  als enig juiste tekst is aanvaard. Paus Leo III heeft Karel de Grote in 808 n. Chr.  laten weten dat het niet gepast is om aan de geloofsbelijdenis “filioque” toe te voegen. Karel de Grote heeft aan zijn stellingname vastgehouden; hij heeft Paus Leo III niet gevraagd om zijn zoon tot keizer te kronen. Nog steeds wordt in de Rooms-Katholieke geloofsbelijdenis  “filioque” vermeld. De Griekse en Oosters-Orthodoxe Kerken hebben deze toevoeging gezien als een ketterse aantasting van de Triniteitsleer, omdat met de toevoeging wordt gezegd dat de Heilige Geest voortkomt uit de Vader èn de Zoon en dus geen gelijkwaardige God is. In 1054 n. Chr.  Heeft deze toevoeging tot een schisma tussen de Kerk van Rome en de Oosters-Orthodoxe Kerken geleid. Zie ook:  Eliade, Mircea, A History of Religious Ideas, Volume 2. Chicago: The University of Chicago Press, 1982, p. 213 – 216.

Bij het bestuderen van deze ontwikkeling ontstaan de volgende vragen. Waarom hebben Christenen niet  aanvaard dat de Drie-eenheid drie verschijningsvormen zijn van één en hetzelfde waarbij zij elkaar vormen? Waarom zijn de Vader en de Zoon niet voortgekomen uit de Heilige Geest als er behoefte is aan één oorsprong?

Inleiding: Drie – Object in het midden – Lam Gods


In het vorige bericht hebben wij het offer als “object in het midden” bezien. Hiervoor hebben jij en ik gekeken naar de film “Offret” – of “Het Offer” van Andrei Tarkovsky uit 1986. Aan het einde van de film hebben wij gezien hoe de vader alles wat hij bezit en alles wat hem aan dit leven bindt, heeft geofferd aan God. Hij heeft dit offer gebracht om de wereld te redden, opdat alles weer wordt zoals het was voor de oorlogsdreiging en om bevrijd te worden van die dodelijke, ondraaglijke, dierlijke angst. Dit offer van de vader is tegelijkertijd ook een ongewild offer geworden van zijn familie en naasten.

De zoon brengt drie offers. Hij verliest zijn vader doordat zijn vader zich aan zijn woord en aan Gods woord houdt. Hij geeft voortdurend water aan de dode boom en hierdoor brengt hij de boom – de levensboom – weer tot leven. Het derde offer brengt hij door de hele film te zwijgen. Terecht vraagt de zoon aan zijn vader – en aan God – waarom zijn vader zich aan zijn woord moet houden. De zoon heeft voor zijn offers geen woorden nodig; zijn leven, zijn handelen en zijn kennis gaan aan woorden vooraf.

Volkomen terecht vraagt de zoon aan het einde van de film: “In het begin is het woord. Waarom Vader?”

Met deze vraag zijn wij bij de eerste zin uit het Johannes evangelie in het Nieuwe Testament gekomen[1]. Later op onze Odyssee zullen wij proberen antwoorden te krijgen op deze onvermijdbare vraag van de zoon.

In dit bericht gaan wij het offer als “object in het midden” verder bezien. Wij kijken hiervoor naar het schilderij het Lam Gods van de gebroeders van Eyck te Gent. Dit schilderij verbeeldt Jezus in de vorm van het Lam Gods. Het Lam Gods staat beschreven in het eerste hoofdstuk van het Johannes Evangelie in het Nieuwe Testament: “Op de volgende dag ziet Johannes Jezus naar zich toe komen. Johannes zei: “Zie het Lam Gods, dat de zonden van de wereld wegneemt!”” [2]

 [3]

In mij hoor ik het Agnus Dei uit de mis in B – mineur van Johan Sebastian Bach.

Agnus Dei, qui tollis peccata mundi, miserere nobis.

Agnus Dei, qui tollis peccata mundi, miserere nobis.

Agnus Dei, qui tollis peccata mundi, dona nobis pacem”.[4]

“Het lijkt of wij de laatste weken van onze Odyssee delen van de liturgie van een heilige mis uit de Katholieke kerk volgen. Enkele weken geleden zijn wij begonnen met het Kyrie waar waarschijnlijk het woord “kerk” uit is ontstaan[5]. Binnen de kerken zijn wij verder gegaan met het Credo in de vorm van het licht als hoop. De bezinning en de preek zijn gevolgd binnen de twee bezinningsruimte. En nu zijn wij bij de offergave aangekomen bij het kijken naar de film “Offret” en het Agnus Dei[6] als Lam Gods”, zeg ik.

[7]

“Het Credo – of ik geloof – heb ik nooit met overtuiging kunnen zeggen. Het is voor mij niet mogelijk om te geloven in de Christelijke theologie”, zeg jij.

“Jij bent niet alleen en ik voel deze twijfel met jou. Ook Thomas een van de leerlingen van Jezus, kan niet geloven in het offer van het Lam Gods en in de opstanding van Jezus als redding en wederopstanding van alle mensen of gelovigen. Het schilderij van Caravaggio laat dat zien. Deze twijfel van Thomas wordt ook door het voelen van de wond niet helemaal weggenomen. Waarschijnlijk gaan geloof en twijfel bij veel Christenen hand in hand”, zeg ik.

 [8]

“Ik geloof wel dat iedere dag de zon opgaat als wederopstanding en ik geloof in mijn volgende adem teug. Maar in het offer van het Lam Gods als redding van het heelal kan ik niet geloven”, zeg jij.

“Mensen hebben ook getwijfeld aan de opkomst van de zon en aan de volgende adem teug. Hierover zijn veel rituelen bekend voor het vestigen en het bestendigen van dit vertrouwen.  Mensen kennen veel onzekerheden over het verleden, over het heden en over de toekomst. De Christelijke theologie probeert deze onzekerheden (“in dubio” of “in twijfel” in het latijn) door geloof, rituelen – waaronder offergaven – en vertrouwen te overstijgen. Een zeer gelovige Christen zei eens: “Het laatste dat ik wil verliezen, is mijn geloof”. Uit deze zin spreekt volgens mij ook een spoor van twijfel. Een rotsvast geloof gaat niet verloren. Door rituelen proberen mensen vertrouwen en hoop te krijgen en te bestendigen. Het Christelijk geloof zegt: “En die Uw Naam kennen, zullen op U vertrouwen”.[9] Het schilderij het Lam Gods van de gebroeders van Eyck laat dat mooi zien: de Vader, de Zoon als Lam Gods en de Heilige Geest als drie eenheid.”

“De bijbel kent het boek Job dat over een rotsvast geloof gaat [10]. Ik moet ook aan de Japanse dichter Rӯokan denken nadat ’s-nachts alles uit zijn eenvoudige hut is gestolen:

“De dief laat achter,

de veranderende maan

aan het firmament.” [11]

De maan [12] staat voor het rotsvaste geloof van Rӯokan”, zeg jij.

“Het geloof van mensen in het verleden lijkt vaak zekerder, omdat wij een deel van hun verleden als vaststaand beschouwen. Maar misschien heeft het rotsvaste geloof in hun tijd ook onzekerheden gekend. Als wij met hun ogen kijken, zien wij dan een andere wereld, andere onzekerheden, andere verwachtingen, een ander geloof? Ik weet dat niet”, zeg ik.

“Ik ook niet. Zullen wij in het volgende bericht de duif in de vorm van de Heilige Geest verder bekijken?”, zeg jij.


[1] Johannes 1:1 uit het Nieuwe Testament: “In den beginne was het Woord, en het Woord was bij God, en het Woord was God.”

[2] Johannes 1:29 en 1:36 uit het Nieuwe Testament.

[4] Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, ontferm U over ons. Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, ontferm U over ons. Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, geef ons de Vrede.

[5] Het woord kerk is mogelijk afkomstig van het Griekse woord “Kūrios” dat “macht hebbende” of “meester” betekent. Het woord “Kūrios” komen wij in het Kyrie Eleison nog tegen in de liturgie. Bron: Ayto, John, Word Origins, the hidden History of English Words from A to Z. London: A &C Black, 2008. Mogelijk is het woord kerk via het Duitse woord “kirche” afkomstig uit een samenstel van de Indo-Europese woorden “kr” (karoti, kurute) dat in het Sanskrit “maken, doen, verrichten” betekent, en “ish” dat afhankelijk van de “sh” klank òf “offergave” of “heerser”, of “ich – ik” betekent.

[6] “Het Agnus Dei maakt deel uit van de mis in de Katholieke kerk en schijnt voor het eerst geïntroduceerd te zijn tijdens een mis door Paus Sergius I (687-701 n. Chr.). Agnus Dei betekent letterlijk Lam Gods en verwijst naar Christus in zijn rol van de perfecte opoffering die de zonden van de mens verzoent in de christelijke theologie. Het gebed stamt uit de oud joodse tijd van de sacramentele opofferingen. Het Agnus Dei wordt tijdens de mis gezongen terwijl de priester het heilig Brood breekt en de vermenging plaats vindt: de priester laat een deeltje van de hostie in de kelk – gevuld met wijn en water als bloed van Christus – vallen.

Het offer van een lam en het Bloed van het lam zijn in de godsdiensten van het Midden-Oosten een vaker gebruikt beeld. Het verwijst naar de oude Joodse gewoonte om door een zoenoffer het volk te bevrijden van zijn zonden. In de protestantse kerken wordt de aan Openbaring van Johannes ontleende uitdrukking “gewassen in het bloed van het lam” wel gebruikt als aanduiding van de verlossing van de door kerken veronderstelde erfzonde. Op onze Odyssee zijn wij het vee-offer tegengekomen in de Trito mythe en de vee-cyclus.

In de kunst is het Agnus Dei de figuur van een lam dat een kruis draagt, symbool voor Jezus als Lam Gods. Deze voorstelling wordt vaak gebruikt in christelijke kunstwerken, waarvan het Lam Gods van de gebroeders van Eyck te Gent het beroemdste is.

Bron: http://nl.wikipedia.org/wiki/Agnus_Dei

[8] http://nl.wikipedia.org/wiki/Bestand:The_Incredulity_of_Saint_Thomas_by_Caravaggio.jpg

[9] Bron: Psalm 9:10 “God, de beschermer der vromen”.

[10] Ook Job wanhoopt wanneer zijn vrouw en hij de grote tegenslagen direct aan hun lichamen ondervinden. Job roept God ter verantwoording en vraagt aan God waaraan hij deze tegenslagen verdiend heeft, zijn geloof is toch onvoorwaardelijk. In een storm antwoordt God: “Waar was jij toen ik de lucht en de aarde scheidde en het universum schiep!”. Job erkent hierna zijn onkunde, vraagt om onderricht en bekent dat hij nu God in zijn almacht direct heeft gezien. Job doet boete in stof en as. Na een vee-offer verdwijnt de toorn van God en de voorspoed keert voor Job terug.

Wanneer Job alle tegenslagen als onderdeel van zichzelf zou hebben herkent, zou Job dan aan God hebben kunnen antwoorden dat hij bij de scheiding van lucht en aarde aanwezig is geweest? Zou hij hebben durven zeggen dat zijn verschijningsvorm zich bij de scheiding van lucht en aarde heeft aangepast aan de omstandigheden? Dat hij altijd één is gebleven tijdens en na de scheiding van lucht en aarde en tijdens en na de craquelé die gevolgd is?

[11] Bron: Stevens, John, Three Zen Masters, Ikkyū, Hakuin, Rӯokan. Tokyo: Kodansha International, 1993. Pagina 131.

[12] Rӯokan is een Japanse Zen Boeddhist. Zen Boeddhisme is in China ontstaan uit een samengaan van het Taoïsme en het Boeddhisme. Het Taoïsme kent Tao als kernbegrip dat letterlijk “weg of levensloop” betekent, maar het woord komt waarschijnlijk voort uit het woord “Maan”. Bron: Porter, Bill, Road to Heaven – Encounters with Chinese Hermits. Berkeley: Counterpoint, 1993 Pagina: 35.

Inleiding: Drie – Object in het midden – deel 1


Op onze vorige aanlegplaats “Twee” zijn eerst de lucht en de aarde gescheiden, waarna alles uiteen is gevallen in ontelbaar veel kleine delen. Daarna is een eerste ordening ontstaan, waarbij door zin geven en zin nemen een eerste creatief proces op gang is gekomen.

Mensen geven duiding aan hun leefomgeving, opdat zij hun overlevingskansen kunnen vergroten door grip te krijgen op tastbare zaken en omstandigheden. Daarnaast heeft deze duiding vormen aangenomen van verhalen en mythen waardoor kennis en vaardigheden uit andere tijden en omstandigheden binnen de leefwereld van mensen verankerd blijft. Religie en rituelen brengen het onkenbare en ongrijpbare binnen de reikwijdte van mensen; door het verrichten van herkenbare handelingen proberen wij het onkenbare en ongrijpbare binnen onze leefwereld te duiden.

De Trito mythe en de vee-cyclus hebben jij en ik gezien om het ontstaan van de wereld voor mensen in Proto-Indo-Europese wereld te verklaren. De vee-cyclus geeft met een ritueel de basis voor vertrouwen tussen goden, priesters, mensen en categorieën mensen. In het vorige bericht hebben jij en ik de rol van “personen in het midden” – of priesters en koningen – gezien die als bruggenbouwer optreden tussen de wereld van de mensen en de wereld van de goden (of de volkomen eenheid). Nu gaan jij en ik een inkijk nemen in de “objecten in het midden” die de goden (of de volkomen eenheid) in de mensenwereld vertegenwoordigen.

Vee is in de wereld van onze voorouders een metafoor voor onderling vertrouwen. In onze samenleving heeft geld de rol van vee overgenomen. Ook in vroegere samenlevingen hebben objecten de plaats van levende wezens ingenomen om als metafoor voor onderling vertrouwen te dienen. Speciale schelpen, sieraden en kostbare gebruiksvoorwerpen zijn daar voorbeelden van.

Een aantal objecten zijn uitgestegen boven de rol van metafoor voor onderling vertrouwen. Deze objecten zijn van metafoor veranderd in de tastbare werkelijkheid van het object zelf. Het vaandel[1] van een Romeins legioen was de entiteit van het volledige legioen. Als het vaandel verloren gaat, dan vergaat het legioen ook ten onder. De drie legioenen die onder leiding van Varus met hun vaandels verloren zijn gegaan in het Teutoburgerwoud, zijn nooit vervangen[2].

[3]

Afbeeldingen van goden zijn door mensen als echte Goden aanbeden. In het Oude Testament heeft Mozes er alles aan gedaan om Jahweh – zonder afbeelding – als enige God bij het Joodse volk erkend te krijgen. Nadat hij van Jahweh de tafels met de tien geboden heeft ontvangen – waaronder de eerste twee geboden: “Ik ben de eeuwige uw God en Gij zult geen andere goden voor mijn aangezicht hebben” – en weer bij zijn volk terug komt, ziet hij dat zij een gouden kalf aanbidden. Het Joodse volk is Jahweh volkomen vergeten en ziet het gouden kalf als “object in het midden” dat de plaats van god heeft ingenomen.

[4]

Woedend gooit Mozes de tafels met de tien geboden in stukken. Hierna moet hij weer de berg op om nieuwe tafels van het verbond van Jahweh te ontvangen. Deze nieuwe tafels met de tien geboden worden in de ark van het verbond mee gedragen en later in de heilige ruimte van de tempel in Jeruzalem bewaard. Sinds die tijd wordt Jahweh aanwezig geacht boven de ark in de leegte tussen de toppen van de vleugels van de twee engelen[5].

 [6]

Tijdens het bestaan van de ark wordt Jahweh geacht aanwezig tussen de vleugels van de twee engelen. De ark van het verbond is waarschijnlijk verloren gegaan bij een van de verwoestingen van de tempel in Jeruzalem. Is de beeltenis van Jahweh hiermee ook vervlogen, opdat Jahweh nu alom tegenwoordig is?


[1]Zie ook: Goldsworthy, Adrian, In the Name of Rome – The Men who won the Roman Empire. London: Phoenix, 2004

[2] Zie ook: Wells, Peter S. The Battle that stopped Rome. New York: W. W. Norton & Company, 2004

[5] Bron: Oude Testament; boeken Exodus 25:22 en Numeri 7:89

Inleiding: Drie – Persoon in het midden


Tijdens onze derde rustplaats op onze Odyssee hebben jij en ik eerst de Trito mythe en de vee-cyclus ontmoet. Deze mythen – voorzien van rituelen – zijn een eerste vorm van herstel van vertrouwen tussen de goden, priesters, mensen en categorieën mensen onderling. Vee is hier een metafoor voor onderling vertrouwen; een rol die geld in onze samenleving heeft overgenomen.

Na de eerste allesomvattende scheiding tussen aarde en lucht is alles in ontelbaar veel delen uiteengevallen. Hierna is een eerste ordening ontstaan, waarna er een begin is gemaakt met een creatief proces door een eerste duiding geven en een eerste zin te ontlenen aan de eerste ordening.

Jij en ik blijven gescheiden van het volkomen al en een, dat waarschijnlijk verdwenen is bij de scheiding van aarde en lucht. Of is het volkomen al en een op de achtergrond nog steeds aanwezig? Wij weten het niet, maar wij gaan dit op onze Odyssee onderzoeken.

Bij de Trito mythe over het ontstaan van de wereld hebben jij en ik al kennis gemaakt met de goden: Manu schept met hulp van de goden uit de delen van Twin de wereld. In deze mythe zijn de Goden voor Manu noodzakelijk om de wereld te scheppen. Wie zijn deze goden? Jij en ik weten het niet. Zijn er meer goden of is er slechts een god? Wij weten het niet; elke samenleving heeft hier verschillende antwoorden op gegeven. Is er een wereld mogelijk zonder goden? Wij weten het niet. Zijn de goden onderdeel van het volkomen al en een? Wij weten het niet. Maar jij en ik gaan het later op onze Odyssee onderzoeken. Laten wij voorlopig aanvaarden dat de goden aanwezig zijn. Voorlopig zijn zij noodzakelijk om de wereld te scheppen en te onderhouden.

Na het ontstaan van de wereld geven de luchtgoden vee aan Trito. Na hulp van de stormgoden bij zijn avonturen met de driekoppige slang, offert hij vee aan de luchtgoden om het wederzijdse vertrouwen te herstellen en te bestendigen.

[1]

Tijdens de vee-cyclus offeren priesters vee aan de goden om het vertrouwen tussen goden, priesters, mensen en categorieën mensen onderling te herstellen en te bestendigen.

Volgens deze eerste mythen zien jij en ik dat in de Proto-Indo-Europese wereld de goden noodzakelijk zijn om de wereld te laten ontstaan en te onderhouden. Het vertrouwen en de hulp van de goden is voor deze mensen van levensbelang. Hoe de mensen in deze de Proto-Indo-Europese wereld in het dagelijks leven tegen de goden aankijken, weten wij niet. Wel zijn er in deze samenleving al spoedig mensen opgestaan die de verbindingen tussen de leefwereld van de mensen en de goden tot stand brengen en in stand houden.

De voorlopers van de mensen die niet meer in staat zijn te leven zonder een verbinding tussen mensen en goden, zijn wij in de beide mythen al tegen gekomen.

De priesters [6] krijgen een rol om door rituelen en rookoffers de verbinding tussen de luchtgoden, de wereld en de mensen te vestigen en te onderhouden. Deze verbinding is van het allergrootste belang om het ritme van het leven en de voortgang van het leven in stand te houden. Ook geeft deze verbinding die in stand wordt gehouden door de priesters, in de voor-wetenschappelijke tijd een eerste antwoord op de vragen waar de mensheid vandaan komt, waartoe zij op de aarde zijn en welke toekomst hen wacht. In de katholieke kerk verwerft de paus een rol van pontifex maximus – of de grote bruggenbouwer – tussen hemel en aarde. In deze kerk is de paus – als eerste onder zijn gelijken – de “persoon in het midden” die de verbinding tussen hemel en aarde en/of tussen God en de mensheid te onderhoudt.

[2]

De krijgers – en na verloop van tijd hun voormannen in de vorm van keizer, koning of generaal – verkrijgen de rol om door veroveringen en krijgshandelingen (met bijbehorende rituelen en gebruiken) de ordening in de samenleving te vestigen en te bestendigen. Later als vertegenwoordiger van de goden reguleren zij de gang van zaken in de samenleving op aarde. Voor de aardse zaken gaan zij steeds nadrukkelijker als vertegenwoordiger van de goden optreden. In deze vorm zijn zij een “persoon in het midden” geworden tussen het volkomen al en een aan de ene kant en de samenleving en de mens aan de andere kant. Zonder deze persoon in het midden houdt volgens deze denkwijze de samenleving op te bestaan: Romeinse legioensoldaten vervallen in wanhoop – hun volledige bestaan op aarde valt weg – als een generaal van een legioen dreigt het legioen aan zijn lot over te laten [3].

[4]

De ordening tussen priesters en krijgers – of tussen kerk en staat – is meestal aan spanningen onderhevig. De hiërarchie tussen beide rollen heeft geregeld gewisseld. Soms is er een balans opgetreden doordat de paus de keizer kroont opdat de profane rol van de keizer door een ritueel van de pontifex maximus een sacrale erkenning verwerft, waarbij tegelijkertijd de rol van de paus – als bruggenbouwer tussen hemel en aarde – wordt bestendigd.

[5]

Het volgende bericht gaat over “het object in het midden”.


[1] Bron afbeelding: POVRAY – Clouds JvL

[2] Paus Gregorius I

[3] Zie ook: Goldsworthy, Adrian, In the Name of Rome (2003)

[4] Karel de Grote

[5] Kroning tot keizer van Karel de Grote door paus Leo III

[6] In het Sanskriet betekent √pṛ: “in staat zijn, te voorschijn brengen”; Ish: “heersen, god”; en √tṛ: “oversteken”

Inleiding: Twee – Tweelingen en tegenstellingen


“Het vorige bericht gaat over een eerste ordening die is ontstaan nadat alles uiteen is gevallen in oneindig veel deeltjes. Uw verteller heeft u een begin van hiërarchie en een aanzet tot ethiek getoond. Ook heeft u een inkijkje gekregen in hemel en hel. In dit bericht gaan wij verder met tweelingen en tegenstellingen.

Tweelingen zijn erg belangrijk voor mensen. In mythes en in oude verhalen staan tweelingen vaak aan het begin van belangrijke ontwikkelingen. Maar rond deze tweelingen is er meestal onzekerheid en onbestendigheid. Er moet een keuze plaatsvinden. Helaas komt de beslissing in de mythes gewelddadig tot stand. Een van de tweeling kinderen moet vertrekken of wordt vermoord.

U kent waarschijnlijk de tweeling Romulus en Remus, die door een wolf is groot gebracht. Romulus doodt Remus tijdens een ruzie over de heerschappij van de nieuwe stad. Na deze moord kon Romulus de verdere stichting van de stad Rome ter hand nemen[1].

[2]

In Genesis – het eerste boek van het Oude Testament – zijn Kaïn en Abel de twee eerste kinderen van Adam en Eva. De beschrijving geeft aanwijzingen dat zij een tweeling zijn. Kaïn was landbouwer en Abel was schaapherder. Beiden brachten offers aan God, maar God accepteerde alleen de rook van het vee-offer[3] [4] van Abel.

 [6]

Omdat God de offergave van de oogst niet aanvaardde, doodde Kaïn zij broer Abel[5].

Mensen zijn erg gevoelig voor tegenstellingen; in een hang naar zekerheid moet de tegenstelling zo snel mogelijk verdwijnen – vaak ten koste van een groot verlies. Als oplossing van het dilemma wordt er dan gekozen voor een kant van de tegenstellingen. Uw verteller toonde u al het droeve lot van Remus en Abel: om de tegenstelling binnen de tweeling op te heffen, moet een kind van de tweeling verdwijnen.

Bij het ontstaan van een tegenstelling willen mensen zo snel mogelijk duidelijkheid hebben. Veel wordt opzij gezet om duidelijkheid te krijgen tussen ja of nee, goed of fout, waar of onwaar, gelovig of ongelovig, recht of onrecht. Deze keuze wordt gemaakt door een onmiddellijke opoffering of vernietiging van één van de twee polen. Deze keuze is zo belangrijk voor mensen dat hiervoor zelfs broedermoord wordt gepleegd; er wordt voor gedood, oorlog gevoerd, en er worden volkeren en anders denkenden voor uitgemoord.

Waarom moeten tegenstellingen meteen worden opgeheven? Waarom mogen zij niet blijven bestaan? Heeft de mensheid een sterke hang naar eenheid of is het noodzakelijk om onrust en onvrede zo snel mogelijk te beëindigen ten koste van een grote opoffering? Of misschien allebei? Is het opheffen van de onrust en onvrede het begaan van grote misdrijven waard? Op hun Odyssee komen de hoofdpersonen veel van deze dilemma’s tegen.

Uw verteller ziet in de verte de beide hoofdpersonen weer verschijnen. Zij zijn geen tweeling en ik hoop dat zij tijdens hun Odyssee hun verschil van mening niet oplossen door geweld en doodslag. We zullen zien.

Uw verteller laat het verslag weer over aan beide hoofdpersonen. In een volgend bericht zullen zij hun belevenissen vertellen over een nachtwake aan het begin van de lente als voorbereiding op de volgende aanlegplaats op hun Odyssee”.


[3] Zie ook: Mallory, J.P., In Search of the Indo-Europeans, p. 138

[4] Zie ook: Inleiding – Rituelen 2 (27 maart 2011)

[5] Zie ook: Genesis 4 uit het Oude Testament