Tagarchief: Zoektocht

Verschenen: Wie ben jij – deel 2.3: Leegte / E-boek


De laatste berichten van deze blog zijn – gebundeld als E-boek – verschenen onder de titel “Wie ben jij – deel 2.2: Leegte” bij Omnia – Amsterdam Uitgeverij.

Dit E-boek is vrij te downloaden via:

http://www.omnia-amsterdam.nl/document/wie-ben-jij-deel-23-e-boek

Wie ben jij 23 voorkant

Dit deel 2.3 is een verkenning van “leegte” tijdens een vierdaagse zeiltocht met de getijdenstroming op de Waddenzee, waar Carla Drift, Man Leben en Narrator de “leegte” eerst onderzoeken in de vormen van “leeg van” en “leeg tot”, vervolgens “leegte” bezien als “heel-zijn” (of “ursprünglichen Ganzheit” in “Sein und Zeit” van Martin Heidegger) en daarna “leegte” waarnemen als uniciteit – in eenheid en uniekheid – van het dagelijkse leven gesuperponeerd binnen “heel-zijn” als antwoord op de vraag “Eén, wat is dat”. Deze verkenning van “leegte” biedt een inleiding en commentaar op de Boeddhistische Hart Sūtra.

Advertenties

Intensiteiten en associaties tot besluit


Halverwege de middag zitten Carla, Man en Narrator in het Vondelpark bij Het Blauwe Theehuis [1].

Blauwe Theehuis[2]
“Vanmorgen had ik gemengde gevoelens bij het voorstel om het volgende deel van onze zoektocht te gaan voorbereiden. Aan de ene kant sluit dit voorstel mooi aan op de overweldigende leegte van de virtuele digitale wereld van bits en beeldschermen waarin wij de wereld van alledag in onze eeuw beleven; zo zag ik in de tram naar het park een moeder alle aandacht schenken aan het beeldschermpje van haar mobiele telefoon in plaats van aan haar peuters. Aan de andere kant is naar mijn idee dit deel van onze zoektocht nog niet afgerond. In Florence – bij het vorige deel van onze queeste – hadden wij ons voorgenomen om aandacht te geven aan de schilderkunst in Holland. Daarnaast had ik in gedachte om gevoelens, emoties en de zeven hoofdzonden van Dante tijdens dit deel van onze zoektocht aan de orde te laten komen. Ik weet dat deze onderwerpen afzonderlijk een zoektochten in zichzelf zijn. Misschien kunnen wij deze onderwerpen net als kapitalisme in vogelvlucht behandelen; de ontwikkeling van de schilderkunst kan ik mooi op het kapitalisme laten aansluiten”, zegt Carla.

“Jij hebt gelijk. De overgang is te abrupt, maar de komende dagen is het mooi stabiel zeilweer: een gelegenheid om niet zomaar voorbij te laten gaan”, zegt Man.

“Kun jij de onderwerpen kort samenvatten, dan bekijken wij hoeveel aandacht ervoor nodig is”, zegt Narrator.

“De olieschilderkunst heeft in Holland tijdens en na de Reformatie een grote vlucht genomen, omdat de bewoners hun welstand in privéwoning wilden tonen – aan zichzelf en aan anderen – door afbeeldingen die gestalte wordt gegeven in schilderijen van door de mens – rentmeester Gods – ingerichte landschappen, van rijk gevulde tafels, van uitstallingen van rijkdommen in glaswerk en serviesgoed en uiteraard van afbeeldingen van zichzelf en bekenden in welvarende kleren. Deze schilderijen hebben kenmerken van een wens tot behoud en verkrijging van welstand. Deze manier van kijken heb ik overgenomen uit John Bergers “Ways of seeing” [3]; hij laat van dit vertoon in welstand een treffende voorbeeld zien met het schilderij “Mr. and Mrs. Robert Andrews” van de Engelse schilder Thomas Gainsborough. Veel van de olieschilderijen van Hollandse meesters getuigen van een soortgelijk vertoon van welstand en welvaren van de individuele mens.

Mr and Mrs Rober Andrews[4]
Deze schilderijen moesten naast het vertoon van welstand en welvaren ook altijd een zekere matiging weergeven zoals een goed rentmeester Gods betaamd. In wezen tonen vele schilderijen de uitverkiezing door God in het hier en nu en in het hiernamaals van de eigenaar of van de geportretteerde. In een vogelvlucht is dit de samenvatting van mijn bijdrage over de traditionele olieschilderkunst in Holland binnen intensiteiten associaties. Ik heb hierbij veel meesterwerken tekort gedaan”, zegt Carla.

“Ik heb mij bij het zien van schilderijen van de meeste Hollandse meesters altijd wat ongemakkelijk gevoeld. Jij hebt mijn ongemak treffend samengevat”, zegt Man.

“Als idool in Amsterdam heb ik geen aandacht aan schilderkunst besteed, ik leefde een leven als begeerlijke exotische – on-Hollandse – verschijning. Ik was zelf de stralende uitverkoren ster waartoe iedereen zich aangetrokken voelde en waaromheen het leven draaide. Nadat ik dit leven achter mij had gelaten, ben ik nooit aan bezichtiging van de Hollandse meesters toegekomen. Na onze zeiltocht zal ik enkele musea bezoeken”, zegt Narrator.

“Kun jij de zeven hoofzonden volgens Dante op een zelfde manier vertellen?”, vraagt Man aan Carla.

“OK. Even kort als de olieschilderkunst in Holland.
De zeven hoofdzonden volgens de Katholieke kerk zijn in de vierde eeuw na Christus al door geestelijken al in een systematisch overzicht beschreven. In de zesde eeuw na Christus zijn deze hoofdzonden door paus Gregorius officieel in een lijst vastgelegd, die later door Dante Alighieri in de Divine Commedia zijn verwerkt. Hiernaast kent de Katholieke kerk zeven deugden als tegenpool voor de zeven hoofdzonden.

Hoofdzonden[5]
Hiëronymus Bosch heeft in een schilderij de Zeven Hoofdzonden afgebeeld [6]

Zeven hoofdzonden - Bosch[7]
Ik zal een korte toelichting bij de zeven hoofdzonden geven.

Lust of wellust wordt meestal opgevat in het licht van buitensporig gedachten, wensen of verlangens van seksuele aard. In het vagevuur van Dante worden de zondaars door vlammen gezuiverd van de wellustige/seksuele gedachten en gevoelens. In de hel van Dante worden de zondaars voort geblazen door orkaan-achtige gloeiende winden die overeenkomen met het eigen gebrek aan zelfbeheersing van wellustigheden in het aardse leven. Tijdens onze zoektocht zijn wij lust en wellust nog niet tegengekomen; in de “Duivels van Loudun” van Aldous Huxley [8] komt wellust als hoofdzonde aan de orde: ik denk dat wij deze hoofdzonde tijdens onze zoektocht kunnen overslaan.

Gulzigheid heeft betrekking op enerzijds overdadig eten en op het verbruiken van zaken voorbij het punt van nut. Gulzigheid duidt op verspilling door excessieve energie: een van de valkuilen voor de rentmeester Gods.

Hebzucht/begeerte is net als lust en gulzigheid een zonde van het buitensporige. Hebzucht heeft betrekking op een zeer buitensporig verlangen en het streven naar rijkdom, status en macht voor persoonlijk gewin: een van de valkuilen bij het streven naar succes als voorbode van de genade Gods.

Luiheid is in de loop van de tijd enigszins veranderd van karakter. Eerst werd het gezien als het niet invullen van Gods gaven, talenten en voorbestemming. Nu wordt meer gezien als opzettelijke nalatigheid bijvoorbeeld van de zorgplicht voor de ander, of voor de samenleving. Naar mijn mening houdt luiheid ook de onwil in om kennis te nemen en open te staan voor meningen of religies van anderen ook als deze niet stroken met eigen opvattingen of geloofsovertuiging. Deze vorm van luiheid bestaat uit het mijden van de vraag: “Wat heeft de ander gezien dat ik niet zie?”.

Toorn of woede is de zonde van buitensporige en ongecontroleerde gevoelens van haat en woede. In zijn extreme vorm dient woede zich aan als zelfdestructie. De gevoelens van woede en haat kunnen over vele generaties blijven bestaan. Toorn of woede is de enige zonde die niet meteen egoïstisch behoeft te zijn.

Afgunst is tot op zekere hoogte verwant aan hebzucht: beiden zonden kenmerken zich door een innerlijk onbevredigd verlangen. Afgunst en hebzucht verschillen op twee punten. Ten eerste is hebzucht meestal gekoppeld aan materiële zaken, terwijl afgunst zich kenmerkt door een meer algemeen gemis. Ten tweede ziet afgunst bij zichzelf iets ontbreken dat een ander heeft of lijkt te hebben.

Bijna altijd wordt trots of arrogantie – bijvoorbeeld de mening om als groep of als religie exclusief te behoren tot de uitverkorenen Gods – beschouwd als de meest ernstige hoofdzonde: het wordt gezien als de bron van de andere hoofdzonden. Kenmerkend voor trots of arrogantie zijn het verlangen om meer, belangrijker of aantrekkelijker te zijn dan anderen; hierbij wordt voorbij gegaan aan de goede werk van anderen – in godsdiensten aan de werken van God door middel van andere religies. De zondaar heeft een buitensporige liefde van zijn eigen zelf of voor zijn eigen leefwereld en/of religie. Dante beschreef het als “liefde voor het ego – in godsdiensten: het eigen geloof – verdraaid tot haat en minachting voor de ander”.
Dit is heel beknopt mijn samenvatting van de zeven hoofdzonden”, zegt Carla.

“Weer indrukwekkend in uitgebreidheid en beknoptheid. Bij deze inleiding moet ik met schaamte denken aan mijn vele tekortkomingen en fouten in mijn leven”, zegt Man.

“Mijn meest ernstige hoofdzonden zijn niet voortgekomen uit trots of arrogantie. Afgunst door een algemeen gemis heeft mij in mijn pubertijd aangezet om kind-soldaat te worden met gevolgen die ik nog altijd met mij draag. Mijn leven als idool in Amsterdam is mij komen aanwaaien; gelukkig heb ik er bijtijds afstand van genomen. Misschien is luiheid de oorzaak van mijn jarenlange bestaan aan de randen van de spiegelpaleizen van de geheime diensten; hoewel dit bestaan een invulling van Gods gaven, talenten en voorbestemming was, had ik meer oog moeten hebben voor de zorgplicht voor de ander buiten mijn kleine leefwereld. Mijn leven als bedelmonnik – of Bhikṣu – kent elementen van afgunst in de vorm van een algemeen gemis: ik heb in die tijd geprobeerd om er geen hoofdzonde van te maken”, zegt Narrator.

“Kun jij op een zelfde manier de vele vormen van emoties en gevoelens samenvatten, nadat wij wat hebben gedronken?”, vraagt Man aan Carla.

“Er zijn vele theorieën over emoties en er bestaan verschillende benaderingen om emoties te classificeren [9]. De psychoevolutionaire theory van emoties door Robert Plutchik is interessant omdat deze theorie de volgende tien veronderstellingen [10] heeft:

  1. Het concept van emotie is van toepassing op alle evolutionaire niveaus en is van toepassing op alle dieren waaronder mensen.
  2. Emoties hebben een evolutionaire geschiedenis en hebben verschillende vormen van expressie door hun evolutie binnen verschillende soorten.
  3. Emoties vervullen een rol bij het zich aanpassen van organismen om te overleven wanneer zij worden blootgesteld aan bedreigingen door de omgeving.
  4. Ondanks de verschillende vormen van expressie van emoties in verschillende soorten, zijn er een aantal gemeenschappelijke elementen, of prototype patronen, die kunnen worden geïdentificeerd.
  5. Er is een klein aantal van de fundamentele, primaire of prototype emoties.
  6. Alle andere emoties zijn mengelingen of afgeleiden van de fundamentele emoties; dat wil zeggen ze komen voor als combinaties, mengelingen of samenstellingen van de oorspronkelijke emoties.
  7. Primaire emoties zijn hypothetische constructies of geïdealiseerde staten waarvan de eigenschappen en kenmerken alleen kunnen worden afgeleid uit verschillende soorten bronmateriaal.
  8. Primaire emoties kunnen worden samengesteld in termen van paren van tegenpolen.
  9. Alle emoties variëren in de mate van overeenkomst met elkaar.
  10. Elke emotie bestaan in wisselende intensiteit of niveaus van opwinding.

Onder meer op basis van deze tien vooronderstellingen compileerde Robert Plutchik in 1980 een wiel van emoties die bestond uit de volgende 8 basis – of biologisch primitieve – emoties, en 8 verder ontwikkelde – om de reproductieve fitness van dieren te vergroten, zoals de vlucht of vecht reactie – emoties, die ieder waren ontstaan uit de samenstelling van twee basis emoties.

Basis emotieBasis emotie2[11]

Het wiel van emoties samengesteld door Robert Plutchik ziet er als volgt uit:

Wheel of emotions - Robert Plutchik[11]

Recent is op basis van een brede bestudering van bestaande theorieën van emoties [12], de volgende tabel gecompileerd van tegengestelde basis emoties. Bij het samenstellen van deze tabel zijn onder meer de volgende drie criteria voor emoties gehanteerd: 1) geestelijke ervaringen die een sterk motiverende subjectieve kwaliteit, zoals plezier of pijn hebben; 2) geestelijke ervaringen die een reactie zijn op een bepaalde gebeurtenis of object, dan wel echt of ingebeeld; 3) geestelijke ervaringen die aanzetten tot bepaalde vormen van gedrag. De combinatie van deze criteria onderscheiden emoties van gewaarwordingen, gevoelens en stemmingen [11].

Soort emotie[11]

Deze basisoverzichten van gevoelens en emoties zijn een aardig uitgangspunt voor een verdere verkenning hiervan, maar ik denk dat een vergaande verkenning buiten de reikwijdte van onze zoektocht gaat vallen. Daarbij geeft Robert Plutchik in een van zijn werken [13] aan, dat dichters en schrijvers de nuances van emoties en gevoelens beter vatten en weergeven dan wetenschappers; hij geeft het voorbeeld hoe Emily Dickinson die was opgegroeid in een Calvinistisch gezin [14], haar gevoelens van wanhoop – in mijn ogen de wanhoop over een gescheiden bestaan na Gods uitverkiezing aan het einder der tijden tot besluit van dit leven en het hiernamaals [15] – beschrijft in haar gedicht [16]:

My life closed twice before it’s close
It yet remains to see
If Immortality unveil
A third event in me,

So huge, so hopeless to conceive
As these that twice befell.
Parting is all we know of heaven,
And all we need of hell.

Of door mij vertaald in het Nederlands:

Mijn leven sloot tweemaal tot besluit
Het bevalt nog te bezien
Of Onsterflijkheid ontsluit
een derde mij onvoorzien

Zo groot, zo hopeloos te bevatten
Als dezen die tweemaal gevielen.
Afscheid is al wij weten van hemel,
En al we van hel believen.

Waarschijnlijk geeft dit gedicht ook deels de hoop en wanhoop van het Calvinisme weer met aan het einder der tijden een onvoorstelbare scheiding, die in onvoorstelbaarheid gelijk is aan de scheiding van lucht van water aan het begin der tijden. Is mijn samenvatting over dit onderwerp toereikend?”, zegt Carla.

“Uitgebreid in zijn beknoptheid. Indrukwekkend gebruik van het gedicht van Emily Dickinson tot slot. Jouw toelichting doet mij denken aan het boeddhistisch vraagstuk:

“Wanneer aan het einde der tijden een vuur woedt waarin alles wordt vernietigd, wordt dit dan ook vernietigd?” Een leraar antwoordde: “Vernietigd, want dit gaat met alles ten onder”. Een andere leraar antwoordde: “Niet vernietigd, want dit is identiek aan alles” [4].

Aan het einde van dit deel van onze zoektocht heb ik de indruk dat de Calvinisten in Holland – met hun vele afscheidingen – zijn gaan leven alsof het einde der tijden al is gekomen: al wij weten van hemel is afscheid nemen van naasten die anders denken of geloven, en al wij believen van hel. Het einder der tijden brengt hier geen verandering in”, zegt Narrator.

“Het gedicht van Emily Dickinson geeft voor mij de onvoorstelbaarheid van het einde der tijden treffend weer.
Bij het zien van het wiel van emoties van Robert Plutchik zag ik met blijdschap dat vreugde voorkomt uit het samenstel van de twee emoties optimisme en liefde. Mijn blijdschap komt ook voort uit de gelijkenis in klank met de oeroude werkwoordkern “vṛddha” – die in het Sanskriet “groei, tot wasdom komen/zijn” betekent – met ons woord “vreugde”. Het herleiden van al deze emoties en het onderzoeken van alle samenstellen van emoties in de vele verschijningsvormen gaat onze zoektocht inderdaad te buiten. Zijn er nog meer onderwerpen, die wij op dit deel van onze zoektocht willen onderzoeken?”, zegt Man.

“Intensiteiten en associaties interesseren mij geweldig; ik voel mij ertoe aangetrokken en ik word nog regelmatig verrast door intensiteiten en associaties binnen onze leefwereld, in relatie met de ander en door mijn eigen emoties en gevoelens. De zoektocht hiernaar vergt een volledig mensenleven”, zegt Carla.

“Volgens mij geldt dit voor ieder onderdeel van onze zoektocht”, zegt Man.

“En het gaat eraan voorbij. Zal ik vanavond een eenvoudig maal voor jullie koken in de keuken van Man tot besluit van Intensiteiten en associaties?”, zegt Narrator.

“Dan kunnen wij tijdens de maaltijd afspreken waar wij elkaar morgen treffen om naar mijn zeilboot af te reizen. Ik kan een auto van een vroegere compagnon lenen; hij is een aantal weken met vakantie”, zegt Man.

 

[1] Zie ook: http://nl.wikipedia.org/wiki/Het_Blauwe_Theehuis
[2] Bron afbeelding: http://nl.wikipedia.org/wiki/Vondelpark
[3] Bron: Berger, John, Ways of seeing. London: British Broadcasting Company and Penguin, 1972 p. 106 – 107
[4] Bron afbeelding: http://de.wikipedia.org/wiki/Thomas_Gainsborough
[5] Bron: http://en.wikipedia.org/wiki/Seven_deadly_sins
[6] Zie ook: http://nl.wikipedia.org/wiki/Zeven_Hoofdzonden_(Jheronimus_Bosch_of_navolger)
[7] Bron afbeelding: http://en.wikipedia.org/wiki/Seven_deadly_sins
[8] Zie: Huxley, Aldous, The Devils of Loudun. 1953
[9] Zie ook: http://en.wikipedia.org/wiki/Emotion_classification
[10] Bron: http://en.wikipedia.org/wiki/Robert_Plutchik
[11] Overgenomen van: http://en.wikipedia.org/wiki/Contrasting_and_categorization_of_emotions
[12] Bron: Robinson, D. L. (2009). Brain function, mental experience and personality. The Netherlands Journal of Psychology, 64, 152-167
[13] Zie: Plutchik, Robert, Emotions in the Practice of Psychotherapy: Clinical Implications of Affect Theories. Washington D.C.: American Psychological Association; 1st edition (September 2000), p. 13
[14] Bron: http://www.emilydickinsonmuseum.org/church
[15] Een ander uitleg van dit gedicht gaat uit van het verlies van twee geliefden. Het Christelijk geloof voor de Reformatie impliceert een hereniging aan het einde der tijden. Het commentaar suggereert dat Onsterfelijkheid mogelijk een fictie is en daarmee de hel van de toekomst creëert. Zie: Vendler, Helen, Dickinson – Selected poems and commentaries. Cambridge: The Belknap Press of Harvard University Press, 2010, p. 520 – 521
[16] Franklin, R.W. edited, The Poems of Emily Dickinson – Reading Edition. Cambridge: The Belknap Press of Harvard University Press, 1999, p. 630 – 631
[17] Vrije weergave van de koan Dasui’s “Aeonic Fire” in: Cleary, Thomas, Book of Serenity – One Hundred Zen Dialogues. Bosten: Shambhala, 1998 p. 131 – 136

Wie ben jij – Deel 2.1 / E-boek en paperback


Wie ben jij 21

Dan regent neder
in de hoge fantasie
van opstandigen

De Odyssee naar “Wie ben jij – een verkenning van ons bestaan” is een queeste met vele aanlegplaatsen. De zoektocht naar “Wie ben jij” is over jou en mij en alles dat met ons verbonden is. Niets is op voorhand uitgesloten. Zijn jij en ik verbonden of zijn wij gescheiden? Wat maakt jou tot de persoon die jij bent? Wie ben jij voor jouw geboorte en wie zal jij zijn na jouw dood? De antwoorden op deze vragen zijn voorlopig onbekend, maar toch stellen wij deze vragen. 

Verbeeldingskracht, jij die ons vele malen
Belette op de wereld acht te slaan
Al schalde er een duizendtal cimbalen.

Wat drijft jou, buiten onze zinnen, aan?
Een lichtflits, in de hemel vormgegeven,
Vanzelf of door de wil van God ontstaan.

Het eerste deel van deze hedendaagse Odyssee omvat onze eenheid en verscheidenheid en ook onze verbondenheid in onderling vertrouwen.

He Het tweede deel van deze zoektocht gaat over vijf gangbare werkelijkheden; deel 2.1 is een verkenning van “Feiten en logica” tijdens een vakantie week in Florence, waar de drie hoofdpersonen de overgang van de Middeleeuwse Scholastic naar de Renaissance in ogenschouw nemen. Tegelijkertijd onderzoeken zij binnen de grenzen van “Feiten en logica” de grenzen van de wetenschap, leven en dood, het hiernamaals, God en de mogelijkheid van God in de gedaante van een mens, het denkkader van de strijder en de voorboden van de Reformatie.

Afdrukken voor eigen gebruik of voor educatieve doelen is toegestaan.  Lezers en gebruikers van uitgaven door Omnia – Amsterdam Uitgeverij kunnen hun erkentelijkheid tonen door donaties aan goede doelen naar eigen keuze.

Auteur Jan van Origo
Titel
Wie ben jij – Een verkenning van ons bestaan / Deel 2.1
Vijf gangbare werkelijkheden – Feiten en logica
ISBN nummer 9789491633102 en 9789491633119
 
Druk 1.0
Uitgave E-boek in Pdf-format – 14 MB
Formaat A5 – formaat
Pagina’s 194
Uitgeverij Omnia Amsterdam Uitgeverij
Publicatie status Verschenen in 2013
Verkrijgbaar
onder: boeken / verschenen
Prijs Suggestie: een donatie van € 15,00 aan een goed doel naar eigen keuze 

  

Wie ben jij, deel 2 – feiten en logica


Manuscript beschikbaar

Het tweede deel van de zoektocht naar “Wie ben jij” gaat over het dagelijks leven zoals wij dat ervaren. Vijf bekende werkelijkheden – feiten en logica, intensiteiten en associaties, leegte, verandering en onderlinge verbondenheid – zullen worden bezocht. Het manuscript van “feiten en logica” is gereed; binnenkort zal het in boekvorm verschijnen. Dit deel van de Odyssee naar “Wie ben jij” speelt zich af tijdens een vakantiebezoek aan Florence, waar de drie hoofdpersonen de overgang van de Scholastiek via de Renaissance naar de Reformatie bezien tijdens het bezoeken van bezienswaardigheden. Tussendoor bediscussiëren zij de mogelijkheden en beperkingen van feiten en logica in de wetenschap, in leven en dood en in de manier waarop mensen hun plaats onder de zon proberen te creëren en behouden.

Het manuscript voor het e-boek is beschikbaar via de volgende hyperlink:

http: www.omnia-amsterdam.nl/site-page/manuscripten

2012-04-17-Voorkant-def

Vijf gangbare werkelijkheden – feiten en logica 5


Carla, Man en Narrator zitten in het restaurant voor hun diner. Zij hebben hun drankjes en menukaart gekregen.

“Proost, op de voortgang van onze zoektocht. Zijn jullie tevreden tot nu toe”, zegt Man.

“Deels. De eenheid – en ook de binding tussen de ander met het alomvattende – is goed aan bod gekomen, maar de ander als entiteit blijft onderbelicht. Misschien kunnen wij daar meer aandacht aan geven”, zegt Narrator.

“Misschien heb ik tot nu toe teveel nadruk gelegd op het “Ene Alomvattende”. Dat komt waarschijnlijk door mijn levensloop met veel gedwongen scheidingen. De laatste jaren ben ik veel – mogelijk teveel – aandacht gaan geven aan de binding tussen alle gebeurtenissen in mijn leven. Wat vindt jij Carla”, zegt Man.

“Tijdens mijn inleiding tot de geordende chaos zal ik meer aandacht besteden aan de ander; bij een overzicht van de ontwikkeling binnen de wetenschap in een vogelvlucht is dat nodig. Vullen jullie mij aan vanuit jullie achtergrond en denkkader. Maar laten wij eerst onze maaltijd bestellen”, zegt Carla.

Carla, Man en Narrator maken hun keuze uit het menu en bestellen hun avondmaal.

“Er kan op vele manieren een overzicht worden gegeven van de ontwikkeling van de wetenschap – die in onze tijd is gecumuleerd in een geordende chaos. Er zijn vele boeken met uitstekende inleidingen over het ontstaan van logica, wiskunde, natuurkunde, sterrenkunde en andere wetenschappen. Mijn inleiding is persoonlijk en is zeker vatbaar voor kritiek; een kenmerk van wetenschap volgens Popper en Kuhn [1]. Ik denk dat wetenschap is begonnen toen mensen duiding zijn gaan geven aan hun leefomgeving opdat zij hun overlevingskansen kunnen vergroten door grip te krijgen op omstandigheden en tastbare zaken [2]. Waarschijnlijk hebben mensen in eerste instantie deze duiding proberen te geven door middel van rituelen zoals jagerverzamelaars zich binnen rituelen identificeren met hun prooi [3], herders-volkeren via de vee-cyclus [4] en via de verering van het gouden kalf in het Oude Testament hun kudden wilde bestendigen en vergroten, en landbouwers via tijdsbepaling met bijbehorende rituelen in het jaar het moment voor het zaaien en oogsten vastlegden. Tegelijkertijd met duiding hebben mensen ook magische krachten toegekend aan rituelen waardoor rituelen de gewenste omstandigheden konden bewerkstelligen. Deze creatieve daad van zinneming en zinneming [5] door middel van rituelen was een eerste revolutie in de wetenschappelijke ontwikkeling van mensen; restanten van deze revolutie zien wij vandaag nog steeds in het gedrag en rituelen binnen onze samenleving, bijvoorbeeld bij wendingen in het persoonlijke en openbare leven en bij jaarfeesten.

feiten en logica 51[6]

De tweede revolutie in de wetenschappelijk ontwikkeling van mensheid bestond uit een verschuiving van de aandacht van het verkrijgen van gewenste omstandigheden of zaken door middel van het verrichten van rituelen naar een begrip – en onderzoek – van het leven van de mens op aarde; het zelf/Zelf werd onderwerp van onderzoek. In de Westerse wereld werd een tijdelijk samenhangend hoogtepunt bereikt binnen de Middeleeuwse Scholastiek, die met de filosofie – in die tijd direct verbonden met de theologie – de gehele menselijk leefwereld volkomen verklaarde en duiding gaf; het leven stond in dienst van God, diens schepping en het hiernamaals bij voorkeur in de hemel of in de hel bij een slecht leven. In India rond 600 v. Chr. mondde deze aandacht uit in de Upanishads met de nadruk op het “Zelf/Ene” als eenheid [7] en het leven was onderwerp van meditatie.

feiten en logica 52[8]

De derde revolutie in de wetenschappelijk ontwikkeling van de mensheid bestond uit de verschuiving van het centrale “Zelf/Ene” – of God binnen de Middeleeuwse Scholastiek waarin alles op de een of andere wijze rechtstreeks mee in verbinding stond – naar een zelfbewustzijn van het individu en naar “de ander” die bestaat uit de andere mensen, de omgeving, de omstandigheden en de tastbare zaken. In de Westerse wereld werd wetenschap – en later de filosofie – van de Godsdienst gescheiden opdat het wetenschappelijke onderzoek zich onbevangen, (waarde-)vrij van dogma’s en gericht op feiten en logica kon ontwikkelen. In de Renaissance stelde de mens de wetenschap in eerste instantie voor als een uurwerk waarin de onderlinge raderen en beweging ontdekt moesten worden, waaruit vervolgens de leefomgeving en de loop der dingen verklaard konden worden [9]. Vervolgens probeerde wetenschappers wiskundige vergelijkingen voor alles te achterhalen [10]. De eerste ontwikkelingen waren zo indrukwekkend dat de mensheid deze vergelijkingen uit de klassieke mechanica [11] nog steeds gebruikt om ruimtevaartuigen uiterst nauwkeurig te besturen.

feiten en logica 53[12]

Daarna werd de kennis over het oplossen van wiskundige vergelijkingen een belemmerende factor: een aantal lineaire (differentiaal-) vergelijkingen waren verhoudingsgewijze eenvoudig op te lossen. De wetenschap probeerde de leefomgeving onder ideale omstandigheden (zonder wrijving, tegenwind waarbij al het onbekende was samengevat in constanten) te beschrijven in lineaire vergelijkingen waarvan de oplossing bekend was, net alsof onze leefwereld alleen bestaat uit gecultiveerde Franse tuinen.

feiten en logica 54[13]

Tot ruim honderd jaar geleden was de ontwikkeling van de wetenschap zo veelbelovend dat alleen nog enkele kleine onvolkomenheden – zoals de vraag hoe de zwaartekracht wordt overgedragen en de vraag of licht bestaat uit deeltjes of uit golven – oplossing behoefden. De eerste scheuren in deze verwachting ontstonden nadat bleek dat licht tegelijkertijd bestond uit deeltje èn uit lichtgolven, dat binnen de kwantummechanica de snelheid en de plaats van deeltjes niet tegelijkertijd nauwkeurig bepaald konden worden, en dat uitkomsten binnen de relativiteitstheorie afhankelijk waren van de wijze van waarnemen.

Deze scheuren groeiden uit met de constatering dat onze dagelijkse leefomgeving voor een belangrijk deel bestaat uit niet-lineaire differentiaalvergelijkingen die niet oplosbaar zijn en vaak alleen benaderd kunnen worden. Bovendien bleken zelfs eenvoudige modellen – zoals het drielichamenprobleem [14] in de ruimte – uiterst complex en alleen in bijzondere eenvoudige omstandigheden oplosbaar. Daarnaast vertoonden eenvoudige modellen – zoals een dubbele staafslinger [15] – een chaotisch karakter waarbij de uitkomsten in de loop van de tijd enorm konden verschillen bij minieme verschillen in de begintoestand.

Ik zie dat onze maaltijd wordt geserveerd. Later ga ik verder”, zegt Carla.

“Bij het aanhoren van jouw inleiding valt het mij op dat de Mahābhārata een vergelijkbare revolutie ten opzichte van Upanishads – die zich richten op het Ene/Alomvattende – heeft veroorzaakt. In de Mahābhārata wordt de aandacht verlegd naar de ander/zelf in relatie tot de Ene/Zelf, waarin niets kan worden begrepen losstaand van de rest. Het Zelf is een wezen in relatie met zichzelf en op het zelfde moment is het Zelf een wezen ten opzicht van de ander en hiermee wordt het eigen leven verbonden met het leven van de ander [16]. De wijze waarop deze aandacht in de Mahābhārata wordt verlegd, is meer gericht op uitleg en beschrijven van het leven en minder gericht op beheersing en grip of de leefomgeving”, zegt Narrator.

“Bij jouw inleiding moet ik denken aan de titel van een dichtbundel van Rutger Kopland:

Wie wat vindt,

heeft slecht gezocht. [17]

en aan een uitspraak van Prof. Dr. W. Luijpen in zijn colleges aan de Technische Universiteit in Delft:

Bewijzen is dwingend doen kennen dat een ander door de knieën gaat.

Misschien iets om over na te denken bij het vervolg van onze zoektocht”, zegt Man.

“Interessante gedachten; op het dwingend doen bewijzen kom ik terug bij het denkraam van de strijder, maar laten wij eerst van onze maaltijd genieten”, zegt Carla.

“Eet smakelijk”, zeggen Man en Narrator vervolgens.


[1] Zie ook: Nārāyana, Narrator, Carla Drift – Een Buitenbeentje, Een Biografie. Omnia – Amsterdam Uitgeverij, 2012, p. 34

[2] Zie ook: Origo, Jan van, Wie ben jij – Een verkenning van ons bestaan – 1. Omnia – Amsterdam Uitgeverij, 2012, p. 103. Zie ook: Calvin, William H., De Rivier die tegen de Berg opstroomt – een reis naar de oorsprong van de aarde en de mens. Amsterdam: Bert Bakker, 1992

[3] Zie ook: Eliade, Mircea, A History of Religious Ideas, Volume I, Chicago: The University of Chicago Press, 1982, p. 5 en Origo, Jan van, Wie ben jij – Een verkenning van ons bestaan – 1. Omnia – Amsterdam Uitgeverij, 2012, p. 111 – 112

[4] Origo, Jan van, Wie ben jij – Een verkenning van ons bestaan – 1. Omnia – Amsterdam Uitgeverij, 2012, p. 33 – 34 en 94 – 95

[5] Zie ook voor de “creatieve daad van zinneming en zinneming”: Merleau-Ponty, Maurice, Fenomenologie van de waarneming. Amsterdam: Boom, 2009

[6] Bron afbeelding: http://nl.wikipedia.org/wiki/Gouden_kalf_

(Hebreeuwse_Bijbel)

[9] Zie ook: Stewart, Ian, Does God Play Dice? London: Penguin Books, 1992², p. 5 – 8

[10] Zie ook: Stewart, Ian, Does God Play Dice? London: Penguin Books, 1992², p. 18 – 33

[16] Bron: Badrinath, Chaturvedi, The Mahābhārata – An Inquiry in the human Condition. New Delhi: Orient Longman Private Limited, 2006, p. 530

[17] Bron: Kopland, Rutger, Verzamelde gedichten. Amsterdam: Uitgeverij G.A. van Oorschot, 2010, p. 103

Verschenen: Narrator Nārāyana – Een Weg / E-boek


In plaats van een thuis
De maan en sterrenhemel
Als steevast gezel

Narrator - een weg

De biografie “Narrator Nārāyana – Een weg” is samengesteld als “Blook” door Man Leben op basis van de gebundelde berichten van september 2012 – maart 2013 over de zoektocht naar “Wie ben jij”; via: http://www.omnia-amsterdam.nl/document/narrator-narayana-een-weg-e-boek

Dit
Dat wij nu zijn
Maakt het lichaam, cel voor cel,
Zoals bijen een honingraat bouwen.
Het menselijk lichaam en het universum
Groeit van Dit

Man Leben, Narrator en Carla Drift zijn de drie hoofdpersonen op dit deel van de Odyssee “Wie ben jij – Een verkenning van ons bestaan”.

De Odyssee naar “Wie ben jij – een zoektocht naar ons bestaan” is een queeste met vele aanlegplaatsen. De zoektocht naar “Wie ben jij” is over jou en mij en alles dat met ons verbonden is. Niets is op voorhand uitgesloten. Zijn jij en ik verbonden of zijn wij gescheiden? Wat maakt jou tot de persoon die jij bent? Wie ben jij voor jouw geboorte en wie zal jij zijn na jouw dood? De antwoorden op deze vragen zijn voorlopig onbekend, maar toch stellen wij deze vragen.

Afdrukken voor eigen gebruik of voor educatieve doelen is toegestaan. Lezers en gebruikers van uitgaven door Omnia – Amsterdam Uitgeverij kunnen hun erkentelijkheid tonen door donaties aan goede doelen naar eigen keuze.

Auteur Man Leben
Titel Narrator Nārāyana – Een weg
ISBN nummer 9789491633065
Druk 1.0
Uitgave E-Boek in Pdf-format – 26 MB
Formaat A5 – formaat
Pagina’s 222
Uitgeverij Omnia Amsterdam Uitgeverij  –  http://www.omnia-amsterdam.nl
Publicatie status Verschenen in 2013
Verkrijgbaar
Website van de uitgeverij
Koninklijke Bibiotheek
Google books
Prijs Suggestie: een donatie van € 15,00 aan een goed doel naar eigen keuze

Vijf gangbare werkelijkheden – Inleiding


De zoektocht naar “Wie ben jij” in de vorm van een “Verkenning van ons bestaan” is een hedendaagse Odyssee met 17 aanlegplaatsen. Aan het einde zullen wij terugkijken op onze reis. Wij zien dat alles in een zucht is volbracht.

Voordat wij de zoektocht hervatten met het betreden van de wereld van alledag, geven wij eerst een korte samenvatting van de reis tot nu toe.

Bij de eerste aanlegplaats hebben jij en ik de volkomen eenheid beleefd om vandaar via “Solipsisme”, “Het universum is een droombeeld”, “Pantheïsme” en “Indra’s net” naar de tweede aanlegplaats te reizen.

indras-net2[1]

Op de tweede aanlegplaats is de eenheid na een eerste scheuring van lucht en aarde [2] in onnoemelijk veel deeltjes uiteengevallen. Ook jij en ik zijn volkomen uiteengevallen in ontstellend veel minieme deeltjes. Na een eerste ordening binnen deze deeltjes zijn wij – de hoofdpersonen Carla Drift, Man Leben en Narrator – na een onnoemelijk lange tijd in de vorm van mens op onze aarde teruggekeerd.

Atomen[3]

Bij de derde aanlegplaats hebben wij gezien hoe onderling vertrouwen en wederkerige verbondenheid tussen mensen tot stand komen – en worden bestendigd – door het plaatsen van “mensen, objecten, offergaven en het woord in het midden” tussen mensen onderling en/of tussen mensen en de onderlinge onzekerheid. kroning van karel de grote[4]

Als voorbereiding voor het vervolg van onze Odyssee – waarin wij het leven van alledag betreden – is er een intermezzo gevolgd en vervolgens hebben de drie hoofdpersonen elkaars biografie beschreven. Het verslag van het eerste deel van onze Odyssee en de drie biografieën zijn te verkrijgen op de website van de uitgeverij.

wie ben jij1

NLCarla Drift - een buitenbeentje voorkant jpgNarrator-Noordelijke1

Narrator - een weg

Tijdens het tweede deel van onze Odyssee gaan wij de volgende vijf gangbare werkelijkheden als aanlegplaatsen voor het leven van alledag aandoen, omdat deze gezichtspunten een goede indruk bieden van de menselijke beleving van het dagelijkse leven:

o Feiten en logica

o Intensiteiten en associaties

o Leegte

o Verandering

o Onderlinge verbondenheid

Bieden deze vijf gangbare werkelijkheden alles wat wij nodig hebben voor onze zoektocht naar “Wie ben jij?” [5]. Wij hebben eens gelezen dat:

Wanneer jij deze vijf aanlegplaatsen op een correcte manier bezoekt, dan ben jij opgenomen in het volkomen heelal. Bezoek jij deze gangbare werkelijkheden op een verkeerde manier, dan blijf jij een gewone sterveling”. [6]

Aan het einde van deze gangbare werkelijkheden zullen wij terugkijken om te zien of wij nog gewone stervelingen zijn en/of wij opgenomen zijn in het volkomen heelal.


[2] Volgens Genesis 1:1 – het eerste boek van Oude Testament – schiep/scheidde God eerst de lucht en de aarde. De Hebreeuwse werkwoordkern “bara” heeft vier betekenissen: “scheppen”, “klieven”, “uitverkiezen” en “voeden”. Bron: http://www.qbible.com/hebrew-old-testament/genesis/1.html

In de Westerse vertalingen van de Hebreeuwse versie van het Oude Testament wordt het woord “shamayim” vertaald met “hemel”. Waarschijnlijk is “lucht” of “firmament” een betere vertaling voor het Hebreeuwse woord “shamayim”. Zie ook: http://www.qbible.com/hebrew-old-testament/genesis/1.html en http://www.ancient-hebrew.org/35_home.html en Benner Jeff A.A Mechanical Translation of the Book of Genesis – The Hebrew text literally translated word for word. 2007

[5] Volgens het Boeddhisme geven de vijf skandha’s alles wat wij nodig hebben voor onze spirituele ontwikkeling. Zie ook: Origo, Jan van, Wie ben jij – een verkenning van ons bestaan – deel 1. Amsterdam: Omnia – Amsterdam Uitgeverij, 2012 p. 172 – 183

[6] Bron: The Sixth Patriarch’s Dharma Jewel Platform Sutra. San Francisco: Buddhist Text Translation Society, 2002, p. 381 – 382. Opmerking: “Buddha–use” en “Store enveloping consciousness” zijn als “Volkomen heelal” weergegeven.