Tagarchief: volkerenmoord

Carla Drift – Gedrag 1


Het herstel van mijn tropische ziekte duurde lang. Ik merkte aan mijn lichaam dat een Europeaan niet voor de tropen was geschapen. Gelukkig kreeg ik goede medische zorg en de restverschijnselen waren na vele, vele maanden herstel ook verdwenen.

Deze maanden gebruikte ik om mijn verslag van mijn eerste studiereis te schrijven. In het tweede deel van dit verslag beschreef ik mijn bevindingen over de invloed van individuele gedrag van daders, leiders en opinievormers op volkerenmoord [1].

Drillen, schreeuwende sergeant [2]
Volkerenmoord werd tot op heden nooit door een individu begaan. Een eenling had hiervoor nu eenmaal niet de mogelijkheden. Dit zal dit in de toekomst kunnen veranderen, want de massavernietigingswapens [3] hebben een apocalyptische werking gekregen en de bediening van deze wapens kan door een individu of een kleine groep samenwerkende mensen geschieden. Een aantal speelfilms geven al een voorbode van deze mogelijkheid [4].

Hiroshima Nakajima gebied voor atoombom[5]

Hiroshima Nakajima omgeving in puin na atoombom[6]

In Midden Afrika zijn weinig zware wapens aanwezig. Een goed inzetbare luchtmacht ontbreekt. De enkele tanks en kanonnen zijn matig onderhouden en er is weinig personeel voorhanden om dit wapentuig te bedienen. Meestal hebben deze wapens alleen een symbolische waarde om de status van de bezitter/machthebber te vergroten.

Wel zijn er in dit gebied veel lichte en middelzware automatische geweren en mitrailleurs aanwezig. Deze wapens kunnen grote slachtingen aanrichten onder de lokale bevolking bij gebruik door een beperkte groep militairen van de machthebbers, door opstandelingen, door gewapende bendes en door raiders. Een grotere groep kan ook met handwapens zoals machetes slachtingen aanrichten.

Op basis van mijn bevindingen heb ik in mijn verslag geconcludeerd dat in Midden Afrika ruim voldoende middelen – handwapens, lichte en middelzware automatische geweren en mitrailleurs – aanwezig waren voor een volkerenmoord. Deze wapens waren door verschillende rijke naties geleverd om hun positie te bestendigen of te versterken door het steunen van lokale groepen. Deze wapens verhogen – net als het bezit van speren in het verleden – het aanzien van een krijger of van een soldaat. In werkelijkheid worden deze wapens meestal gebruikt voor afschrikking of als dreiging tegen tegenstanders.

De eerste verschaffers van de lichte en middelzware automatische geweren en mitrailleurs zijn vaak landen buiten Afrika die hiermee invloed in de politiek willen krijgen of bestendigen. De eerste ontvangers zijn vaak lokale leiders of groepen die de wapens verspreiden om invloed te vestigen of te verdedigen. De individuele ontvangers zijn vaak jonge mannen die als krijger hun positie binnen de groep willen vestigen: de behoefte tot het verkrijgen van aanzien in de piramide van Maslow [7]. Dit aanzien geeft naast een positie in de groep ook mogelijkheden voor partnerkeuze bij vrouwen en uiteindelijk eigenwaarde. Soms zijn het ook oudere mannen die hun belangen willen verdedigen: de behoefte tot veiligheid in de Maslow piramide.

Individuele mensen zijn of worden onderdeel van groep. Door middel van initiatieriten [8] zijn of worden zij in een groep geaccepteerd. Krijgers mogen vaak na hun initiatie riten een wapen dragen – zij zijn dan onderdeel van hun krijgersgroep of leger. De groep geeft de eenling een identiteit en de eenlingen met hun onderlinge verhoudingen geven een groep/leger een identiteit en een cultuur. Groepen krijgers moeten ook in vredestijd bezig worden gehouden. Traditionele bezigheden voor groepen krijgers in vredestijd zijn het onderhoud van uitrusting en vaardigheden, de jacht en veroveringen ver van huis.

Congolese soldaten [9]

De mensen in Midden Afrika leven bijna altijd als goede buren naast elkaar. Zij kennen een uitgebreide vorm van gastvrijheid die verder gaat dan de manieren in Nederland. Ook nemen de mensen uitgebreid de tijd voor onderling contact. De materiële welvaart is bij de meeste mensen redelijk laag. Aan kleding, uiterlijk en eten wordt veel aandacht gegeven, maar andere vormen van welvaart zijn schaars. Net zoals in veel samenlevingen en grote bedrijven, eigent een beperkte bovenlaag zich veruit de meeste materiële welvaart toe. Deze bovenlaag heeft zeggenschap over de distributie van voedsel en welvaart over de gehele groep. Als de groepen intern en onderling in evenwicht zijn, dan is er weliswaar een grote ongelijkheid binnen en tussen de groepen, maar evt. spanningen worden op vele manieren gedempt. Kortom, alles en iedereen leeft op een min of meer prettige met elkaar samen.

Ashanti Yam Ceremonie uit 1817 [10]

Uit de literatuur en uit de bevindingen tijdens mijn onderzoek blijkt dat bij interne stammenstrijd en bij onderlinge stammentwisten, buren elkaar op een radicaal andere manier gaan bekijken. Mensen blijken in een fractie van een seconde een eigen groepslid te kunnen herkennen. Bij spanningen worden de eigen goede eigenschappen opgehemeld en de slechte eigenschappen verdoezeld. Van vreemden worden de slechte eigenschappen als kenmerkend gezien terwijl de goede eigenschappen worden verdonkeremaand. De groepsdwang is vaak zo groot dat de opinies dwingend aan de groepsleden worden opgelegd – anders volgen vormen van uitsluiting [11].

Jean Paul Sartre heeft in een van zijn werken [12] beschreven hoe een individu door twee mechanismen wordt beroofd van zijn onbevangenheid en zijn vrijheid van handelen. Groepsleden gaan door het mechanisme van de “kwader trouw” vreemdelingen van een vrij mens reduceren tot een ding met een zeer beperkt aantal eigenschappen – van alle andere kenmerken wordt de vreemdeling beroofd. In het verlengde van de “kwader trouw” beschrijft Jean Paul Sartre de theorie van de “blik” – Prof. Dr. W. Luijpen noemde dit de “blik van de haat” [13]. De handelingen van een vreemdeling worden bij waarneming stigmatiserend in een blik vastgelegd. Hierdoor wordt de vreemdeling van zijn vermogen tot verandering en zijn menselijkheid beroofd; hij wordt gereduceerd tot een ding.

Lees verder

Carla Drift – Cultuur


Midden Afrika verliet ik via een vertrouwde luchthaven – waar ik een ticket kocht op mijn tijdelijke paspoort. Ik nam een lijnvlucht naar Noord Afrika. In Noord Afrika reisde ik over land naar Alexandrië. Hier haalde ik mijn andere paspoort op bij vrienden. Bij hen bleef ik een week; wij praten bij over de ontwikkelingen in ons leven.

Alexandrië buitenwijk[1]

In de Alexandrijnse bibliotheek verrichte ik een klein deel van mijn bronnenonderzoek voor de rapportage van deze studiereis naar de oorzaken en gevolgen van volkerenmoord  in Midden Afrika. Het was voor mij een eer om in de Alexandrijnse bibliotheek onderzoek te verrichten. De voorganger van deze moderne bibliotheek is in de klassieke oudheid door enkele branden verwoest. Hierbij zijn heel veel klassieke werken uit de Griekse en Romeinse oudheid voor altijd verloren gegaan. Mijn bronnenonderzoek had onder meer als doel om de verloren levens door genocide in Midden Afrika een plaats in de geschiedenis te kunnen geven.

Alexandrijnse bibliotheek[2]

Met een veerboot voer ik naar Zuid Europa. Een treinreis van meer dan een dag bracht mij weer in Nederland. Hier kon ik rustig mijn verslag schrijven tijdens het mijn herstel van een tropische ziekte.

Door mijn verstoppertje spelen tijdens mijn verblijf in Midden Afrika en door mijn omzichtige terugreis naar Europa, kon mijn onderzoek niet eenvoudig naar mij te herleid worden. Ik ben nog steeds blij dat ik deze voorzorgsmaatregelen heb genomen, want met handlangers van dictators, met wapenhandelaren en geheime diensten van allerlei landen kan men niet voorzichtig genoeg zijn.

Tijdens deze lange terugreis heb ik de vele indrukken die ik in Midden Afrika heb opgedaan, op hoofdlijnen geordend. Uiteraard heb ik al eerder mijn onderzoeksgegevens gesorteerd en doorgenomen, maar in het vliegtuig, op de boot en in de trein hebben de hoofdlijnen  voor de verslaglegging van de studiereis vaste vormen aangenomen.

Ik besloot de verslaglegging van de gebeurtenissen te splitsen in vier onderdelen. Het eerste deel richtte zich op cultuur of de gedragingen van groepen die direct – als daders of slachtoffers – betrokken waren bij de volkerenmoord. Het tweede deel had betrekking op de invloed van individuele gedrag van daders, leiders en opinievormers op volkerenmoord. Het derde deel beschreef de invloeden op de excessen van organisaties, instanties en landen buiten Midden Afrika. Dit derde deel is vertrouwelijk: hierin staan mijn bevindingen over de invloed van wapenleveranties door handelaren en landen met hun politieke belangen in Midden Afrika, over geheime diensten met hun soms duistere aangelegenheden en het onvermogen/nalatigheid van internationale instanties. Het laatste deel bevatte mijn verslag over de eventuele juridische aansprakelijkheid van de afzonderlijke partijen voor hun aandeel in de volkerenmoord. Bij strafrechtelijk onderzoek naar de volkerenmoord zijn op basis van mijn verslag opgravingen verricht en er heeft nader onderzoek plaats gevonden.

Vredespaleis in Den Haag[3]

Voorafgaand aan deze studiereis in Midden Afrika had ik culturen beschouwd als manieren waarop groepen mensen – en waarbinnen individuen – met elkaar samenleven en met elkaar omgingen. Een cultuur was een “Modus Vivendi” van een samenhangende groep mensen. Uiteraard veranderde een cultuur in de loop van de tijd, bijvoorbeeld door gewijzigde omstandigheden of door migratie van buitenstaanders. Maar ik had cultuur niet in verband bracht met een levende organisatie die net als ieder levend wezen was verwikkeld in een “Survival of the Fittest”, zoals door Darwin beschreven in “The Origin of Species”.

Darwin Origin of Species[4]

In de onbekende omgeving van Midden Afrika en op basis van de gesprekken met inwoners, ben ik steeds duidelijker gaan zien dat een cultuur ook vergeleken kan worden met een wezen dat bezig is met overleven. Bij het uit rijpen van dit denkbeeld, zag ik de parallellen in de geschiedenis van de Westerse wereld.

In het eerste deel van mijn verslag beschreef ik dat cultuur endemisch aanwezig is in een individu, binnen een familie, een dorpsgemeenschap, een stam/groep/volk wonend in een samenhangend gebied. De naties als rechtspersonen stonden in Midden-Afrika nog in de kinderschoenen: hierdoor was de nationale cultuur zwak ontwikkeld. Culturen zijn enerzijds een wijze van samenleven – een “Modus Vivendi” –, die voor stabiliteit en vertrouwen zorgt. Aan de andere kant zijn culturen bezig met overleven en met het dwingend tot een bepaald gedrag aan te zetten van binnenstaanders;  buitenstaanders worden overtuigd van het gelijk van de levenswijze en – tijdelijk of permanent – opgenomen in de cultuur òf zij worden buitengesloten.

Culturen zijn niet statisch, zij veranderen in de loop der tijd zoals ook een taal wijzigt met de verandering van haar sprekers. Een bekende en vertrouwde moedertaal van ongeveer honderd jaar geleden klinkt ons vertrouwd/vreemd in de oren net zoals de levenswijzen van mensen van honderd jaar geleden ons vertrouwd/vreemd overkomen. Veel van deze veranderingen gaan geleidelijk door assimilatie of door organische groei.

Een cultuur is niet homogeen en uniform. Binnen een enigszins omvangrijke cultuur is bijna altijd een gelaagdheid of stratificatie aanwezig. Een cultuur kent ook interne spanningen tussen onderlinge subculturen.

Soms, door grote veranderingen – bijvoorbeeld door een bevolkingsexplosie of door een ontwikkelingssprong – of door zeer kleine toevalligheden bij potentiële omslagpunten –  bifurcatiepunten binnen de chaostheorie – kunnen omslagen binnen een cultuur ook onverwachts snel plaats vinden [5]. Deze snelle groeistuipen kunnen in bijzondere gevallen resulteren in stigmatisering, uitsluiting of vernietiging van andersdenkenden binnen de eigen cultuur.

De ontlading van de spanningen kan geschieden door excessen tegen andere (sub-)culturen. Culturen leven onderling meestal als goede buren redelijk vreedzaam naast elkaar. Af en toe zijn er verschillen van inzicht die leefbaar/draaglijk worden gemaakt door diplomatie, feesten, woorden, rechtspraak en verdragen. Soms komen de spanningen tussen culturen tot uitbarsting. De oorzaak kan zijn: een sterke verandering in onderlinge verhoudingen, een sluimerend onrecht uit het verleden dat manifest wordt of een plotseling incident dat uitgroeit tot een conflict. Deze uitbarstingen kunnen gewelddadig verlopen. Een voorbeeld uit de geschiedenis met verkeerde afloop is de Pax Romana rond 400 n. Chr. in het gebied van de Donau. De Romeinen voerden een verdeel en heers politiek waarbij de gunsten tussen de vreemde grensculturen ongelijk was verdeeld opdat de onderlinge afgunst groter was dan de spanning met de Romeinse imperator. Eens per generatie werd een cultuur door de Romeinen samen met enkele bondgenoten gewelddadig van haar rijkdommen ontdaan opdat het weer een periode van een generatie kostte voordat de cultuur deze slag te boven was gekomen.

Rond 400 n. Chr. zochten de Visigoten bij de Donau aan de grens van het Romeinse rijk bescherming tegen de oprukkende Hunnen. De Visigoten mochten van de Romeinen de Donau niet oversteken terwijl een andere stam deze extra bescherming wel werd gegund. De Visigoten grepen dit onrecht aan om de verzwakte Romeinse Imperator direct aan te vallen [6]. Door de verzwakte positie – door onder meer interne verdeeldheid – van de Romeinen waren de Visigoten in staat om vele jaren door Italië te zwerven en zelfs naar de poorten van Rome op te rukken. Paus Innocent I wist door onderhandelen en overdracht van een groot losgeld in 408 n. Chr. een inval in Rome te voorkomen [7] . Rond 416 n. Chr. vestigden de Visigoten zich in het toenmalige Gallië.

Visigoten kerk in Gaul[8]

In Midden Afrika waren de onderlinge spanningen binnen en tussen culturen opgelopen door interne spanningen, wijzigingen in de verhoudingen tussen culturen, wegvallen van de invloed van  kolonisatoren, kunstmatige grenzen, bevolkingsgroei en afname en regelmatige terugkerende droogte. De nieuwe internationale orde bezat niet de macht om doeltreffend in te grijpen.

Dit mengsel van spanningen was op zich genoeg voor het ontstaan van excessen. Een verkeerd gelopen voetbalwedstrijd of een ongelukkige verkiezingsuitslag waren voldoende voor een geweldsuitbarsting. Maar externe invloeden versterkte de spanningen en zorgden voor een katalysator voor excessen.

[1] Bron afbeelding: http://en.wikipedia.org/wiki/Alexandria
[2] Bron afbeelding: http://nl.wikipedia.org/wiki/Bibliotheek_van_Alexandri%C3%AB
[3] Bron afbeelding: http://nl.wikipedia.org/wiki/Vredespaleis
[4] Bron afbeelding: http://nl.wikipedia.org/wiki/Charles_Darwin
[5] Zie ook: Ginneken, Jaap van, Brein-bevingen – Snelle omslagen in opinie en communicatie.
[6] Bron: Zie ook: Heather, Peter, Empires and Barbarians – Migration ,Development and the Birth of Europe. London: Panbooks, 2010, p. 197
[7] Bron: Norwich, John Julius, The Popes, A History, London: Chatto & Windos, 2011 p. 19
[8] Bron afbeelding: http://nl.wikipedia.org/wiki/Visigoten

Carla Drift – Op Reis 2


Midden Afrika nam mij op. Tijdelijk verdween ik in Midden Afrika van de aardbodem. In mijn paspoort stond een andere naam. Op papier verrichtte ik een onderzoek naar verslechtering van de gezondheidstoestand [1] van de inwoners door de infectieziekte Malaria. Ik gaf ook voorlichting over deze ziekte. Door dit papieren onderzoek ging ik op in het land en in de groepen inwoners.

De infectieziekte Malaria wordt overgebracht door de Malariamug. Wanneer een malariamug een mens steekt om bloed te zuigen, dan kan deze persoon door het speeksel van de Malariamug geïnfecteerd worden met  Malaria [2]. Er zijn verschillende vormen van Malaria met hun eigen ziekteverloop in de vorm van opflakkeren van de koorts.

Malaria mug[3]

Malaria is endemisch aanwezig in vele landelijke gebieden rond de evenaar. De Malariamug gedijt het best in warme regenrijke streken of na regenval in droge streken. In Midden Afrika beneden de Sahara komen 85 – 90 % van de fatale Malaria infecties voor.

Malaria in de Wereld[4]

Door het onderzoek naar de gezondheidstoestand kon ik redelijk makkelijk door Midden Afrika reizen. Ik had bijna overal toegang – ook tot vluchtelingenkampen en ik kreeg laagdrempelige contact met bijna alle groeperingen. Deze vele contacten leverden een schat aan informatie op over de gezondheidstoestand.

Deze hoofdingang was een zijdeur voor mijn eigenlijke onderzoek dat betrekking had op de oorzaken en gevolgen van volkerenmoord in Midden Afrika. Tussen de bedrijven van de interviews naar de gezondheidstoestand door, vroeg ik terloops informatie over de levensloop van de mensen die ik bezocht. Soms versluierd, soms direct vertelden de belangrijke getuigen hun verhaal over de verschrikkingen die zij tijdens conflicten hadden meegemaakt. Af en toe kreeg ik directe verklaringen over excessen. Op deze indirecte manier ontving ik belangrijke informatie voor mijn eigenlijke onderzoek.

Rwanda vluchtelingen in opvangkamp in Oost Zaire[5]

Uiteraard rapporteerde ik over de gezondheidstoestand in de gebieden die ik bezocht en de voorlichting was nuttig. Maar dit onderzoek was weer verstoppertje spelen; nu voor de veiligheid van de vele geïnterviewden en voor mijn eigen veiligheid.

Door het onderzoek naar de gezondheidstoestand kon ik mijn eigenlijke studiereis in betrekkelijke veiligheid verrichten. De betaalde studiereis was in beginsel een zeer gevaarlijke reis. De machthebbers in Midden Afrika die mogelijk een aandeel in de volkerenmoord hadden, waren uiteraard zeer vijandig ten opzichte van ons onderzoek. De overwinnaar en/of de machthebber bepaalt hoe de handelingen in het verleden moeten worden gezien en binnen welk kader deze handelingen een passende plaats krijgen in de vastlegging van de geschiedenis. Geen vreemde pottenkijkers zijn gewenst om hierbij uiterst kritische en pijnlijke kanttekeningen te plaatsen. Als machthebbers of daders wisten van mijn onderzoek, dan liep het leven van de getuigen en mijn leven direct gevaar.

Omdat ik uit een Europees land kwam die zijn inwoners op afstand een redelijke bescherming kon bieden, had ik waarschijnlijk geen direct gevaar van de toenmalige machthebbers te duchten. Openlijke agressie tegen mij zou snel een diplomatiek conflict opleveren met de Westerse wereld en de helft van Afrika. Waarschijnlijk zou – na vele niet al te zachtzinnige verhoren – een uitwijzing volgen wegens inmenging met binnenlandse aangelegenheden met achterlating en vernietiging van al mijn studiemateriaal. De gevolgen voor de geïnterviewden zouden verstrekkender zijn.

De machthebbers zouden hun agressie tegen het doel van mijn studiereis niet rechtstreeks laten merken. Ook zij speelden kat en muis. Hun agressie tegen een dergelijk onderzoek dreigde altijd via omwegen. Iedere wegversperring, iedere inval in een dorp, iedere controle van papieren kon gevaarlijk zijn. Reizen met een groep onderzoekers die allerlei bedreigende vragen stelden, stond in mijn ogen gelijk aan een verhulde oorlogsverklaring. Onderzoekers die soortgelijke studies uitvoerden, zijn in grote problemen gekomen.

Ik besloot mijn aandeel in het onderzoek alleen uit te voeren. Ik reisde met hulp en onder de hoede van plaatselijke inwoners. Als vrouw kon ik in vrouwen gemeenschappen opgenomen worden. Ik stond open voor de hen en zij ontvingen mij gastvrij. Zij behoeden mij – als een van hun kleine kinderen – voor de gevaren van de omgeving en voor gevaren van beroving en erger.

Rwanda landelijk gebied [6]

Tijdens de laatste jaren van mijn studie heb ik veel alleen in Europa gereisd. Deze studiereis in Afrika besloot ik ook alleen te reizen. Vanaf mijn jongste jaren heb ik op bijna alle gebieden verstoppertje gespeeld. Op dit terrein heb ik door het lezen van de boeken van John Le Carré en Len Deighton vooral voorzichtigheid bijgeleerd. Ik besloot alleen te reizen met hulp van wisselende betrouwbare plaatselijke mensen.

In deze onbekende wereld met onzekerheden, mysteries en twijfel vertrouwde ik op geduld, tolerantie en mijn bewustzijn van mijn onkunde. Ik klampte mij niet vast aan afzonderlijke signalen, en ik liet alle denkbeelden en vooroordelen voorlopig los. Via omwegen – meestal verhuld en onopvallend – kreeg ik ontzettend veel informatie [7]. Ik liet de indrukken rijpen en maakte aantekeningen die ik cryptisch tussen de uitkomsten van mijn neven onderzoek verborg.

Als onderzoeker naar de gezondheidstoestand leefde ik samen – in een bevoorrechte positie – met de mensen op de plaatsen die ik bezocht. Vele dorpen en vluchtelingen kampen heb ik bezocht.

Waterpomp in Rwanda[8]

Uiteindelijk zorgden een aantal factoren ervoor dat ik mijn studiereis moest afronden. Allereerst begon het budget op te raken. Een eindverslag was nodig voor vervolg acties door de organisatie die mij de opdracht had gegeven. Daarnaast moest ik er rekening mee houden dan mijn verblijf in deze gebieden steeds meer op ging vallen. Mijn onbevangen verblijf bij de inwoners kon hierdoor erg snel omslaan in een explosieve situatie voor iedereen. Met mijn onderzoeksgegevens reisde ik naar een betrouwbaar vliegveld voor mijn vertrek.

[1] Carla Drift is een fictieve naam, de onderzoeken naar de gezondheidstoestand en zijn fictief. Geen persoon of onderzoek naar de oorzaken en gevolgen van volkerenmoord in Midden Afrika heeft model gestaan voor deze berichten over het leven van Carla Drift.
[2] Zie ook: http://en.wikipedia.org/wiki/Malaria
[3] Bron afbeelding: http://en.wikipedia.org/wiki/Malaria
[4] Deze wereldkaart toont de prevalentie van Malaria. De schaal gaat in toenemende ernst van licht geel naar donkerrood. Bron afbeelding: http://en.wikipedia.org/wiki/Malaria
[5] Bron afbeelding: http://en.wikipedia.org/wiki/Rwandan_Genocide
[6] Bron afbeelding: http://en.wikipedia.org/wiki/Rwanda
[7] Zie ook: Brooks, David, The Social Animal – The Hidden Sources of Love, Character and Achievement. New York: Random House, 2011, p. 248
[8] Bron afbeelding: http://en.wikipedia.org/wiki/Malaria

Carla Drift – Op Reis


Na het inleveren van mijn eindscriptie met als onderwerp “Voorkomen van Excessen bij Veranderingen en Conflicten”, heb ik twee weken later een voordracht gegeven over dit onderwerp. De aanwezigen stelden kritische vragen over de noodzaak van verdediging van have en goed. Zij waren sceptisch over de reikwijdte van woorden – uiteindelijk vullen praatjes geen gaatjes. Tijdens het examen werden fundamentele vragen gesteld over de balans tussen de wedloop van ontwikkelingen van de materiële welvaart en de ontwikkeling van de wapenindustrie die met atoombommen alles vernietigende instrumenten heeft voortgebracht. Gelukkig had ik nog een voorbeeld paraat uit de overgang van het bronzen tijdperk [1] en het ijzeren tijdperk in Griekenland en Klein Azië rond 1000 v. Chr.. In die tijd zijn er vele steden door brand verwoest. Tot voor kort werden deze verwoestingen toegeschreven aan op drift geraakte volkeren – de zgn. Sea People [2]. Nu wordt er genuanceerder gedacht over deze periode. Aangenomen wordt dat de verbeterde krijgstechnologie en de bevolkingstoename – door gebruik van ijzeren landbouwwerktuigen –  het mogelijk maakte om steden in te nemen en om klassieke legers uitgerust met bronzen wapens en strijdwagens te verslaan.

Na het examen en de buluitreiking was er mijn afstudeerfeest – een mooi feest. Iedereen die belangrijk was in mijn leven, kon komen. Mijn vader straalde, mijn moeder en zussen waren blij voor mij, jeugdvrienden uit Zuid Limburg wensten mij geluk, maar waarschuwden mij voor de gevaren van de grote wereld. Zij vroegen wanneer ik weer terugkwam en zij hadden vacatures meegenomen met banen bij de Gemeente en bij de Provincie. Mijn studievrienden vroegen wat mijn plannen waren – werken of een wereldreis. Ook mijn vroegere grote liefde was gekomen – de magie tussen ons was vervlogen. Ik zag hem als een gewone mooie aardige jongeman, die makkelijk op vrouwen verliefd wordt – niet meer mijn type. Wij gaven elkaar welgemeende kussen op de wangen en beloofden contact met elkaar te houden. Daar is niet veel van gekomen. Via bekenden hoorde ik af en toe nog iets over zijn leven.

Na het behalen van mijn doctoraal had ik geen interesse in promotie-onderzoek. Ik zou mij tijdens het onderzoek teveel moeten specialiseren en een academische loopbaan met haarkloverij inclusief een stevige competitie met andere wetenschappers trok mij niet. Voordat ik een baan zou gaan zoeken wilde ik eerst nog wat van de wereld zien. Ik bereidde mij voor op een wereldreis van ongeveer een jaar. Veel van mijn bezittingen deed ik van de hand of bracht ik onder bij familie, vrienden en bekenden. Ik bezat nog alleen de inhoud van mijn rugzak: 10 kilogram of twee setjes reserve kleren en een klein beetje.

Rugzak tegen muur [3]

Ik had het plan om eerst naar India te gaan. De reis over land was te gevaarlijk geworden met de oorlog tussen Irak en Iran en onduidelijkheid over Afghanistan.

Tijdens het uitwerken van dit plan, kreeg ik een uitnodiging voor een betaalde studiereis naar Midden Afrika. Een mensenrechtenorganisatie wilde een onderzoek instellen naar misstanden in een dictatoriaal bestuurd land in Afrika. Voordat ik aan het onderzoek ging deelnemen, kon ik gelukkig drie weken op eigen kosten een toeristenreis maken door parken in Kenia en Midden Afrika.

Op deze toeristische reis ben ik veel lieve, aardige en behulpzame mensen ontmoet. Hun gastvrijheid reikt verder dan de goede gastvrijheid uit Zuid Limburg. In deze omgeving kennen mannen nog – naar het eerste college filosofie van prof. Dr. W. Luijpen – de kunst van een half uur werken om acht uur in de zon te zitten. Een kunst die ik pas veel later in mijn leven enkele korte perioden heb kunnen oefenen. Ik was open en de mensen waren open. Zij behoeden mij – als een van hun kleine kinderen – voor de gevaren van de omgeving en voor gevaren van beroving en erger.

Zebra's op Savanne in Afrika [4]

In Midden Afrika kwam ik restanten tegen van vroegere steden. Ik moest denken aan de vergane steden in Klein Azië bij de overgang van de bronzen tijd naar de ijzeren tijd. Dit continent had enkele honderden jaren geleden een soortgelijke gedwongen revolutie doorgemaakt bij de invasie en kolonisatie door een verder ontwikkelde beschaving uit Europa.

Poort van voormalige nederzetting in Zimbabwe [5]

De zeevarende landen uit Europa probeerden allen een deel van Afrika in bezit te nemen om daar hun invloed te laten gelden en om rijkdommen te verwerven. Volgens een oude zegswijze ligt aan ieder bezit een misdaad ten grondslag. Deze bezetting ging gepaard met geweld tegen de oorspronkelijke inwoners en met geweld tussen de zeevarende landen onderling. Rond 1885 moest Congo nog verdeeld worden tussen de spraakmakende landen in Europa. In 1885 werd Congo tijdens de conferentie in Berlijn toegekend aan koning Leopold II van België: hij maakte er zijn persoonlijke eigendom van en noemde het de ‘Congo-Vrijstaat’. Voor de oorspronkelijke inwoners van dit deel van Afrika werd het geen vrijstaat.

Vanuit de West kust van Afrika zijn vele oorspronkelijke inwoners – na gevangen te zijn genomen – als slaven verhandeld en gedeporteerd naar Zuid- en Noord Amerika. Hieronder is een foto te zien van hun symbolische poort – “Point of no Return” genaamd – voor hun gedwongen vertrek met een benauwde reis naar het “beloofde” land waar een slavenbestaan wachtte. Pas veel later, na veel ontberingen en strijd zouden zij wettelijk een gelijke status krijgen in de Verenigde Staten van Amerika. In praktijk is de status van veel mensen afkomstig uit Afrika nog steeds niet gelijk aan mensen afkomstig uit de zeevarende landen van Europa.

Point of no return [6]

Meer dan een eeuw geleden werd Afrika door Europa verdeeld in vele delen met kunstmatige grenzen. De bevolking binnen de delen was niet homogeen. Ook werden samenhangende groepen inwoners verdeeld over verschillende gebieden. Na de Tweede Wereldoorlog had Europa niet meer de macht en invloed om de kolonies in Afrika bezet te houden. Door onderhandelingen of na een vrijheidsstrijd werden veel voormalige kolonies zelfstandig voorzien van de opgedrongen kunstmatige grenzen. Binnen deze nieuwe zelfstandige delen en tussen deze delen waren vaak ernstige onderhuidse spanningen. Deze spanningen zochten hun uitweg in onderlinge conflicten tussen stammen onderling en tussen de nieuwe staten. Een aantal nieuwe staten hadden grote interne spanningen om een nieuw openbaar bestuur te vestigen. Sommige landen werden een dictatuur voorzien van een schrikbewind om aan de macht te blijven.

Kaart met landen in Afrika [7]

In Ethiopië zijn in 1974 delen van het skelet gevonden van een vrouw die ongeveer 3,2 miljoen jaren heeft geleefd. Zij is “Lucy” genoemd [9].

Lucy een vrouw van 3,2 miljoen jaren [10]

Met het uitvoeren van de betaalde studiereis ben ik een gevaarlijke loopbaan begon. Deze eerste betaalde studie richtte zich op de oorzaken en gevolgen van volkerenmoord  in Midden Afrika. Ik ben nooit erg overtuigd geweest van het bestaan van homogene volkeren. Volgens mij is het beter om over kleine of grote groepen mensen te spreken met redelijk gelijkende gewoonten en cultuur. Binnen de groepen kunnen de verschillen aanzienlijk zijn, maar voor buitenstaanders vallen vooral enkele overeenkomsten op. Op basis van deze overeenkomsten kunnen enkele kenmerken aan deze groep worden toebedacht. Bij spanningen worden bepaalde kenmerken aangegrepen voor een stigmatisering van de vreemde groep; de eigen groep wordt verheerlijkt om bepaalde andere eigenschappen. Spanningen kunnen overgaan in conflicten met soms fatale gevolgen en excessen voor de groep of delen van de groep. Mijn studie richtte zich op de werkwijze en de gevolgen van deze stigmatisering en op de verantwoordelijkheid voor excessen.

Voor de veiligheid van de geïnterviewde, mijn mede-onderzoekers en mijzelf kan ik geen details over deze studie geven.
[1] Zie ook: http://en.wikipedia.org/wiki/Bronze_Age_collapse
[2] Zie ook: http://en.wikipedia.org/wiki/Sea_Peoples
[3] Bron afbeelding: Zie ook:  http://en.wikipedia.org/wiki/Backpack
[4] Bron afbeelding: http://en.wikipedia.org/wiki/Africa
[5] Bron afbeelding: http://en.wikipedia.org/wiki/File:Great_Zimbabwe_Closeup.jpg
[6] Bron afbeelding: http://en.wikipedia.org/wiki/Africa
[7] Bron afbeelding: http://en.wikipedia.org/wiki/Africa
[8] Zie ook: http://en.wikipedia.org/wiki/Lucy_(Australopithecus)
[9] Bron afbeelding: http://en.wikipedia.org/wiki/Australopithecus_afarensis
[10] Zie ook: http://nl.wikipedia.org/wiki/Genocide