Tagarchief: verzuiling

Beeldenstorm en het woord


Voor de toeristenstroom zijn Carla, Man en Narrator in het Begijnhof in Amsterdam en zij bekijken het Heilig Hartbeeld in het midden van het gazon.
Begijnhof Amsterdam[1]
Begijnhof - Heilighartbeeld[2]
“Dit Begijnhof is enige hofje – gesticht voor 1346 n. Chr. in de Middeleeuwen – dat in de Amsterdam binnen de Singel aanwezig is. Van oorsprong was het Begijnhof helemaal met water omgeven door de Nieuwezijds Voorburgwal, het Spui en de Begijnensloot; de enige toegang was een brug over de Begijnensloot bij de Begijnensteeg. Het Begijnhof was geen oudedagsvoorziening gesticht door particulieren; het was een soort vrouwenklooster – met patroonheilige St. Ursula – waar Begijnen met meer vrijheid woonden. Zij hadden wel een gelofte van kuisheid aflegden en zijn voelden zich verplicht tot dagelijks bezoek van de Heilige Mis en het vervullen van bidmomenten op de dag, maar zij mochten op elk moment het hof verlaten om te trouwen.

Na de Alteratie in 1578 n. Chr. – waarbij het Katholieke bestuur in Amsterdam werd vervangen door een Calvinistisch bestuur – was het Begijnhof de enige Rooms Katholieke instelling die mocht blijven bestaan, omdat de huizen privé-eigendom van de Begijnen waren. De kapel werd echter gesloten om in 1607 n. Chr. te worden toegewezen aan de Engelse Presbyteriaanse gemeente in Amsterdam. Sinds die tijd wordt de deze kapel aangeduid met de Engelse kerk [3].

In september 1898 kreeg Piet Mondriaan – een beeldenstormer in de moderne kunst – opdracht tot vervaardiging van vier houten reliëfpanelen voor de preekstoel in de Engelse Kerk [4]. Het is interessant om de ontwikkeling van het werk van Piet Mondriaan te zien; te beginnen bij deze panelen van de preekstoel, via het schilderij van de boom in grijs/blauw, naar abstracte schilderijen met gekleurde vlakken, om net als Gerrit Rietveld de afbeelding te bepalen met wit, misschien omdat hij ook een van de weinigen was die afbeeldingen wilde scheppen door onvervormd licht. Na zijn beeldenstorm heeft Piet Mondriaan zich aan de strenge regel gehouden om abstracte schilderijen volgens het neoplasticisme [5] te maken met uitsluitend horizontale en verticale lijnen voor de vlakverdeling; lijnen die omsluiten en lijnen die buitensluiten, hoewel in de laatste afbeelding met twee lijnen is er geen sprake meer van omsluiting en buitensluiting. Nooit heeft Piet Mondriaan diagonale lijnen gebruikt, zoals Theo van Doesburg [6] wel deed.
Preekstoel - Engelse Kerk - Mondriaan[7]
Boom Mondriaan[8]

Schilderij vlakken Mondriaan[9]
Schilderij Grijs Wit Mondriaan[10]
Via deze hedendaagse beeldenstorm binnen de Stijl-beweging lijkt het mij goed dat jij verder gaat met een beeldenstorm van ruim 2500 jaren geleden”, zeg Narrator.

Carla, Man en Narrator gaan tegen het muurtje rond het grasveld in het Begijnhof zitten.

“Bedankt voor deze boeiende introductie van het Begijnhof en zijn geschiedenis.
Voordat ik met de beeldenstorm van 2500 jaren geleden uit de Joodse geschiedenis begin, zou ik de inspanning van Mozes in herinnering willen brengen om de Ene – Jahweh – als enige God zonder afbeelding bij het Joodse volk erkend te krijgen. Nadat Mozes van de Ene de tien geboden (met de vinger van Jahweh geschreven) had ontvangen – waaronder de eerste twee geboden: “Ik ben de eeuwige God en Gij zult geen andere goden voor mijn aangezicht hebben” – en weer bij zijn volk terugkwam, zag hij het uitverkoren volk in aanbidding van een gouden kalf: het uitverkoren volk was Jahweh volkomen vergeten. Woedend gooide Mozes de tafels met de tien geboden in stukken. Hierna mocht hij weer de berg opgaan om nieuwe tafels van het verbond van de Ene te ontvangen. Deze tafels werden in de ark van het verbond meegedragen; waarschijnlijk was deze ark bij de verwoesting van de eerste tempel in Jeruzalem vernietigd [11]. Sinds die tijd worden de tafels van het verbond met de eerste boeken uit de Tenach [12] als Thora [13] door een Joodse gemeenschap op een rol – gemaakt van perkament van de huid van een koosjer dier – meegenomen naar waar men gaat. De tekst van de Thora wordt met de hand op het perkament overschreven. Door deze rollen is het verbond met de Ene niet meer fysiek gebonden aan de originele tafels in een ark van het verbond.

Thorarollen[14]

Rond 600 v. Chr. was de eerste tempel in Jeruzalem – gebouwd omstreeks 1000 v. Chr. onder het bewind van koning Salomo – vernietigd en een groot deel van het uitverkoren volk was in drie groepen tussen 597 en 582 v. Chr. weggevoerd naar Babylon. Een klein deel van het volk was achtergebleven en zij leefden als herders tussen de ruïnes van Jeruzalem [15]. Een generatie later mocht het deel van het uitverkoren volk in Babylon weer terugkeren naar Jeruzalem en een deel van hen keerde terug. Met de achterblijvers wordt een nauwe relatie onderhouden die bijna twee duizend jaren later nog steeds intact is, want nadat het uitverkoren volk is verspreid over de aarde worden de afstammelingen van deze achterblijvers vanuit het Middeleeuwse Cordoba nog steeds geraadpleegd over de interpretatie van religieuze zaken. Na de terugkeer van de bannelingen werd begonnen met de herbouw van de bescheiden nieuwe – tweede – Tempel in Jeruzalem; deze tweede Tempel was gereed in 515 v. Chr. In die tijd was er een grote mate van geletterdheid onder het uitverkoren volk in Palestina; dit blijkt uit briefwisselingen tussen Joodse soldaten met hun officieren uit die tijd [16].

In 445 v. Chr. is Jeruzalem met de tweede nieuwe Tempel nog steeds een stad met half verwoeste muren waar de mensen tussen het onkruid rond de puinhopen leefden. In dat jaar besluit Nehemia – plaatsvervangend gouverneur van de Perzische koning – de muren rond Jeruzalem te herbouwen; muren die omsluiten, muren die buitensluiten. Tijdens de bouw lagen de wapens steeds klaar om onverwachtse aanvallen van tegenstanders af te slaan; de troffel in de ene hand, het zwaard in de andere hand.

Nadat de muren gereed waren, verzamelden een maand later – in de zevende maand van het jaar – alle uitverkorenen in Jeruzalem zich bij de gerestaureerde waterpoort. De uitverkorenen vroegen Ezra – de Hogepriester en Schriftgeleerde – de Thora met de wet van Mozes te halen. Voor de verzamelde menigte in Jeruzalem opende Ezra de Thora en iedereen stond op. De moedertaal van veel van de aanwezigen was Aramees; tijdens het voorlezen van de Hebreeuwse tekst van de wet van Mozes, verschaften de Levieten [17] – de stam van mijn voorouders [18] – uitleg zodat het volk de tekst begreep. De volgende dag kwamen Ezra, de Levieten en de Oudsten samen om de Wet te bestuderen. Zij lazen dat in de zevende maand van het jaar het uitverkoren volk in Loofhutten diende te wonen. Hierna haalde de uitverkorenen loof uit de omgeving om er hutten van te bouwen [19]. Een maand later gingen de uitverkorenen een nieuw verbond aan met de Ene; een verbond dat verbindt, een verbond dat buitensluit. Hiermee beloofden de uitverkorenen deze wetten op gezette tijden te lezen en te onderhouden waaronder bijvoorbeeld het gebod om geen huwelijken sluiten met buitenstaanders.

Deze roep van het uitverkoren volk om de wetten te lezen was een revolutie in het oude Nabije Oosten waar gewoonlijk het volk door machtsdragers werd opgeroepen om de macht, de heilige grootsheid en de woorden van de lokale koning aan te horen en de koning en zijn beeltenissen te eren.

De verering van het uitverkoren volk draaide om boekrollen met woorden; het was een verering zonder koning en het was een verbond binnen de voltallige gemeenschap van uitverkorenen met de Ene. Door deze openbare voorlezing werd de oude gewoonte van luid reciteren van de Thora op vaste tijden weer hersteld en deze gewoonte wordt vandaag nog steeds verricht door het uitverkoren volk [20].

Deze beeldenstorm van meer dan 2500 jaar geleden vertoont grote overeenkomsten met de beeldenstorm van 1566 n. Chr. tijdens de Reformatie in het Westelijk deel van Nederland. In 1566 n. Chr. vond op Walcheren bij de duinen van Dishoek de eerste hagenpreek [21] in de openlucht plaats. Vanaf dat moment en de volgende jaren werden in de Westelijke Nederlanden veel hagenpreken door Protestanten gehouden, omdat openlijke geloofsuitoefening buiten de Katholieke kerk verboden was. Mede door deze hagenpreken en door het zelf lezen van de bijbel – het Heilige boek door de Ene aan zijn uitverkorenen gegeven – ontstond een onderlinge band tussen geloofsgenoten. Zij zullen dit als een verering zonder koning en als een verbond binnen de voltallige gemeenschap van uitverkorenen met de Ene hebben ervaren waarbij zij uiteraard de hoofdstukken over het hernieuwde verbond tussen de Ene met zijn uitverkoren volk in het boek Nehemia hebben gelezen. En nog steeds wordt in Gereformeerde gezinnen bij iedere maaltijd een volgende passage uit de bijbel voorgelezen; dit gebruik is voortgekomen uit de Reformatie in het Westelijk deel van Nederland, maar het is ook een uitvloeisel van het hernieuwde verbond dat het uitverkoren volk meer dan 2500 jaar geleden sloot met de Ene”, zegt Man.

“Met deze uitleg van de beeldenstorm uit de Joodse geschiedenis in relatie tot de beeldenstorm in de Gouden Eeuw van Holland, vervul jij opnieuw de rol van de Levieten; de rol die jouw voorouders 2500 jaren geleden hadden vervuld. Uiteraard was dit verbond in die tijd een revolutie voor zover het een verbintenis met de Ene betrof, maar ik heb mijn aarzelingen bij de muren die omsluiten, de muren die buitensluiten. Een revolutie die uitverkorenen wenst te scheiden van buitenstaanders en/of andersdenkenden is van alle tijden. Veel revolutionairen worden volgens Bakoenin [22] na een korte tijd erger dan de voormalige heerser. Hoe is het deze revolutie van 2500 jaren geleden door middel van een vernieuwd verbond met de Ene verder verlopen?”, vraagt Carla.

“Het bloed kruipt waar het niet gaan kan. Dat geldt voor mijn rol als Leviet [23]; dat geldt zeker voor de verdere invulling en het vervolg van de vernieuwing van het verbond met de Ene. Nog geen maand later werd een oorkonde van deze verbintenis opgesteld met daarin een groot aantal bepalingen waaronder het vastleggen van de namen van de uitverkorenen, het huwen binnen eigen kring en het uitsluiten van bevolkingsgroepen in de nabijheid [24]. In het Westelijk deel van Nederland heeft de Reformatie een soortgelijke weg gevolgd. In Londen zijn in 1550 n. Chr. de eerste kerkdiensten van Gereformeerden gehouden; in Emden in Noord Duitsland is een eerste Synode gehouden; vervolgens zijn in Dordrecht tijdens de Tachtigjarige Oorlog twee Synoden in 1574 en 1578 n. Chr. geweest – waarbij de oorlog verhinderde dat sommige sleutelpersonen aanwezig konden zijn – en in Middelburg in 1581 en in ’s-Gravenhage in 1586 n. Chr. zijn nog twee synoden gevolgd. Deze Synoden zijn gehouden om onderlinge overeenstemming binnen de Gereformeerde kerken te verkrijgen, maar ook om vreemde elementen te weren; ook hier muren die omsluiten en muren die buitensluiten. Tijdens de verzuiling na de tijd van Napoleon trouwden geloofsgroepen in eigen kring en leefden in eigen kring. Tijdens de schoolstrijd in de 19e eeuw is er hard gestreden voor vrijheid van onderwijs binnen de eigen zuilen met een gelijke financiële basisbijdrage door de overheid; deze vrijheid van onderwijs – en gelijkstelling in financiële overheidsbijdrage van bijzonder onderwijs met openbaar onderwijs – is vastgelegd in de Grondwet van Nederland [25].

Door mijn levensloop heb ik mij nooit thuis kunnen voelen bij religieuze muren die omsluiten en buitensluiten; ik heb altijd de verbintenis gezocht en gevonden – met hoop en vertrouwen [26] – bij de vele vormen van religie”, zegt Man.

“Niet bewust, maar op mijn gevoel heb ik jullie gevraagd mee te gaan naar dit Begijnhof voor een vorm van verbintenis binnen de scheiding in de geschiedenis tussen Katholieke Begijnen en de Engelse Presbyteriaanse gemeente binnen de Protestantse omgeving van Amsterdam”, zegt Narrator.

“Zullen wij beide kerken bezoeken?”, zegt Man.

“Dat is goed”, zeggen Carla en Narrator.

________________________________________

[1] Bron afbeelding: http://nl.wikipedia.org/wiki/Begijnhof_(Amsterdam)
[2] Heilighartbeeld gemaakt door Johannes Petrus Maas in 1920 binnen het Begijnhof in Amsterdam. Met de verzuiling in Nederland aan het einde van de 19e en het begin van de 20e eeuw werden deze afbeeldingen in eigen kring weer toegestaan. Bron afbeelding: http://nl.wikipedia.org/wiki/Heilig_Hartbeeld_(Amsterdam)
[3] Zie ook: http://nl.wikipedia.org/wiki/Engelse_Hervormde_Kerk_(Amsterdam)
[4] Bronnen voor de beschrijving van het Begijnhof in Amsterdam: http://nl.wikipedia.org/wiki/Begijnhof_(Amsterdam) en http://en.wikipedia.org/wiki/Begijnhof,_Amsterdam
[5] Zie ook: http://nl.wikipedia.org/wiki/Nieuwe_Beelding
[6] Zie ook: http://nl.wikipedia.org/wiki/Theo_van_Doesburg
[7] Bron afbeelding: http://nl.wikipedia.org/wiki/Engelse_Hervormde_Kerk_(Amsterdam)
[8] Bron afbeelding: http://en.wikipedia.org/wiki/Piet_Mondrian
[9] Bron afbeelding: http://en.wikipedia.org/wiki/Piet_Mondrian
[10] Bron afbeelding: http://www.dekunsten.net/01+.html
[11] Zie ook: Origo, Jan van, Wie ben jij – Een verkenning van ons bestaan, Deel 1. Amsterdam: Omnia – Amsterdam Uitgeverij, 2012, p. 104 – 106 en http://nl.wikipedia.org/wiki/Ark_van_het_Verbond
[12] De bijbel in het Jodendom. Zie ook: http://nl.wikipedia.org/wiki/Tenach
[13] Zie ook: http://nl.wikipedia.org/wiki/Thora
[14] Bron afbeelding: http://nl.wikipedia.org/wiki/Thora
[15] Potok, Chaim, Omzwervingen, ‘s-Gravenhage: BZZTôH 1999, p. 175 – 182
[16] Bron: Schama, Simon, De geschiedenis van de Joden – Deel 1: De woorden vinden 1000 v.C. – 1492. Amsterdam: Uitgeverij Atlas Contact, 2013, p. 81, 82
[17] Zie: http://nl.wikipedia.org/wiki/Levieten
[18] De geboortenaam van Man Leben is Levi Hermann. Zie: Drift, Carla, Man Leben – Een leven. Amsterdam: Omnia – Amsterdam Uitgeverij, 2012, p. 127 – 129
[19] Zie: Nehemia 7,72-8,18 uit de Tenach of uit het Oude Testament
[20] Bron: Schama, Simon, De geschiedenis van de Joden – Deel 1: De woorden vinden 1000 v.C. – 1492. Amsterdam: Uitgeverij Atlas Contact, 2013, p. 59, 60
[21] Zie ook: http://nl.wikipedia.org/wiki/Hagenpreek
[22] Zie ook: http://nl.wikipedia.org/wiki/Michail_Bakoenin
[23] Zie ook: Drift, Carla, Man Leben – Een leven. Amsterdam: Omnia – Amsterdam Uitgeverij, 2012, p. 127 – 128
[24] Zie: Nehemia 9 – 13 uit de Tenach of uit het Oude Testament
[25] Zie ook: http://nl.wikipedia.org/wiki/Schoolstrijd_(Nederland)
[26] Slotwoorden in de film “Offret – The Sacrifice” van Andrei Tarkovsky

Carla Drift – Studie menswetenschappen 2


In het verlengde van psychologie en geschiedenis bestudeerde ik ook de geschiedenis van het recht en de gebrekkige rol van taal op het gebied van emoties, cultuur en karakter.

De geschiedenis van het recht bestudeerde ik om meer inzicht te krijgen in de ordening van de samenleving en de verhoudingen tussen individuen onderling. Heel lang geleden was alles privé en groepsrecht. Bij vogels heeft de bewoner van een territorium net even meer te zeggen dan een indringer – meestal druipt de indringer af tenzij de bewoner niet oplet of niet in staat is zijn territorium te verdedigen. De bewoner heeft het territorium nodig om over voldoende voedsel te kunnen beschikken voor de jongen.

[1]

Bij mensen speelt een soortgelijk mechanisme een rol bij de wijze waarop mensen of groepen recht laten gelden op een gebied. Daarnaast hebben mensen gewoonterecht ontwikkeld en gastvrijheid voor bezoekers. Deze gastvrijheid is soms vastgelegd in gastrecht [2] – vaak vinden hierbij ruilprocessen plaats met “objecten in het midden” om vertrouwen te bewerkstelligen en bestendigen tussen bewoners en bezoekers.

[3]

Heersers hebben al vroeg door middel van recht willen aantonen wie het voor het zeggen had – de baas [4]  was – in een bepaald gebied. Een van de oudste wetboeken is de codex van Hamurabi [5]. Met de verspreiding van deze Codex in spijkerschrift op zuilen binnen zijn rijk, toonde Hamurabi aan wie zeggenschap had over de gebruiken en de orde binnen zijn heerschap. Deze codex van Hamurabi kende een lange lijst met straffen op overtredingen – de meeste straffen hadden kenmerken van “oog om oog, tand om tand”. Bijna alle straffen waren af te kopen met een “object in het midden” om het vertrouwen weer te herstellen – de straf op het per ongeluk ernstig verwonden van de buurman bij werkzaamheden kon worden afgekocht met overdracht van vee om het onderlinge vertrouwen te herstellen.

 
[6]

Naast het recht tussen mensen onderling, was er ook recht dat was gericht op het algemeen belang. Een deel van dit publieke recht was vastgelegd in verdragen tussen vorsten en heersers onderling. Het verschil tussen deze vorsten en heersers en de hedendaagse warlords is in vele gevallen slechts gradueel. In de mate van wreedheid en machtswellust wordt het verschil getoond; heel soms zijn de heersers en vorsten wijs en gematigd. Deze verdragen begonnen meestal met een overweging dat er vroeger ook al een verbintenis was tussen de ouders of voorouders van de heersers met een bepaalde ordening; na de overweging volgde de verbintenis die verder bouwde op vroegere ordening en tot slot werden strafbepalingen opgenomen voor het niet nakomen van het verdrag. Deze straffen varieerden van oorlogsverklaringen tot volledig uitroeien van bevolkingen.

Een andere vorm van publiekrecht was oorlogsrecht waarin de gebruiken van oorlog en belegeringen waren bepaald. Enkele voorbeelden hiervan. Een stad kon belegering en plundering meestal voorkomen door het overhandigen van een buit tot het moment was aangebroken waarop de stad volledig was omslingeld; daarna was alleen een volledige overgave mogelijk. De plundering van de stad na de overgave of inname duurde een vastgestelde tijd van meestal een paar dagen. Na die tijd werd de buit verdeeld onder de veroveraars; de inwoners van de stad waren na verovering meestal een periode rechteloos – soms vervielen zij tot slavernij.

Naast deze vormen van publiekrecht waren er ook vormen van gemeenschapsrecht – bijvoorbeeld het gebruik van algemene weidegronden. Tegen het einde van mijn studie las ik een studie over oud Iers recht [7]; het is verrassend hoe herkenbaar deze rechtsvorm – met vele vormen van onderlinge zorgplicht – nog steeds is. Veel aandacht werd gegeven aan het in stand houden van het algemeen belang. Recent zijn in de wereld aan het gemeenschapsrecht nog het recht op educatie, ontwikkeling en ontplooiing toegevoegd ter verbetering van de samenleving. In het belang van de gemeenschap zijn straffen zoals “oog om oog” vaak gewijzigd in onder meer educatie en resocialisatie.

Op het gebied van taal bestudeerde ik hoe taal de onderlinge verhoudingen tussen mensen weerspiegelde en hoe de kijk op de wereld in taal wordt weerspiegeld. Later op onze Odyssee komen wij hier voorbeelden van tegen.

Erich Fromm [8] heeft in een van zijn werken gesteld dat wij de taal voor intensiteiten en associaties hebben verloren. Tijdens mijn studie is het mij opgevallen dat onze taal voor emoties, cultuur en karakter ook erg gebrekkig is. In onze hedendaagse samenleving kunnen wij over emoties, liefde , cultuur ons maar gebrekkig uitdrukken. Onderling praten wij hierover niet veel – met mijn grote liefde heb in taal geen goede communicatiemogelijkheid kunnen vinden voor de diepere emoties. Wij hebben altijd veel beter kunnen communiceren door handelingen, bewegingen en lichaamstaal. De belangrijke beslissingen hebben mijn grote liefde en ik altijd intuïtief gemaakt – hierbij was onze onderbuik belangrijker dan onze gedachten. Ik heb eens gelezen dat wanneer Fransen vragen “Comment ça va? ”, dit “ça” betrekking heeft op de onderbuik – een mooie gedachte. Waarschijnlijk communiceren wij op het gebied van emoties, cultuur en karakter wel meer door middel van gedragingen zoals lichaamstaal, handelingen zoals gastvrijheid, openheid en acceptatie enerzijds en negeren, afsluiten en agressie anderzijds. In Holland is zijn de inwoners door middel van de verzuiling tot ongeveer 30 jaar geleden erg goed geweest in het volledig naast elkaar leven van volstrekt verschillende religies. Tegenwoordig wordt negeren bij kinderen gezien als een vorm van pesten – misschien was deze manier van samenleven voor de inwoners van Holland wel een modus vivendi om erger te voorkomen.

In mijn bijbaan hield ik mij bezig met statistiek en correlaties tussen verschillende meetresultaten; vele medewerkers en studenten in de menswetenschappen konden hierbij wel enige hulp gebruiken. Als kleine intellectuele uitdaging volgde ik de ontwikkelingen van populatie mathematica; later heb ik deze kennis bij verschillende studies naar misdrijven tegen de mensheid kunnen gebruiken. Deze intellectuele uitdaging hield ik voor mijzelf – het leek mij verstandig om op dit punt verstoppertje te spelen, want deze vorm van wiskunde viel buiten de menswetenschappen.

Het volgende bericht gaat verder over mijn dagelijks leven in Amsterdam – ook een vorm van verstoppertje spelen.


[4] Man Leben zou hier hebben opmerkt dat “bhâsh” in het Sanskriet “spreken, noemen” betekent.

[7] Zie ook: Kelly, Fergus, A Guide to Early Irish Law. Dublin: Duldalgan Press, 2005 (eerste editie van 1988)

[8] Zie ook: Fromm, Erich, The Forgotten Language. New York: Rinehart & Co, 1951